Menu
Behandelingen

Diabetes bij kinderen

Wanneer uw kind diabetes heeft, verwijst de huisarts uw kind naar een kinderarts in het ziekenhuis. Meestal blijft uw kind eerst een paar dagen op de Kinderafdeling. In de periode erna komt u bij het kinderdiabetesteam op de polikliniek Kindergeneeskunde.

Afdeling(en)

Contact

(0570) 53 50 80

Hoe kom ik er?

Route 120

Wat is de behandeling van diabetes bij kinderen?

Omdat het lichaam geen insuline meer aanmaakt, is het belangrijk dat uw kind op een andere manier insuline binnenkrijgt. Dit kan niet met een drankje of een tabletje. In de maag zitten sappen die de insuline kapotmaken. Daarom moet uw kind insuline spuiten. Dat kan met een insulinepen of insulinepomp.

Insulinepen

Dat is een soort pen waar u een klein naaldje aan vast maakt. Hiermee spuit uw kind insuline in been, buik of bil.

Insulinepomp

Dat is een apparaatje dat met een slangetje verbonden is aan een naaldje die in de buik, been of bil prikt. In het apparaatje zit insuline. Het apparaatje geeft de hele dag insuline af. Ook zijn er kleine wegwerppompen die worden bediend met een meter die ook functioneert als afstandsbediening.

Samen met u bepaalt de kinderarts welke insuline het beste past en hoeveel en waar die moet toedienen.

Controles

Bij het kinderdiabetesteam komt u iedere 3 maanden voor controle. Natuurlijk kunt u, als het nodig is, ook tussendoor een afspraak maken. Tijdens een controle is het belangrijk dat u het volgende meeneemt:

  • Je meter en - als je spuit - je insulinepen
  • Patiëntenpas
  • Afsprakenkaart
  • Lijstje met vragen

De kinderarts en kinderdiabetesverpleegkundige kijken samen met u naar de diabetes. U kunt het volgende verwachten:

  • Gewicht en lengte meten
  • HbA1c meten
    Om te onderzoeken of de behandeling goed werkt, is het belangrijk om het HbA1c te meten. Het HbA1C wordt gemeten op het spreekuur door middel van een vingerprik. De HbA1C laat zien of de bloedglucosewaarden goed waren over de afgelopen periode.
  • Insulinedosering
    Met de kinderdiabetesteam heeft uw kind regelmatig contact over bloedglucosewaarden. Er is niet altijd evenveel insuline nodig. Het ligt eraan wat uw kind eet, drinkt en doet op een dag. Uw kind kan daarom zelf op een lijst de bloedglucosewaarden bijhouden, en wat het eet en doet. De kinderdiabetesverpleegkundige kijkt of het nodig is om de insulinedosering aan te passen.
  • Bij pompgebruikers worden de bloedglucosewaarden automatisch in de pomp opgeslagen. Als er insuline wordt gespoten, willen we graag de glucosewaarden op een lijst ingevuld, of gedownload uit de meter per e-mail ontvangen. Dit geldt ook voor gebruikers van de Omnipod. Gebruikt uw kind de Medtronic pomp? Dan vragen wij u om je pompgegevens thuis te downloaden en op de website www.medtronic-diabetes.nl te registreren, waarna een gebruikersnaam en wachtwoord de mogelijkheid geven mee te kijken en te adviseren.
    • Controle spuitplaatsen en soms ook de voeten
    • Bloed- en urineonderzoek
      1 keer per jaar vindt er uitgebreid bloed- en urineonderzoek plaats. Het is belangrijk dat er niet teveel glucose in het bloed zit. Zorg dat uw kind altijd goed is ingesteld. Is het dat niet dan kan dat namelijk op den duur zorgen voor nare gevolgen die complicaties worden genoemd. Dat zijn bijvoorbeeld problemen met de ogen, de nieren of voeten. Gelukkig kunnen we deze problemen meestal voorkomen. 1 x per jaar vindt er daarom een uitgebreid bloed- en urineonderzoek plaats. Ook oogcontroles kunnen plaatsvinden. Dat gebeurt meestal pas als uw kind langere tijd diabetes heeft. Oogcontroles zijn afhankelijk van de leeftijd en hoe lang uw kind diabetes heeft.

Aandoeningen