Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Schouderprothese

Schouderprothese

​Als u in overleg met de orthopeed hebt u besloten tot het plaatsen van een schouderprothese wordt uw schoudergewricht vervangen door een kunstschouder. Voor de operatie verblijft u 2 tot 5 dagen in het ziekenhuis. Dit is afhankelijk van hoe het met u gaat na de operatie.

Hier leest u alles over slijtage van de schouder, het vervangen van het schoudergewricht door een prothese, en de zorg voor en na de operatie. Neem de tijd en rust om deze informatie te lezen. Met een goede voorbereiding draagt u immers zelf bij aan een vlot herstel.

Inhoud

  1. Het schoudergewricht
  2. Klachten
  3. Polikliniekbezoek Orthopedie
  4. Preoperatieve screening
  5. Transmuraal Logistiek Bureau
  6. Bezoek fysiotherapie
  7. Opname
  8. Voorbereiding thuis
  9. Dag van de operatie
  10. De operatie
  11. Schouderprothese
  12. Na de operatie
  13. Verblijf in een verzorgingshuis, of De Bloemendal
  14. Draagband
  15. Hoe kan ik slapen?
  16. Complicaties
  17. Wanneer kan ik met ontslag?
  18. Nabehandeling
  19. Oefeningen
  20. Na ontslag
  21. Wanneer kan ik mijn schouder weer gebruiken?
  22. Wanneer kan ik weer gaan werken?
  23. Wanneer worden de hechtingen verwijderd?
  24. Contactpersoon
  25. Vragen?
     

1. Het schoudergewricht
Het schoudergewricht bestaat uit een kop en een kom. De halfronde kom bevindt zich in het schouderblad, de bolronde kop zit aan de bovenzijde van de bovenarm. De kop en de kom zijn bedekt met glad en veerkrachtig kraakbeen. De botdelen van het gewricht blijven op hun plaats door een kapsel. Om dit kapsel heen bevinden zich pezen en spieren. De spieren zorgen voor de beweeglijkheid van het gewricht; de benige gedeelten en het kapsel zorgen voor de stevigheid.

Er is sprake van arthrose (= slijtage) als het kraakbeen is aangetast en het bewegen pijn doet. Bij de meeste vormen van slijtage is niet bekend wat precies de oorzaak is. Het komt in ieder geval niet door veel en hard werken. Soms is de oorzaak een reumatische ontsteking van het gewricht.

2. Klachten
Pijn is het belangrijkste signaal dat er iets aan de hand is. U voelt de pijn uit het schoudergewricht rondom het gewricht, maar vaak ook in de bovenarm. De pijn is meestal knagend en neemt toe door te bewegen. Ook ‘s nachts kunt u pijn voelen. Stijfheid merkt u bij het uit bed stappen of als u de schouder gaat bewegen.

3. Polikliniekbezoek Orthopedie
De huisarts heeft u verwezen naar de polikliniek Orthopedie in het ziekenhuis. Daar wordt uw schouder onderzocht en worden röntgenfoto’s gemaakt om de oorzaak van uw klachten te achterhalen. Als het schoudergewricht ernstige arthrose vertoont en u ernstige pijnklachten ervaart, kan de orthopedisch chirurg met u de noodzaak van een schouderprothese bespreken. Zo'n prothese vervangt het versleten gewrichtsoppervlak van de schouder. Als tot de operatie is besloten, vult de polikliniekassistent samen met u de verschillende formulieren in. Ook wordt u onderzocht door een anesthesioloog. Dit heet de ‘’pre-operatieve screening’’.

4. Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie ( narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties, waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

5. Transmuraal Logistiek Bureau (TLB)
Als om medische of sociale redenen ook zorg na de ziekenhuisopname nodig is, zal een medewerker van het TLB dat bij de preoperatie screening voor u regelen. Samen met u inventariseert en bespreekt ze de zorgmogelijkheden. Het TLB zorgt ook voor de indicatiestelling door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en zal de zorginzet voor u regelen.

6. Bezoek fysiotherapie
Vóór de operatie wordt u gezien door de schouder-fysiotherapeut. Hij/zij informeert u over:

  • de operatie
  • de nabehandeling
  • de oefeningen; de fysiotherapeut neemt er enkele met u door.
    Een aantal oefeningen staan verderop.

Verpleegkundig consulent
Ter voorbereiding op de operatie ontvangt u een vragenlijst. Deze kunt u tijdens uw bezoek bij de schouder-fysiotherapeut inleveren. De verpleegkundig consulent belt u ongeveer een week voor de operatie om eventuele vragen door te nemen.

7. Opname
De dag vóór de opname belt de secretaresse van de verpleegafdeling u na 14 uur om door te geven op welke afdeling en hoe laat u wordt verwacht.

