Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Richtlijnen rust en regelmaat voor het kind

Richtlijnen rust en regelmaat voor het kind

De geboorte van een kind is ingrijpend. Ouders moeten niet alleen wennen aan de gezinsuitbreiding, maar ook de korte nachten zien vol te houden. Rust en regelmaat zijn zowel voor het kind als de ouders erg belangrijk. In deze folder vindt u daarvoor uitleg en advies. Daarnaast is het ook van belang dat u goed naar de signalen van uw kind blijft kijken.

Regelmaat en duidelijkheid
Kinderen hebben rust en regelmaat nodig. Wat is regelmaat? Regelmaat betekent niet precies op de klok dingen doen maar wel volgens een vast patroon en ritme. Het lijkt star maar dat is niet zo, regelmaat betekent dat je de dingen volgens een vast patroon doet: slapen-voeden-knuffelen-slapen etc.

  • Geef na het wakker worden de voeding.
  • Aansluitend samenspel: knuffelen, praten, contact maken.
  • Op een rustige plaats voeden.
  • Praat zoveel mogelijk met uw baby, vertel wat u gaat doen, bijvoorbeeld schone luier, eten, in badje.
  • Leg uw kind bij de eerste tekenen van vermoeidheid (wakker maar moe) in bed.
  • Het is normaal dat een kind soms enkele minuten nodig heeft voordat het in slaap kan vallen en nog even ligt te “jengelen/huilen”. Gun uw kind die tijd en ga niet elke keer kijken. Door bij uw kind te blijven kunt u uw kind wakker houden. Een kind laat dan het volgende horen: jengelen, hard huilen, stil: jengelen, hard huilen, stil etc. Zo van het ene op het andere moment valt uw kind in slaap. Vindt u dat 'in slaap huilen' moeilijk en twijfelt u of hetgeen uw kind in haar/zijn gedrag laat zien wel normaal is, of krijst uw kind in plaats van jengelen/huilen, dan kunt u contact opnemen met het consultatiebureau voor advies.  
  • Laat uw baby vanaf 6 á 8 weken alleen spelen, op een vaste plaats, liefst alleen in de box.

Rust
Rust is het beperken van prikkels: geluid, licht, geuren, bewegingen, aanrakingen.
Leg de baby op tijd in zijn bedje volgens een kort vast ritueeltje.

De eerste tekenen van vermoeidheid zijn:

  • bleek worden
  • oogjes vallen dicht
  • geeuwen
  • jengelen
  • wegkijken, geen contact meer maken
  • overactief worden  

Ziet u niet goed wanneer uw kind moe wordt, gebruik dan onderstaande richtlijn voor de tijd dat een kind wakker is tussen een voeding. Is uw kind prematuur geboren dan kunt u deze richtlijn gebruiken vanaf het moment van thuiskomst.

  • 0 – 2 weken: 30 - 45 min
  • 2 – 6 weken: 45 – 60 min
  • 7 – 12 weken: 60 -75 min
  • 3 – 5 maanden: 1½ uur

Het bed

  • Laat de baby steeds op dezelfde plaats en in hetzelfde bedje slapen. Kies een rustige plek, dus niet in de woonkamer. De slaapplek kan ’s nachts eventueel anders zijn dan overdag.
  • Overdag is het minder donker dan ’s nachts, leer uw kind een dag/nachtritme herkennen.
  • Leg de baby op zijn rug te slapen, hoofdje afwisselend links en rechts.
  • Leg geen speelgoed in bed en hang er geen mobiel boven. Een klein knuffeltje en of muziekdoosje kan wel.
  • Houd de babykamer koel, tussen de 16-18°C. Zet in principe geen verwarming aan. Ventileer de babykamer goed bijvoorbeeld rooster open, raam openen wanneer de baby in een andere kamer is en weer dicht als hij/zij naar bed gaat.
  • Dek het kind vanaf de schouders toe, stop de dekens in.
  • Maak het bedje kort op zodat de voetjes bijna het voeteneinde van de wieg raken. Het kort opmaken van het bedje voorkomt dat de baby onder de dekens terecht komt en oververhit raakt.
  • U kunt bijvoorbeeld een 'matrozenbedje' maken als uw kind door bijvoorbeeld onrust telkens boven de dekentjes kruipt, dat is een kort maar hoog opgemaakt bedje. Vraag instructie aan de verpleegkundige, kraamverzorgende of wijkverpleegkundige Jeugdgezondheidszorg (JGZ).
  • Kijk voor meer informatie over veilig slapen op www.veiligheid.nl/kinderveiligheid.  

