Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Transport IVF Deventer-Zwolle

Transport IVF Deventer - Zwolle

De voor u liggende informatie is een handleiding over de IVF en IVF-ICSI-behandeling zoals die in Deventer in samenwerking met de Isala klinieken, te Zwolle plaats vindt. Dit is geschreven als extra voorbereiding en ondersteuning bij uw behandeling, u kunt er thuis nog eens iets in opzoeken.

De IVF-behandeling wordt in Nederland al jaren toegepast maar nog steeds vinden regelmatig (kleine) veranderingen plaats. De mogelijkheid bestaat, dat een aantal zaken die in deze informatie staat ten tijde van uw behandeling anders kunnen zijn. Wij vragen uw begrip hiervoor.

Uiteraard staan wij altijd open voor aanvullingen of opmerkingen.

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u die altijd voor of tijdens de IVF-behandeing aan één van de teamleden stellen. Het kan handig zijn uw vragen vast op papier te zetten.

Wij wensen u veel succes bij uw behandeling.

Het transport IVF-team  te Deventer.

Telefonisch spreekuur op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 12.30 tot 13.30 uur, tel.: 0570 535102 of mail naar voortplantingsgeneeskunde@dz.nl

Mei, 2017



Vruchtbaarheidsbehandeling: In vitro fertilisatie (IVF) en intracytoplasmatische spermacelinjectie (ICSI)

 
U heeft met de gynaecoloog gesproken over een IVF (in vitro fertilisatie)- of ICSI (intracytoplasmatische spermacelinjectie)- behandeling. Dit zijn behandelingen waarmee we u willen helpen uw kinderwens te vervullen. Voordat u de behandeling gaat starten, raden wij u aan deze informatie goed door te lezen. Hierin wordt de IVF/ICSI-behandeling in grote lijnen besproken, zoals die in het Deventer ziekenhuis wordt uitgevoerd. In de uitvoering en behandelschema’s kunnen verschillen optreden, omdat de behandeling wordt aangepast aan uw persoonlijke situatie. Mocht u vragen hebben over deze informatie, dan kunt u die met uw behandelend arts of de verpleegkundige bespreken. 
 
IVF en ICSI: wat houden ze in?
In dit hoofdstuk leggen we in het kort uit wat IVF en ICSI inhouden, wat het verschil ertussen is en wie voor deze behandelingen in aanmerking komen. 
 
IVF in het kort
IVF is een van de behandelingen die gebruikt wordt bij verminderde vruchtbaarheid. In vitro fertilisatie (IVF) betekent letterlijk: in glas bevruchting, en wordt in Nederland ook wel reageerbuisbevruchting genoemd. Om bevruchting te laten plaatsvinden worden in het fertiliteitslaboratorium eicellen samengebracht met zaadcellen.

 Tijdens een normale menstruatiecyclus rijpt er elke maand slechts één eicel in de eierstokken. Bij de IVF-behandeling wordt geprobeerd met hormonale stimulatie meerdere (vijf tot tien) eicellen tegelijkertijd te laten rijpen om zo de slagingskans te vergroten. Een follikel is een ei-blaasje gevuld met vocht en bevat een eicel (zie afbeelding). Door middel van een punctie worden de follikels via de vagina één voor één aangeprikt en wordt de vloeistof met de eicellen weggezogen en opgevangen.
 
Transport-IVF
Bij transport-IVF wordt er tussen twee klinieken samengewerkt. In de ene kliniek vindt de eicelstimulatie en de eicelpunctie plaats. In de andere kliniek wordt de eicel bevrucht en teruggeplaatst. In ons geval betekent dit dat de eicelstimulatie en de eicelpunctie plaatsvinden in het Deventer Ziekenhuis. De bevruchting (laboratoriumgedeelte van de IVF-behandeling) en de terugplaatsing vinden plaats in de Isalaklinieken te Zwolle.
 

Afbeelding 1: follikel 
 
Als er eigen sperma wordt gebruikt, levert de man na de punctie een potje met sperma in op de fertiliteitsafdeling in Zwolle. In het laboratorium worden de goede zaadcellen met een speciale behandeling uit het sperma gehaald. Hierna worden de geoogste eicellen en goede zaadcellen in een schaaltje bij elkaar gebracht. Er ontstaat een bevruchte eicel, wanneer een eicel en zaadcel samensmelten (bevruchting).

Als de bevruchte eicel zich goed deelt en ontwikkelt, vormt zich een embryo. Dit embryo wordt in de baarmoeder geplaatst. Een zwangerschap ontstaat als dit embryo zich innestelt en zich verder ontwikkelt. Dit gebeurt in ongeveer 25 tot 30 procent van de IVF-behandelingen. De uiteindelijke kans op de geboorte van een kind is gemiddeld 20 procent per IVF-poging.
 
Wie komt in aanmerking voor IVF?
U kunt in aanmerking komen voor IVF als bij u en/of uw partner er sprake is van:

 

  • afgesloten of verwijderde eileiders
  • uitblijvende zwangerschap gedurende langere tijd zonder dat er een oorzaak is gevonden; deze tijd is afhankelijk van uw leeftijd en andere factoren
  • uitblijvende zwangerschap na andere behandelingen voor verminderde vruchtbaarheid, bijvoorbeeld intra-uteriene inseminatie (IUI) of na een vruchtbaarheidsbevorderende operatie
  • uitblijvende zwangerschap na minimaal twaalf donorinseminaties
  • ernstige endometriose
  • verminderde spermakwaliteit
  • hormonale stoornissen
  • verminderde werking van de eierstokken
  • eiceldonatie, bijvoorbeeld als uw eierstokken geen (goede) eicellen aanmaken.

IVF in combinatie met erfelijk (genetisch) onderzoek of draagmoederschap vindt niet  in het Isala Fertiliteitscentrum plaats. Hiervoor verwijzen wij u door naar een andere IVF-kliniek in een academisch ziekenhuis.

ICSI in het kort
ICSI is geen op zichzelf staande behandeling, maar een vorm van IVF. Het grootste deel van de behandeling is hetzelfde als bij een IVF-behandeling. Alleen het laboratoriumgedeelte is anders. Bij ICSI worden de zaadcellen niet aan de eicellen toegevoegd, maar wordt bij alle verkregen eicellen één zaadcel ingebracht met behulp van een heel dun glazen buisje (pipet). Als alle eicellen geïnjecteerd zijn, worden ze in een schaaltje gezet met kweekvloeistof. Dit schaaltje wordt in een kweekstoof bewaard. Net als bij IVF is het dan wachten op de bevruchting, zodat na een aantal dagen een embryo in de baarmoeder kan worden geplaatst. 


Afbeelding 2: IVF- en ISCI-behandeling 
 

Wie komt in aanmerking voor ICSI?
U kunt in aanmerking komen voor ICSI als bij u en/of uw partner er sprake is van:

  • een zeer laag aantal zaadcellen, dat wil zeggen: minder dan 1 miljoen bewegende zaadcellen in het totale opgewerkte spermamonster; dit sperma is niet geschikt voor IVF
  • het uitblijven van de bevruchting van alle eicellen bij een IVF-behandeling 
  • een bevruchting van minder dan 20 procent van de eicellen bij een IVF-behandeling.

Wie komt niet in aanmerking voor IVF/ICSI?
In bepaalde gevallen zijn er belemmeringen tegen het starten van een IVF- of ICSI-behandeling.
 
Ernstige aandoeningen en ziekten
Bepaalde aandoeningen en ziekten kunnen een bezwaar zijn voor het ondergaan van een IVF- of ICSI-behandeling. Hierbij moet u denken aan ernstige diabetes (suikerziekte) en/of overgewicht bij de vrouw (BMI > 35), ernstige nierfunctiestoornissen, bepaalde stollingsstoornissen en hartafwijkingen of het onder behandeling zijn voor een kwaadaardige ziekte. Zowel de behandeling op zichzelf als een eventuele zwangerschap kunnen voor deze vrouwen een te groot medisch risico betekenen. Het kan dan onverantwoord zijn om aan een IVF- of ICSI-behandeling te beginnen. Als door een ernstige kwaadaardige ziekte de levensverwachting bij de vrouw of haar partner ernstig verkort is, zijn er bepaalde voorwaarden waaraan de vrouw en haar partner moeten voldoen. Een behandeling is niet bij voorbaat uitgesloten. Het besluit over wel of niet starten van de behandeling zal in nauwe samenwerking met het IVF-team en de medisch specialist of oncoloog worden genomen. 
 
Psychische aandoeningen en/of psychosociale omstandigheden en verslavingen
Psychische aandoeningen en/of psychosociale omstandigheden en verslavingen kunnen leiden tot een negatief advies van het IVF-team. Dit gebeurt in nauw overleg met een psycholoog, psychiater, maatschappelijk werkende of het medisch ethisch beraad.
 
Bepaalde infectieziekten
Patiënten die besmet zijn met het hiv-virus (aids), kunnen niet bij ons behandeld worden in verband met het risico op besmetting van partner, kind en/of andere patiënten. Zij worden doorverwezen naar het AMC in Amsterdam. Deze kliniek beschikt over de mogelijkheid het sperma te verdunnen, zodat de kans op besmetting met het virus zeer klein is. 
 
Hepatitis B-positieve patiënten kunnen bij ons alleen een IVF-behandeling ondergaan. Volgens de Nederlandse richtlijnen doen we bij hen geen ICSI-behandeling, omdat de kans groot is dat met de ICSI-techniek het virus in de eicel wordt gebracht. Het is onbekend hoe groot de risico’s en effecten van het virus zijn op de foetus. 
 
Leeftijdgrens
In de meeste klinieken bestaat er voor IVF-behandelingen een bovengrens tot 43 jaar (voor vrouwen). Boven deze leeftijd worden er in principe geen IVF- en ICSI-behandelingen meer uitgevoerd. Ook wij hanteren deze grens. Hiermee volgen wij de landelijke richtlijn. De reden voor deze leeftijd is dat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de kans op een levend geboren kind na 42 jaar sterk daalt terwijl de risico’s bij een eventuele zwangerschap en bevalling toenemen. Plaatsing van ingevroren embryo’s is mogelijk voor vrouwen tot 45 jaar. 
 
Waar wordt IVF/ICSI uitgevoerd?
In Nederland worden in meerdere ziekenhuizen IVF- en ICSI-behandelingen uitgevoerd. In totaal zijn er dertien ziekenhuizen die de gehele behandeling verzorgen; dit zijn de IVF-centra. De adresgegevens van deze ziekenhuizen vindt u op de website: www.fertiliteit.info/content/centra/fertiliteitscentra.
 
Er zijn ook ziekenhuizen die alleen de behandeling tot en met de punctie doen; zij worden transport-IVF-klinieken genoemd. De transportklinieken waarmee het Fertiliteitscentrum Isala samenwerkt, bevinden zich in Deventer, Enschede en Drachten/Heerenveen.
 
De patiënten (meestal de partners) die in deze ziekenhuizen onder behandeling zijn, brengen na de punctie het opgevangen vocht van de ei-blaasjes met de eicellen zelf in een speciale container naar de Isala kliniek. Hier vindt dan de bevruchting in het laboratorium plaats en later in onze polikliniek ook de embryoplaatsing.

Gang van zaken vóór de start van een IVF/ICSI-behandeling
Hier gaan we in op de stappen die u doorloopt vóór de start van de IVF/ICSI-behandeling. 
 
Intakegesprek
Voordat u begint met een IVF- of ICSI-behandeling heeft u een intake- of startgesprek bij de gespecialiseerde verpleegkundigen voortplantingsgeneeskunde van het Deventer ziekenhuis. 
 
Dit gesprek, duurt ongeveer een uur  Zij geeft uitleg over de gang van zaken tijdens de behandeling en vertelt u hoe en wanneer u met de behandeling kunt beginnen. U krijgt een behandelschema mee met daarop de doseringen van alle medicijnen. Een aantal daarvan wordt via injectie toegediend. Het schema geeft een duidelijk overzicht van de volgorde van alle onderdelen van de behandeling. Tijdens dit intakegesprek krijgt u ook prikinstructie, zodat u zelfstandig de injecties onderhuids kunt toedienen. Dit is niet moeilijk aan te leren. Eventueel kan uw partner de injecties ook toedienen. 
 
Wachttijd
Ons streven is om u na deze intakegesprekken binnen maximaal twee maanden in te plannen voor IVF of ICSI. Als u bent gestart met IVF of ICSI, dan is de wachttijd tussen twee behandelingen ook minimaal twee maanden. Dit is nodig om het lichaam even rust te geven. 
 
