Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Voedingsadviezen bij (risico) op ondervoeding

Voedingsadviezen bij (risico) op ondervoeding

Tijdens uw polikliniekbezoek is naar voren gekomen dat u risico loopt op ondervoeding. Iemand met ondervoeding eet en drinkt minder dan nodig is en krijgt hierdoor minder energie en voedingsstoffen binnen. Oorzaken voor ondervoeding kunnen heel uiteenlopend zijn. Ondervoeding leidt tot gewichtsverlies, afname van spierkracht en uw reserves worden gebruikt. Hierdoor kunt u zich minder fit voelen, bent u sneller moe en heeft u daardoor minder zin om te eten en te bewegen. Daarnaast kunt u vatbaarder worden voor andere ziektes. U krijgt het advies om energie- en eiwitrijke voeding te gebruiken om ondervoeding te voorkomen. Hier leest u hoe u dat kunt doen.

Wat is energie en eiwitrijke voeding?
Energie is een andere naam voor brandstof. Het is nodig om te kunnen bewegen, te denken en om het lichaam warm te houden. Eiwitten zijn de bouwstenen voor het lichaam. Eiwit is nodig voor de opbouw en voor het herstel van bijvoorbeeld spieren en de huid. Energie zit vooral in vetten en koolhydraten. Eiwitten zitten vooral vlees, vis, gevogelte, melk(producten), kaas, eieren, brood, granen (rijst, pasta e.d.) en peulvruchten (bijv. bonen en linzen) en noten.

Om een tekort tegen te gaan zou u het volgende kunnen eten:

  • 3-4 melkproducten (minimaal ½ liter) per dag.
  • Een melkproduct na de warme maaltijd.
  • 4 snee brood met hartig beleg (zoals plak kaas, vleeswaren, pindakaas, ei of vis).
  • Gebruik van een ruim portie vlees/vis (100-125 gram rauw) per dag. Dit kan eventueel vervangen worden door vegetarische vleesvervangers, ei of peulvruchten
  • Probeer daarnaast 3 keer daags een tussendoortje te nemen.

Algemene tips

  • Eet regelmatig. Streef naar 6 - 8 eetmomenten per dag.
  • Varieer in keuze, smaak en kleur.
  • Neem de tijd om iets te eten of te drinken.
  • Probeer samen met anderen te eten. Dit verhoogt de eetlust.
  • Maak maaltijden die weinig bereidingstijd nodig hebben of maak gebruik van een maaltijdservice ( bijvoorbeeld Tafeltje dekje). Zij kunnen u (zelfs voor maar een aantal dagen in de week) voorzien van een warme maaltijd.
  • Zorg voor lichaamsbeweging. Een kleine wandeling in de buitenlucht kan de eetlust bevorderen.

Weeg u wekelijks
Houdt uw gewicht bij door 1 keer per week (op dezelfde) weegschaal te wegen. Zo kunt u veranderingen in uw gewicht volgen. Bel de diëtist of uw huisarts als er gedurende 3 weken achter elkaar gewichtsverlies optreedt.

Voedingstips en variatiemogelijkheden
Hieronder leest u tips om uw voeding energie- en eiwitrijker te maken.

Alle maaltijden

  • Gebruik altijd volle melkproducten in plaats van halfvolle, zoals volle (chocolade)melk, volle (vruchten)yoghurt, volle kwark, roomijs.
  • Maak royaal gebruik van vet. Onopgeklopte room is makkelijk verteerbaar. Voeg room of margarine toe aan: melk, karnemelk, pap, vla, kwark, yoghurt, vruchtenmoes, aardappelpuree.

Broodmaaltijden

  • Vul de broodmaaltijd aan met pap, vla of yoghurt.
  • Besmeer het brood dik met boter of (dieet)margarine en gebruik dubbel beleg.
  • Vervang de broodmaaltijden eens door een maaltijdsoep (erwtensoep, bruine bonensoep, minestronesoep).Let op: bouillon bevat weinig energie en eiwit. Het kan wel eetlust opwekken, eet deze dan een half uur voor de maaltijd.
  • Varieer met verschillende broodsoorten. Denk hierbij aan croissants, roggebrood, rozijnenbrood, (krenten)bolletjes, suikerbrood, crackers, beschuit of toast.
  • Een opgewarmd hapje van de vorige dag te gebruiken.
  • Maak een tosti.
  • Neem eens een snack op de boterham, zoals: gebakken ei, kroket, slaatje, ragout.

Warme maaltijd

  • Neem 1 uur vóór de warme maaltijd een goed gevulde soep. Voeg aan gebonden soep extra room toe.
  • Maak de gekookte groente, aardappelpuree, stamppot of eenpansgerecht af met een klontje boter, een sausje of geraspte kaas.
  • Varieer met vlees in de vorm van ragout of (koude) vleeswaren.
  • Neem een ruime portie jus.
  • Varieer met aardappels. Wissel af met aardappelpuree, gebakken aardappels, frites, macaroni, spaghetti of rijst.
  • Neem extra appelmoes, rabarber, stoofpeertjes of compote bij het eten.

Tussenmaaltijden
Goede keuzes zijn:

  • Volle (vruchten)yoghurt of volle vla. Voeg eventueel extra suiker, fruit of vruchtenmoes toe.
  • Yoghurt- of dubbeldrank.
  • Een cracker of beschuit met boter en (dubbel) beleg.
  • Een snee krenten- of rozijnenbrood(bol) of ontbijtkoek met een dikke laag boter.
  • Blokjes kaas, plakjes vleeswaren, vette vis (bijv. zalm, haring, makreel of paling), een handje noten, chips en zoutjes.
  • Toastjes met bijvoorbeeld brie, roomkaas, filet American, gerookte zalm, paling of salade.

Vragen?
Hebt u nog vragen na het lezen van deze informatie dan kunt u terecht bij uw (huis)arts of diëtist.

Context menu