Menu
Behandelingen

Knieschijf (patellofemorale) artrose

Het merendeel van de patiënten met geïsoleerde (patellofemorale) artrose kan zonder operatie goed behandeld worden. Bij aanhoudend invaliderende pijnklachten kan operatieve behandeling worden overwogen.

Afdeling(en)

Contact

(0570) 53 51 55

Hoe kom ik er?

Route 75

Behandeling zonder operatie

Belangrijk is dat u in beweging blijft, omdat de kracht en de coördinatie (=samenwerking) van de spieren in het bovenbeen snel achteruit gaan. Als er namelijk minder kracht in het bovenbeen zit dan wordt de knie kwetsbaar, en dit kan leiden tot meer klachten. Dat is de reden dat eigenlijk altijd als eerste gestart wordt met fysiotherapie. Veel mensen merken dat bij gebruik van een kniebrace er minder pijnklachten zijn, en dat de kniebrace meer vertrouwen in de knie geeft. Een kniebrace is een elastische band, vaak met een uitsparing aan de voorzijde waar de knieschijf zit.

Als de knie dik wordt door irritatie van het gewrichtsslijmvlies, dan kan overwogen worden om een injectie in de knie te geven met een ontstekingsremmend medicijn. Dit zal er voor zorgen dat de knie weer slank wordt, en dat ook de pijnklachten minder worden. Zo’n injectie is echter zeker geen definitieve oplossing, en moet nog wel eens herhaald worden. Helaas is er nog geen behandeling voorhanden die het kraakbeen weer laat aangroeien.

Behandeling met operatie

Als de pijnklachten zodanig zijn dat u ernstig beperkt wordt in uw activiteiten, en u hebt reeds fysiotherapie, een brace en/of injecties geprobeerd, dan kan een operatie mogelijk uitkomst bieden. Het doen van een kijkoperatie is over het algemeen niet zinvol. Tenslotte kan een kijkoperatie het kraakbeen niet herstellen.

Als het kraakbeen helemaal weg is, en op een gewone röntgenfoto het bot van de knieschijf helemaal tegen het bot van het bovenbeen aankomt, spreken we van bot-bot contact. In dit geval kan een patellofemorale prothese geplaatst worden. Als er echter nog ruimte tussen het bot van de knieschijf en het bot van het bovenbeen zichtbaar is, dan adviseren wij om nog geen prothese te plaatsen, omdat bekend is dat de kans op aanhouden van pijnklachten (en teleurstelling!) na de operatie groot is.

Bij het ontbreken van dit bot-bot contact kan soms worden overwogen de stand van de knieschijf te veranderen (bij een afwijkende stand van de knieschijf), of om een rand van de knieschijf te verwijderen (een zogenaamde laterale facetectomie).

De patellofemorale prothese

Bij slijtage van alleen het knieschijfgewricht kan het gewricht vervangen worden door een patellofemorale prothese te plaatsen. Daarbij wordt de glijgoot op het bovenbeen vervangen door een metalen prothese. De achterzijde van de knieschijf wordt glad gemaakt en voorzien van een kunststof schijf. Wij gebruiken in het Deventer Ziekenhuis de Zimmer-prothese.

Na de ruggenprik of narcose wordt de knie steriel afgedekt en komt er een snee aan de voorzijde. Als er eerder geopereerd is, dan wordt waar mogelijk één van de oude littekens gebruikt. Bij het plaatsen van een prothese kan maar heel beperkt in de rest van de knie worden gekeken. Mocht er toch sprake zijn van artrose in de rest van de knie, dan kan de operatie worden omgezet naar een totale knieprothese. Dit wordt altijd van tevoren besproken! Aan het einde van de operatie wordt de huid gesloten met zogenaamde onderhuidse hechtingen en komt er een drukverband om de knie. De meeste mensen gaan twee dagen na de operatie naar huis als de wond droog is, het oefenen goed verloopt (inclusief traplopen) en de pijn onder controle is.

