Menu
Aandoeningen

Slijtage van de heup

Het kraakbeen van het heupgewricht kan worden aangetast door slijtage, ook wel artrose genoemd. Dat betekent dat de hoogte van het kraakbeen afneemt en het gewricht meer op elkaar komt te zitten.

Afdeling(en)

Onderzoek en diagnose

Bij artrose kunnen we twee verschillende soorten onderscheiden: primaire en secundaire artrose.

Primaire en secundaire artrose

  • Primaire artrose
    HIer is sprake van een geleidelijke min of meer regelmatige vermindering van de hoogte van de kraakbeenlaag van de heup kop. Deze vorm zien wij veelal bij oudere vrouwen.
  • Secundaire artrose
    Dit betekent later optredend bij een reeds bestaande afwijking. Voorbeelden van die reeds bestaande afwijkingen zijn aangeboren heupafwijkingen, eerdere heupontstekingen, specifieke ziekten van de heup op de kinderleeftijd (ziekte van Perthes, epifysiolysis capitis femoris), een gebroken heup (trauma), het uit de kom schieten van de heup (luxatie), het afsterven van de heupkop (heupkopnecrose).

Klachten

Slijtage van het kraakbeen begint met klachten zoals pijn en stijfheid, vooral bij het opstaan uit bed of van een stoel, of bij het instappen van een auto en bij het traplopen. De pijn wordt aangegeven in de lies en bovenbeen met uitstraling naar de bil en de knie.

Het bewegen van de heup wordt geleidelijk aan steeds pijnlijker en moeilijker, en er ontstaat een mankend looppatroon. Algemene zaken zoals het aandoen van schoenen en veters strikken worden moeilijker. Deze klachten kunnen steeds vaker voorkomen, langer aanhouden en erger worden. Ook kan de pijn zodanig zijn dat uw slaap verstoord wordt.

Scheefstand

Wanneer heupartrose langer bestaat, kunnen zich verkortingen van kapsel en omgevende spieren ontwikkelen. Hierdoor kan het been geleidelijk aan een naar buiten gedraaide stand aannemen. Dit is het duidelijkst te zien aan de voet in staande positie. Ook lijkt het alsof het been steeds korter wordt. Dat is natuurlijk niet zo, maar door verkortingen van kapsel en omgevende spieren wordt het bovenbeen tegen de onderrand van het bekken aangetrokken, en er kan een scheefstand van het bekken ontstaan. Opvallend is dat fietsen vaak lang mogelijk blijft, omdat hierbij maar een beperkte heupbeweeggelijkheid gebruikt wordt.

Onderzoeken