Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Sondevoeding bij kinderen

Sondevoeding bij kinderen

Een opname in het ziekenhuis is voor een kind, maar ook voor de ouders, een ingrijpende gebeurtenis. In het Deventer Ziekenhuis streven we ernaar de opname zo kort mogelijk te houden. Gelukkig hoeft sondevoeding geen reden meer te zijn om langer in het ziekenhuis te blijven.  Immers, als u als ouder/verzorger dit wilt leren, dan kan uw kind ook thuis sondevoeding krijgen. De noodzakelijke kennis en oefening in het geven van sondevoeding krijgt u van de verpleegkundige. Deze informatie helpt u tijdens de leerfase en geeft u houvast thuis. Hebt u vragen, aarzel niet om deze te stellen. De kinderarts, diëtist of verpleegkundige van de Kinderafdeling of de afdeling Neonatologie beantwoordt deze graag.
 
Inhoud
1. Sondevoeding algemeen

  • Wat is sondevoeding?
  • Waarom sondevoeding?
  • Waar zit de sonde in het lichaam?

2. Inbrengen van de sonde

  • Vastplakken van een sonde
  • Verwisselen van de Sonde
  • Mond- en neusverzorging

3. Voedingen door de sonde

  • Toediening
  • Instructies geven sondevoeding
  • Instructies medicijnen door de sonde
  • Bewaren van de sondevoeding
  • Eten en drinken naast sondevoeding
  • Voedingsadviezen voor zuigelingen
  • Voedingsadviezen voor peuters en jonge kinderen

4. Problemen

  • Verslikken
  • Voeding wil niet door de sonde
  • Diarree en/of spugen
  • Obstipatie
  • Irritatie van de neus

5. Persoonlijke gegevens

1. Sondevoeding algemeen

Wat is sondevoeding?
Sondevoeding is een vloeibare voeding die via een sonde, dit is een dun buisje, in de maag komt. De sonde loopt via de neus en de slokdarm naar de maag. De vloeibare voeding bevat alle noodzakelijke voedingsstoffen voor uw kind, of vult deze aan. Welke vloeibare voeding uw kind door de sonde krijgt schrijft de kinderarts voor.
 
Waarom sondevoeding?
Sondevoeding kan nodig zijn als kinderen niet kunnen, mogen, of willen eten. Soms heeft het kind meer energie, meer eiwit of meer vocht nodig om een goede conditie te houden, gewichtsverlies te voorkomen of groei te bevorderen. Immers kinderen hebben weinig reserve.

Het geven van sondevoeding is niet altijd alleen maar vervelend voor u en uw kind. Naast medische noodzaak heeft het een aantal voordelen:

  • uw kind hoeft niet beslist te eten, dus de maaltijden worden ontspannen;
  • uw kind houdt energie over om andere dingen te doen/leren en kan zich hierdoor ontwikkelen;
  • ook ú houdt meer tijd en energie over, die u kunt besteden aan het doen van andere dingen met u kind.

Waar zit de sonde in het lichaam?
De sonde gaat door één van beide neusgaten via de keelholte en de slokdarm naar de maag. Zie voor verduidelijking onderstaande tekening.



2. Inbrengen van de sonde
 
Instructies inbrengen van de sonde
Het inbrengen van een sonde is voor de meeste kinderen een vervelende ervaring.
Afhankelijk van de leeftijd van uw kind kan het nodig zijn om de sonde met 2 mensen in te brengen. De één kan het kind op schoot nemen, dus tegelijkertijd vasthouden en troosten, terwijl de ander de sonde inbrengt. 
In de meeste gevallen zal een speciaal hiervoor opgeleide verpleegkundige van de thuiszorg de sonde bij uw kind inbrengen in de thuissituatie. Voordat uw kind naar huis gaat, wordt hierover met u gesproken.

Vastplakken van de sonde
Het is belangrijk dat de sonde goed wordt vastgeplakt zodat deze goed op de plaats blijft zitten. Vieze pleisters of losse pleisters kunt u vanzelfsprekend direct vervangen.

Instructies:

  • Was uw handen.
  • Leg de pleisters klaar.
  • Vertel uw kind wat u gaat doen.
  • Verwijder voorzichtig de oude pleisters van de neus en de sonde.
  • Houd de sonde met één hand goed vast.
  • Pak de sonde weer vast.
  • Maak een lange sonde zo nodig met een pleister en een veiligheidsspeld aan de kleding vast op de rug, afhankelijk van de grote van het kind en de mobiliteit.