Screening
Tijdens het eerste intakegesprek bespreken we met u dat u beiden op een aantal infectieziekten wordt gescreend. Deze screening is alleen noodzakelijk bij een ICSI behandeling. Tevens zal er van de vrouw een  bloedbeeld (o.a. hemoglobine gehalte, lever- en nierfuncties). De uitslag hiervan wordt voor de start met u besproken. Wanneer u van de mogelijkheid gebruik wilt maken om eventuele ‘restembryo’s’ in te vriezen, dan is screening op hepatitis B, hepatitis C en hiv verplicht. Bent u afkomstig uit het Caraïbisch gebied, Azië, Afrika (met uitzondering van Marokko en Turkije), dan is het noodzakelijk ook te screenen op Human T-Lymphotropic Virus type 1 en 2 ( HTLV-1 en HTLV-2).
 
Negatieve bloeduitslag
Een gunstige (= negatieve) screeningsuitslag blijft twee jaar geldig. Als u na twee jaar nog in behandeling bent, is het belangrijk het screeningsonderzoek op tijd te herhalen. Een behandeling die u start terwijl de screening is verlopen, wordt helaas afgebroken.

Positieve bloeduitslag
Wanneer bij één van u of beiden een positieve bloedtest op een of meer van de genoemde infecties wordt gevonden, wordt u doorverwezen naar een internist. Die zal nagaan of een IVF- of ICSI-behandeling nog mogelijk is.

Chromosomen en DNA-onderzoek
In sommige gevallen is het nodig om bij de man een chromosomen- en DNA-onderzoek te doen. Als dit bij u het geval is, bespreekt uw behandelend arts dit met u.
 
Behandelcontracten
Vóór de start van een IVF-en ICSI-behandeling krijgt u tijdens het intakegesprek behandelcontracten overhandigd. Hierin worden uw en onze rechten en plichten vastgelegd voor de IVF- en ICSI-behandeling en voor het bewaren van embryo’s. De behandelcontracten neemt u na het gesprek mee naar huis, waar u ze rustig kunt doorlezen en ondertekenen. We verzoeken u de ondertekende contracten bij de eerste echo (uitgangsecho) van de behandeling mee te nemen. Ze worden dan opgestuurd voor ondertekening naar het laboratorium in Zwolle, alwaar een ondertekend exemplaar wordt bewaard.
 
Eén exemplaar krijgt u vervolgens zelf mee naar huis of wordt voor u bewaard in uw dossier. Deze contracten zijn twee jaar geldig. Daarna kunnen ze zo nodig vernieuwd worden. Mocht u de mogelijkheid willen hebben om eventuele ingevroren embryo’s te laten plaatsen na overlijden van de man/partner, dan kunt u ons daarvoor schriftelijk toestemming verlenen. Na het overlijden van de man/partner heeft u een bedenktijd van twee jaar. 

Foliumzuur
Het is belangrijk om minimaal vier weken vóór de start van de behandeling te beginnen met het slikken van foliumzuur. Foliumzuur verkleint de kans op een aantal ernstige aandoeningen bij de baby, zoals een ‘open ruggetje’ of een ‘open schedel’. Aangezien de kans op een spontane zwangerschap niet helemaal uitgesloten is, is het verstandig foliumzuur ook te gebruiken in de periodes tussen de behandelingen. Zie voor meer informatie onderaan deze pagina en de website www.slikeerstfoliumzuur.nl.
 
Kans op zwangerschap
Of u met IVF/ICSI zwanger wordt, hangt grotendeels af van uw leeftijd, de duur van het uitblijven van een zwangerschap, de vraag of u eerdere zwangerschappen heeft gehad, de hoeveelste IVF-behandeling het is en natuurlijk de diagnose die u van uw arts heeft gekregen. 
 
Na drie IVF-behandelingen is de kans op de geboorte van een kind gemiddeld 40 tot 50 procent. Bij ongeveer de helft van alle paren die IVF-behandelingen ondergaan, leidt IVF niet tot een zwangerschap. Zie voor de meest recente cijfers de website van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (www.nvog.nl). Onder ‘slagingspercentages’ staat schematisch weergegeven hoe de kans op een zwangerschap is opgebouwd.

De vier stappen van een IVF/ICSI-behandeling
Een IVF- of ICSI-behandeling bestaat uit vier stappen. Hier bespreken we deze stappen. Maar eerst geven we een overzicht van medicijnen die u krijgt voorgeschreven.

Voorgeschreven medicijnen
Tijdens de IVF- of ICSI-behandeling zult u verschillende medicijnen voorgeschreven krijgen. Doel ervan is uw cyclus te reguleren en de follikels (ei-blaasjes) te laten ontwikkelen en rijpen. Alle medicijnen kunnen bijwerkingen geven, maar dat is zeker niet bij iedereen het geval. Ook de mate waarin dit voorkomt, kan per persoon en per cyclus verschillen.
 
Let op
Wilt u ervoor zorgen dat u de medicijnen zorgvuldig gebruikt en niet verwisselt? Raadpleeg steeds uw behandelschema. Bij verkeerd gebruik kan het gevolg zijn dat we uw behandeling moeten afbreken. 
    
Tabel 1: overzicht voorgeschreven medicijnen

Stap ​Soort ​Merknaam    ​Werking Bijwerkingen​​
​1 ​Anticonceptiepil Microgynon 30​ reguleert cyclus​ hoofdpijn​
​gunstig effect op ​misselijkheid
​baarmoederslijmvlies ​doorbraakbloeding
​en het ontstaan van
​cysten (lege blaasjes
​gevuld met vocht) in
de eierstokken
​hoofdpijn
​1 ​GnRh-agonist ​Decapeptyl
​Lucrin
verhogen kans op
zwangerschap ​
voorkomen van een vroegtijdige spontane
eisprong, waardoor
meer stimulaties tot een follikelpunctie leiden
vereenvoudigen de planning van uw behandeling
​overgangsachtige klachten als
​hoofdpijn
wisselende stemmingen
opvliegen
vermoeidheid
​1 ​Gonadotrofinen​ ​Gonal-f ​stimuleren van ontwikkeling ​opgeblazen,
​()FSH) ​Puregon ​en rijping van ​gevoelige buik
​Menopur ​ei-blaasjes ​misselijkheid
​vermoeidheid
​2 ​Progesteron of ​Utrogestan ​baarmoederslijmvlies ​vermoeidheid
​HCG ​pregnyl ​in goed conditie te ​vaginale afscheiding
​brengen en houden
​voor de terug te plaatsen
​embryo's

 
Stap 1: Hormonale stimulatie
Hormonale stimulatie is nodig om voldoende eicellen te krijgen. Als voorbereiding daarop zal eerst uw (menstruatie)cyclus worden gereguleerd en vervolgens worden stilgelegd.

Reguleren van uw cyclus
De meeste patiënten krijgen vóór de start van de behandeling Microgynon 30 (een anticonceptiepil) voorgeschreven. Hiermee kunnen we uw cyclus regelen en kunnen we de behandeling goed inplannen. Daarnaast heeft het slikken van de pil een gunstig effect op het baarmoederslijmvlies en het ontstaan van cysten (lege blaasjes gevuld met vocht) in de eierstokken.
 
U start met de anticonceptiepil (Microgynon) de maand voorafgaand aan de maand waarop u bent ingepland. Op de dag dat u ongesteld wordt, slikt u uw eerste Microgynon. Ook neemt u contact op met verpleegkundigen voortplantingsgeneeskunde om precieze data af te spreken. (Als u in het weekend ongesteld wordt, kunt u tot maandagochtend wachten met bellen.)

Alle afspraken worden gerekend vanaf de eerste dag van de menstruatie. Ook als u ’s avonds gaat menstrueren (het eerste helderrode bloedverlies), geldt die dag als eerste dag! In bepaalde gevallen wordt een schema zonder de pil voorgeschreven. Dit krijgt u bij het eerste of tweede intakegesprek te horen. U moet dan op de eerste dag van de menstruatie bellen. 
 
Stilleggen van uw cyclus
Door middel van de injecties GnRH-agonist (meestal Decapeptyl) wordt uw eigen cyclus stilgelegd. Deze medicijnen moet u uzelf elke ochtend tussen 6.00 en 12.00 uur onderhuids (subcutaan) toedienen in de buik.
Eén  week na het starten met de GnRH-agonist komt u voor de vaginale uitgangsecho. Via een vaginale echoscopie worden uw eierstokken en baarmoeder in beeld gebracht. Het is belangrijk om vooraf goed uit te plassen.

Stimulatie van follikels
Als er bij de echo geen bijzonderheden ontdekt worden, gaat u beginnen met injecties met het follikelstimulerend hormoon (FSH), bijvoorbeeld Gonal F, Puregon of Menopur. Deze medicijnen stimuleren de eierstokken en bevorderen de groei en rijping van ei-blaasjes (follikels). Ook deze medicijnen moet u dagelijks tussen 6.00 en 12.00 uur onderhuids in de buik toedienen. Het is belangrijk dagelijks rond hetzelfde tijdstip te spuiten, met een maximaal tijdsverschil van 2 uur.

Bij het begin van de stimulatie is niet helemaal te voorspellen hoe uw eierstokken op de FSH zullen reageren. Daarom is regelmatige controle noodzakelijk. Dat kan op twee manieren: door echoscopie en door bloedonderzoek.

Echoscopie
Ongeveer tien dagen na de uitgangsecho komt u voor een tweede echo (cyclus dag 10). Hierbij controleren we het aantal ei-blaasjes (follikels) en hun groei. Verdere medicijntoediening en vervolgafspraken hangen af van deze bevindingen. U gebruikt op de dag van de echocontrole ’s morgens Lucrin- of Decapeptyl-injectie en de gonadotrofines (Gonal F, Puregon of Menopur). Over het algemeen zult u drie tot vijf maal voor een echo naar het ziekenhuis moeten komen, in uitzonderingsgevallen meer.

In sommige gevallen wordt er een ander stimulatie schema gehanteerd (antagonist-agonist). Als dit aan de orde is, dan krijgt u daar een apart schema met toelichting voor.
 
Bloedonderzoek
Soms is het ook nodig om het oestradiolgehalte (E2) in uw bloed te laten bepalen. Dit geeft extra informatie over de reactie van uw eierstokken op de behandeling. Door de gonadotrofine-injecties zullen de ei-blaasjes gaan groeien en steeds meer van het hormoon oestradiol gaan maken. De hoeveelheid oestradiol in het bloed behoort tijdens de stimulatiefase voortdurend te stijgen. De oestradiolspiegel kan echter ook te veel of te weinig stijgen.
 
Aan de hand van de echo’s en de bloeduitslagen past de arts zo nodig de dosering van de gonatrofine-injecties aan. Helaas heeft het aanpassen van de dosering halverwege de behandeling niet altijd het effect dat de groei extra geremd of gestimuleerd wordt.
 
Gemiddeld zult u 10 tot 16 dagen FSH moeten gebruiken. Naarmate de stimulatie vordert, kan uw buik wat gevoelig en/of gespannen aanvoelen. Dat is normaal.

Afspraak voor follikelpunctie
Als er minimaal drie en maximaal twintig grote ei-blaasjes van minimaal 18 mm groot zijn, wordt een follikelpunctie gepland. Bij meer dan twintig blaasjes is het risico te groot om door te gaan. Bij één of twee ei-blaasjes is er te weinig kans op een zwangerschap. De behandeling wordt dan meestal afgebroken. Wanneer de punctie doorgang kan vinden, spreken we met u het tijdstip af dat u het hormoon LH (Ovitrelle) of in sommige gevallen hCG (humaan chorion-gonadotrofine) Pregnyl moet toedienen. Dit is nodig voor het laatste deel van de rijping van de eicellen en het maakt de eicel ‘los’ van de wand van het ei-blaasje. Hierdoor komt de eicel met de vloeistof uit het ei-blaasje mee, als hij aangeprikt wordt.
De ovitrelle kunt u zelf toedienen door middel van een injectie onderhuids in de buikwand. De Ovitrelle moet 35 uur vóór de punctie ingespoten worden. Meestal zult u de Ovitrelle tussen 21.00 en 22.00 uur ’s avonds toedienen, omdat de puncties tussen 8.00 uur en 9.30 uur ’s ochtends gepland worden. 
 
Let op
Het is erg belangrijk dat u de Ovitrelle of de Pregnyl op de juiste tijd toedient!
 
