Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

ONDERZOEK

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Onderzoeken > Dubbelblind voedselprovocatietest bij kinderen

Dubbelblinde voedselprovocatietest bij kinderen

Uw kind heeft mogelijk een allergie voor een voedingsmiddel (voedselallergie). Binnenkort komt uw kind naar het ziekenhuis voor een voedselprovocatietest. In deze folder krijgt u uitleg over de test. Het is belangrijk dat u deze informatie zorgvuldig doorleest en de folder bewaart tot de test is afgerond.
 
Omschrijving onderzoek
Bij een voedsel provocatietest krijgt uw kind 2 keer, op verschillende dagen, een testvoeding in opklimmende hoeveelheden aangeboden. De ene keer gaat het om testvoeding waar het verdachte voedingsmiddel niet in zit (dit noemen we de placebovoeding), de andere keer om testvoeding waar het verdachte voedingsmiddel wel in zit (de verumvoeding). Tijdens en na het toedienen van de testvoeding wordt nauwkeurig bijgehouden welke verschijnselen uw kind vertoont.
 
Op de testdag weten zowel u en uw kind, de arts, diëtist en verpleegkundige niet in welke testvoeding het allergeen verstopt zit. De testvoedingen zijn van een code voorzien. Deze code blijft gesloten tot 1 week na de laatste testdag. 
 
Voorbereiding thuis

  • 4 weken vóór de test mag uw kind het verdachte voedingsmiddel niet eten of drinken. Heeft u vragen over bepaalde voedingsmiddelen, overleg dan met de diëtiste van het Deventer Ziekenhuis. Voorafgaand aan provocatietest heeft u altijd een afspraak met de diëtiste. Deze bespreekt met u het dieet. De kinderen die voor een koemelktest komen, gaan niet vooraf naar de diëtiste.
  • Kinderen mogen vóór 7.00 uur een licht ontbijt welke past binnen het dieet van uw kind. Bijvoorbeeld beschuit met jam zonder boter, een glas ranja, appelsap of thee evt. met suiker of honing.
  • Baby’s en kinderen tot 2 jaar mogen vóór 7.00 uur nog een flesvoeding.
  • Tijdens de test wordt alleen de testvoeding gegeten of gedronken tenzij de verpleegkundige in overleg anders beslist.
  • Anti-histaminica (medicijnen tegen de allergie): 3 dagen voor de 1e en 2e testdag stoppen
  • Astma moet volledig stabiel zijn. Afgelopen 2 weken mag geen prednison gebruikt zijn. Indien Ventolin/ Salbutamol puff  48 uur voorafgaand aan de testdag gebruikt is, overleggen met de kinderafdeling.
  • Eczeem moet goed onder controle zijn, hormoonzalf mag gebruikt tot de avond voor de testdag.
  • Hooikoorts mag niet actief zijn, neusspray mag doorgebruikt worden.
  • Niet ziek zijn of recent contact met kinderziektes hebben gehad.
  • Bij gebruik van antibiotica in de periode voor de test, overleggen met de Kinderafdeling. Bij gebruik van antibiotica in de periode voor de test, overleggen met de kinderafdeling.
  • Geen vaccinaties 1 week voor en/of na provocatie.
  • Bij verandering van voeding in de periode vóór de opname, geef dit door aan de kinderafdeling.
  • Wanneer de afgelopen maanden een allergische reactie heeft plaatsgevonden op het voedingsmiddel wat getest wordt, overleggen met de kinderafdeling.

Wanneer bloedonderzoek en/of een huidpriktest langer dan 6 maanden voor de provocatie gedaan is kan het mogelijk zijn dat deze nogmaals gedaan moet worden. U ontvangt hiervan dan bericht.

Het onderzoek

1e en 2e  testdag
De kinderarts of verpleegkundig specialist zal eerst de hele huid van uw kind beoordelen en naar de longen luisteren. Daarnaast zal de verpleegkundige een aantal metingen verrichten, gewicht, bloeddruk, hartslag, temperatuur. Als er geen bijzonderheden zijn kan de test starten.
 
Als er veranderingen optreden bij uw kind tijdens of na de test, meldt u dat direct aan de verpleegkundige. In overleg met de verpleegkundig specialist en (arts assistent)kinderarts wordt vervolgens gekeken of de test gestaakt moet worden of dat deze verder kan gaan. Indien nodig krijgt uw kind medicatie toegediend om de reactie te stoppen.
 
Als er geen reactie heeft plaatsgevonden kan uw kind 2 uur na de laatste testvoeding naar huis. Heeft er wel een reactie plaatsgevonden dan is dit 4 uur na de laatste medicatiegift.
 
Minimaal 1 week later vindt de tweede testdag plaats. Ook als uw kind op de eerste testdag duidelijk heeft gereageerd. De code wordt nog niet verbroken. Alleen op deze manier kan duidelijk worden aangetoond of de reactie veroorzaakt is door een voedselallergie.
 
Heeft uw kind beide dagen geen reactie vertoond, dan krijgt uw kind op de tweede dag het voedingsmiddel als laatste stap in pure vorm aangeboden. Echter bij een koemelkprovocatie geldt dit alleen voor kinderen ouder dan 2 jaar. 
 
Complicaties
Heel af en toe is er thuis nog sprake van een allergische reactie. De heftigste reacties zullen echter binnen 2 uur na inname van de testvoeding optreden. Aan het einde van de testdag krijgt u  een brief met adviezen mee waarin vermeld staat wat te doen bij een reactie thuis. 
 
Uitslag
Eén tot twee weken na de testdag wordt u gebeld om de uitslag van de provocatietest te bespreken. 
 
Behandeling
Indien er sprake is van een voedselallergie, wordt onder begeleiding van de diëtist het dieet aangepast.
Indien er geen sprake is van een voedselallergie mag uw kind het betreffende voedingsmiddel thuis gaan eten.

Vragen?
Als er naar aanleiding van deze folder nog vragen zijn kunt u deze mailen naar allergologie@dz.nl

Er is een fotopresentatie van een voedsel provocatietest die u thuis samen met uw kind kunt bekijken. Ga naar www.dz.nl/kinderabcd, voedselallergie bij kinderen, klik op de fotopresentatie.