Verwisselen van de sonde
Op de afdeling is besloten of de sonde overdag blijft  zitten of wordt verwijderd. Dit is voor elk kind verschillend.  Een sonde mag maximaal 6 weken blijven zitten. Als de sonde te lang blijft zitten, geeft de sonde irritatie van de neus, slokdarm en/of maag, omdat het plastic stug wordt. Het is belangrijk dat de sonde regelmatig wordt verwisseld van neusgat. Mocht het kind overgevoelig zijn voor PVC- sondes dan krijgt u in overleg met de verpleegkundige van de afdeling een sonde van een ander soort plastic, bijvoorbeeld een siliconen-sonde.

Mond en neusverzorging
Omdat de sonde op de neus geplakt zit en via één van beide neusgaten naar binnen gaat, is extra neusverzorging noodzakelijk.

  • Verschoon de bovenste pleister als ze vies zijn of los gaan.
  • Gebruik indien nodig fysiologisch zout-neusdruppels.
  • Let erop dat de sonde vrij hangt van het neusgat. Drukt de sonde tegen de rand van het neusgat, dan kan deze irritatie veroorzaken.

Voor kinderen die uitsluitend sondevoeding krijgen, is een goede mondverzorging belangrijk om ontstekingen en infectie te voorkomen. Een infectie die veel voorkomt, is spruw. Dit is te zien aan witte puntjes op de tong en/of in de wangzak. Raadpleeg uw arts als u dit opmerkt. Infecties en/of ontstekingen ontstaan mede ten gevolge van een verminderde speekselvloed en bij oudere kinderen ook door verminderde kauwfunctie. De mond kan het beste op de volgende wijze worden gereinigd:

  • Reinig met een gaasje of wattenstokje (alleen bij oudere kinderen) gedrenkt in water, de mond. Doe dit liefst drie keer per dag en voorzichtig, anders kan het kind gaan spugen.
  • Poets regelmatig de tanden.
  • Spoel de mond regelmatig met water.
  • Geef oudere kinderen regelmatig (suikervrije) kauwgum om de speekselproductie te bevorderen. 

3. Voedingen door de sonde 
 
Toediening
Er zijn verschillende manieren om de voeding door de sonde te geven. In overleg met de kinderarts krijgt uw kind continue druppeltoediening of toediening per portie.
Bij de continue druppeltoediening wordt de voeding druppelsgewijs toegediend, dit kan overdag maar ook ’s nachts. Via het toedieningssysteem (met bijvoorbeeld een sondevoedingpomp) kunnen de druppels snel of langzaam in de maag komen..
Bij een toediening van voeding per portie wordt de dag hoeveelheid voeding verdeeld in ‘porties’ en vervolgens in een aantal keren toegediend.

Instructies sondevoeding
Alle dun vloeibare voedingsmiddelen kunnen in principe door de sonde. Wat en hoeveel uw kind aan voeding nodig heeft, krijgt u van de diëtist, kinderarts of verpleegkundige te horen. Ook het geven van de voeding door de sonde vereist enige kennis en vaardigheden. De onderstaande instructies komen vooral van pas als u sondevoeding per portie geeft.

  1. Vertel uw kind, ook peuters al, wat u gaat doen en waarom. Een voorbereid kind is meestal minder angstig waardoor het geven van de voeding gemakkelijker verloopt.
  2. Was uw handen voor optimale hygiëne.
  3. Leg het volgende klaar:
    • sondevoeding (op lichaamstemperatuur)
    • spuitjes: 1 kleine (2 of 5 ml) en 1 grote (20 of 60 ml)
  4. Controle  de positie van de maagsonde voor elke voeding:
    • Controleer of de sonde nog goed is afgeplakt
    • Controleer of de sonde nog op het juiste aantal centimeters is afgeplakt.
  5. Controleer de temperatuur van de voeding door een druppel voeding op de binnenkant van de pols te doen, deze moet lauwwarm aanvoelen. Als de temperatuur niet goed is, geeft dit een onprettig gevoel. Uw kind gaat misschien braken of wordt misselijk. Te warm voedsel veroorzaakt irritatie of zelfs verbranding van de maag.
  6. Het is mogelijk om uw kind op schoot te nemen tijdens het geven van de voeding en geef uw kind, net zoals bij een normale maaltijd, enige afleiding. 
  7. Geef de voeding iets minder snel dan wanneer uw kind zelf eet of drinkt. Te snel gegeven voeding geeft eerder kans op spugen en/of diarree.
  8. Let tijdens het geven van de voeding op de reacties van uw kind zoals:
    • misselijkheid
    • hoesten
    • zich niet lekker voelen
    • Stop met het geven van de voeding zodra uw kind één van deze reacties vertoont en probeer na enige tijd opnieuw het resterende deel te geven.
  9. Spuit 4 keer per dag de sonde door met tenminste 2 ml water om te zorgen dat de sonde niet verstopt raakt. Bij prematuren 3 x 1,5 ml per dag.

