Menu
Behandelingen

Subcutane immunotherapie bij kinderen

Veel kinderen hebben klachten van allergische ziekten. Dit kan veroorzaakt worden door inademing van stuifmeel (bijvoorbeeld pollen van grassen of bomen), stof (uitwerpselen van huisstofmijt) of huidschilfers van huisdieren.

Bij subcutane immunotherapie spuiten we datgene waar uw kind allergisch voor is in, waardoor uw kind minder heftig reageert op een allergische stof.

Afdeling(en)

Contact

(0570) 53 50 80

Hoe kom ik er?

Route 120

Wat is subcutane immunotherapie?

De behandeling van een allergie bestaat uit 3 stappen:

  1. Het zoveel mogelijk vermijden van de stof, die allergische klachten veroorzaakt (bijvoorbeeld saneren/ gezond maken van de slaapkamer)
  2. Het onderdrukken van de allergische klachten met medicijnen
  3. Het volgen van een injectiekuur met de stof die de allergische klachten veroorzaakt. Dit wordt subcutane immunotherapie (SCIT) genoemd

Subcutane immunotherapie

De injectiekuur wordt altijd gestart in een relatief klachtenvrije periode, bijvoorbeeld voor hooikoorts patiënten ruim voor het pollenseizoen, dus in september of oktober. De injectiekuur bestaat uit 2 fasen:

Instelfase

In de instelfase worden er elke week 1 of meerdere onderhuidse injecties gegeven (in bovenarm of bovenbeen), afhankelijk van het aantal te behandelen allergieën. De arts bespreekt met u en uw kind welke instelfase het beste bij uw kind past. De hoeveelheid wordt in de instelfase wekelijks opgehoogd totdat na een aantal maanden de hoogste dosering is bereikt. Daarna gaat de behandeling over in de onderhoudsfase.

Onderhoudsfase

In de onderhoudsfase wordt gedurende 3 - 5 jaar iedere maand een injectie gegeven. Als de huisarts bekend is met SCIT dan kunnen de vervolginjecties na overleg vaak ook daar gegeven worden. Bij ieder bezoek worden van te voren de reactie op de vorige injectie en de algemene conditie besproken. De injectie kan niet worden gegeven als uw kind ziek of grieperig is. Ook is het belangrijk om veranderingen in medicijnen en recente of geplande vaccinaties door te geven. De week voor en na een vaccinatie mag geen injectie voor SCIT worden gegeven. Net als tijdens de instelfase moet na de injectie altijd minimaal 30 minuten gewacht worden in de nabijheid van de arts om te zien of er een allergische reactie optreedt (zie ook bijwerkingen). De eerste uren na de injectie mag er geen zware lichamelijke inspanning worden verricht.

Effecten

Vaak is er in het eerste seizoen na het starten van de SCIT al een vermindering van klachten merkbaar. In het 2e en 3e jaar wordt vaak nog een verdere verbetering gezien. Er is vooraf geen zekerheid te geven over het uiteindelijke effect. Dat kan variëren van minder klachten bij dezelfde hoeveelheid medicijnen tot helemaal geen klachten zonder medicijnen. Helaas zijn er ook mensen bij wie SCIT helemaal niet helpt.

Risico's en bijwerkingen

De meest voorkomende bijwerkingen zijn zwelling, jeuk of roodheid op de plaats van de injectie. Dit is vaak goed te verhelpen met een zalf of anti-allergietablet (antihistaminicum). In zeldzame gevallen treedt een ernstige reactie op met benauwdheid en/of bloeddrukdaling. Dit komt gelukkig zelden voor, maar is wel de reden waarom een kind na de injectie altijd minimaal een half uur moet blijven.

Deze reactie treedt namelijk bijna altijd binnen 30 minuten op. Zodra uw kind zich niet lekker gaat voelen of klachten krijgt van huid, neus, ogen of longen moet men dat direct laten weten aan de arts of assistent. Er worden dan snel medicijnen gegeven om de allergische reactie tegen te gaan. Het komt zelden voor dat er een paar uur na de injectie klachten ontstaan. Er wordt geadviseerd dan meteen contact op te nemen met de behandelend arts.

Aandoeningen

Downloads