Stap 2: Aanprikken van rijpe follikels (follikelpunctie)
Wanneer u de Ovitrelle-injectie heeft toegediend, meldt u zich op de afgesproken tijd in het ziekenhuis op de poli voor de follikelpunctie. Tijdens de punctie zal de arts de ei-blaasjes onder echogeleiding aanprikken en ze vervolgens leegzuigen om de eicellen te verkrijgen. Dit gebeurt gewoon in de behandelkamer in de gynaecologische stoel. Uw partner mag hierbij aanwezig zijn. De precieze gang van zaken beschrijven we hier.

Vóór de punctie
Voorafgaand aan de punctie kunt u het beste een licht ontbijt gebruiken en niet te veel drinken. Het is van groot belang dat u op tijd komt. 

Gang van zaken tijdens de punctie 
Voorwaarde voor het doorgaan van de punctie is: minstens 3 follikels (=eiblaasjes) van tenminste 18 mm en voldoende dikte van het slijmvlies in de baarmoeder. De punctie vindt poliklinisch plaats; het is noodzakelijk dat u beiden 3 kwartier voor de punctie aanwezig bent. Ongeveer een half uur to driekwartier voor de punctie krijgt de vrouw een algemene pijnstillende injectie (50-75 mg Pethidine) en 4 mg Dormicum® en 0,5 mg Atropine. Deze medicijnen veroorzaken wat slaperigheid en beïnvloeden uw rijvaardigheid in sterke mate; wij adviseren u dan ook niet zelf auto te rijden na de follikelpunctie. De vrouw wordt verzocht uit te plassen voor de punctie, indien nodig wordt de blaas geledigd met behulp van een katheter. Soms wordt ten behoeve van de pijnstilling gebruikgemaakt van het middel Rapifen. Dit middel werkt kort en wordt rechtstreeks in de bloedbaan gegeven (intraveneus).

Vóór de punctie gaat de vrouw op de onderzoeksbank liggen, de vagina wordt schoon gespoeld met steriel water. De echoprobe, waarop nu een naaldgeleider is bevestigd, wordt in de vagina gebracht en de eiblaasjes komen in beeld. Dan volgt de punctie. U beiden kunt op een monitor zien hoe de naald de eiblaasjes aanprikt en leegzuigt. Als regel is de punctie niet erg pijnlijk. Sommige vrouwen voelen vrijwel niets, andere meer een onaangenaam gevoel onder in de buik dan echte pijn. De punctie kan echter wel pijnlijk zijn als de eierstokken diep weg liggen of als er veel follikels of vergroeiingen zijn. De punctie zelf duurt 10 à 15 minuten.
Het is mogelijk dat het aantal eicellen dat bij de punctie wordt verkregen lager is dan het aantal aangeprikte follikels. Soms blijken enkele follikels geen eicellen te bevatten, soms is de eicel nog te onrijp om uit de follikel los te komen.

Na de punctie
Na de punctie wordt de vrouw naar een rustkamer gebracht om even uit te slapen. De partner brengt de eicellen in een speciaal verwarmde box naar de Isala klinieken te Zwolle (zie routebeschrijving achterin het boekje). Om de temperatuur in deze box constant te houden moet de box met een snoer in de sigarettenaansteker van de auto gestoken worden. De reistijd is ongeveer 45 minuten naar Zwolle. Uiteraard zijn nu de zaadcellen nodig. Voor de productie zijn er in Zwolle kamertjes met voldoende privacy aanwezig. Sommige mannen zien daar als een berg tegenop, vooral uit angst dat het niet zal lukken. Gelukkig komt dat maar zelden voor. Over de kwaliteit van het sperma valt nog wel iets te zeggen. Vaak heeft het paar tijdens de hormoonbehandeling van de vrouw geen geslachtsgemeenschap meer gehad. Dat is begrijpelijk, want door de stimulatie van de eierstokken wordt de buik soms pijnlijk. Soms denken (echt-)paren dat gemeenschap de IVF-behandeling kan verstoren; dat is niet het geval. Het mogelijke gevolg hiervan is dat de man op de dag van de punctie in lange tijd geen zaadlozing heeft gehad. Velen denken dat dit een pluspunt is omdat de man immers veel zaad heeft opgespaard. Dit klopt niet: veel zaad betekent nog niet automatisch goed zaad. Door een te lang verblijf in het lichaam gaat de kwaliteit van de zaadcellen achteruit. De vitaalste zaadcellen worden verkregen na een korte onthoudingsperiode van 2 of 3 dagen. Indien er in de 3 maanden voorafgaande aan of tijdens de  behandeling sprake is van koorts, wilt u dit dan melden.
Als de partner weer terug in Deventer is, levert hij de box in bij de verpleegkundige voortplantingsgeneeskunde. Zij brengt hem naar zijn vrouw en vervolgens kunnen zij samen naar huis na instructie door de verpleegkundige. Wij raden u aan het op de dag van de punctie rustig aan te doen. Enige buikpijn en licht vaginaal bloedverlies zijn gebruikelijk na een follikelpunctie. Deze klachten behoren geleidelijk aan te verminderen en te verdwijnen. Tegen de pijn kan eventueel een pijnstiller zoals paracetamol worden gebruikt. Mochten de klachten toenemen, zeker wanneer deze gepaard gaan met koorts of afscheiding, dan dient u direct contact op te nemen met het IVF-team of buiten kantooruren met de dienstdoende arts-assistent gynaecologie in het Deventer Ziekenhuis, tel: 0570 - 53 53 53.
 
Gebruik van Utrogestan

  • Op de dag van de punctie brengt u twee capsules hoog in de vagina in: de eerste om circa 16.00 uur en de tweede ’s avonds voor het slapen.
  • Vanaf de dag na de punctie gebruikt u 3 maal per dag 2 capsules ’s morgens, ’s middags en ’s avonds, gelijkelijk over de dag te verdelen. Utrogestan-capsules zijn ontwikkeld voor toediening via de mond. Uit onderzoek is het echter effectiever gebleken om bij IVF de capsules hoog in de vagina in te brengen. Door uw lichaamstemperatuur smelten de capsules. Het is normaal dat u een deel van het medicijn als afscheiding verliest. Van de werkzame stof is dan echter meer dan voldoende opgenomen. Voor de afscheiding kunt u inlegkruisjes gebruiken. Tampons zijn hiervoor niet geschikt. U kunt van de Utrogestan wat moe, slaperig en misselijk worden.

Let op
Door de Utrogestan en Pregnyl gaat u soms niet uit uzelf menstrueren. Dit hoeft niet te betekenen dat u ook zwanger bent. Alleen een zwangerschapstest geeft daarover zekerheid. U blijft Utrogestan gebruiken tot u een zwangerschapstest mag doen.

HCG
Soms wordt er voor gekozen om in plaats van Utrogestan®, HCG injecties te geven.
Ter bevordering van de innesteling worden dan bij een IVF-behandeling nog 4 extra HCG-injecties gegeven, elk van 1500 E, namelijk:
 
- op de dag van de eicelpunctie (= dag 0)
- 3 dagen na de punctie
- 6 dagen na de punctie
- 9 dagen na de punctie
Als de eierstokken sterk gestimuleerd zijn (veel eiblaasjes, veel eicellen bij de punctie) kan HCG "overstimulatie" veroorzaken  In dat geval geven we liever Utrogestan®.

Wij raden u aan om ampullen gonadotrofine en HCG die u over heeft te bewaren voor een eventuele volgende IVF-behandeling.  
 
Complicaties?
Enige buikpijn en licht vaginaal bloedverlies zijn gebruikelijk na een follikelpunctie. Deze klachten behoren geleidelijk aan te verminderen en te verdwijnen. Zo nodig mag u de dagen na de punctie paracetamol gebruiken, tot een maximum van 6 maal 500 mg per dag (en in combinatie met rust). Mochten de pijnklachten en/of bloedverlies toenemen, dan moet u direct contact opnemen met de verpleegkundige voortplantinggeneeskunde of buiten de werkuren met de dienstdoende gynaecoloog.
Het ontstaan van een infectie is niet altijd te voorkomen. Het is daarom verstandig de dagen na de punctie ‘s morgens uw lichaamstemperatuur op te nemen. Wanneer deze meer dan 38 graden Celsius bedraagt, moet u direct contact met ons opnemen.
 
Als gevolg van de toediening van Ovitrelle of Pregnyl kan na de punctie ook overstimulatie van de eierstokken optreden. Het risico hierop is verhoogd wanneer uw hormoonspiegel (oestradiol) vóór de punctie hoog was en/of wanneer er veel eicellen bij de punctie werden verkregen. Overstimulatie  na de punctie is niet altijd te voorkomen, maar u kunt het risico erop wel verminderen door rustig aan te doen op de dag van punctie en drie dagen daarna en door veel water te drinken. Om in de gaten te houden of overstimulatie optreedt, raden we u dringend aan om op de dagen tussen de follikelpunctie en het moment dat het resultaat van de behandeling duidelijk wordt (positieve zwangerschapstest of menstruatie), iedere ochtend ongekleed uw lichaamsgewicht te bepalen. U moet contact met ons opnemen:

  • als u op een ochtend 1 kilo meer weegt dan de dag ervoor, of:
  • als u op een ochtend 3 kilo meer weegt dan vóór de follikelpunctie.

Stap 3: Inseminatie in het laboratorium
Deze stap omvat de feitelijke in vitro fertilisatie: de bevruchting in glas en vindt in Zwolle plaats. Deze bevruchting is bij ICSI iets anders dan bij IVF.

Voorbereiding
Voorafgaand aan de inseminatie wordt het sperma in het fertiliteitslaboratorium bewerkt (‘opgewerkt’). De bewegende zaadcellen worden hierbij gescheiden van de niet-bewegende zaadcellen en de spermavloeistof. Als er te weinig zaadcellen blijken te zijn voor de IVF-behandeling, kunnen we de man vragen om nog een spermamonster te produceren. Ook worden in het laboratorium de eicellen uit het follikelvocht opgezogen en gereed gemaakt voor de inseminatie.

Inbrengen van sperma (inseminatie)
Ongeveer 4 uur na de punctie wordt een deel van de opgewerkte zaadcellen bij de eicellen gebracht. Deze handeling wordt altijd door twee medewerkers uitgevoerd om te waarborgen dat de juiste combinatie van zaadcellen en eicellen wordt gebruikt. Daarna gaan eicellen en zaadcellen terug in de kweekstoof.

Bij een ICSI-behandeling worden de rijpe eicellen en de zaadcellen in aparte kweekdruppels gebracht, die onder olie staan in een klein schaaltje. Onder de microscoop zoekt de laboratoriummedewerker in de zaadceldruppel een zaadcel van goede kwaliteit. Deze zaadcel wordt opgezogen met een holle
naald en in een eicel geprikt. Als alle eicellen geïnjecteerd zijn, worden ze in een schaaltje met kweekvloeistof gezet. Ook deze behandeling wordt door twee medewerkers uitgevoerd.

Soms blijken er toch op de dag van de eicel punctie geen zaadcellen aanwezig voor de ICSI behandeling. In dat geval zullen in overleg met u de eicellen worden ingevroren en worden bewaard.

Bevruchting?
Ongeveer 20 uur na de inseminatie wordt gecontroleerd of de eicellen bevrucht zijn. Hiervoor wordt bekeken of de eicellen twee kernen hebben. Zo ja, dan zijn ze bevrucht. Als alles goed verloopt, volgt na de bevruchting de eerste deling en ontstaat er een tweecellig embryo.

Telefonisch bericht

  • De dag na de punctie wordt u gebeld door een medewerker van het laboratorium te Zwolle. Deze vertelt u hoe de behandeling tot nu toe verloopt.
  • Als er bevruchting heeft plaatsgevonden wordt tijdens het telefoongesprek een afspraak gemaakt voor het plaatsen van het embryo. Dit gebeurt in principe op dag 3 na de punctie.

Vervolg bij geen bevruchting
Helaas kan het voorkomen dat er geen bevruchting is opgetreden. U wordt dan ook gebeld en krijgt zo veel mogelijk informatie. De laboratoriummedewerker zal u vragen of u behoefte heeft aan een belafspraak met een verpleegkundige. Let op: u kunt contact opnemen met uw eigen ziekenhuis in Deventer.

