Menu
Patiënt

Antwoord op de 'grote vragen'

‘Op een eenvoudige manier met grote vragen omgaan’

Of gevoelens die iemand ervaart tijdens de ziekenhuisopname nu verdrietig, boos of juist blij zijn, het is vaak prettig als er iemand is met wie je ze kunt delen. Zo iemand is geestelijk begeleider Wouter Vlek, die meestal bij een patiënt wordt gevraagd door een verpleegkundige, als ze denkt dat degene daar behoefte aan zou kunnen hebben. ‘In het ziekenhuis ervaren mensen problemen met hun – haperende – lichaam en dat heeft soms vérgaande gevolgen voor hun leven. In die kwetsbare positie komen grote vragen naar boven. Wat is de zin van mijn bestaan? Is mijn leven de moeite waard? Wat gebeurt er als ik dood ga? De antwoorden op deze vragen kunnen positief zijn, maar ook negatief.’

Liefde extra dimensie

Vlek probeert op ‘een eenvoudige manier met deze grote vragen om te gaan’ door open te staan en naar patiënten te luisteren. Een voorbeeld is dat van de man die uit een zware operatie ontwaakt en zich omringd voelt door zijn familie. ‘Hij voelde enorme dankbaarheid en liefde. De liefde kreeg een extra dimensie, omdat de man de operatie ook níet had kunnen overleven. Door er naderhand met mij over te praten, kon hij het gevoel dat hij ervaarde verdiepen en betekenis geven.’ Ieder mens beleeft een ziekenhuisopname anders, ook omdat er andere dingen in zijn of haar leven spelen. Zo sprak Vlek met een man die uitbehandeld was. ‘Daar had hij grote moeite mee, want zijn kinderen zouden zonder ouder achterblijven. Jaren daarvoor, toen zijn kinderen nog jong waren, was zijn vrouw gestorven. Het trauma dat hij toen ervaarde, kwam in volle hevigheid terug.’ Vlek heeft met deze man gepraat, of liever gezegd: hij heeft naar hem geluisterd. ‘Daardoor kon deze man uiteindelijk accepteren dat er geen behandeling meer voor hem was en dat hij het gevoel van verantwoordelijkheid voor zijn kinderen mocht loslaten.‘

Boosheid opvangen

Meestal praten mensen makkelijk over waar ze mee zitten, omdat de nood hoog is. Maar er zijn ook momenten dat Vlek moet afwachten. ‘Het komt voor dat iemand heel stil en teruggetrokken is, maar dat de verpleegkunde die hem verzorgt toch voelt dat hij ergens mee zit. Dan haalt zij mij erbij en moet ik zoeken naar een ingang om een diepere laag in hem of haar te raken. Dat kan zijn door de juiste vraag te stellen, maar ook door gewoon naast iemand te blijven zitten.’ Soms lijkt het zelfs onmogelijk om met iemand in contact te komen, zo heeft de geestelijk begeleider weleens ervaren. ‘Sommige mensen zijn verbitterd en boos over wat hun is overkomen en willen geen gesprek. Daar ben ik ook voor, om die boosheid op te vangen. Maar het is wel zoeken: die boosheid moet er kunnen zijn, maar moet voor iemand ook hanteerbaar blijven. Door trouw terug te komen, hoop Ik dat er een verandering komt in iemands gedrag. Maar soms kan ik niet anders dan het zo laten.’

Opluchting

Praten met een geestelijk begeleider zorgt bijna altijd voor een gevoel van opluchting bij de patiënt. En als een patiënt zich beter voelt, wordt ook zijn veerkracht groter, waardoor hij een operatie beter kan doorstaan en beter aan herstel kan werken. Vlek doet er alles aan om mensen zich minder verward te laten voelen en een gevoel te geven dat zij er niet alleen voor staan. ‘Ik hoop dat mensen door de gesprekken met mij zich van binnen niet, of minder, verloren voelen in het ziekenhuis.’

Rol levensbeschouwing

Het Deventer Ziekenhuis heeft twee geestelijk begeleiders die mensen kunnen bijstaan bij de vragen die opkomen tijdens een ziekenhuisopname. Wouter Vlek doet dat vanuit een humanistische achtergrond. Zijn collega vanuit een protestants-christelijke. ‘Gelovig of niet-gelovig zijn kan een rol spelen bij het beantwoorden van de grote vragen, waarmee iemand zich geconfronteerd voelt. Daar houden wij natuurlijk rekening mee. Meestal speelt religie niet de grootste rol. Mijn ervaring is dat de meeste mensen op een heel eigen wijze met ziekte, verlies, dood omgaan en daar proberen wij op aan te sluiten. Zo zei een mevrouw die pertinent niet geloofde dat zij heel erg veel had gehad aan onze gesprekken. Zij zou daarover thuis aan haar man gaan vertellen. Daarmee bedoelde zij de foto van haar man, want haar man was overleden.'

Arts en geestelijk begeleider vullen elkaar aan

Het werk van Wouter Vlek en zijn collega strekt zich uit van het begeleiden van mensen die een nieuwe knie krijgen tot ernstig zieke en palliatieve patiënten. Soms komen daarbij de grote vragen boven drijven als: wat is de zin van mijn bestaan? Maar het kan er ook om gaan om iemand door een vervelende periode in zijn leven heen te helpen: waar haalt hij de moed en kracht vandaan om letterlijk weer op de been te komen? De geestelijk begeleiders vullen met hun werk de artsen aan. Vlek: ‘De meeste specialisten kijken met een klinische blik naar de patiënt. Zij zijn zich niet altijd bewust van de betekenis van een ziekte, een naderende dood of een nieuwe knie, voor hun patiënten. Of zij hebben de ruimte niet om daar aandacht aan te besteden. Het is goed dat er geestelijk begeleiders zijn die zich daar wel op richten.’