Instructies medicijnen door de sonde
De medicijnen die uw kind moet innemen, kunnen in de meeste gevallen ook via de sonde worden gegeven. Medicijnen die de sonde kunnen verstoppen (bijvoorbeeld parrafinedrank, metamucil en vitamine E) moeten extra worden verdund met water. De verpleegkundige vertelt u, indien dit in uw situatie van toepassing is, wat u moet doen. Niet alle medicijnen kunnen samen met de voeding worden ingenomen. Vraag daarom altijd na aan uw arts of verpleegkundige of dit in uw situatie is toegestaan.
Werkwijze voor het toedienen van medicijnen via de sonde is als volgt:
 
Nodig

  • een spuitje van 2 of 5 ml
  • de voorgeschreven medicijnen

Handeling

  • Was uw handen.
  • Meng de voorgeschreven medicijnen met 2 tot 5 ml. water in het spuitje.
  • Vertel uw kind wat u gaat doen.
  • Controleer de sonde.
  • Spuit voor het geven van de medicijnen de sonde goed door met water.
  • Spuit de medicijnen door de sonde.
  • Spuit de sonde na met tenminste 2 ml. water direct nadat de medicijnen gegeven zijn.
  • Kijk tijdens en na de behandeling hoe uw kind de medicijnen verdraagt (bijvoorbeeld misselijk of pijn).

Bewaren van de sondevoeding
De klaargemaakte sondevoeding kunt u maximaal 24 uur in de koelkast bewaren.

Eten en drinken naast sondevoeding
Naast de sondevoeding kan uw kind in principe eten en drinken. Kinderen hebben meestal geen last van de sonde. Wat en of er extra gegeten en gedronken kan/mag worden, hangt af van de reden waarom uw kind sondevoeding krijgt. Hierover krijgt u informatie van de arts of diëtist voordat uw kind mee naar huis gaat. In ieder geval dient u rekening te houden met:

  • het dieet;
  • de totale hoeveelheid vocht per 24 uur die het kind krijgt.

Voedingsadviezen voor zuigelingen
Voor een zuigeling die sondevoeding krijgt, is het van belang dat zijn of haar natuurlijke zuigbehoefte gestimuleerd blijft. Probeer uw baby bijvoorbeeld eerst zelf 10 minuten te laten drinken, en geef de rest van de voeding via de sonde. Ook als uw kind sondevoeding krijgt kan het belangrijk zijn dat uw kind wel de normale overgang van vloeibare (flesvoeding) naast vaste voeding (fruit/groentehapje) maakt. Hierdoor zijn, na het staken van de sondevoeding, minder problemen te verwachten met het zelf weer gaan eten en drinken.
 
Voedingsadviezen voor peuters en jonge kinderen
Kinderen van 1 tot en met 3 jaar die een langere periode sondevoeding krijgen, kunnen last hebben van ‘eetontwenning’. De overgang van sondevoeding naar het zelf eten en drinken kan dan moeizaam verlopen. Om deze problemen te voorkomen enkele eetadviezen:

  1. laat het kind ook aan tafel zitten en geef hem/haar een klein portie eten, bijvoorbeeld een halve snee brood of een halve beschuit. 1 lepel aardappelen, groente en een klein stukje vlees en/of een half schaaltje vla.
  2. Stimuleer het kind om ten minste 2 of 3 happen te eten.
  3. Geef de sondevoeding nooit voor, maar na het eten.
  4. Stimuleer het kauwen zoveel mogelijk door 2 of 3 keer per dag vast voedsel te geven, bijvoorbeeld een stukje fruit, kaas, een cracker, toostje of biscuit.
    Houd wel in de gaten of bovenstaande eetadviezen voor uw kind zijn toegestaan.

4. Problemen
De meest voorkomende problemen en oplossingen die bij het inbrengen en geven van sondevoeding passen staan hieronder beschreven. Is het probleem van uw kind echter anders of twijfelt u eraan of de beschreven oplossing wel de juiste is, aarzel dan niet en vraag de verpleegkundige, diëtist of uw arts om hulp.

Verslikken
Verslikken gebeurt als de voeding in de luchtwegen terecht komt. Als onderstaande symptomen blijven aanhouden dan moet u altijd een arts raadplegen:

  • hoesten;
  • problemen met de ademhaling, kortademigheid, snelle ademhaling of hoorbare ademhaling.
​Mogelijke oorzaak Voorkomen of verhelpen​
​De sonde bevindt zich niet op de juiste plaats ​Controleer de sonde en verwijder indien nodig de sonde. Bij het verwijderen van de sonde moet deze worden dichtgeknepen. Een restje voeding, dat eventueel nog in de sonde aanwezig is, kan anders in de keel terecht komen.
​Let op of de symptomen verdwijnen ​De voedingen zijn te snel achter elkaar gegeven. Wacht minimaal 1 uur met het geven van een nieuwe voeding.
 


