Menu
Onderzoeken

Bloedonderzoek in de zwangerschap

Bij elke zwangere vrouw wordt aan het begin van de zwangerschap bloedonderzoek gedaan. Zo bepalen wij o.a. de bloedgroep, rhesusfactor en de aanwezigheid van irregulaire antistoffen.

Afdeling(en)

Hoe kom ik er?

Route 125
Lees voor

Wat gebeurt er bij een bloedonderzoek in de zwangerschap?

Bloedgroep

Bloedgroepen zijn eiwitten die zich aan de buitenkant van de rode bloedcellen bevinden. Er bestaan meer dan 200 soorten bloedgroepen. De meest bekende is de ‘gewone’ bloedgroep: A, B, AB of O (spreek uit nul). Het is belangrijk uw bloedgroep te weten als u bijvoorbeeld na de bevalling een bloedtransfusie nodig hebt of als uw kind na de bevalling ernstig geel wordt door bloedafbraak.

Rhesusfactor

De rhesusfactor is een andere soort bloedgroep (D). Bij alle zwangere vrouwen wordt de rhesusfactor bepaald. Hiermee bedoelt men bloedgroep D. Verloskundigen of artsen laten bijna altijd de letter D weg als zij over de rhesusfactor spreken. Is een zwangere rhesus-positief is, dan bedoelen zij eigenlijk dat de zwangere rhesus-D positief is. Van alle zwangeren is 85% rhesuspositief. Er zijn dan geen gevolgen voor de zwangerschap. Bij 15% is de rhesusfactor negatief. Omdat dit gevolgen voor het kind kan hebben, is extra bloedonderzoek rond 30 weken en na de bevalling nodig.

Irregulaire antistoffen

Irregulaire antistoffen zijn normaal niet in het bloed aanwezig. Het zijn afweerstoffen tegen andere bloedgroepen dan A en B. Ze kunnen ontstaan na een bloedtransfusie of zwangerschap. Soms hebben zwangeren irregulaire antistoffen zonder duidelijke oorzaak. Als u geen irregulaire antistoffen hebt, dan zijn geen extra maatregelen nodig. Hebt u wel irregulaire antistoffen, dan is meer onderzoek en soms extra controle gewenst.