Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Laparoscopische operaties

Laparoscopische operaties (gynaecologie)

Tijdens deze ingreep onderzoekt of opereert de gynaecoloog de organen in de buikholte: de baarmoeder, de eileider en de eierstokken. Ook kunnen de
blindedarm, een deel van de lever, de galblaas en een groot deel van de darm beoordeeld worden. Alle organen zijn alleen aan de buitenkant zichtbaar. De operatie gebeurt bijna altijd onder verdoving.

  • De gynaecoloog maakt meestal een sneetje van ongeveer 1 cm in de onderrand van de navel en brengt door dat sneetje een dunne holle naald in de buikholte.
  • De buik wordt gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte om de verschillende organen te zien.
  • Daarna brengt de gynaecoloog via hetzelfde sneetje de laparoscoop (kijkbuis) in de buik en sluit deze aan op een videocamera. De baarmoeder, eileiders en eierstokken zijn zo zichtbaar op de monitor.
  • Via een sneetje bij de bovengrens van het schaamhaar worden andere instrumenten in de buikholte
    gebracht.

Bij een grotere operatie is nog een derde of vierde sneetje aan de zijkant van de buik noodzakelijk, om met een extra hulpinstrumenten beter zicht in de buikholte te krijgen en op de baarmoeder, eileiders of eierstokken.

De gynaecoloog hecht de sneetjes na de ingreep. Hij of zij zal u vertellen of de hechtingen vanzelf oplossen of dat ze verwijderd moeten worden.

Context menu