De verdere gang van zaken is dan als volgt:

  • Als er geen bevruchting is opgetreden, kunt u stoppen met Utrogestan.
  • Geen bevruchting houdt in dat er geen embryoplaatsing en zwangerschap zullen volgen. Als u ondersteuning nodig heeft om dit nieuws te verwerken, kunt u een beroep doen op een medisch maatschappelijk werker.

Stap 4: Embryoplaatsing
Als in de IVF- of ICSI-behandeling bevruchting is opgetreden, zullen we één of twee embryo’s in de baarmoeder plaatsen. Het aantal wordt bepaald door het meerlingenprotocol.

Meerlingenprotocol
Vanaf januari 2013 is er nieuwe wetgeving van kracht ten aanzien van het aantal terug te plaatsen embryo’s. Deze wetgeving is tot stand gekomen omdat bij IVF/ICSI-behandelingen veel meerlingen ontstaan. Deze meerlingen brengen extra risico’s voor de kinderen en de moeder met zich mee en leiden tot hoge kosten voor de gezondheidszorg.

De nieuwe wetgeving bepaalt dat bij vrouwen jonger dan 38 jaar bij de eerste en tweede IVF/ICSI-behandeling, in alle gevallen, één embryo geplaatst mag worden. Onafhankelijk van bijvoorbeeld embryokwaliteit en of ze ingevroren kunnen worden. Van deze regel kan niet afgeweken worden, omdat de verzekeraar de behandeling dan niet vergoedt.

Bij de derde behandeling en bij vrouwen van 38 jaar en ouder mogen maximaal twee embryo’s geplaatst worden. Als u hiervoor in aanmerking komt, is het ook mogelijk om slechts één embryo terug te laten plaatsen, omdat u niet het risico wilt lopen op een meerlingzwangerschap. Dit kunt u bij uw behandelend arts aangeven. Het kan dat u volgens de wetgeving in aanmerking komt voor plaatsing van twee embryo’s, maar dat er medische redenen zijn waarom het niet verantwoord is om zwanger te worden van een meerling. In die gevallen zal op medische indicatie maar één embryo geplaatst worden. Als dit op u van toepassing is, bespreekt uw behandelend arts dit met u. 
 

Afbeelding 3: viercellige embryo 
 
Voorbereiding

  • Op de ochtend van de embryoplaatsing beoordelen twee laboratoriummedewerkers de kwaliteit van uw embryo’s. Hierbij kijken ze naar het aantal cellen en de symmetrie van de cellen.
  • Vervolgens selecteren ze één of twee embryo’s voor plaatsing. De embryo’s die over zijn kunnen worden ingevroren voor een latere plaatsing.
  • Het is belangrijk dat u op het afgesproken tijdstip naar het fertiliteitscentrum komt met een halfvolle blaas. Dit vergemakkelijkt de plaatsing van de katheter in de baarmoeder.

In de behandelkamer
De arts en de laboratoriummedewerker controleren samen of de juiste embryo’s zijn klaargezet. De laboratoriummedewerker vertelt u hoe de embryo’s zich hebben ontwikkeld en wat de kwaliteit is van de te plaatsen embryo’s. Ook controleert hij/zij uw naam/geboortedatum en vertelt of er embryo’s zijn ingevroren. U krijgt altijd schriftelijk bericht of wij embryo’s hebben kunnen invriezen.
  
Vervolgens brengt uw arts een speculum in en haalt het teveel aan Utrogestan of slijm weg uit de vagina. Via de buik wordt een echo gemaakt om uw baarmoeder in beeld te brengen. Er wordt een katheter ingebracht tot net in de baarmoeder. Met een dunnere katheter, die door de ingebrachte katheter loopt, worden de embryo’s in de baarmoeder geplaatst. Dit gebeurt onder echogeleiding. Na de plaatsing wordt uiteraard gecontroleerd of de katheter leeg is. Soms zijn twee
plaatsingen nodig, omdat een embryo in de katheter achterblijft. Dit heeft geen negatieve gevolgen voor de behandeling.
 
Het plaatsen van de embryo’s is meestal een eenvoudige en pijnloze ingreep. Het inbrengen van het speculum kan wel ongemakkelijk of vervelend zijn. Tien minuten na de plaatsing van de embryo(’s) mag u weer opstaan, zo nodig plassen en weer naar huis.

Na de ingreep
Na de embryoplaatsing kunt u zelf weinig doen om de innesteling te bevorderen. U mag uw gewone werkzaamheden verrichten. Wij adviseren u wel om na de embryoplaatsing de eerste drie dagen niet zwaar te tillen, niet heel intensief te sporten en geen gemeenschap te hebben. 
 
Wachttijd
Na de embryoplaatsing volgt een spannende tijd. U heeft veel in de behandeling geïnvesteerd: tijd, pijn, ongemakken, maar vooral ook veel emoties. Voor de meeste paren is IVF of ICSI ook de laatste mogelijkheid om zwanger te worden. Dat kan voor extra stress zorgen.

Zwangerschapstest
Achttien dagen na de punctie mag u een zwangerschapstest doen. Ook als u al wel menstrueert. U gebruikt daarvoor de eerste, geconcentreerde ochtendurine en een zwangerschaptest die u bij de apotheek of drogist kunt kopen. We raden u aan om de avond vóór de test weinig te drinken.
 
U geeft de testuitslag door aan de verpleegkundige voortplantingsgeneeskunde.  Bij een negatieve test bespreekt u de eventuele volgende stappen met een verpleegkundige. Bij een positieve test maakt u een afspraak voor een echo.  


Afbeelding 4: Ivf-behandeling

Zwangerschapsecho
Tijdens deze eerste zwangerschapsecho (vijf tot zes weken na de punctie) wordt gekeken:

  • of er één of meerdere vruchtzakjes zijn
  • of er al hartactiviteit zichtbaar is
  • of er geen sprake is van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap of miskraam
  • of de groei van het embryo past bij uw zwangerschapsduur. Na de zwangerschapsecho bespreekt de arts met u de mogelijkheden voor prenatale diagnostiek (onderzoek vóór de geboorte) en verwijst u zo nodig door. Ook wordt een afspraak gemaakt voor een tweede echo bij 10 tot 11 weken zwangerschap. Dan wordt ook besproken of uw zwangerschapscontroles zullen plaatsvinden bij de verloskundige, huisarts of gynaecoloog.

Leefstijladviezen
Adviezen voor een gezonde leefstijl tijdens de zwangerschap, met name op het gebied van voeding,  kunt u terecht op de website van het Erfocentrum: www.erfocentrum.nl, doorklikken op ‘Kinderwens’, of die van het Voedingscentrum: www.voedingscentrum.nl, doorklikken op ‘Mijn kind en ik’.

Niet zwanger?
Helaas eindigen de meeste IVF/ICSI-behandelingen niet in een zwangerschap, net zoals de meerderheid van spontane bevruchtingen ook niet tot een zwangerschap leidt. Als u aan IVF- of ICSI-behandeling begint, moet u zich dus voorbereiden op tegenvallers.

Een niet-geslaagde behandeling kan als volgt verlopen:

Een negatieve test, maar nog geen menstruatie
Wanneer de test negatief is en u menstrueert nog niet, dan gaat u nog twee dagen door met de Utrogestan en herhaalt u de test. Blijkt deze dan weer negatief, dan staakt u de Utrogestan. De menstruatie volgt dan meestal na twee tot drie dagen. Zoals al is opgemerkt, kan Utrogestan de menstruatie onderdrukken. Overtijd zijn betekent niet automatisch dat u zwanger bent. Na het stoppen van de Utrogestan breekt de menstruatie over het algemeen binnen een paar dagen door. Deze menstruatie kan heftiger zijn dan anders en meer buikpijnklachten geven.

Uw menstruatie is begonnen, maar de dag van testen is nog niet aangebroken
Als de IVF/ICSI-poging mislukt, is dat een zware teleurstelling die emoties als verdriet en neerslachtigheid met zich meebrengt. In veel gevallen kunt u (samen) de negatieve uitslag wel opvangen. Mocht dit echter niet goed lukken, dan kunt u een beroep doen op een medisch maatschappelijk werker of een klinisch psycholoog.

Volgende behandeling
In principe mag u na de eerste of tweede poging opnieuw ingepland worden voor een volgende poging. Dit kunt u met de verpleegkundige bespreken als u de uitslag van de behandeling doorgeeft. Tussen twee behandelingen moet minimaal een pauze van twee maanden zitten. Als u een behandelschema met de pil heeft, telt de maand waarin u de pil gebruikt, ook mee in deze pauze. Mocht u behoefte hebben aan het inlassen van een langere pauze, dan kan dat natuurlijk altijd. Als er embryo’s zijn ingevroren (cryo’s), worden deze geplaatst voordat u met een nieuwe IVF-of ICSI-behandeling start. Zie verder onder cryo behandeling.

Evaluatiegesprek
Na een mislukte eerste of tweede IVF- of ICSI-behandeling kan het zijn dat u behoefte heeft aan een evaluatiegesprek bij de  gynaecoloog. Dit hoeft niet standaard, maar als u vragen heeft over de behandeling of moeite heeft om de mislukte behandeling te begrijpen of te accepteren, willen we daar graag met u over praten. De verpleegkundige of secretaresse kan die afspraak voor u maken. Tijdens het evaluatiegesprek loopt de arts de gehele behandeling met u door. Ook wordt bekeken of bij een eventuele volgende behandeling het behandelschema moet worden aangepast. Hoe groot de kans is dat een volgende behandeling zal lukken, valt meestal niet te zeggen. Wij kunnen u ook zelf uitnodigen voor een evaluatiegesprek, bijvoorbeeld als er geen bevruchting is opgetreden of na twee slecht verlopen behandelingen.

Cryo-behandeling
In dit onderdeel kunt u meer lezen over een cryo-behandeling.

Cryo-behandeling
Na een IVF- of ICSI-behandeling kunnen er embryo’s overblijven. Deze worden restembryo’s genoemd. De restembryo’s kunnen per stuk worden ingevroren en op een later tijdstip worden ontdooid en geplaatst. Vanaf 1 oktober 2015 hebben wij de mogelijkheid om alle embryo’s die verkregen worden na een IVF/ICSI-behandeling in te vriezen. Dit nieuwe protocol noemen we FASE; Freeze All Supernumerary Embryos. U mag er ook voor kiezen om het voormalig protocol te volgen, waarbij alleen de kwalitatief ‘beste’ embryo’s worden ingevroren. Bij het ontdooien beginnen we met de ‘beste’ embryo’s. Zo heeft u aan het begin van de behandelingen meteen de beste kansen op zwangerschap. U kunt er echter ook voor kiezen om eerst de kwalitatief ‘minder goede’ embryo’s te laten ontdooien en plaatsen. Wij zullen aan het begin van de behandeling met u bespreken waar uw voorkeur naar uitgaat.

Invriezen
Het invriezen van embryo’s gaat in grote lijnen als volgt:

  • De embryo’s worden in een vloeistof gebracht die water aan het embryo onttrekt. Hierdoor lopen de embryo’s weinig of geen schade op bij het invriezen. De cellen van het embryo lijken dan te krimpen.
  • De embryo’s worden uit de vloeistof opgezogen in een rietje en langzaam ingevroren. Dit gebeurt met een vriesapparaat dat gekoppeld is aan vloeibaar stikstof (-196°C). Dit hele proces duurt ongeveer 2,5 uur.
  • Na het invriezen worden de rietjes met embryo’s in een buisje gedaan en bewaard in een groot stikstofvat.

Behandeling met overgebleven embryo’s
Een maand na de menstruatie van uw niet-geslaagde IVF-/ICSI- behandeling mag u starten met een cryo-behandeling. U kunt ook een langere pauze nemen. Indien u een regelmatige cyclus heeft, gaat onze voorkeur uit naar een plaatsing in een natuurlijke cyclus. Als u een onregelmatige cyclus of geen cyclus hebben, kan uw arts ervoor kiezen om de plaatsing in een kunstmatige cyclus te laten plaatsvinden. Bij een cryo-behandeling plaatsten we op een bepaald moment het ontdooide embryo in de baarmoeder. De behandeling verloopt in drie stappen.

Stap 1: Voorbereiding op de plaatsing

Bij een natuurlijke cyclus
In de meeste gevallen plaatsen we een embryo in een natuurlijke cyclus. Voor het slagen van de behandeling moeten wij weten wanneer de eisprong plaatsvindt, zodat op het juiste moment in uw cyclus het embryo ontdooit en geplaatst kan worden. De eisprong wordt veroorzaakt door een stijging van het zogenaamde luteïniserend hormoon (LH). Dit hormoon stijgt aanzienlijk één á twee dagen voor de eisprong. Dit hormoon komt ook in uw urine terecht en kan met ovulatietesten worden aangetoond.

