Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Dotterbehandeling en stentplaatsing

Dotterbehandeling en stentplaatsing

Met een dun slangetje (katheter) met aan het uiteinde een ballonnetje wordt geprobeerd om de vernauwing of afsluiting van het bloedvat op te heffen. Soms geeft dotteren niet voldoende resultaat. Er wordt dan besloten een stent te plaatsen. Dit is een buisje van 'gaas', welke in het bloedvat wordt achtergelaten.

Voorbereiding
  • Op de ochtend van het onderzoek mag u alleen een licht ontbijt gebruiken. Dit bestaat uit beschuit met weinig boter of halvarine, mager beleg, thee en/of water.
  • Als u allergisch bent, astma, bronchitis of diabetes hebt, wilt u dat dan vóór het onderzoek aan de laborant(e) melden? Zo nodig moet medicijngebruik aangepast worden.

Opname
Voor de dotterbehandeling/stentplaatsing is het nodig dat u 2 dagen in het ziekenhuis wordt opgenomen (dag van het onderzoek en een nacht). U komt op de afgesproken dag en tijd naar de afdeling die u hebt doorgekregen. Het is aan te raden een pyjamajas of T-shirt mee te nemen om aan te doen tijdens het onderzoek.

Medicijngebruik
Metformine mag de eerste 48 uur na het onderzoek niet ingenomen worden in verband met mogelijke interacties met de contrastvloeistof. Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, wordt bij het maken van de afspraak verteld of u hiermee moet stoppen en of er voor het onderzoek bloed moet worden afgenomen om de stolling te controleren. Alle overige medicijnen mogen volgens schema ingenomen worden met een beetje water.

Het onderzoek
U komt in een bed naar de afdeling Radiologie. In de röntgenkamer gaat u op de onderzoekstafel liggen. U kunt uw pyjamajas, t-shirt en sokken aanhouden. De laborant en radioloog leggen uit wat er precies gaat gebeuren. De behandeling wordt steriel verricht: na desinfecteren wordt u toegedekt met een steriel laken. De radioloog en assisterende laborant hebben een steriele jas en handschoenen aan. De radioloog verdooft uw lies (of arm) plaatselijk. Vervolgens prikt de radioloog het bloedvat aan en schuift een dunne katheter in. Via de katheter wordt contrastvloeistof ingespoten. Zo kan de radioloog precies bepalen waar de vernauwing zit. De katheter met het ballonnetje wordt precies op de plaats van de vernauwing of de afsluiting in het bloedvat gebracht. Door nu de ballon op te blazen wordt geprobeerd de vernauwing op te heffen.
 
Soms wordt besloten om een zogenaamde stent te plaatsen, bijvoorbeeld als het resultaat van dotteren onvoldoende is. Een stent is een soort balpenveertje maar dan van een metaalsoort die uw lichaam kan verdragen. Met behulp van een katheter wordt de stent in het bloedvat geplaatst. Deze stent blijft in het bloedvat zitten en moet het bloedvat open houden. Aan het eind van de procedure verwijdert de radioloog de katheter en drukt het gaatje in de slagader 15 minuten met de hand dicht. U krijgt een drukverband en u wordt teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Aan het eind van de procedure verwijdert de radioloog de katheter en drukt het gaatje in de slagader 15 minuten met de hand dicht, waarna U een drukverband krijgt. Of u krijgt een angioseal (een plugje dat het prikgaatje in het bloedvat sluit).
Hierna wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Na het onderzoek
Heeft u alleen een drukverband, geen angioseal?
Blijf de eerste 4 uur in bed liggen. Zorg dat het been, waarin geprikt is, ontspannen ligt. De hoofdsteun mag iets omhoog. Er komt een drukverband om de lies dat 6 uur blijft zitten.

Heeft een een angioseal?
Blijf de eerste 2 uur, in een comfortabele houding, in bed. Zorg dat het been waarin de angioseal is geplaatst gestrekt is. De hoofdsteun mag iets omhoog, maar er mag geen knik bij de knieën komen. Als er een drukverband is aangelegd, dan mag dit na 1 uur verwijderd worden.

Op de verpleegafdeling mag u gewoon eten. Wij adviseren u wat meer te drinken dan normaal. Als er geen complicaties zijn opgetreden kunt u de volgende dag naar huis. De rest van de dag moet u rust houden.

De duur
Het onderzoek duurt minimaal 1 uur.

Bijwerkingen
Tijdens het inspuiten van de contrastvloeistof kunt u een warm gevoel krijgen. Dit warme gevoel verdwijnt weer binnen enkele minuten. De contrastvloeistof kan soms bij personen met een allergie, astma of bronchitis en diabetes bijwerkingen veroorzaken. U kunt daarvan gaan niezen, jeuk krijgen of misselijk worden.

Complicaties
De dotterbehandeling is een veilige behandeling. Soms kunnen toch complicaties ontstaan. Door het manipuleren in het zieke bloedvat kan een extra beschadiging ontstaan waardoor het bloedvat verder dicht kan gaan zitten of een klein lek kan ontstaan. Dit komt zeer zelden voor maar kan eigenlijk altijd door de radioloog of de (vaat) chirurg worden hersteld. Na het onderzoek ontstaat, na het verwijderen van het slangetje soms een bloeduitstorting in de lies. Deze verdwijnt vanzelf in enkele weken.

De uitslag
De radioloog vertelt u het resultaat van de behandeling.

Bent u verhinderd?
Laat dit dan op tijd weten. Een andere patiënt kan dan in uw plaats worden geholpen.

Vragen?
Bel dan de afdeling Radiologie, tel.: (0570) 535 135.