Voeding wil niet door de sonde

Mogelijke oorzaak  ​Voorkomen of verhelpen
Knik in de sonde ​Haal de knik uit de sonde. Als dit niet mogelijk is, de sonde verwijderen en een nieuwe inbrengen.
​De voeding is te dik Spuit na elke voeding 1,5 ml. water met bijvoorbeeld een sondepuit na elke voeding in de sonde. Gebruik een kleinere spuit van bijvoorbeeld 20 ml om te hevelen. Overleg met het behandelend team over een dikkere sonde.
​Medicijnen of oude voeding zit nog in de sonde

​Geef medicijnen niet via de sonde.
Als de sonde is verstopt, spuit dan de sonde door met 2 ml. (of 5 ml. bij grote kinderen) lauw water.
Het water met kracht inspuiten en weer terugzuigen tot het water in de sonde beweegt. 

Diaree en/of spugen
(buikkrampen, misselijkheid, braken, opgezet gevoel).
LET OP: de hoeveelheid en samenstelling van de ontlasting kan door sondevoeding minder en anders worden, bijvoorbeeld dunner en/of slijmeriger.

Mogelijke oorzaak Voorkomen of verhelpen​
De voeding is te snel toegediend (gespoten) ​Geef de voeding langzamer (niet sneller dan in een eet- of drinktempo)
​De voeding is te geconcentreerd ​Controleer de bereidingswijze opnieuw.
Voeg de juiste hoeveelheid water toe.
​De voeding is te warm/koud ​Warm de voeding voor gebruik op tot lichaamstemperatuur bijvoorbeeld in de magnetron, in een pan heet water of in een flessenwarmer. Controleer de temperatuur van de voeding door een druppel voeding op de binnenkant van de pols te doen, deze moet lauwwarm aanvoelen
​De voeding is bedorven

(verkeerd bewaard of 
onhygiënisch bereid) 

​Gebruik schoon materiaal. Was de handen voor het bereiden. Voeding maximaal 24 uur in de koelkast bewaren.
​Uw kind verdraagt de voeding niet. ​Neem contact op met uw arts als de diarree of het spugen langer dan 2 dagen aanhoudt.
​De sonde is in de 12-vingerige darm terechtgekomen ​Meet met een andere sonde of de sonde te diep in het lichaam zit. Trek zo nodig de sonde iets terug.

 

Obstipatie
Als uw kind langer dan 3 dagen geen ontlasting heeft gehad, is er sprake van obstipatie (verstopping). De hoeveelheid ontlasting kan door de sondevoeding verminderd zijn. Let op: Bij gebruik van moedermelk kan het normale patroon zijn dat er meer dan 3 dagen geen ontlasting plaatsvindt.

Mogelijke oorzaak  ​Voorkomen of verhelpen
​Te weinig beweging ​Stimuleer uw kind tot meer beweging, bijvoorbeeld een spelletje doen, bewegen met de beentjes.
​Te weinig vezels
 in de voeding
​Indien toegestaan kan uw kind naast de sondevoeding vezelrijke voeding nemen.
​De samenstelling
 van de voeding
​Controleer de bereidingswijze opnieuw.
Overleg zo nodig met uw diëtist of arts.
​Bepaalde medicijnen ​Overleg met uw arts.

 

Irritatie van de neus

Mogelijke oorzaak  ​Voorkomen of verhelpen
​De sonde hangt tegen de rand van het neusgat aan ​Plak de sonde opnieuw op de neus vast, zodat deze niet meer tegen de rand van het neusgat aanhangt.
​De pleisters
irriteren de neus
​Overleg zo nodig met de arts over een ander soort pleister. Laat een nieuwe sonde inbrengen  in het andere neusgat in. Indien het niet mogelijk is om een pleister op de neus te plakken, kan op de plaats waar de sonde uit de neus komt een veterbandje aan de sonde worden vastgemaakt. Leidt dit bandje langs de neus naar het voorhoofd en plak het daar vast.

5. Persoonlijke gegevens

Gegevens over de sonde en de voeding van:_____________________________

Datum: _________________________________

Sonde nummer: __________________________

Merk Sonde: _____________________________

Sonde verwisselen: ________________________

Voedingsvoorschrift:________________________

Zie voor de samenstelling van de voeding het dieetadvies.


Toedieningsschema:
__________________________________________________________________

__________________________________________________________________
 

Eten en drinken naast sondevoeding wel/niet toegestaan:
__________________________________________________________________

__________________________________________________________________
 
 
Hoeveelheid:
__________________________________________________________________

__________________________________________________________________

__________________________________________________________________
 

Context menu