Belangrijke instructies
Bij een regelmatige cyclus van ongeveer 28 dagen, controleren we vanaf dag 12 of 13 de ontwikkeling van de follikel en de opbouw van het baarmoederslijmvlies met behulp van de echo.

Bij deze echo wordt gekeken of en wanneer de ontdooiing kan plaatsvinden. Indien de ontdooiing ingepland kan worden, krijgt u tevens een injectie met een hormoon om de eisprong extra te stimuleren (Ovitrelle of Pregnyl).

Bij een kunstmatige cyclus
Mocht u geen eigen cyclus hebben of een erg lange of erg korte cyclus, dan wordt een kunstmatige cyclus gemaakt met behulp van medicijnen Progynova en Utrogestan. Hierbij start u op de eerste dag van uw menstruatie met Progynova 2 mg. U neemt vanaf dit moment 3 maal per dag 1 tablet. U belt de afdeling op de eerstvolgende werkdag voor het afspreken van een echoscopie. Deze echo wordt gedaan tussen cyclusdag dertien en vijftien. Als het baarmoederslijmvlies de gewenste dikte heeft bereikt en er geen eiblaasje is gezien, krijgt u van de arts het moment door wanneer u met de Utrogestan (100mg) gaat beginnen. Van de Utrogestan brengt u driemaal daags twee tabletten vaginaal in.
Als bij de eerste echo blijkt dat het baarmoederslijmvlies nog te dun is, geven we het baarmoederslijmvlies nog wat meer tijd om te groeien. We zullen de groei met echo’s vervolgen tot het baarmoederslijmvlies goed is ontwikkeld en u met de Utrogestan kunt beginnen. Eventueel doen we bloedonderzoek en hogen de dosering Progynova op.

Overzicht gebruikte medicijnen
In onderstaand overzicht staan de werking en bijwerkingen van de medicijnen op een rijtje.

​Soortnaam Merknaam​ Werking​ Bijwerkingen die
kunnen voorkomen​
Zelden treden op:​
​Oestrogeen ​Progynova
(tabletvrom)
​Opbouw van en
ontwikkeling van baarmoederslijmvlies
verhoog risisco
op trombose (bloedstolling)​
​misselijkheid en braken
​hoofdpijn
​gespannen borsten
​doorbraakbloedingen
​vasthouden van vocht
​buikpijn
stemmingsveranderingen​
​Progesteron ​Utrogestan
(vaginale capsukes)
Bootst werking van progesteron na
Zorgt voor de ontwikkeling
van het baarmoederslijmvlies​

​vaginale afscheiding
slaperigheid
misselijkheid en braken
pijnlijke gespannen borsten
hoofdpijn
stemmingsveranderingen

 
Stap 2: Ontdooiing in het laboratorium
Het ontdooien van embryo’s voor plaatsing gaat in grote lijnen als volgt:

  • De embryo’s worden in aflopende concentraties van het invriesmedium gezet. Hierdoor krijgen ze langzaam hun oorspronkelijke grootte terug; de cellen zwellen weer op. Nu wordt zichtbaar of de embryo’s schade hebben geleden door het invriezen.
  • Een uur na het ontdooien wordt beoordeeld of de embryo’s geplaatst kunnen worden.
  • Het kan voorkomen dat er nog meer embryo’s ontdooid moeten worden. Of dat de kwaliteit van de embryo’s twijfelachtig is. In het laatste geval maken we met u een afspraak onder voorbehoud voor een plaatsing. Belangrijk: een embryo waarvan enkele cellen kapot zijn (degeneratie), kan zich verder normaal ontwikkelen. Dit komt omdat de cellen nu nog totipotent zijn, iedere cel bezit nog alle kenmerken die nodig zijn om een embryo gezond verder te laten groeien. De enige voorwaarde voor een zwangerschap is dat er nog voldoende van die totipotente cellen zijn.
  • Na de beoordeling van de embryo’s wordt u gebeld. Een laboratoriummedewerker van het IVF laboratorium in Zwolle vertelt u hoeveel embryo’s er ontdooid zijn. Ook hoort u of een plaatsing in de baarmoeder mogelijk is. Als dit het geval is, gebeurt dat altijd de volgende dag.

Stap 3: Plaatsing van een cryo-embryo
De plaatsing van het ontdooide embryo vindt op dezelfde manier plaats als bij IVF. Wanneer het embryo in een kunstmatige cyclus wordt geplaatst, gaat u volgens afspraak door met de voorgeschreven hoeveelheid Progynova en Utrogestan. In geval van een eigen natuurlijke cyclus krijgt u geen medicijnen.

Wachttijd
Ook het wachten op de afloop van een cryo-behandeling wordt door veel paren ervaren als een zware periode. U heeft opnieuw veel in de behandeling geïnvesteerd. Het vooruitzicht na een mislukte cryo-behandeling misschien weer een ‘gewone’ IVF- of ICSI-behandeling te ‘moeten’ starten, kan voor extra stress zorgen.

Zwangerschapstest
Als u de cryoplaatsing heeft gekregen in uw eigen natuurlijke cyclus, kunt u twaalf dagen erna een zwangerschapstest doen. Bij een kunstmatige cyclus is dit veertien dagen na de plaatsing. U gebruikt daarvoor de eerste, geconcentreerde ochtendurine en een zwangerschaptest die u bij de apotheek of drogist kunt kopen. We raden u aan om de avond vóór de test weinig te drinken.

U geeft de testuitslag door aan uw eigen behandelende ziekenhuis aan de verpleegkundige VPG. Bij een negatieve test bespreekt u de eventuele volgende stappen met een verpleegkundige. Bij een positieve test maakt u een afspraak voor een echo.

Zwangerschapsecho
Tijdens deze eerste zwangerschapsecho vindt de eerste controle van het embryo plaats. Ook bespreekt de arts met u de mogelijkheden voor prenatale diagnostiek en zo nodig doorverwijzen. Er wordt een afspraak gemaakt voor een tweede echo bij ongeveer elf weken zwangerschap. Ook wordt besproken of uw zwangerschapscontroles zullen plaatsvinden bij de verloskundige, huisarts of gynaecoloog.

Leefstijladviezen
Adviezen voor een gezonde leefstijl tijdens de zwangerschap, met name op het gebied van voeding. Ook kunt u terecht op de website van het Erfocentrum: www.erfocentrum.nl, doorklikken op ‘Kinderwens’, of die van het Voedingscentrum: www.voedingscentrum.nl, doorklikken op ‘Mijn kind en ik’.

Gebruik van medicatie en foliumzuur

  • Na een positieve zwangerschapstest in een kunstmatige cyclus moet u nog acht weken doorgaan met het gebruik van Progynova en Utrogestan. Daarna kunt u stoppen met deze medicijnen.
  • U gaat ook door met slikken van foliumzuur. Pas na tien weken zwangerschap is extra foliumzuur niet meer nodig.

Niet zwanger?
De slagingspercentages van een cryo-behandeling zijn anders dan van een IVF/ICSI-behandeling.

Als u niet zwanger bent geworden van uw cryo-behandeling in een natuurlijke cyclus, komt meestal de menstruatie vanzelf op gang. Bent u overtijd en is de test negatief, dan kunt u twee dagen later de test nogmaals herhalen. Is deze voor de tweede maal negatief, dan betekent dit dat de behandeling niet gelukt is. Mocht uw menstruatie niet vanzelf op gang komen, dan kunt u na één à twee weken contact met ons opnemen.

Als de cryo-behandeling is mislukt, is dat een zware teleurstelling die emoties als verdriet en neerslachtigheid met zich meebrengt. In veel gevallen kunt u (samen) de negatieve uitslag wel opvangen. Mocht dit echter niet goed lukken, dan kunt u een beroep doen op een medisch maatschappelijk werker of een klinisch psycholoog.

Verder na een niet-geslaagde cryo-behandeling
Als er nog embryo’s in bewaring zijn, kunt u meteen weer met een nieuwe cryo-behandeling beginnen. Er is geen wachttijd nodig, maar u mag natuurlijk zelf een pauze inlassen. Als u start met een nieuwe cryo-behandeling, begint u weer met stap één zoals in dit hoofdstuk is genoemd.
 
Wanneer er geen cryo’s meer in bewaring zijn, kunt u mogelijk weer ingepland worden voor een IVF- of ICSI-behandeling. 
 
Bijzonderheden
Als embryo’s al twee jaar ingevroren zijn, stuurt het IVF-laboratorium te Zwolle u een brief. Hierop kunt u als volgt reageren:

  • U neemt contact op met het fertiliteitscentrum (of uw eigen behandelende kliniek) en laat de embryo’s ontdooien en plaatsen.
  • U geeft per telefoon door dat de ingevroren embryo’s bewaard moeten blijven.
  • U geeft per brief door dat de ingevroren embryo’s bewaard moeten blijven.
  • U stuurt ons de ‘Verklaring voor vernietiging van ingevroren embryo’s’. De embryo’s worden dan vernietigd.
  • U laat niets horen en krijgt na eén tot twee jaar opnieuw een brief. Als u dan weer niet reageert, worden de embryo’s volgens contract vernietigd.

Let op
Zorg ervoor dat het Isala Fertiliteitscentrum een actueel adres van u heeft. Als zij u niet kunnen bereiken, mogen ze de ingevroren embryo’s vernietigen.

Drie afgeronde behandelingen
Na drie afgeronde behandelingen (exclusief cryo’s) is het zinvol om een evaluatiegesprek bij uw gynaecoloog te plannen. Samen kunt u dan doornemen of het beter is om te stoppen met de behandeling. In het geval van stoppen kan dit gesprek een stapje zijn in de acceptatie van de kinderloosheid. Dit gesprek is niet verplicht.

Extra behandeling
Wanneer u overweegt een vierde behandeling te doen, kan er tijdens het evaluatiegesprek met u besproken worden of dit zinvol is. Dat hangt van meerdere factoren af, onder andere uw leeftijd, de kwaliteit van de geplaatste embryo’s en het aantal aangeprikte follikels bij uw vorige pogingen. Als hierover twijfel bestaat, kan de arts uw situatie bespreken in het teamoverleg.

Teamoverleg in complexe situaties
In complexe (ingewikkelde) situaties kan de arts besluiten u als paar te bespreken in het teamoverleg. Hierbij zijn ook de andere gynaecologen aanwezig. Naar aanleiding van dit overleg kan besloten worden dat u of nog een nieuwe poging mag starten of moet stoppen met behandelen. Soms vind ook overleg plaats met het IVF-team in Zwolle.

Slagingspercentages
Zoals blijkt uit deze informatie, is een IVF/ICSI-behandeling opgebouwd uit vier fasen. In iedere fase kan het mislopen, maar de kans is daarop is niet voor iedere fase even groot. In onderstaand schema kunt u lezen hoe de kans op een zwangerschap tot stand komt. De cijfers zijn gebaseerd op onze zwangerschapspercentages van het verleden. ( de meest recente kunt u vinden in het jaarverslag op de website van het Deventer ziekenhuis. 

​IVF ICSI​ Cryo
​Laten we aannemen dat 100 vrouwen starten met de hormonale fase van de IVF- of ICSI- behandeling. (Voor cryo’s gaan we ook uit van 100 vrouwen die starten met een cryo-behandeling.) 
100 ​100 ​100
​Bij een aantal van deze vrouwen wordt de behandeling vóór de punctie afgebroken in verband met bijvoorbeeld: onvoldoende groei van follikels, dreigende overstimulatie of het optreden van een voortijdige eisprong. Bij de volgende aantallen vrouwen wordt wel een punctie gedaan.  
​92 ​94 n.v.t.
​Bij het volgende aantal vrouwen worden er na de punctie eicellen gevonden in het afgezogen eicelvocht en bevat het sperma (voldoende) zaadcellen om de IVF of ICSI te kunnen uitvoeren.
​91 ​93 n.v.t.​
​Na de punctie volgt de laboratoriumfase. Niet bij allemaal treedt ook daadwerkelijk bevruchting op. Bij dit aantal vrouwen raken één of meerdere eicellen bevrucht. Het cijfer dat genoemd is bij cryo, is het aantal vrouwen bij wie de embryo’s de ontdooiing goed overleven.
​79 ​87 ​86
​In de fase na de embryoplaatsing gaat het bij de meeste paren mis. De oorzaak hiervan ligt over het algemeen in de niet-zichtbare afwijkingen aan het embryo. Bij deze percentages vrouwen is 18 dagen na de embryoplaatsing de zwangerschapstest positief.
​29 28​ 32​
​Bij IVF en ICSI bestaat, net als bij een natuurlijk ontstane zwangerschap, de kans op een miskraam. Na 12 weken blijft het volgende aantal doorgaande zwangerschappen over. ​22 22​ 24​
 ​

Bijwerkingen en complicaties van IVF en ICSI
Natuurlijk doen we ons uiterste best om uw behandeling goed te laten verlopen. Toch is het nodig dat u rekening houdt met bepaalde risico’s van vruchtbaarheidsbehandelingen. Het is mogelijk dat u te maken krijgt met gevolgen op lange en korte termijn voor uzelf en voor uw kind.

