Menu
Behandelingen

Een nieuwe halve knie

Bij deze operatie wordt het aangetaste deel van kniegewricht vervangen door een prothese. Het doel van de behandeling is de pijn te verminderen, de kwaliteit van leven te verbeteren en de functie van de knie te herstellen.

Afdeling(en)

Contact

(0570) 53 51 55

Hoe kom ik er?

Route 75

Hoe gaat de operatie?

Een verpleegkundige begeleidt u in uw bed naar de operatieafdeling. U mag, als u kunt, zich verplaatsen van uw bed naar de operatietafel. De anesthesioloog past de verdoving toe zoals besproken tijdens de Preoperatieve screening. Tijdens de operatie ziet u niet wat er gebeurt.

Een kniegewricht kan geheel of gedeeltelijk worden vervangen. Als de binnenzijde van het kniegewricht is versleten, maar de buitenzijde is nog intact kan alleen de binnenzijde worden vervangen.

Is het kniegewricht als geheel aangetast, dat wil zeggen dat het kraakbeen aan beide kanten zijn aangetast, dan wordt een hele (volledige) knieprothese geplaatst. De orthopeed heeft dit met u besproken.

De orthopedisch chirurg maakt een verticale snee over de knie van ongeveer 10 a 20 cm en opent het gewrichtskapsel. De operatie zelf bestaat uit het weghalen van de versleten gewrichtsvlakken en het vervangen hiervan door een hele of een halve knieprothese. Met een verfijnd richtinstrument worden versleten botdelen van het scheenbeen op maat gemaakt, zodat de prothese erop past. Op het vlak van de botten brengt de chirurg verankeringsgaatjes aan en zet daarin de prothese vast. Tussen de metalen prothese van het bovenbeen gedeelte en het scheenbeengedeelte plaatst de chirurg een kunstof schijfje waarover de prothese schaniert.
De orthopedisch chirurg probeert tijdens de operatie al uit, of het bovenbeen en onderbeen weer echt soepel over elkaar glijden. Ook controleert hij/zij een dag na de operatie met röntgenopnames of de prothese goed is geplaatst. De operatie zelf duurt ongeveer 1,5 uur. Als de operatie klaar is, blijft er een slangetje (infuus) achter in uw arm.

Risico's en bijwerkingen

Bij iedere operatie is er kans op complicaties zoals bloeduitstortingen, bloedingen en infecties. Om de kans op een infectie zo klein mogelijk te maken krijgt u antibiotica via het infuus. Andere specifieke complicaties bij een knieoperatie die zeer weinig voorkomen zijn:

  • Tijdens de operatie kunnen bloedvaten en zenuwen in de omgeving van uw kniegewricht beschadigd of uitgerekt raken. Dit kan gevoelloosheid of slapheid in delen van het geopereerde been tot gevolg hebben. Dit kan verbeteren, dit kan echter 1 jaar duren.
  • Na de operatie kan er trombose en/of een longembolie optreden. Om dit te voorkomen krijgt u antistollingsmiddelen die u volgens voorschrift moet gebruiken.
  • Het kan voorkomen dat de kunstknie op den duur los kan gaan zitten en vervangen moet worden.

Nazorg

Het herstel vergt veel doorzettingsvermogen van u en van de mensen om u heen. Vanaf de operatiedag komt de fysiotherapeut bij u om u oefeningen te laten doen in bed. De verpleegkundige en fysiotherapeut helpen u op een stoel te gaan zitten. U krijgt uitleg over wat u wel en niet mag doen. U moet goed leren lopen met de prothese.

‘s Middags begint u met loopoefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut, totdat u zelfstandig kunt lopen met een looprekje of krukken. U mag uw been daarbij belasten, tenzij de orthopedisch chirurg daarvoor geen toestemming geeft. De fysiotherapeut geeft u instructies hoe u tot 4 weken na de operatie met een looprek/krukken moet lopen.

Download de folder