Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Instructies voor de patiënt na een (grote) gynaecologische operatie

Instructies voor de patiënt na een (grote) gynaecologische operatie

U hebt een gynaecologische operatie ondergaan of deze operatie zal binnenkort plaatsvinden. Voor een goed herstel is het van belang dat u na de ingreep deze instructies opvolgt.

Algemeen
Doe het de eerste 6 weken rustig aan. Dit heeft voor iedereen een andere betekenis, de een kan meer dan de ander. Probeer te luisteren naar uw lichaam. U merkt vanzelf als u teveel doet (u krijgt (weer) pijn of raakt vermoeid). Wanneer u meer doet dan goed voor u is, zal de genezing lang duren.

Afhankelijk van het soort verdoving, kan uw concentratievermogen tijdelijk verminderd zijn. Dit verbetert na ongeveer 6 weken. Zelf autorijden kan hierdoor risico’s met zich mee brengen.

Na een verzakkingsoperatie mag u de eerste 6 weken, liefst 3 maanden, geen zware dingen tillen, zoals vuilniszakken, emmer water, een boodschappentas of kleine kinderen (maximaal 5 kilo). Alles wat u rustig zittend kunt doen, is toegestaan, zoals: voorbereidingen treffen voor het eten, was vouwen, etc.

Pijn en medicijngebruik

  • Bij kleinere ingrepen hebt u vaak de eerste dagen een gevoelige onderbuik, bij grotere ingrepen duurt dit wat langer.
  • U kunt paracetamol gebruiken tegen de pijn. Maximaal 3 tot 4 keer per dag 2 tabletten van 500 mg.
  • Gebruik uw eigen medicijnen volgens voorschrift.

Bloedverlies

  • Meestal is er enige tijd vaginaal bloedverlies. Hoelang dat duurt, is moeilijk te voorspellen. Het kan variëren van enkele dagen bij kleinere ingrepen tot enkele weken bij grotere ingrepen.
  • Na afloop van het bloedverlies hebt u vaak nog wat bruinige afscheiding.
  • Wij adviseren om maandverband te gebruiken, het gebruik van tampons raden wij af.

Wond

  • De wond is na ongeveer 6 weken genezen. Douchen en in bad gaan is direct toegestaan. Met een bezoek aan een zwembad of sauna kunt u beter wachten tot het bloedverlies helemaal over is.
  • Spoel uw vagina 2 tot 3 keer per dag schoon met water zolang u bloed verliest. Bijvoorbeeld onder de douche. Gebruik geen inwendige (vaginale) douches.
  • Bij een operatie via de buik worden er hechtingen of “krammetjes” aangebracht. Soms lossen deze hechtingen vanzelf op. Gaan de hechtingen irriteren, neem dan contact op met de gynaecoloog of huisarts. Hebt u hechtingen of “krammetjes” die niet vanzelf oplossen, dan wordt voor uw ontslag besproken wie deze eruit haalt.
  • Als er inwendige hechtingen zijn geplaatst lossen deze vanzelf op. Gaan deze irriteren, neem dan contact op met de gynaecoloog of huisarts.

Seksuele omgang

  • Hier kunt u het beste mee wachten tot u op nacontrole bent geweest (in verband met wondgenezing).
  • Een orgasme heeft geen invloed op het genezingsproces.

Ontlasting

  • Voorkom verstopping en/of harde ontlasting. Hard persen verhoogt de buikdruk. Hebt u hier toch last van neem dan contact op met uw arts om samen naar een passend middel te zoeken die de ontlasting zacht houdt.
  • Het kan dat u bij het ontslag uit het ziekenhuis al een recept mee krijgt voor metamucil. Dit middel wordt gebruikt om de ontlasting soepel te houden. U kunt dit medicijn maximaal 3 keer per dag gebruiken, afhankelijk van de hardheid van de ontlasting.

Ontslag uit het ziekenhuis
Als u een brief voor uw huisarts hebt meegekregen, wilt u die dan vandaag of morgen bij de praktijk afgeven of in de brievenbus doen?

Poliklinische controle
U krijgt een afspraak mee voor poliklinische controle. Hebt u geen afspraak, dan verzoeken wij u zelf een afspraak te maken via onze polikliniekmedewerkers.

Wanneer contact opnemen?
Bij koorts, hevig bloedverlies of ernstige buikpijn moet u contact opnemen. De polikliniek Gynaecologie kunt u tussen 8.00 en 16.30 uur bereiken op tel.: (0570) 53 50 50. Buiten deze tijden belt u met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.

Leefregels
Na de operatie is het vooral van belang om de eerste 6 weken de buikdruk zo laag mogelijk te houden. Buikdrukverhogende momenten ontstaan vooral bij hoesten, niezen, persen, kracht zetten en bukken/tillen. Bij teveel druk op de buik komt er teveel belasting op de onderbuik, wat de wondgenezing negatief kan beïnvloeden. Ook kan het effect van een verzakkingsoperatie negatief worden beïnvloed. Het is daarom van belang dat u in het begin niet te lang staat. Probeer bij activiteiten die de buikdruk verhogen deze op te vangen door de bekkenbodemspieren aan te spannen en vooral goed door te ademen. Het aanspannen van deze spieren doet u door het gevoel van een plas op te houden. Op deze manier ondersteunt u uw bekkenorganen optimaal en blijft de buikdruk laag.

1. Uit bed komen
Rol eerst op uw zij. Breng de onderbenen buiten de bedrand terwijl u via steun van uw elle boog en hand uzelf omhoog duwt.

2. Opstaan vanuit zit (stoel of bed)
Zet uw voeten uit elkaar. Schuif voorop de stoel, zet uw handen op uw bovenbenen of op de armleuning en duw uzelf vanuit uw benen omhoog. Blijf tijdens het opstaan doorademen om de buikdruk zo laag mogelijk te houden.

3. Tillen
Zak door beide knieën met een rechte rug, zet de voeten iets uit elkaar. De knieën niet voorbij de tenen laten komen en blijf doorademen om de buikdruk laag te houden. Bij het omhoog komen vanuit de benen, uzelf omhoog duwen. Houd het te tillen gewicht altijd zo dicht mogelijk tegen u aan.

4. Bukken
Als u moet bukken, probeer dan door de knieën te gaan en niet de rug te buigen.

5. Hoesten
Hoesten is buikdrukverhogend. Als u toch moet hoesten, helpt het om tijdens het hoesten de bekkenbodem actief aan te spannen en de onderbuik licht in te trekken. Tevens kunt u de buik ondersteunen met een lichte druk van uw handen.

6. Traplopen

Trek u niet aan de trapleuning omhoog, want hierbij gebruikt u de buikpieren, die daardoor weer een buikdrukverhoging geven. Duw uzelf vanuit de benen omhoog en gebruikt de trapleuning alleen voor het bewaren van uw evenwicht.

7. Muziekinstrumenten bespelen
Onder kracht zetten, verstaan we ook het bespelen van een muziekinstrumenten zoals een klarinet, hobo, trombone, etc. De ademsteun zet druk op de onderbuik en bekkenbodem. U kunt de eerste 6 weken uw instrument niet bespelen. Bespeel het instrument na deze periode niet gelijk heel lang, bouw dit rustig op.

Vragen?
Mocht u nog vragen hebben, neem dan gerust contact op met de polikliniek Gynaecologie op werkdagen van 8.00 tot 16.30 uur, tel.: (0570) 53 50 50.

Context menu