Gevolgen voor de vrouw op korte termijn
Tijdens de behandeling kunt u direct met mogelijke gevolgen van uw IVF- of ICSI-behandeling te maken krijgen. De kans op een van deze complicaties is niet heel groot, maar wel aanwezig.

Geen reactie op stimulatie met hormonen (low response)
Het kan voorkomen dat het lichaam van de vrouw niet of onvoldoende reageert op de stimulatie met hormonen. Gedurende stap 1 kan dan in bepaalde gevallen de dosering worden verhoogd, maar dat leidt helaas niet altijd tot het gewenste resultaat. Wanneer wij de indruk hebben dat bij een volgende poging op een hogere dosering wel meer follikels gaan groeien, adviseren wij de poging af te breken. Bij de volgende behandeling zal de startdosering van de medicatie verhoogd worden .

Low response komt vaker voor bij vrouwen boven de 38 jaar en bij vrouwen met een verminderde eicelvoorraad. In geval van een verminderde voorraad is geen behandeling mogelijk.

Als er op de maximale dosering (225 eenheden FSH) geen reactie is, kunnen we helaas geen IVF- of ICSI-behandeling doen met uw eigen eicellen. We breken de behandeling dan af. Eiceldonatie is in deze gevallen nog de enige mogelijkheid om zelf zwanger te worden.

Overstimulatie (OHSS)
In ongeveer 2 procent van de IVF/ICSI-behandelingen treedt er na de punctie overstimulatie (ovariëel hyperstimulatiesyndroom/OHSS) op. De kans hierop is groter bij jonge vrouwen en vrouwen bij wie de rijping van de ei-blaasjes verstoord is (PCO-syndroom). Overstimulatie houdt in dat als gevolg van de hormoonstimulatie onverwacht veel te veel ei-blaasjes zijn gegroeid, waardoor de eierstokken heel veel van het hormoon oestradiol zijn gaan produceren. Daardoor kunt u hevige buikpijn of een opgeblazen gevoel krijgen, kortademig zijn, misselijk zijn en/of overgeven. Dit kan gepaard gaan met vocht in de buik en eventueel ook vocht in de borstkast. Overstimulatie is niet altijd te voorkomen, maar de risico’s zijn wel te verminderen met rust en veel drinken. OHSS gaat meestal na deze maatregelen vanzelf over. In ernstige gevallen blijft u extra onder controle door middel van echo’s en bloedonderzoek. Soms is een opname in het ziekenhuis met een vochtinfuus noodzakelijk. Bij een zwangerschap verloopt de overstimulatie heftiger en kan het langer blijven bestaan.

Als er tijdens de behandeling te veel ei-blaasjes groeien en/of als uw hormoonspiegel van oestradiol te hoog is, raadt de gynaecoloog u af om zwanger te raken. De IVF-behandeling zal dan gestaakt worden. U krijgt géén Ovitrelle of Pregnyl en u krijgt het advies geen (onbeschermde) gemeenschap te hebben. Ook kan het voorkomen dat na een punctie afgezien wordt van het terugplaatsen van een embryo in verband met OHSS. Om de cyclus op een juiste wijze af te bouwen, krijgt u medicatie voorgeschreven. De klachten verdwijnen dan vanzelf. Bij een volgende behandeling zal de dosering van hormonen verlaagd worden. 
 
Let op
Neem bij buikpijn, koorts boven 38 graden Celsius, snelle toename van de buikomvang of snelle gewichtstoename direct contact op met het ziekenhuis. Dus niet met uw huisarts of een ander ziekenhuis. 
 
Infectie na een IVF/ICSI-punctie (1 procent kans)
Ondanks het schoonmaken van de vagina komen bij de punctie altijd bacteriën in of bij de eierstokken terecht. Meestal is de natuurlijke afweer van de vrouw voldoende en ruimt het lichaam deze bacteriën zelf op. In een klein aantal gevallen gebeurt dat niet en kan de vrouw klachten krijgen zoals toenemende buikpijn en/of abnormale afscheiding, koorts (38 graden en hoger) en een algemeen ziektegevoel. Het is belangrijk om bij bovenstaande klachten contact op te nemen met de poli Gynaecologie, Verloskunde & voortplantingsgeneeskunde van het Deventer ziekenhuis.
Als na echocontrole en bloedonderzoek blijkt dat u inderdaad een infectie heeft, kan het nodig zijn u een antibioticum voor te schrijven. Sommige vrouwen hebben door een bepaalde aandoening een verhoogd risico op een infectie. Ook kan het nodig zijn dat u voorafgaand aan de punctie antibiotica krijgt als u ooit endometriose en/of een eileiderontsteking heeft gehad. 
 
Nabloeding na een IVF/ICSI-punctie (1 procent kans)
Licht bloedverlies na een follikelpunctie is normaal. Het kan voorkomen dat een van de prikgaatjes in de vagina na de punctie blijft bloeden. Dit is meestal te stelpen met een soort tampon en soms met een hechting. De kans op een inwendige bloeding is zeer klein. Neem contact op met uw arts bij aanhoudende buikpijn of vaginaal bloedverlies.

Infectie bij het kweken van embryo’s (minder dan 1 procent kans)
Ondanks strikte hygiënische maatregelen kan er toch een infectie optreden, waardoor de embryo’s onbruikbaar zijn voor een eventuele plaatsing. 
 
Eicelbeschadiging bij ICSI
Bij IVF kan er geen invloed op de bevruchting zelf uitgeoefend worden. Bij ICSI wordt de zaadcel echter met een dunne pipet direct in de eicel gebracht. Meestal blijken niet alle eicellen geschikt voor de ICSI-procedure. Ondanks een technisch juiste uitvoering van de ICSI treden bij ongeveer 10 procent van de eicellen beschadigingen op, waardoor een verdere ontwikkeling niet goed verloopt. Deze embryo’s zijn niet meer te plaatsen.
 
Allergische reactie op de gebruikte medicijnen (minder dan 1 procent kans)
Bij alle gebruikte injecties zijn gevallen bekend van lichte huidreacties (roodheid, gevoeligheid, zwelling of jeuk) door de medicatie. Het is belangrijk dit bij uw arts te melden. Soms kan het overstappen op een ander, gelijkwerkend middel uw klachten wegnemen. Ernstige allergische reacties komen zelden voor. 
 
Als u weet dat u overgevoelig bent voor bepaalde antibiotica of pijnstillers, zoals diclofenac en/of rapifen, is het belangrijk dit vóór de start van de behandeling door te geven aan uw arts. Zo nodig kan hij een alternatief voorschrijven.

Gevolgen voor de zwangerschap
Als een lang verwachte zwangerschap tot stand is gekomen, kan er helaas toch nog iets misgaan, bijvoorbeeld doordat u een miskraam krijgt of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap heeft. Een meerlingzwangerschap zien wij ook als een risico van IVF/ICSI. 
 
Miskraam (missed abortion of spontane abortus)
Bij een IVF- en ICSI-zwangerschap is de kans op een miskraam iets verhoogd, ongeveer 20 tot 25 procent. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de hogere leeftijd van de vrouwen die IVF of ICSI ondergaan. Hoe ouder de vrouw is, hoe groter immers de kans op miskramen. Ook heeft het hogere percentage te maken met het feit dat er meestal snel een zwangerschapstest gedaan wordt. Bij een spontane zwangerschap wordt een miskraam niet altijd gesignaleerd omdat de vrouw niet meteen een test doet. 
 
Buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG) (3 tot 8 procent kans)
Hoewel de embryo’s heel zorgvuldig in de baarmoeder worden geplaatst, kan het toch voorkomen dat een embryo buiten de baarmoeder terechtkomt en zich daar innestelt en verder ontwikkelt. Meestal bevindt een buitenbaarmoederlijke zwangerschap zich in de eileider, maar dit kan ook op andere plaatsen. Dit is een gevaarlijke situatie omdat het embryo geen ruimte heeft om te groeien en de eileider kan barsten. Dit kan acuut veel bloedverlies geven. 
 
Meerlingzwangerschap (12 procent kans)
Een twee- of drielingzwangerschap zien wij als een risico vanwege de grote problemen die bij deze zwangerschappen kunnen ontstaan, zoals vroeggeboorte (met een grotere kans op infecties en blijvend hersenletsel) en groeiachterstand van de kinderen. Ook bij de moeder is er een grotere kans op complicaties. 
 
Bij het plaatsen van twee embryo’s is de kans op een tweelingzwangerschap afhankelijk van uw leeftijd en bedraagt deze ongeveer 20 tot 25 procent. De kans op een drieling is 1 procent. 
 
Gevolgen voor kinderen geboren na IVF-behandeling
Bij kinderen die na een IVF/ICSI-behandeling geboren worden, zijn geen aandoeningen aan te tonen die rechtstreeks het gevolg zijn van de behandeling. Prenatale diagnostiek (onderzoek vóór de geboorte) wordt dan ook niet standaard geadviseerd. Dat wordt alleen geadviseerd als daarvoor aanleiding is, bijvoorbeeld als op een zwangerschapsecho afwijkingen ontdekt worden. 
 
Geen grotere kans op aangeboren afwijkingen
Uit grote onderzoeken is gebleken dat kinderen die zijn geboren uit IVF/ICSI-zwangerschappen, een iets grotere kans hebben op een aangeboren afwijking als kinderen geboren uit natuurlijk ontstane zwangerschappen. IVF/ICSI-kinderen hebben ook  een iets grotere kans op een voortijdige geboorte (gemiddeld vijf dagen), op groeiachterstand en op een iets lager geboortegewicht (90 gram lichter). Of deze verschillen op de lange termijn gevolgen hebben, is niet bekend. Er is niet bekend of deze kleine verschillen te maken hebben met de gemiddeld iets oudere leeftijd waarop de IVF/ICSI-moeder zwanger wordt.

Afwijkingen in het erfelijk materiaal
Bij ICSI zien we geen grotere aantallen kinderen met aangeboren afwijkingen dan bij natuurlijk ontstane zwangerschappen. Wel blijken twee zeer zeldzaam voorkomende syndromen vaker voor te komen. Dit gebeurt met name bij een vorm van ICSI met zaadcellen die via een chirurgische ingreep rechtstreeks uit de bijbal of zaadbal zijn.

  • Bij meisjes is dit het syndroom van Turner. Hierbij is er sprake van onvruchtbare vrouwen, die klein van stuk zijn en vaak een hartafwijking hebben.
  • Bij jongens gaat het om het syndroom van Klinefelter. Hierbij is er sprake van onvruchtbare mannen die meestal juist lang zijn. Bij jongetjes die geboren zijn na een ICSI-behandeling met chirurgisch verkregen zaadcellen, zien we ook een geringe toename van hypospadie. Dit is een aangeboren afwijking van de penis, waarbij de plasbuis niet op de top van de eikel eindigt, maar lager aan de onderzijde.
  • Daarnaast is het denkbaar dat de jongetjes van vaders met een erfelijke oorzaak voor hun verminderde spermakwaliteit zelf ook verminderd vruchtbaar zijn. Dit heeft alleen niets met de gebruikte techniek te maken, maar alles met de ‘gewone’ erfelijkheid.

Effecten op lange termijn
IVF en ICSI zijn relatief jonge behandelmethoden. Over de gevolgen op langere termijn bestaat nog geen volledige duidelijkheid.

Kanker bij de moeder door de gebruikte hormonen
Bij veel vruchtbaarheidsbehandelingen krijgt u hormonen voor eierstokstimulatie. Uit wetenschappelijke studies die tot nu toe zijn gedaan na IVF en ICSI, blijkt geen verhoogde kans op borst-, baarmoeder- of eierstokkanker, maar de gevolgen op langere termijn zijn (nog) niet volledig bekend.