8. Voorbereiding thuis

  • Om misselijkheid te voorkomen, moet u op de dag van de operatie nuchter blijven. Dit betekent dat u na 24.00 uur ’s nachts niet meer mag eten, drinken en roken.
  • Op de ochtend van de operatie kunt u zich gewoon douchen. Gebruik geen bodylotion, of iets dergelijks.
  • Gebruikt u make-up en/of nagellak, dan dient u die op de dag vóór de operatie te verwijderen.
  • Laat waardevolle spullen en/of sieraden thuis als u voor opname komt. Probeer uitgerust te zijn als u naar het ziekenhuis gaat.
  • Doe de oefeningen die de fysiotherapeut u heeft voorgedaan, en ook in deze folder staan.
  • Het ziekenhuis heeft een bezoekregeling en verzoekt u, uw bezoekers daarvan op de hoogte te stellen. De bezoekregeling kunt u ook vinden op de voorpagina van www.dz.nl onder het kopje Bezoektijden.
  • Ontdekt u een wondje aan de te opereren schouder of arm, neem dan tijdig contact op met de polikliniek Orthopedie. De arts overlegt dan met u hoe u hier het beste mee om kunt gaan.

9. Dag van de operatie
U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de afdeling. Wilt u begeleiding, vraag dan gerust een gastvrouw om met u mee te gaan. De gastvrouwen bevinden zich bij de receptie hoofdingang. Op de afdeling krijgt u een korte rondleiding en worden uw gegevens gecontroleerd. U krijgt vlak voor de operatie een operatiejasje aan. Dit is dan het enige wat u aan mag hebben.

10. De operatie
Een verpleegkundige begeleidt u naar de operatieafdeling. U mag, als u kunt, zelf overschuiven op een operatiebed. Daarna komt de anesthesioloog bij u voor de verdoving. De operatie vindt meestal plaats onder algehele narcose en een regionale verdoving door een prikje in de zijkant van de hals of in de nek. De regionale verdoving verdooft de schouder tijdens de operatie. Na de operatie werkt deze verdoving nog 12 tot 24 uur zodat uw schouder niet pijnlijk zal zijn na de operatie.

De orthopeed zal bij deze operatie het schoudergewricht via de voorkant benaderen. U krijgt daar een litteken van ± 10 cm. Bij vrouwelijke patiënten probeert de chirurg zoveel mogelijk het litteken in het verloop van de bh-bandjes te plaatsen. Aan de voorkant wordt een schouderspier losgemaakt om in het schoudergewricht te kunnen komen. Na het vrijleggen van alle spieren, wordt de schouderkop afgezaagd en vervangen door een nieuwe metalen kop met steel. Zonodig wordt het kommetje in het schouderblad op maat gefreesd en vervangen door een nieuw kommetje van kunststof. De spier aan de voorkant van de schouder wordt teruggehecht en de huid wordt onderhuids dichtgehecht met een hechtdraad die vanzelf oplost.

De operatie zelf duurt ongeveer 1,5 tot 2 uur. Direct na de operatie verblijft u enige tijd in de nabehandelingkamer (uitslaapkamer). Als de controles zoals bloeddruk en hartslag goed zijn, gaat u weer terug naar de afdeling.

11. Schouderprothese
In het Deventer Ziekenhuis worden totale en halve (hemi-) schouderprotheses geplaatst. De totale schouderprothese vervangt de kop en het kommetje van de schouder. Bij de hemi-schouderprothese wordt alleen de kop van de schouder vervangen. Het deel dat de kop vervangt, bestaat uit een metalen steel en kop. Het deel dat het kommetje vervangt, bestaat uit kunststof. Zowel het deel dat de schouderkop, als het deel dat het kommetje vervangt, worden in het bot gefixeerd met botcement.

De orthopedisch chirurg bespreekt met u welke prothese voor u geschikt is. Soms kan het kommetje teveel beschadigd zijn, waardoor het niet mogelijk is om een nieuw kommetje vodoende stevig vast te zetten. U krijgt dan alleen een vervanging van de schouderkop. Is het wél mogelijk een nieuw kommetje te plaatsen, dan krijgt u een totale schouderprothese. Het doel van het plaatsen van zowel de totale schouderprothese als de hemi- schouderprothese is om de pijn te verminderen en hopelijk helemaal te laten verdwijnen. Het duurt zeker 6 tot 12 weken voordat uw schouder minder pijn doet. Verwacht dus niet dat uw schouder direct na operatie pijnvrij is.

Het ontwerp van een schouderprothese is erop gericht de bewegingen van de schouder zo goed mogelijk te herstellen. De uiteindelijke functie van een schouder met een schouderprothese hangt af van de conditie van uw spieren en of u goed hebt geoefend na de operatie. De functie van de schouder na een totale schouderprothese operatie is in het algemeen iets beter dan na een hemi-schouderprothese. De functie van de schouder zal nooit helemaal onbeperkt worden. Er zijn patiënten die dezelfde functie behouden als voor operatie, maar de meeste patiënten zullen hun schouder beter kunnen bewegen dan voorheen. De fysiotherapeut helpt u een zo goed mogelijke functie te bereiken.

