Menu
Aandoeningen

Slijtage (artrose) van de knieschijf

Slijtage van het gewricht tussen de knieschijf (patella) en de glijgoot in het bovenbeen (trochlea) wordt knieschijfartrose of patellofemorale artrose genoemd. Meestal is knieschijfartrose een onderdeel van gegeneraliseerde artrose van het kniegewricht. Slijtage van alleen de knieschijf wordt minder vaak gezien.

Afdeling(en)

Onderzoek en diagnose

Slijtage van enkel de knieschijf, oftewel geïsoleerde patellofemorale artrose, wordt relatief weinig gezien. Meestal komt het voor in combinatie met slijtage van het volledige kniegewricht.

Slijtage van het knieschijfgewricht (patellofemorale artrose)

Bij patellofemorale artrose is alleen het knieschijfgewricht aan de voorzijde van de knie aangedaan. De rest van de knie, dat wil zeggen het gewricht tussen het boven- en onderbeen, is nog goed. Meestal zijn de pijnklachten bij patellofemorale artrose dan ook aan de voorzijde van de knie gelokaliseerd. Ze kunnen uitstralen naar de knieholte en soms naar de buitenzijde van de knie. Kenmerkend is dat de pijn toeneemt bij traplopen en bij lopen op ongelijk terrein. Ook is het lastig uit een stoel op te staan, en bijvoorbeeld op de hurken zitten lukt niet meer goed. Daarnaast zijn er kenmerkende artroseklachten zoals een stijve knie bij het opstaan ’s ochtends, en bij het weer in beweging komen na enige tijd te hebben gezeten. Dat noemen we startpijn. Omdat de rest van de knie niet is aangedaan, is het vaak nog mogelijk om op een vlakke ondergrond een stuk te lopen zonder pijnklachten. Naast pijnklachten kan er sprake zijn van een instabiel gevoel van de knie, of kan de knie bij bepaalde bewegingen blokkeren. Soms reageert de knie zodanig op de artrose dat de knie dik wordt, dit komt door een ontsteking van de binnenbekleding van de knie, het zogenaamde gewrichtsslijmvlies.

De oorzaak is nog niet helemaal duidelijk. Wel is het zo dat de meeste patiënten een instabiele knieschijf hebben. Dit komt bijvoorbeeld door een ondiepe glijgoot aan de voorzijde van het bovenbeen, of door een afwijkende stand van de knieschijf. Soms is de knieschijf zelfs al één of meerdere keren (bijna) uit de kom geweest, of is er in het verleden reeds een operatie uitgevoerd om de knieschijf steviger te maken. Uiteraard kan ook een botbreuk van de knieschijf zorgen voor vroegtijdige slijtage.

Klachten

Het belangrijkste klinische kenmerk is pijn aan de voorzijde van de knie welke toeneemt bij opkomen uit een stoel, knielen, op de hurken zitten en bij langdurig met gebogen knieën zitten ('theaterfenomeen´). Traplopen is pijnlijk, vooral de trap af lopen. De loopafstand is bij patiënten met uitsluitend patellofemorale artrose weinig verminderd in tegenstelling tot bij artrose van het gewricht tussen boven- en onderbeen, omdat de krachten op het knieschijf gewricht tijdens lopen op vlak terrein beperkt zijn.

Onderzoek

Bij het lichamelijk onderzoek worden de stand van het been, de spierconditie van het bovenbeen (zogenaamde quadricepsatrofie) en de sporing van de patella beoordeeld. Pijnklachten bij onderzoek van het gewricht tussen boven- en onderbeen kunnen wijzen op een andere oorzaak van de klachten, zoals meer gegeneraliseerde artrose van het kniegewricht of een meniscusprobleem.
Röntgenfoto's van de knie zijn vaak voldoende om de diagnose te bevestigen. Om zeker te weten dat de artrose alleen in het knieschijf gewricht zit, wordt aanvullend een botscan of MRI aangevraagd.

Onderzoeken