Onbekende gevolgen voor het kind
Hoewel de IVF-behandeling sinds de jaren tachtig routinematig wordt toegepast, zijn er mogelijk gevolgen op de lange termijn die nu nog niet bekend zijn. Het oudste IVF-kind is geboren in 1978. Het oudste ICSI-kind is van begin jaren negentig. Of er op langere termijn ontwikkelingsstoornissen kunnen optreden, valt daarom nog niet met zekerheid te zeggen. Om deze reden gaan we voor uw IVF/ICSI-procedure een behandelovereenkomst aan, waarin onder meer is vastgelegd dat alle medewerkers van Isala Fertiliteitscentrum niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de fysieke en/of mentale eigenschappen van door IVF en ICSI verwekte kinderen.

SCHEMA IVF-BEHANDELING: WAT U WANNEER MOET DOEN

A. Voordat u met IVF begint:

  • Startgesprek/spuitinstructie afspreken bij de verpleegkundige-VPG.
  • Recepten inleveren en medicijnen ophalen bij de DAS apotheek.
  • Zorg dat u de beschikking heeft over een auto met functionerende sigarettenaansteker.
  • Informeer bij uw zorgverzekeraar of uw tussenpersoon, hoe in uw specifieke situatie met betrekking tot vergoeding geregeld is.

B. Als de IVF-behandeling gaat beginnen:

  • Heeft u spuiten? Heeft u medicijnen? Heeft u het instructieschema?
  • Bellen wanneer u gestart bent met de pil.
  • Start Microgynon volgens het instructieschema op tweede dag van de menstruatie die valt tussen 2 en 6 weken vóór de start van de GnRH-agonist (Decapeptyl). Let op: het kan zijn dat u niet de hele strip hoeft te gebruiken; het kan ook zijn dat u na de eerste strip met de volgende moet starten (zonder stopweek) Na het stoppen met de pil is een lichte menstruatie normaal.           
  • Start GnRH-agonist op de afgesproken datum; de pilstrip maakt u af volgens het afgesproken schema.
  • Startecho in de  tweede GnRH-agonist-week (Decapeptyl®) volgens afspraak
  • Als de startecho goed is, begint u in deze week met gonadotrofine (Gonal-F, Puregon of Menopur) volgens schema.
  • Eerste follikelmeting op gonadotrofine-dag 10 volgens afspraak gemaakt na de startecho.
  • Zo mogelijk wordt de punctie gepland; anders wordt de volgende echo afgesproken. Dit vindt u terug op afspraken- en stimulatieschema.
  • Breng bij elk bezoek (ook voor de echo!) het stimulatieschema mee naar het ziekenhuis.
  • Als de medicijnen of spuiten opraken: vraag op tijd een nieuw recept.
  • Controleer of pregnyl of ovitrelle in huis is en prikinstructie duidelijk is.

C. Na de punctie:

  • Als Utrogestan® wordt voorgeschreven moet u hiermee doorgaan tot de menstruatie komt of tot de zwangerschapstest positief is. U krijgt nadere instructie omtrent het afbouwen van de Utrogestan® van de verpleegkundige-VPG.
  • Als u gaat menstrueren (± 14 dagen na de punctie) laat ons dit dan a.u.b. weten, tijdens het telefonisch spreekuur (tel.: 535102).
  • Als u 18 dagen na de punctie nog niet menstrueert, doe dan thuis een zwangerschapstest.
  • Indien de zwangerschapstest positief is, kan 3 weken later een inwendige echo worden verricht.


HANDLEIDING SUBCUTAAN (ONDER DE HUID) SPUITEN.

U krijgt een volledige spuitinstructie van de verpleegkundige-VPG. De instructie is zowel mondeling als schriftelijk.

Hieronder volgt een korte samenvatting van de instructie bij het gebruik van ampullen zoals bij de HCG toediening.

  1. u controleert de ampullen.
  2. Klop de vloeistof uit het bovenste gedeelte van de ampul.
  3. Breek de benodigde ampullen open.
  4. Trek de stamper van de spuit naar beneden, om het vacuüm eruit te halen.
  5. Zuig met de lange naald de watervloeistof op, zorg dat het oog van de naald naar beneden wijst.
  6. Verdeel nu de vloeistof over de ampullen waar de poeder in zit. Dit lost onmiddellijk op.
  7. Zuig de gemengde vloeistof op.
  8. Verwissel de naald. Verwijder de lucht uit de spuit.
  9. Nadat u de lucht uit de spuit hebt geklopt, weer de stamper van de spuit naar beneden trekken, zodat de vloeistof die in de kamer terecht is gekomen naar beneden komt.
  10. Nu kunt u de rest van de lucht in de spuit verwijderen.
  11. De spuit is nu klaar om te spuiten.

  12. Neem een huidplooi tussen duim en wijsvinger.
  13. Zorg er nu voor dat u in het oog van de naald kunt kijken.
  14. Steek de naald in een hoek van 90 graden in de huidplooi.

  15. Laat de plooi nu los.
  16. Spuit de vloeistof langzaam in de huid.
  17. Haal de naald uit de huid en dep even met een depper.
    1. U kunt spuiten in de buikwand, rondom de navel.
    2. U spuit iedere dag op een andere plek.
    3. U spuit ‘s ochtends, er mag niet meer dan 2 uur tijdsverschil zitten in de tijden dat u spuit.

Vragen/meer informatie?
Heeft u vragen, of wilt u meer informatie? Dan kunt u contact opnemen met:

Het transport IVF-team  te Deventer.

Telefonisch spreekuur op ma-di-do-vrijdag van 12.30 tot 13.30 uur, tel.: 0570 - 535102 of mail naar voortplantingsgeneeskunde@dz.nl


ROUTEBESCHRIJVING ISALA KLINIEKEN

Adres:
Isala Klinieken,
Dr. C.A. van Heesweg 2
8025 AB  Zwolle
tel.: 038- 4245224

Bezoekadres polikliniek fertiliteit
Dr Spanjaardweg 29
8025 BT Zwolle

Secretariaat Isala Fertiliteitscentrum
t (038) 424 52 24, bij geen gehoor (038) 424 50 00
f (038) 424 76 46
Bereikbaar op werkdagen van 8.15 tot 16.00 uur.
Telefonisch spreekuur arts: volgens afspraak.

De fertiliteitsafdeling bevindt zich in het B-gebouw op de 2e verdieping.
De Isala kliniek ligt vlakbij de Ceintuurbaan (N 35), die langs de oostkant van Zwolle loopt. In de nabijheid staat het Ziekenhuis aangegeven op de ANWB-borden.

Vanuit richting Deventer/Almelo (via N 35)
Onder de spoorlijn Zwolle-Meppel, bij het derde stoplicht rechtsaf. Aan uw rechterhand ziet u de Isala klinieken.
 

VEEL GESTELDE VRAGEN

Hoeveel kans is er op een meerlingzwangerschap bij IVF?
Bij een IVF-behandeling wordt er afhankelijk van het protocol meestal  maar één embryo in de baarmoeder geplaatst. Bij het terugplaatsen van meerdere embryo's wordt de kans op zwangerschap verhoogd, maar uiteraard ook de kans op een meerling¬zwangerschap. Meer dan 90% van alle zwangerschappen zijn eenlingen, de overige zijn meestal tweelingzwangerschap¬pen. De laatste jaren daalt dit aantal door het gewijzigde terugplaats beleid. Een drielingzwangerschap moet echt beschouwd worden als een complicatie van de IVF-behandeling, daar deze zwanger¬schappen over het algemeen zeker niet zonder  problemen verlopen.

Is een IVF-behandeling pijnlijk?
In het algemeen is een IVF-behandeling goed te doorstaan. Tegen het (zelf) injecteren van de hormonen wordt vaak opgezien, maar dat valt meestal toch wel mee. Door de hormonen zelf kan er een opgeblazen gevoel ontstaan. Een aantal vrouwen heeft last van buikpijn of een zwaar gevoel onder in de buik als gevolg van het opzetten van de eierstokken in combina¬tie met verklevingen, die bijvoorbeeld ten gevolge van ontstekingen en/of een operatie zijn ontstaan.
De eicelpunctie door de schedewand heen kan een vervelen¬de ingreep zijn, met name als de eierstokken er wat ongunstig voorliggen. Deze ingreep gebeurt poliklinisch en onder lokale verdoving. De ingreep wordt door verreweg de meeste vrouwen als goed te verdragen ervaren. Het terugplaat¬sen van de embryo's is puur medisch gezien niet belastend, maar heeft een emotioneel niet te onderschatten lading.

IVF en relatie: is het verstandig om er met anderen over te praten als je met IVF bezig bent, of is het juist beter om het geheim te houden?
Het is patiënten aan te raden een aantal mensen in de omgeving erover te vertellen. Mensen krijgen er op een of ander manier toch mee te maken. Het zal vanwege het frequente bezoek aan de polikliniek niet makkelijk zijn het verborgen te houden voor bijvoorbeeld de werkgever. Ook naaste familie of goede vrienden kunnen beter op de hoogte zijn. Geheim houden geeft alleen maar extra stress. Het bezig zijn met IVF is immers al belastend genoeg.
Het heeft waarschijnlijk geen zin om het aan al te veel mensen te vertellen, omdat onvruchtbaarheid vaak een moeilijk te bespreken onderwerp is. Mensen kunnen zeer ontactische opmerkingen maken die heel kwetsend kunnen zijn. Goede vrienden en naaste familie kunnen morele steun geven, als ze op de hoogte zijn. Ook de Freya site biedt een mogelijkheid van lotgenoten contact.

Heeft spanning of stress invloed op het succes van een IVF-behandeling?
Hiernaar is nog geen gedegen wetenschappelijk onderzoek verricht. Het is echter in het algemeen zo dat een aantal zaken makkelijker lijkt te gaan, als er weinig of geen factoren aanwezig zijn die stress veroorzaken. Aan een zekere gespannenheid ontkomen maar weinig mensen die voor IVF kiezen. Dat is niet zo vreemd, IVF is immers echt de laatste strohalm. Als men eenmaal aan IVF toe is betekent dat vaak het eindpunt van een reeks onderzoeken en behandelingen die (nog) niet tot het zo vurig gewenste resultaat hebben geleid. Pas als de kans op een spontane zwangerschap zeer klein wordt geacht, komt men in aanmerking voor IVF. Maar na IVF is er geen verdere behandeling meer, en mede daardoor hebben de meeste paren vaak nogal hoge verwachtingen. Bij meer dan de helft van de mensen resulteert IVF niet in een zwangerschap met als eindresultaat een baby. De mensen uit deze niet succesvolle groep kunnen in een enorm gat vallen. Na jaren van proberen, onderzoe¬ken, behandelingen, spanning en hoop komt uiteindelijk de enorme teleurstelling.
 
Op dat moment is er goede opvang nodig, van familie, vrienden en/of professionele hulpverlening, omdat men dan pas aan de verwerking van dat intense verdriet toekomt. Het verdriet over het "verlies" van iets dat men nooit heeft gehad. Het is goed als mensen die aan IVF beginnen zich van tevoren realiseren dat de mogelijk¬heid dat zij niet zwanger worden zeker niet ondenkbaar is.