Kleding van de baby

  • Zorg dat uw kind behaaglijk warm is. Dit is goed te voelen in het nekje (lekker warm is oké).
  • Zorg voor toegedekte schouders.
  • Als u een slaapzak/trappelzak gebruikt, zorg dan voor de juiste maat.
  • Het advies is om een goed passend mutsje te gebruiken tot uw kind ongeveer 3 kg weegt.
  • Het is normaal dat de handjes kouder aanvoelen als ze boven de dekens liggen.
  • Het is normaal dat de voetjes lauw aanvoelen, zo nodig sokjes aan doen.

Huilen
Het is normaal dat uw baby wel eens huilt. Het is een manier van communiceren, om u te laten weten dat er iets is. Probeer de oorzaak te vinden. Zit er een boer dwars? Honger? Vieze luier? Teveel prikkels gehad (is het te druk geweest)? Regeldagen bij borstvoeding? Darmkrampjes (uw kind huilt dan hard en trapt vaak met zijn beentjes)? Of wil het getroost en geborgenheid? Huiluurtjes komen vaak voor aan het eind van de middag of begin van de avond. Kinderen zijn dan een periode, vaak tussen 2 voedingen in, onrustig en huilerig. U kunt uw kind dan bijvoorbeeld dragen in een draagdoek of gaan wandelen met de kinderwagen. Bij kinderen die ’s nachts huilen wil het wel eens helpen om ze ’s avonds in bad te doen. Probeer de verschillende vormen/klanken van huilen te herkennen, is het een honger huil, gewoon jengelen, van pijn, een huil van vermoeidheid etc. Het is normaal dat een kind soms enkele minuten nodig heeft voordat het in slaap valt.

Voorkom dat uw kind teveel geprikkeld wordt door:

  • Televisie.
  • Radio.
  • Teveel en hard gepraat.
  • Voortdurend vermaak van het kind.
  • Gebruik van wipstoel of Maxi-Cosi buiten de voedingstijden.
  • Elektronisch speelgoed wat beweegt en/of geluiden maakt.
  • Mobiele telefoon.
  • Baby gym onder de 3 mnd. deze is pas geschikt vanaf 3 mnd.
  • Veel dingen ondernemen zoals: op visite gaan, winkelen etc.

Dragen en tillen
Draag uw kind in een licht gebogen houding (armpjes horen erbij dus niet laten afhangen) en tegen u aan. Beweeg rustig en zeg wat u gaat doen zodat de baby de kans krijgt zich aan te passen Til het kind niet op onder de oksels, dit geeft teveel spanning op de nek en kind kan overstrekken,  er wordt dan niets ondersteund. Til de baby op door te roteren dus draaiend oppakken met steun onder zijn billetjes (ondersteun wel het hoofdje en de schouders). Of pak het scheppend op steunend onder zowel billen als hoofd en schouders. Het bekken/billen zijn de basis, deze altijd ondersteuning geven.

Vragen?
Of wilt u meer weten dan kunt u terecht bij het consultatiebureau. Mocht uw kind ondanks deze richtlijnen toch heel onrustig zijn dan kan de jeugdverpleegkundige u verder helpen, tel.: GGD-IJsselland: (088) 44 30 702.

Context menu