12. Na de operatie

  • Terug op de afdeling belt de verpleegkundige de contactpersoon. Verder komt de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, hartslag en de wond controleren.
  • Na de operatie bestaat de kans dat u pijn heeft van de operatie. De pijnstilling na de operatie wordt geregeld door de anesthesioloog. Dit is met u doorgesproken tijdens de preoperatieve screening.
  • Er zitten na de operatie verbanden om uw schouder. Soms komt er een drain (= slangetje) uit de schouder om wondvocht af te voeren. Deze drain kan de dag na operatie worden verwijderd.
  • Probeer tijdig aan te geven dat u gebruik wilt maken van medicijnen tegen de pijn en eventuele misselijkheid. Vanaf de eerste dag komt de fysiotherapeut bij u om u oefeningen te laten doen.

13. Verblijf in een verzorgingshuis
Woont u alleen of zorgt u voor een hulpbehoevende partner dan is het erg belangrijk dat u bij het gesprek met de TLB aangeeft of u hulp nodig heeft, in enkele gevallen is het mogelijk om tijdelijk te verblijven in een verzorgingshuis.. Als u in aanmerking komt voor een verzorgingshuis kunt u zelf uw voorkeur uitspreken voor een verzorgingshuis in uw regio. 
 
14. Draagband
U krijgt na de operatie een draagband. De meeste patiënten vinden dat prettig omdat deze ondersteuning van de arm geeft. De eerste 2 weken na operatie gebruikt u hem. De draagband heeft tot doel de schouder te behoeden voor ongewilde bewegingen en u dient hem tijdens lopen en slapen te dragen. Overdag in bed en in de stoel mag de draagband af en kunt u de arm ondersteunen met bijvoorbeeld een kussen.

Na 2 weken wordt het gebruik van de draagband afgebouwd. De fysiotherapeut geeft u instructies en neemt de oefeningen uit deze brochure met u door.

15. Hoe kan ik slapen?
Slapen mag op de rug en op de niet-geopereerde schouder. U kunt gewone kussens gebruiken om het u makkelijk te maken (veren kussens werken het best). Eén kussen, een klein beetje opgevouwen onder de nek geeft genoeg steun. Een tweede opgevouwen kussen kunt u onder de arm van de geopereerde schouder leggen. Een derde kussen achter de rug, voorkomt dat u op de geopereerde schouder gaat liggen.

Slapen op de rug:


Slapen op de zijde   
  

16. Complicaties
Bij iedere operatie is er kans op complicaties, zoals bloeduitstortingen, bloedingen en infecties. Bij een schouderoperatie is die kans kleiner dan 0,5 %. Indien toch infectie optreedt, kan dat tot gevolg hebben dat de prothese moet worden vervangen. Het komt heel weinig voor dat een schouderprothese na de operatie uit de kom gaat. Op de lange termijn kan het voorkomen dat de prothese los gaat zitten en moet worden vervangen. De functie van de schouder neemt over het algemeen toe na de operatie, maar sommige patiënten krijgen een stijvere schouder na de operatie.

17. Wanneer kan ik met ontslag?
Na 4 dagen kunt u met ontslag als:

  • de wond droog is;
  • de pijn goed onder controle is met pijnstillers;
  • u de oefeningen goed begrijpt en kunt uitvoeren;
  • u de arm 90 graden kunt optillen.

18. Nabehandeling
Voor het beste resultaat na de operatie is het belangrijk dat u de schouder traint. U doet daarom - direct na operatie - met de fysiotherapeut in het ziekenhuis oefeningen. Als u naar huis mag, wordt er met u overlegd welke fysiotherapeut u na ontslag verder begeleidt. Het is belangrijk dat uw fysiotherapeut in de thuissituatie ervaring heeft met de behandeling van een schouderprothese.

19. Oefeningen
Doe de oefeningen alleen na overleg met de fysiotherapeut. Als de fysiotherapeut toestemming geeft, kunt u veilig met deze oefeningen starten. Het is raadzaam om de oefeningen in de aangegeven volgorde te doen. Probeer elke oefening 5 x te doen, minstens 2 x per dag. De oefeningen kunnen door uw fysiotherapeut worden aangepast.