Hoeveel stress brengt een IVF-behandeling met zich mee, vooral als het niet meteen bij de eerste poging lukt?
Het beste is om zo gewoon mogelijk door te gaan met leven, zoveel mogelijk die dingen te doen die u normaal ook doet. Vooral de periode na het terugplaatsen van de-embryo’s wordt als zeer belastend en moeilijk ervaren. De behandeling is in feite klaar, er moet alleen nog afgewacht worden of de embryo's zich willen innestelen in de baarmoeder en of er een zwangerschap ontstaat.
Het heeft geen zin om alle normale dagelijkse bezigheden op te geven en zo voorzichtig mogelijk te leven, wat dat dan ook inhoudt. Dat geeft alleen maar extra spanning. Normale activiteiten waaronder ook lichamelijke activiteiten kunnen gewoon doorgaan. Dat geeft ontspanning.
Van roken en overgewicht is wetenschappelijk aangetoond dat het een sterk negatief effect heeft op de kansen om met een IVF-behandeling zwanger te raken. Een rustig, regelmatig en gezond leven leiden geeft de beste kansen op zwangerschap. Dit geldt normaal gesproken ook als men op de normale manier zwanger wil raken, maar tevens voor IVF.
IVF is niet alleen een medische ingreep, het is méér. Zodra een paar aan een IVF-behandeling begint, zijn ze er samen dag in dag uit mee bezig. Het betekent veel meer dan gewoon zwanger worden, het heeft vaak gevolgen voor de relatie. De hormoonbehandeling die nodig is om meerdere follikels te laten rijpen kan invloed hebben op het humeur, vrouwen zijn nogal eens wat prikkelbaar¬der. Als de embryo's in de baarmoeder zijn geplaatst, breekt er een spannende periode aan: er moet worden afgewacht of het gelukt is. Het duurt twee weken voordat men zekerheid heeft over het al of niet zwanger zijn, dagen van onzekerheid, angst, spanning en hoop.
De meeste IVF-centra geven na de eicelpunctie geneesmiddelen om de innesteling in het baarmoederslijm¬vlies te bevorderen (via injecties of vaginale tabletten). Een gevolg hiervan kan zijn dat de menstruatie uitblijft, terwijl er geen zwangerschap aanwezig is. Alleen een zwangerschapstest geeft hieromtrent zekerheid.
Als de IVF-behandeling mislukt is, betekent het dat alles na een bepaalde rustperiode weer van voren af aan zal moeten gaan beginnen. Dit vooruitzicht kan heel belastend zijn. Een paar moet samen sterk in de schoenen staan om dat aan te kunnen. Soms is hulp van buitenaf nodig; uw gynaecoloog en de verpleegkundigen-VPG kunnen u hierbij adviseren. Aan het team is een maatschappelijk werkende verbonden die u persoonlijke begeleiding kan geven. Daarnaast kan men terecht bij de FIOM in Zwolle. De FIOM biedt persoonlij¬ke begeleiding aan vrouwen en paren die met IVF-behandelingen bezig zijn. Zij organiseren eveneens thema avonden omtrent ongewenst kinderloos zijn. De FIOM geeft géén medische of zakelijke begeleiding. Er zijn geen kosten aan verbonden.

IVF zakelijk: is er een wachtlijst voor IVF en hoe vaak mag de behandeling herhaald worden?
De wachtlijst voor IVF is per ziekenhuis verschillend. Per IVF-centrum is het ook verschillend hoeveel IVF-behandelingen worden uitgevoerd per patiënt. Door veel centra wordt het principe gehanteerd, dat doorgegaan wordt met behandelen zolang dat medisch gezien zinvol lijkt, maar uiteraard niet langer dan mensen dat zelf willen en aankunnen. Financiële aspecten kunnen ook een rol spelen. Het Deventer Ziekenhuis kent momenteel praktisch geen wachtlijst voor een IVF of een IVF-ICSI-behandeling
 
Wordt IVF vergoed?
Via een subsidieregeling werden aan patiënten die bij een ziekenfonds verzekerd zijn sinds 1 februari 1990 drie IVF-behandelingen vergoed per patiënt per zwangerschap, indien aan de gestelde criteria wordt voldaan. Nadat sinds 1 januari 2004  de  vergoeding voor IVF indringend veranderd was, waarbij in principe slechts behandeling twee en drie voor vergoeding in aanmerking kwamen, is de situatie per 1 januari 2013 weer gewijzigd. De eerste drie IVF-behandelingen zijn weer vergoed in het basispakket. Het blijft op dit moment  allemaal sterk in beweging en het is niet mogelijk in het bestek van dit informatie boekje alle mogelijkheden die in uw geval van toepassing zijn in detail te bespreken. Het is belangrijk om voor aanvang met de behandeling aan de hand van uw polis zelf na te gaan hoe voor de situatie is. Ook kan het nuttig zijn informatie in te winnen bij  uw verzekeraar.
Iedere verzekeringsmaatschappij heeft zijn eigen in- en uitsluit criteria, variërend van geen enkele vergoeding tot zelfs onbeperkte vergoeding. De kosten van een IVF-behandeling zijn  niet gering: gemiddeld kost één IVF-behandeling ongeveer 3.500,= euro, inclusief de medicijnen die nodig  zijn. De medicijnen worden meestal geheel vergoed, soms is een eigen bijdrage noodzakelijk¬. Verwacht wordt dat de medicijnenvergoeding de komende jaren zal wijzigen. Het is zaak in uw eigen polisvoorwaarden te kijken wat uw ziektekostenverzekering vergoedt.

Wat is ICSI?
De ICSI-behandeling verloopt net zo als een gewone IVF-behandeling, met uitzondering van het laboratoriumgedeelte. De zaadcellen worden niet zomaar met de eicellen samen¬gebracht, maar met een uiterst dun glazen naaldje wordt één van de zaadcellen opgezogen en tot ín de eicel gebracht. Dit gebeurt op deze manier, omdat de zaadcellen niet in staat zijn zelf tot in de eicel door te dringen. Bij IVF verloopt dit gedeelte in principe nog op natuurlijke wijze.
Bij ICSI kunnen alleen de volledig rijpe eicellen gebruikt worden. Het is daarom niet altijd mogelijk om elke eicel te behandelen. Ook niet alle eicellen zullen de injectie goed doorstaan. Ongeveer 15% van de eicellen blijkt niet geschikt te zijn. Bij de overige eicellen is de kans op bevruchting, zelfs met "slecht" zaad, ongeveer gelijk aan de kans bij een IVF-behandeling met normaal zaad. De verdere ontwikkeling van de bevruchte eicellen en de plaatsing in de baarmoeder is bij IVF en ICSI hetzelfde. ICSI is dus eigenlijk een verdere laboratorium ontwikkeling van IVF. De eerste IVF-baby werd in 1978 geboren, de eerste ICSI-baby in 1992, dus 14 jaar later. Het aantal ICSI-kinderen dat geboren is, is natuurlijk kleiner dan het aantal IVF-kinderen.
Omdat ICSI een stap verder verwijderd is van de natuurlijke bevruchting dan 'normale' IVF, bestond aanvankelijk grote zorg over een mogelijke toename van aangeboren afwijkingen bij ICSI-kinderen. Onderzoek heeft aangetoond dat er inderdaad bijvoorbeeld een klein verschil bestaat tussen ICSI-kinderen en IVF-kinderen: de kans op bepaalde chromosoom¬afwijkingen is met ongeveer 1% toegenomen (chromosomen zijn de dragers van erfelijke eigenschappen). Het gaat hier dan met name om een afwijkend patroon van de geslachts-chromosomen X en Y. Dit afwijkende patroon wordt vooral gezien bij kinderen van wie de vader een soortgelijke variant heeft, soms in alle en soms in een deel van zijn lichaamscellen.
Het is daarom zinvol om vóór de start van de ICSI-behandeling het chromosoom-pa¬troon van de vader te laten onderzoeken, vooral wanneer bij hem het aantal zaadcellen erg klein is. Dit onderzoek kan worden verricht door bloedonderzoek. Indien een afwijkend patroon wordt gevonden, kan een gesprek met een klinisch geneticus (erfelijk¬heidsdeskundige) worden afgesproken.
Tenslotte nog een opmerking over de plaats van de ICSI-behandeling. In de meeste IVF-laboratoria in Nederland vindt ook ICSI plaats. Ook in Deventer is het mogelijk deze behandeling te doen in samenwerking met Zwolle.

Wat kost ICSI?
Voor een ICSI-behandeling in Nederland wordt momenteel geen eigen bijdrage gevraagd. Het is mogelijk dat dit in de toekomst verandert.

Wat gebeurt er met embryo's die over zijn?
Bij een IVF-behandeling, zeker als het de eerste keer is, zijn er een aantal onzekere factoren. Het is van te voren niet goed te voorspellen hoe iemand op de hormonale stimulatie van de eierstokken zal reageren en hoe goed het bevruchtend vermogen van de zaadcellen van de partner zal zijn. Zo kan het gebeuren dat er (veel) meer embryo's in het laboratorium ontstaan dan er geplaatst kunnen worden die maand.
De meeste IVF-centra beschikken over de mogelijkheid om de overgebleven embryo's in te vriezen. Indien de IVF-behandeling mislukt is, kunnen er embryo's ontdooid worden en in de baarmoeder geplaatst worden tijdens een volgende, normale menstruele cyclus. Dit betekent praktisch gezien extra kansen op een zwangerschap zonder daarvoor de gehele ingewikkelde behandeling te hoeven ondergaan. De techniek van het invriezen van embryo's wordt nog steeds verbeterd en er zijn al heel wat kinderen, ook in Nederland, geboren uit embryo's die in de diepvries bewaard werden.
Soms gebeurt het dat een paar geen aanspraak meer wenst te maken op resterende embryo's in de diepvries, bijvoorbeeld vanwege het vervuld zijn van de kinderwens. Over die embryo's heeft men beschikkingsrecht, hetgeen juridisch iets anders is dan eigendoms¬recht. Paren kunnen bepalen dat de resterende embryo's vernietigd worden of ter beschikking worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek. Embryo's afstaan voor adoptie aan paren die daarvoor in aanmerking komen is op dit moment wettelijk niet mogelijk.

Kun je de behandeling stoppen en daarna besluiten toch weer verder te gaan?
Veel mensen hebben er moeite mee om de IVF-behandeling een poosje te stoppen als het op een bepaald moment om wat voor reden dan ook te belastend wordt. Vooral omdat men denkt als we nu stoppen hebben we er niet echt alles aan gedaan om zwanger te worden.
In de meeste IVF-centra is het heel goed mogelijk om de behandeling een tijdje te onderbreken. Als een eerste en misschien een tweede poging niet is gelukt en men wil even op adem komen, is het heel verstandig en zelfs aan te raden om even een pauze in te lassen om zich optimaal te kunnen voorbereiden op een eventuele volgende behandeling. Het is goed om dit met de behandelend arts te bespreken. Vergoeding door de verzekeraar wordt hierdoor niet in gevaar gebracht: men heeft en houdt recht op vergoeding van behande¬lingen twee en drie, ongeacht wanneer die plaatsvinden.

Als je zwanger bent geweest na een IVF-behandeling, hoe gaat dat dan voor wat betreft de financiële vergoeding bij een volgende behandeling?
Indien u zwanger bent geweest en er was sprake van een zogenaamde doorgaande zwangerschap ( tot voorbij de tiende week), dan hebt u opnieuw recht op een nieuwe behandeling. Dus voor een tweede kind hebt u opnieuw 3 behandelingspogingen.


FREYA

Vooral door de komst van de basisverzekering is het per jaar weer onduidelijk wanneer en hoe vaak IVF wordt vergoed. Het is aan te raden om hierover informatie in te winnen bij uw verzeke¬ringsmaatschappij.

Twee belangrijke adressen voor IVF-paren:
Informatie over onvruchtbaarheid (over oorzaken en mogelijke oplossingen) wordt gegeven door Freya.
Freya is een belangenvereni¬ging (patiëntenvereniging) voor vruchtbaarheidsproblematiek¬. Dat IVF tegenwoordig door het de verzekeraars wordt vergoed is voor een groot deel te danken aan Freya.
Wij raden degenen die aan IVF gaan beginnen aan om lid te worden. Dit kost een gering  bedrag per jaar en daarvoor krijgt u vier maal per jaar het Freya magazine. In dit blad staan, naast veel medische informatie, ook veel ingezonden brieven met ervaringen van anderen. Die kunnen droevig zijn maar ook vreugdevol. Nu IVF niet meer zo onbekend is schakelt de redactie van de Nieuwsbrief geleidelijk over naar andere kinderloosheidsbehandelingen als: ICSI, IUI, donorinseminatie en adoptie.
Ook vindt u daar een lijst van boeken met achtergrond informatie ( www.freya.nl/web_boeken/boeken).

Er wordt ook aandacht geschonken aan de psychologische kant van de kinderloosheid.

Freya
Postbus 476
6600 AL  Wijchen
tel. en fax: 024-6451088
www.Freya.nl

Ook de FIOM kan helpen. De FIOM profileert zich als een vrouwenhulpverlenings- organisatie en richt zich op hulpvragen en problematieken die te maken hebben met vrouw-zijn, zwangerschap, seksualiteit en ouderschap. De FIOM geeft ook hulp en begeleiding bij adoptie. De hulpverlening is gratis

FIOM
Emmastraat 11
8011 AE  Zwolle
tel.: 038-4218681
www.fiom.nl

Stichting Adoptievoorzieningen
www.adoptie.nl
Infolijn, tel.: 030 2330340

De Nederlandse vereniging voor obstetrie en gynaecologie (NVOG)
www.nvog.nl

Context menu