Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

ONDERZOEK

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Onderzoeken > RNS/EMG-onderzoek

RNS/EMG-onderzoek

U ondergaat dit onderzoek om erachter te komen of u een stoornis in de zenuw-/spierovergang hebt. In deze folder leest u meer over de gang van zaken rond het onderzoek.
 
Wat zijn stoornissen in de zenuw-/spierovergang?
Stoornissen in de zenuw-/spierovergang komen bijvoorbeeld voor bij aandoeningen als Myasthenia Gravis en Lambert Eaton Syndroom.
 
Myasthenia Gravis is een zeldzame auto-immuunziekte waarbij de spieren steeds zwakker worden. Antistoffen in het bloed beschadigen namelijk de verbinding tussen spieren en zenuwen. De spierzwakte neemt toe bij lichamelijke activiteit en af tijdens rust. De ziekte kan plotseling de kop op steken en de symptomen komen en gaan. De mate van spierzwakte verschilt sterk van patiënt tot patiënt: van een lokale vorm waarbij alleen de oogleden zijn aangedaan tot een ernstige vorm waarbij alle spieren zijn aangedaan.
 
Het syndroom van Lambert Eaton (LEMS) is ook een zeldzame (auto-immune) spierziekte. De belangrijkste klachten zijn spierzwakte, vooral van armen en benen, en een droge mond. De ademhalingsspieren en de aangezichtspieren zijn meestal niet aangedaan. Patiënten met LEMS hebben vooral ’s ochtends klachten. Gedurende de dag verbetert de spierzwakte. De spieren trainen kan helpen de symptomen te verminderen.
 
Voorgesteld onderzoek
Uw specialist heeft voorgesteld om bij u onderzoek te doen naar stoornissen in de zenuw-/spierovergang. Bij het RNS (Repetitive Nerve Stimulation) onderzoek wordt gekeken naar eventuele stoornissen in de zenuw-/spierovergang. EMG staat voor Elektro Myo Grafie; bij dit onderzoek wordt de werking van zenuwen en spieren gemeten en geregistreerd.
 
Risico’s
Tijdens het onderzoek krijgt u via een apparaatje een aantal series schokjes. Deze stroomschokjes zijn volstrekt ongevaarlijk, maar kunnen vreemd aanvoelen. Soms is het nodig om een serie schokjes heel kort na elkaar toe te dienen. Uw spier komt daardoor in een soort kramptoestand. Deze kramp is tijdelijk en is verdwenen zodra het onderzoek klaar is.
 
Hoe kunt u zich voorbereiden?

  • Heeft u een ICD (een implanteerbare cardioverter defibrilator)? Geef dit voor het onderzoek door aan de KNF afdeling. Zo nodig wordt het EMG onderzoek aangepast.
  • Wilt u uw huid voor dit onderzoek schoonmaken en niet invetten met een lotion, olie of crème? Deze middelen kunnen de meting beïnvloeden. Ook koude spieren beïnvloeden de meting. Zorg er daarom voor dat uw handen en voeten warm zijn.

Meenemen
Wilt u als u naar het ziekenhuis komt uw patiëntenpas meenemen?
  
Melden
U komt op de dag en tijdstip die met u zijn afgesproken naar de afdeling Klinische Neurofysiologie, route 81 (Neurologie/KNF). U kunt zich melden bij de balie en plaatsnemen in de wachtruimte.

Voor het onderzoek
Als u aan de beurt bent, roept de laborant(e) u binnen in de onderzoekskamer.
  
Hoe verloopt het onderzoek?
2 laboranten voeren het onderzoek uit. U gaat liggen op de onderzoekstafel. Een van de laboranten brengt op verschillende plaatsen op uw lichaam elektroden aan. Dat zijn kleine metalen plaatjes die op de huid boven een spier worden geplakt. Via een apparaatje krijgt u een aantal series stroomschokjes toegediend. Deze stroomschokjes zijn volstrekt ongevaarlijk, maar kunnen vreemd aanvoelen. De elektroden vangen elektrische schokjes op en geven signalen door aan de computer, waar ze als grafiek op het beeldscherm verschijnen. Na elke serie schokjes volgt een korte rustperiode. De laborant vraagt u ook om uw spieren een paar keer kort aan te spannen. Daarbij wordt bekeken of het signaal van de spier verandert, wat zou kunnen duiden op een stoornis in de spier-/zenuwovergang.
 
Tijdsduur
Het onderzoek duurt ongeveer 15 tot 30 minuten.
 
Na het onderzoek
Meteen na het onderzoek mag u weer naar huis toe gaan. De stroomschokjes die u hebt gekregen kunnen geen kwaad en u heeft er na het onderzoek geen last meer van.
 
Uitslag
De uitslag van het onderzoek krijgt u van uw specialist. U maakt hiervoor een afspraak op de polikliniek Neurologie. Meestal is dit 1 à 2 weken na het onderzoek. Soms kunt u meteen na op het onderzoek bij de specialist terecht.
 
Vragen/ verhinderd?
Hebt u vragen dan kunt u die stellen aan uw behandelend specialist. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 tot 12.00 en van 13.00 tot 16.30 uur naar de polikliniek Neurologie, tel. (0570) 53 50 56. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door.