Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Osteosynthesemateriaal verwijderen na een botbreuk

Osteosynthesemateriaal verwijderen na een botbreuk

Als u naar het Deventer Ziekenhuis komt om osteosynthesemateriaal te laten verwijderen na een botbreuk, leest u meer over de gang van zaken rond deze behandeling.

Wat is osteosynthesemateriaal?
Bij een ingewikkelde botbreuk is gips soms niet voldoende. De specialist gebruikt dan osteosynthesemateriaal - pennen, schroeven of metalen platen – om uw botdelen aan elkaar te laten groeien.

Voorgestelde behandeling
In een operatie haalt uw specialist de pennen, schroeven of metalen platen uit uw lichaam. Meestal wordt u hiervoor 1 of 2 dagen opgenomen in het ziekenhuis. Soms kan de specialist het materiaal poliklinisch verwijderen. U hoeft dan niet in het ziekenhuis opgenomen te worden. Dat hangt af van het soort materiaal en waar in uw lichaam het zit.

Risico’s
Zoals bij elke ingreep is ook bij deze operatie een kleine kans op complicaties. U kunt een nabloeding krijgen of de operatiewond kan gaan ontsteken.

Hoe kunt u zich voorbereiden?
Tijdens uw polikliniekbezoek bespreekt de chirurg de operatie met u. Vergeet niet te melden of u bloedverdunnende medicijnen (ook aspirine) gebruikt of overgevoelig bent voor jodium of pleisters. U hoeft uw huid niet te scheren. Als dit nodig is, dan gebeurt dat op de operatiekamer. Wordt het materiaal weggehaald uit uw been, voet of enkel? Regel dan van tevoren krukken.

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Meenemen
Wilt u de volgende spullen meenemen naar het ziekenhuis?

  • Uw patiëntenpas.
  • Een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt. U kunt dit krijgen bij uw eigen apotheek. Houd het overzicht bij u, er wordt in het ziekenhuis meerdere keren om gevraagd.
  • Toiletartikelen, ochtendjas, pantoffels en pyjama.

Waardevolle spullen en sieraden kunt u beter thuislaten.

Melden
U komt op de dag en tijdstip die met u zijn afgesproken naar de afdeling waar u verwacht wordt. De verpleegkundige belt u op de dag voor de opname. Ontvangt u de boodschap op uw voicemail, luister die dan helemaal af.
 
Hoe verloopt de operatie?
De operatie vindt plaats op de operatiekamer. De anesthesioloog dient de verdoving toe, zoals besproken in de pre-operatieve screening. Eventueel scheert de operatieassistent uw huid. De specialist maakt het oude litteken open. Hij haalt de pennen, schroeven of metalen platen uit uw lichaam. Daarna wordt de wond gesloten met hechtingen.. De operatieassistent doet een pleister op de wond en legt een drukverband aan.

Tijdsduur
De operatie duurt 0,5 tot 1 uur.

Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Als alle controles goed zijn, kunt u weer naar de afdeling. U hebt een infuus, dat wordt verwijderd zodra de controles goed zijn en u weer eet en drinkt.

Als de verdoving is uitgewerkt, kunt u last hebben van pijn. U mag hiervoor paracetamol gebruiken: 4 keer per dag 2 tabletten van 500 mg. Na 1 dag haalt uw verpleegkundige het drukverband van de wond. Bent u al thuis, dan kunt u dat zelf doen.

Naar huis: waar moet u op letten?
In principe kunt u op dezelfde dag of de dag na de operatie naar huis. Zorg ervoor dat iemand u naar huis kan brengen, u mag nog niet zelf autorijden.

Leefregels
De wond moet de eerste 2 dagen droog blijven. Daarna mag u weer douchen. Dep na het wassen de wond goed droog. In bad gaan en zwemmen kan pas weer als de hechtingen verwijderd zijn. Om zwellingen te voorkomen, kunt u uw been of arm af en toe hoog neerleggen. De eerste paar dagen moet u het rustig aan doen in verband met de wondgenezing. U kunt als het nodig is krukken gebruiken bij het lopen. Gebruik ze niet langer dan nodig.

Controle op de polikliniek
Na 2 weken komt u bij de wondverpleegkundige voor een controle. U krijgt hiervoor na uw opname een afspraak mee. U kunt zich melden bij de polikliniek Heelkunde. Tijdens de controle haalt de verpleegkundige de hechtingen eruit en controleert de wond.

Met wie kunt u contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt in de periode voor uw eerste controle op de polikliniek, neem dan contact op met de Traumachirurgie poli, tel. (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.

  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • infectie van de wond;
  • nabloeding;
  • toename van pijn;
  • als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen / verhinderd?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u die stellen aan uw behandelend specialist of uw huisarts. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur naar de Traumachirurgie poli, tel. (0570) 53 50 60. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door.

Context menu