Menu
Aandoeningen

Prostaatkanker

Prostaatkanker is een veel voorkomende ziekte, met name bij mannen boven de 60 jaar. Meestal komt de ziekte aan het licht door een verhoogde PSA-waarde of een knobbeltje op de prostaat, als deze onderzocht wordt door inwendig onderzoek via de anus (rectaal toucher). Over het algemeen geeft het geen klachten.

Onderzoek en diagnose

In het beginstadium zijn er geen klachten. Vaak geeft prostaatkanker zelfs nooit klachten. Het hoeft zelfs niet altijd te worden behandeld. Ontwikkelt u toch klachten en gaat u daarmee naar de huisarts, of ontdekt de huisarts iets tijdens een onderzoek, dan kan hij u doorverwijzen naar onze afdeling Urologie.

Klachten

De meest voorkomende klachten bij prostaatkanker zijn:

  • Plasproblemen
    Pijn bij het plassen, moeite met plassen (de plasbuis loopt door prostaat en wordt afgekneld), bloed in urine.
  • Verandering in sperma
    De prostaat produceert het grootste gedeelte van het sperma. Bij prostaatkanker kunnen de kwaliteit en kwantiteit van het sperma veranderen. Ook kan er bloed in het sperma zitten.
  • Problemen met stoelgang
    Als de kanker zo is gegroeid dat die tegen de endeldarm drukt, dan kan dat de doorgang van de ontlasting bemoeilijken.
  • Pijn in de botten of lymfklieren
    Als de prostaatkanker is uitgezaaid naar de botten of lymfklieren, kan dit daar pijn veroorzaken.

Onderzoeken

Wanneer we onderzoek doen naar prostaatkanker krijgt u allereerst een bloedonderzoek. In de prostaat wordt een stof aangemaakt, het Prostaat Specfiek Antigeen (PSA). Een verhoging van PSA in het bloed duidt op afwijkingen in de prostaat. Als het PSA-gehalte hoog is, worden er aanvullende onderzoeken verricht:

  • Rectaal touche. Via de endeldarm wordt de prostaat op de tast gecontroleerd op afwijkingen.
  • Echo-onderzoek: via de endeldarm word een echo-apparaat naar binnen gebracht. De gehele prostaat kan hiermee worden afgebeeld en eventuele afwijkingen opgespoord. Het echo-onderzoek is een essentieel deel van de zoektocht naar prostaatkanker, omdat weefselmonsters (biopsie) op geleide van het echo-beeld worden genomen.
    Biopsie: onder verdoving worden stukjes weefsel uit de prostaat weggenomen met behulp van een biopsienaald. Deze stukjes weefsel worden onderzocht in het laboratorium. Alleen hiermee wordt de diagnose prostaatkanker onomstotelijk gesteld.
  • MRI. Voor een nog betere beoordeling van de prostaatkanker kan MRI-onderzoek behulpzaam zijn met name over de preciese omvang van de prostaatkanker en uitgroei buiten de prostaat.
  • MDX test. Dit is een urine onderzoek wat aan kan geven hoe hoog de kans is op prostaatkanker. Aan de hand van de uitslag kan bepaald worden of verder onderzoek nodig is.

De kans op uitzaaiing wordt ingeschat op basis van het PSA-gehalte in het bloed, de structuur van de kankercellen en de grootte van de tumor. Deze inschatting is een kansbereking op basis van gegevens van grote aantallen patiënten met prostaatkanker. Als de kans groot is worden aanvullende onderzoeken uitgevoerd:

  • Botscan: om na te gaan of er uitzaaiingen zijn in de botten. Het zijn met name de botten waarnaar prostaatkanker neigt uit te zaaien.
  • CT-scan van de lymfklieren: om na te gaan of hier uitzaaiingen zijn.
  • Verwijdering van de lymfklieren rond de prostaat. Dit gebeurt met een open operatie of een kijkoperatie via kleine sneetjes in de buik. De lymfklieren worden onderzocht door de patholoog anatoom. Het verwijderen van de lymfeklieren heeft vrijwel geen gevolgen.

Hieronder vindt u meer informatie over enkele onderzoeken.

Onderzoeken