Na de operatie krijgt u gedurende vijf weken bloedverdunners om te zorgen dat de kans op een trombosebeen zo klein mogelijk is. Wij adviseren na de operatie het gebruik van 2 elleboogskrukken voor de duur van 4 tot 6 weken. Meestal kan weer aan autorijden en fietsen gedacht worden na zo’n 6 tot 8 weken. Werkhervatting is uiteraard heel individueel bepaald.

Het volledige herstel na plaatsen van een patellofemorale prothese duurt minimaal een jaar. Dit heeft vooral te maken met de vaak matige kracht in het bovenbeen voorafgaand aan de operatie. Pas als de omvang van de bovenbeensspieren vrijwel gelijk is als de omvang bij het andere bovenbeen, is de revalidatie voltooid. Wat u uiteindelijk mag verwachten is dat de pijnklachten verminderd zijn. Bij gebruik van een schaal van 0 tot 10, waarbij 0 geen pijn is, en 10 de meest ondraaglijke pijn, gaan de meeste patiënten van bijvoorbeeld een 7 of een 8 naar een 2. Een volledige klachtenvrije knie kan niemand u garanderen, het gaat namelijk om een kunstknie! Dat betekent ook dat activiteiten als veel traplopen en sporten niet altijd weer vanzelfsprekend zijn.

De risico’s van deze operatie zijn beperkt. De kans op een infectie is veel kleiner dan bij plaatsen van een totale knieprothese. Bloedvaten en zenuwen lopen aan de achterzijde van de knie, en deze lopen dus geen risico. Belangrijk is dat u zelf goed oefent, omdat anders de knie stijf kan worden. Slijtage van de patellofemorale prothese wordt eigenlijk niet gezien. Als er een reden is om de prothese te vervangen, dan is het vaak omdat de rest van de knie slijtage laat zien. De prothese kan in dat geval vervangen worden voor een totale knieprothese waarbij het stuk kunststof achter de knieschijf blijft zitten.

Welke onderzoeken zijn er nodig?

Naast het lichamelijk onderzoek wordt in alle gevallen gebruik gemaakt van röntgenfoto’s voor het stellen van de diagnose. Wij gebruiken een gewone röntgenfoto van de knie van voren en van opzij, met daarnaast twee aanvullende opnames, de Rosenberg opname, waarbij u tijdens het maken van de foto iets door de knieën moet zakken, en de zogenaamde axiale patella opname. De Rosenberg opname wordt gemaakt om de rest van het kniegewricht te kunnen beoordelen, en de axiale patella opname is van belang om het eerder genoemde bot-bot contact op te kunnen zien.

Vaak werd elders reeds MRI-onderzoek van de knie verricht. Hiermee is goed te zien hoe het kraakbeen in de rest van de knie is. Het zal duidelijk zijn dat bij slijtage in het gewricht tussen boven- en onderbeen het plaatsen van een knieschijfprothese niet zinvol is.

Hoe gaan we op de polikliniek te werk?

Als u zich gemeld hebt op de polikliniek zal de doktersassistente u binnenroepen en naar uw klachten vragen. Vervolgens zal de arts het lichamelijk onderzoek uitvoeren en uw verhaal mogelijk willen verduidelijken door aanvullende vragen te stellen. Daarna zal de arts samen met u naar de vooraf verrichte röntgenfoto’s en eventueel MRI onderzoek kijken. Als er nog aanvullende foto’s noodzakelijk zijn dan worden deze zo mogelijk op dezelfde dag gemaakt, een eventueel MRI onderzoek maakt het noodzakelijk om een nieuwe afspraak te maken. De arts zal u vervolgens vragen hoe u zelf graag de behandeling ziet, en u een advies voor de beste behandeling geven. Bij de keuze voor een operatieve behandeling worden vervolgens afspraken gemaakt bij de opnameplanning en bij de screening door de anesthesioloog.

Resultaat

De lange termijn resultaten van patellofemorale protheses zijn goed. Omdat alleen het patellofemorale gewricht vervangen wordt en het gewricht tussen boven- en onderbeen ongemoeid blijft, is er uiteraard een kans dat in de toekomst plaatsing van een totale knieprothese noodzakelijk is. Recent verricht wetenschappelijk onderzoek in Deventer laat zien dat de kans hierop ongeveer 13% bedraagt na 12 jaar.