Menu
Behandelingen

Borstkanker - verwijderen schildwachtklier

Binnenkort wordt u in het Deventer Ziekenhuis behandeld voor een tumor in de borst. Aan u is voorgesteld de schildwachtklier in de oksel te onderzoeken en te verwijderen.

Afdeling(en)

Contact

(0570) 53 50 60

Hoe kom ik er?

Route 77

Wat is een schildwachtklier?

Als een kwaadaardige tumor in de borst zich uitzaait gebeurt dat meestal via de lymfeklieren. De schildwachtklier is de eerste lymfeklier in de oksel die in contact staat met de tumor in de borst. Pas na de schildwachtklier kunnen ook de andere lymfeklieren in de oksel worden aangetast.

Waarom een schildwachtklieronderzoek?

Met een schildwachtklieronderzoek voorkomt uw behandelend specialist het onnodig verwijderen van alle lymfeklieren in de oksel. Als alle lymfeklieren verwijderd worden kan dit namelijk klachten geven zoals: gevoelsstoornissen onder de arm en aan de zijkant van het lichaam, verhoogde gevoeligheid voor infecties aan de arm, bewegingsbeperking van de schouder en een dikke arm (lymfoedeem).

Voor de operatie

Op de verpleegafdeling wordt u ontvangen door een verpleegkundige. U krijgt operatiekleding om aan te trekken. Daarna moet u in bed blijven. Probeer hiervoor nog naar het toilet te gaan.

Tijdens de operatie

De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatiekamer. Op de operatiekamer wordt u onder narcose gebracht zoals de anesthesist met u heeft besproken tijdens het preoperatief spreekuur. Als u onder narcose bent krijgt u een injectie in de borst met een blauwe kleurstof. Deze kleurstof hoopt zich vervolgens op in de schildwachtklier. De chirurg spoort met een apparaat de schildwachtklier op, met behulp van radioactiviteit. De schildwachtklier wordt verwijderd en in het laboratorium onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen.

Als u ook een borstoperatie ondergaat, gebeurt dit tijdens dezelfde operatie (zie voor meer informatie over de borstoperatie de folders ‘Borstkanker - borstbesparende operatie’ en ‘Borstkanker – operatief verwijderen van de borst (ablatie)’.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Als u pijn hebt of misselijk bent, kunt u om medicijnen vragen. Als uw bloeddruk en ademhaling normaal zijn en u goed wakker bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Uw contactpersoon wordt gebeld en geïnformeerd. De blauwe kleurstof die tijdens de operatie wordt ingespoten, kan ervoor zorgen dat uw urine en de ontlasting de eerste dagen na de operatie blauwgroen van kleur zijn. De plaats van inspuiting zal ook gedeeltelijk blauw zijn verkleurd. Deze verkleuring kan nog een jaar te zien zijn. Door de blauwe vloeistof kunt u er grauw uitzien na de operatie. In uitzonderlijke gevallen kan een allergische reactie optreden. Ook heeft u een infuus. Dit mag er meestal dezelfde dag nog uit.

Aandoeningen

Downloads