 



Oefening 1
Leun voorover vanuit de heup, maak cirkels met uw arm vanuit de schouder. Houd uw handpalm daarbij voorwaarts gericht. ​


Oefening 2
Trek uw schouders omhoog en daarna achterwaarts, waarbij u een ronddraaiende beweging maakt. ​


Oefening 3
Ga rechtop staan en pak een stok (± 1m. lang) achter uw rug met beide handen vast. Draai uw schouders achterwaarts en omlaag. Gebruik de stok om uw arm aan de geopereerde zijde omhoog en buitenwaarts te bewegen.​

Oefening 4
Pak met u hand aan de niet-geopereerde zijde, de andere hand achter uw rug vast en probeer deze hand omhoog, richting uw nek te bewegen. ​

Oefening 5
Ga op uw rug liggen met de ellebogen daarbij ondersteund met bijvoorbeeld een dubbelgevouwen kussens zodat de ellebogen hoger liggen dan uw schouders. Buig uw ellebogen 90° en pak een stok met beide handen vast. Beweeg de geopereerde schouder buitenwaarts, door de arm aan de niet-geopereerde zijde binnenwaarts te bewegen. ​

Oefening 6
Ga op uw rug liggen met de ellebogen ondersteund als bij de vorige oefening. Met de hand aan de niet-geopereerde zijde, pakt u de hand van de geopereerde arm vast en beweeg deze tot bovenop uw hoofd. Probeer met de hand de bovenzijde van uw hoofd aan te raken. Als de handen op uw hoofd liggen, probeer dan de ellebogen omlaag te bewegen. Ga hierna terug naar de uitgangspositie. ​
Oefening 7
Ga tegenover een keukenkastje of het aanrecht staan. Leun voorover en steun met beide ellebogen tegen de kast of op het aanrecht. Houd beide handen gevouwen en loop dan langzaam achterwaarts, waarbij u op uw ellebogen steunt. Ga zover, tot de schouder volledig gerekt is en loop daarna weer voorwaarts. ​
 
20. Na ontslag
Thuis wordt u begeleid door een fysiotherapeut. Zes weken na operatie komt u voor controle naar de polikliniek Orthopedie in het ziekenhuis en wordt u gezien door de schouderfysiotherapeut. Hij heeft gelijktijdig met de orthopedisch chirurg spreekuur en kan zonodig overleggen als er problemen mochten zijn. Drie maanden na operatie komt u op het spreekuur van de orthopedisch chirurg. De schouderprothese wordt daarna elk jaar in het ziekenhuis gecontroleerd. U krijgt daarvoor afspraken mee. Maakt u zich zorgen over uw schouder, belt u dan de afdeling Orthopedie of uw huisarts.

21. Wanneer kan ik mijn schouder weer gebruiken?
U kunt uw schouder en arm direct na de operatie gebruiken in het dagelijks leven zoals eten, wassen, kleine dingen oppakken, e.d. De schouder kan dan nog wel pijnlijk zijn, maar er is geen gevaar dat u met deze activiteiten iets beschadigd in de schouder. Het is juist belangrijk om de schouder snel te gaan oefenen na de operatie om een zo goed mogelijke beweeglijkheid te bereiken. Na 3 maanden mag u beginnen met tillen van zware voorwerpen. Fietsen en autorijden zijn toegestaan als uw schouder niet meer te pijnlijk is en u voldoende controle over uw schouder hebt om een auto te kunnen besturen. Meestal is dat na 3 tot 4 maanden.

22. Wanneer kan ik weer gaan werken?
  • licht werk: na 6 weken
  • middelmatig werk (licht tillen tot schouderhoogte): vanaf 3 maanden
  • zwaar werk boven schouderhoogte: niet toegestaan met schouderprothese

Bespreek met uw fysiotherapeut wat u tijdens uw werk en in uw vrije tijd met de schouder moet doen.

23. Wanneer moeten de hechtingen eruit?
Twee weken na de operatie mogen de hechtingen worden verwijderd door de huisarts. Maak zelf hiervoor een afspraak met uw huisarts.

24. Contactpersoon
Voor u, uw familie/relaties én het ziekenhuis is het prettig een contactpersoon aan te wijzen. Hij/zij kan informatie geven over uw gezondheidstoestand en aanspreekpunt zijn voor het bezoek. Kies een contactpersoon die u goed kent, en goed bereikbaar is. Het ziekenhuis verstrekt overigens alleen informatie met uw toestemming.

25. Vragen?
Hebt u vragen over de medische zorg, stel deze dan gerust aan uw arts tijdens het polikliniekbezoek of tijdens uw verblijf op de afdeling. U kunt ook bellen naar de verpleegkundig consulenten orthopedie Ingrid Wippert of Hannie Elskamp-Meijerman. Zij houden telefonisch spreekuur op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag van 11.00 tot 12.00 uur en op vrijdag van 10.00 tot 11.00 uur, tel. (0570) 53 53 53 en vraag naar toestel 2765.

Voor vragen over de opname belt u de Opname, tel. (0570) 53 51 30. Ook kunt u met vragen de afdeling fysiotherapie bellen, tel. (0570) 53 50 35.