Menu

De ongekende veerkracht van Jan Stempher

Een moeilijke jeugd, ziekte van Buerger, posttraumatische stress, twee onderbeenamputaties, zwaar aan de pijnstillers, talloze ziekenhuisbezoeken, altijd pijn en psychisch door een diep dal… Maar Jan Stempher krabbelde op en geeft zijn leven weer een 9. ‘Ik heb gezworen ooit nog chagrijnig te zijn.’

Ongekende veerkracht en nieuwe dromen

Wie kent Jan niet in het Deventer Ziekenhuis? Van wondverzorging, revalidatie, pijnpoli, verpleegafdeling tot een reeks aan chirurgen en verpleegkundigen. Maar Jan heeft dan ook een uitgebreide medische geschiedenis. Als kind had Jan een moeilijke jeugd en toen hij hulpgoederen naar Bosnië ging brengen (waaronder een röntgenapparaat gedoneerd door het Geertruiden Ziekenhuis), belandde hij door pure pech in een gruwelijke oorlog. Hij heeft er nog steeds slechte nachten van. Hij vluchtte letterlijk naar Nieuw-Zeeland en zijn leefde bloeide op als meubelinkoper voor een groot warenhuis. Tot hij van de ene op de ander dag zijn benen niet meer kon gebruiken. Een bijzonder verhaal van een Raaltenaar met ongekende veerkracht en nieuwe dromen.

Amputatie

Terug in Nederland volgde de diagnose: ziekte van Buerger. Een chronische ontsteking aan de bloedvaten met eindeloze pijn aan armen en benen als gevolg. Een reeks amputaties volgden (een teen, nog een teen) en uiteindelijk werden twee onderbenen afgezet. Jan: ‘Heel veel wonden genazen niet. De pijn was gekmakend. Ik heb zelfs madentherapie gehad voor wondheling, honing gesmeerd op de wonden, niks hielp. Ik was totaal verslaafd aan opiaten en psychisch raakte ik in een diep dal. Ik heb serieus euthanasie overwogen. Hersenvliesontsteking, fantoompijnen… Verzin het, ik had het. De narcose voor de zoveelste operatie was voor mij een uitkomst. Dan had ik even geen pijn en was ik in de zevende hemel.’

Minder fantoompijn

Ondanks dit alles, is het verhaal van Jan toch een positief verhaal. De kanteling in Jans leven komt als het pijncentrum voorstelt ‘af te kicken’ van alle pijnstillers. Jan: ‘Onlogisch eigenlijk: de pijn was niet te behandelen en toch minder medicatie. Ik was denk ik de eerste die een 3D-bril probeerde om zo met pijn om te gaan.’ Acht weken in de hel…. Toch vormde de afbouw van medicijnen de ommekeer, omdat de fantoompijnen minder werden en Jan mentaal een knop omdraaide. ‘Afleiding is de beste behandeling, dan voel ik geen pijn.’ En zo ging hij met twee geamputeerde benen handbiken. ‘22 kilometer bergop in Oostenrijk. Meter voor meter.’ Hij begon te revalideren en kreeg twee protheses. ‘Inmiddels wandel ik 100 honderd meter met mijn “nieuwe benen”. Gaat prima.’ Hij heeft mooie verhalen uit die tijd van opnieuw leren lopen. ‘Ik moest voor controle komen en liep zo vanuit mijn rolstoel op de chirurg af. Hij was stomverbaasd. Haalde iedereen erbij. Stond er tien man om me heen te applaudisseren.’ Lof ook voor het Revalidatiecentrum. ‘Niets was ze te veel. Ik wilde weer gaan vissen, maar kon de hengel niet weggooien. “Kom op, dan gaan we naar buiten”, zei de fysiotherapeut. Stonden we daar in de tuin te oefenen om een hengel uit te gooien. Vier dagen per week revalidatie, pure topsport.’

Droom

45 pillen slikte Jan per dag, er zijn er maar een paar van over. Als gevolg van pure wilskracht geeft hij zijn nieuwe leven –inclusief nieuwe vriendin- als rapportcijfer nu weer een negen. ‘Ik heb gezworen ooit nog chagrijnig te zijn. Jaren leefde ik teruggetrokken, maar ik cijfer mezelf niet meer weg.’ Jan is technisch tekenaar, maar hij heeft een droom. ‘Ik wil ervaringsdeskundige worden; als betaalde baan. Mensen helpen die bijvoorbeeld ook een amputatie hebben gehad of veel pijn hebben. Vertellen hoe ik daar mee ben omgegaan.’ Jan heeft nog een droom. ‘Ik wil de gehandicapten in Raalte en omgeving veel meer een platform bieden. Een rolstoelbasketbalploeg, zitvolleybal en badminton voor mindervaliden en ik ben vrijwilliger bij de gehandicaptenraad in Raalte.’

Warm bad

Jan heeft op eigen kracht zijn leven weer op de rit gekregen, maar ook dankzij hulp van heel veel mensen/zorgverleners. Jan: ‘Zeker in het Deventer Ziekenhuis. Normaal is een ziekenhuis de laatste plek waar je wilt zijn, maar ik ga er nooit met tegenzin heen. Wat een geweldige mensen allemaal. De mensen van Revalidatie, de mensen van de wondzorg: echt onbetaalbaar. Het Deventer Ziekenhuis is voor mij een warm bad.’ Sallandse aandacht voor een man met veerkracht.