Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Polsbreuk

Polsbreuk

Wat is een gebroken pols?
De pols is het gewricht dat wordt gevormd door de handwortelbeentjes en de twee botten van de onderarm: het spaakbeen en de ellepijp. Bij een gebroken pols zit de breuk meestal in het spaakbeen. De ellepijp is vaak niet of nauwelijks beschadigd. Een gebroken pols kan veel pijn geven, er kan een zwelling optreden en u kunt moeite hebben uw pols te bewegen.

Voorgestelde behandeling
Een gebroken pols kan meestal behandeld worden met gips. Het gips blijft, afhankelijk van de breuk, 3 tot 6 weken zitten. Als de botdelen niet in de juiste stand staan wordt deze op de gipskamer in de juiste stand gezet. Lukt dit niet dan volgt een operatie. De specialist legt dan de delen van het bot zo goed mogelijk recht en zet ze eventueel vast met een plaatje en/of kleine pinnetjes. Het wel of niet verwijderen wordt per situatie bekeken.

Risico’s

Gipsbehandeling
Soms kan de zwelling toenemen en het gips te strak zitten. Als u het gevoel krijgt dat het gips ergens drukt, neem dan contact op met het Ziekenhuis. Zie “Wanneer contact opnemen?” Heel soms treedt na een polsbreuk dystrofie op. Dit is een abnormaal sterke reactie van het lichaam op letsel, die zorgt voor veel pijn. De oorzaak is niet duidelijk. Door zwelling van uw pols kan uw handzenuw beklemd raken. Dit komt bijna nooit voor.

Operatie
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, wondinfectie, trombose of een longontsteking. Deze complicaties komen zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden.

Gipsbehandeling

Gips
Als u een gipsbehandeling krijgt vindt deze plaats op de gipskamer.

Duur
Het aanbrengen van het gips duurt 30 minuten.

Na de behandeling
U mag meteen na de behandeling naar huis.

Naar huis: waar moet u op letten?
Zorg ervoor dat iemand u naar huis brengt; u kunt niet zelf autorijden. Neem de eerste 50 dagen na de behandeling of operatie elke dag hoeveel 500 mg. vitamine C. Dit verkleint de kans op dystrofie.

Leefregels
Beweeg regelmatig al uw 5 vingers, uw elleboog en schouder. Dit is goed voor de doorbloeding en helpt uw herstel.

Controle op de polikliniek
Na 1 week komt u naar het Deventer Ziekenhuis voor een gipscontrole en eventueel een controlefoto. De specialist geeft aan of dit nodig is. De gipsverbandmeester controleert het gips en bespreekt eventueel de behandeling met de specialist. In de periode dat uw pols in het gips zit, moet u misschien nog een keer naar de polikliniek komen om het gips te laten vernieuwen. Na 3 tot 6 weken verwijdert de gipsverbandmeester het gips. Als het nodig is worden er nieuwe afspraken gemaakt.

Wanneer contact opnemen?
Als u thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als een van de volgende klachten optreden, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde, tel.: (0570) 53 50 60. Bent u behandeld door een orthopeed, bel dan de polikliniek Orthopedie, tel.: (0570) 53 51 55. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.
  • als het gips knelt of te strak zit door een zwelling;
  • als u last hebt van minder of geen gevoel in uw duim, wijs- en/of middelvinger;
  • toenemende pijn;
  • als u de situatie niet vertrouwt.
Operatie
Afhankelijk van de botbreuk wordt u gelijk geopereerd of is u vertelt dat het verstandig is om nog een paar dagen te wachten. Dit is met u besproken.

Preoperatieve screening
Indien mogelijk gaat u voor de operatie eerst naar de preoperatieve screening. Op de preoperatieve screening onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Voor de operatie
Op de verpleegafdelingafdeling wordt u ontvangen door een verpleegkundige. U wordt wegwijs gemaakt op de afdeling. U krijgt operatiekleding om aan te trekken.

Operatie
De operatie vindt plaats op een operatiekamer. De anesthesioloog dient u verdoving toe. Uw specialist maakt een snede aan de binnenkant van uw pols en legt de botdelen zo goed mogelijk recht. Daarna zet hij ze vast met een plaat en pinnetjes. Als het nodig is krijgt u nog een gipsbehandeling.

Tijdsduur
De operatie duurt ongeveer 1 uur.

Na de operatie
Als de operatie afgelopen is, gaat u naar de uitslaapkamer. Als u goed wakker bent gaat u terug naar de afdeling, waar u nog enkele uren verblijft. Soms kan het verkomen dat u een nacht blijft in het ziekenhuis.

Naar huis: waar moet u op letten?
Zorg ervoor dat iemand u naar huis brengt; u kunt niet zelf autorijden. Neem de eerste 50 dagen na de behandeling of operatie elke dag hoeveel 500 mg vitamine C. Dit verkleint de kans op dystrofie.

Leefregels
Meteen na de operatie begint u met oefeningen. Een fysiotherapeut begeleidt u hierbij. De eerste 6 weken mag u geen kracht zetten met uw hand, bewegen mag wel. U kunt ook niet autorijden, u bent niet verzekerd. Of u wel of niet kan werken hangt af van uw persoonlijk situatie. Overleg dit eventueel met de gipsverbandmeester.

Controle op de polikliniek
Als u naar huis gaat krijgt u een afspraak mee voor controle. U krijgt informatie over de verder behandeling en eventueel sport en werkadvies.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt in de periode voor uw eerste controle op de polikliniek, neem dan contact op met de Traumachirurgie poli, tel.: (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.
  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • roodheid en/of zwelling van het operatiegebied;
  • nabloeding;
  • toename van pijn;
  • als u denkt dat het gips te strak zit;
  • als u de situatie niet vertrouwt.
Vragen?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u die stellen aan uw behandelend specialist of de gipsverbandmeester. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur naar de Traumachirurgie poli, tel. (0570) 53 50 60.

Context menu