Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

ONDERZOEK

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Onderzoeken > Nierbiopsie

Nierbiopsie

Hieronder wordt in grote lijnen de gang van zaken bij een nierbiopsie beschreven. Aangezien er voorbereiding en nazorg nodig zijn om dit onderzoek goed te laten verlopen, wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Interne Geneeskunde en Nefrologie (nierziekten). De opname duurt doorgaans 2 dagen. De nierbiopsie zelf vindt plaats op de afdeling Radiologie.

Wat is een nierbiopsie?
Bij een nierbiopsie wordt met een lange naald een stukje weefsel, ter grootte van een halve lucifer, uit de nier genomen. Het weefsel wordt op het laboratorium onderzocht om de aard en ernst van de nierziekte vast te stellen. Op het weefsel worden verschillende bewerkingen toegepast. Daarom duurt het meestal 5 dagen voor de uitslag bekend is.
 
Voorbereiding
Een week voor de nierbiopsie moet u stoppen met het innemen van bloedverdunners, zoals ascal, aspro cardio, acenocoumarol (Sintrom) of fenprocoumon (Marcoumar). Als het nodig is om in plaats daarvan tijdelijk bloedverdunnende injecties te krijgen, bespreekt de arts dat vooraf met u. Als u nog andere medicijnen gebruikt, overleg dan met uw behandelend arts welke medicijnen u mag blijven gebruiken en welke u tijdelijk moet stoppen. Voor de nierbiopsie wordt onderzocht of uw bloed voldoende snel stolt. Om de kans op een bloeding zoveel mogelijk te voorkomen, krijgt u zo nodig medicijnen toegediend.
 
Dag van het onderzoek
U wordt ’s ochtends op de afdeling Interne geneeskunde en Nefrologie opgenomen. U mag voor dat u naar het ziekenhuis komt nog een licht ontbijt gebruiken (kop thee met een beschuit met jam). Daarna mag u niets meer eten of drinken.
 
Een verpleegkundige wijst u uw kamer, maakt u wegwijs op de afdeling, noteert gegevens van u en zal eventuele vragen of onduidelijkheden beantwoorden. Tevens worden uw bloeddruk, pols en temperatuur gemeten. Er wordt ook bloed afgenomen voor onderzoek van de stolling.
 
Een half uur vóór het onderzoek trekt u een t-shirt of pyjamajasje aan. Uw onderbroek mag u aanhouden. U wordt door medewerkers van het patiëntenvervoersteam in uw bed naar de afdeling Radiologie gebracht.
 
Onderzoek
Tijdens het onderzoek zijn een radioloog, analist van de het  Pathologie-anatomisch laboratorium en een medewerker van de afdeling Radiologie aanwezig. De biopsie gebeurt via de rug, waarbij u op de buik ligt. Meestal legt de medewerker een rol onder uw buik, waardoor de nier makkelijker is aan te prikken. Dit kan voor u een onprettige houding zijn, maar is noodzakelijk voor het slagen van het onderzoek. Tijdens het onderzoek is het belangrijk dat u zo stil mogelijk blijft liggen. De arts zal rondom de biopsieplaats een steriel gebied maken om zo schoon mogelijk te kunnen werken. De juiste plek van de biopsie wordt bepaald met een echo-apparaat. Dit apparaat werkt met geluidsgolven, waar u niets van voelt.
 

Het gebied rondom de biopsieplaats wordt goed schoongemaakt met desinfecterende vloeistof. Vervolgens wordt de huid verdoofd door met een naald wat verdovingsmiddel rondom de biopsieplaats in te spuiten. Het verdoven voelt als kleine speldenprikjes en wordt over het algemeen niet als pijnlijk ervaren. De arts vraagt u diep in te ademen. Het middenrif duwt zo de nier onder de ribben vandaan, waardoor die makkelijker is aan te prikken. De arts maakt een klein sneetje in de huid voor de biopsienaald. Met deze naald wordt een stukje weefsel uit de nier gehaald. Dit kan soms wat pijnlijk zijn. Direct nadat de naald is verwijderd, voert de arts druk uit op de punctieplaats om een nabloeding te voorkomen. Nadien wordt er nog druk uitgeoefend door middel van een zandzakje. Direct na het onderzoek neemt de analist het nierweefsel mee naar het pathologisch-anatomisch laboratorium. De totale duur van het onderzoek is ongeveer 45 minuten.
 

Na het onderzoek
Na het onderzoek moet u het eerste uur platte bedrust houden terwijl u op het zandzakje ligt. Dit houdt in dat u volkomen plat moet liggen en niet overeind mag komen. Dit om nabloeding te voorkomen. Daarna moet u tot de volgende dag bedrust houden. U mag nu wel overeind zitten. Nadat u terug bent gekomen van het onderzoek, worden de bloeddruk en pols regelmatig gecontroleerd door de verpleegkundige. Ook de punctieplaats zal op na bloeden gecontroleerd worden.
 
De dag na het onderzoek

De verpleegkundige vraagt u, urine op te vangen voor onderzoek. Ook wordt er bloed bij u afgenomen. Zo kan worden vastgesteld of u na het onderzoek nog bloed hebt verloren. De bedrust wordt pas opgeheven, als zowel de uitslag van de urine en het bloed bekend is en goed is.

 
Als de uitslag van bloed en urine goed is mag u in de meeste gevallen diezelfde dag rond 12 uur naar huis. U krijgt een afspraak mee voor de polikliniek. Hier zal de arts met u de uitslag van het onderzoek bespreken. 
 
Complicaties
De nier is een rijk doorbloed orgaan. Het is daarom mogelijk dat er door de biopsie een bloeding optreedt. Om dit in de gaten te houden, is opname noodzakelijk. Soms wordt er bloed in de urine gevonden of kan het bloedgehalte (Hb) gedaald zijn. Dan blijft de bedrust voor nog eens 24 uur gehandhaafd en de volgende dag wordt opnieuw urine opgevangen en bloed afgenomen. Zelden is het bloedverlies zodanig dat een bloedtransfusie noodzakelijk is.
 
Vragen?
Wanneer u nog vragen hebt, zal de behandelend arts of de verpleegkundige deze graag beantwoorden. U kunt ook bellen naar Radiologie, tel. (0570) 53 51 35, verpleegafdeling Interne Geneeskunde - Nefrologie, tel. (0570) 53 53 65, polikliniek Nefrologie Interne, tel. (0570) 53 50 70.