Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Dikke darmoperatie s-vormig gedeelte

Dikke darmoperatie s-vormig gedeelte

Na onderzoek is vastgesteld dat er een kwaadaardige tumor in uw dikke darm zit. In het multidisciplinair overleg van specialisten is voorgesteld u te opereren. In deze folder kunt u de belangrijkste informatie rond deze ingreep nog eens nalezen. Ook wordt kort ingegaan op de voorbereiding, opname en het herstel van de operatie. U wordt vooraf uitgenodigd voor een gesprek met de casemanager GE (gastro enterologie). Dan is er gelegenheid nader op deze ingreep in te gaan. Daarom vragen we u deze folder vooraf goed door te nemen, zodat u weet wat u met de verpleegkundige wilt bespreken.

Voorgestelde operatie
De kwaadaardige tumor bevindt zich in het laatste deel van de dikke darm, het S-vormige deel (sigmoid). De specialist heeft een darmoperatie voorgesteld, ook wel sigmoidresectie genoemd. Dit kan zowel via een kijkoperatie (laparoscopisch) als via een snee in de buikwand worden verricht. De specialist zal de keuze voor een van deze operatietechnieken met u vooraf bespreken en toelichten. Dit hangt namelijk af van uw persoonlijke situatie. Bijvoorbeeld of u al eerder in dit gebied geopereerd bent. De specialist neemt meer weg dan alleen het gedeelte waar de afwijking zit. Ook het vetweefsel dat om de darm zit, met daarin lymfeklieren worden weggehaald. Dit is om de eventuele aangedane lymfeklieren dichtbij de afwijking weg te halen. De uiteinden van de resterende darmdelen worden weer aan elkaar gehecht. Soms vindt de specialist het voor het herstel beter een tijdelijk of blijvend stoma aan te leggen, een kunstmatige uitgang in de buikwand om de ontlasting op te vangen. Dit is voor de operatie niet vast te stellen of uit te sluiten. Tijdens de operatie wordt zorgvuldig beoordeeld of een stoma nodig is. 

Risico’s
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is er ook bij een operatie aan de dikke darm kans op complicaties zoals trombose, longontsteking, nabloeding of een wondinfectie.

Bij een operatie aan de dikke darm kan zich ook een specifieke complicatie voordoen, een naadlekkage. Naadlekkage is een lek in de aansluiting van de darmdelen. In dit geval volgt er meestal opnieuw een operatie en wordt een stoma aangelegd. Een andere complicatie specifiek voor een buikoperatie is een zogenaamd ileus, waarbij de darmen stilliggen. Dit uit zich door een opgezette buik, braken en het uitblijven van windjes en ontlasting. In dit geval wordt er meestal een neus-maagslang ingebracht om maagsap af te voeren en verder onderzoek gedaan.

Voorbereiding

Gesprek ​casemanager GE
Na een gesprek met uw specialist volgt een gesprek met de casemanager GE. Zij is uw vaste aanspreekpunt tijdens uw behandeling en is gespecialiseerd in de zorg, begeleiding en voorlichting van mensen die een dikke darmoperatie ondergaan. Ze bespreekt met u de operatie, opname, herstel, stoma, stomazorg, de operatie-datum, uw conditie, voeding, gewicht en zorg in uw thuissituatie. Ook zal zij samen met u de stomaplaats bepalen mocht dit tijdens de operatie noodzakelijk zijn. U heeft een Lastmeter ingevuld die kan helpen om te praten over problemen die u in deze periode ervaart. De casemanagers GE en stomaverpleegkundigen van het Deventer Ziekenhuis zijn: Marjan Raats, Sandra Oosterlaar, Ans Mensink en Bertien Smeenk.

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Thuis
U hoeft zich vooraf niet te scheren. Als het nodig is, wordt dit op de operatiekamer gedaan. Als u een roker bent wordt aangeraden te stoppen voor de operatie. Verder adviseren we u enkele dagen voor de operatie geen alcohol meer te drinken. Belangrijk is ook om gezond te eten en actief te blijven tot uw opname. Neem contact met ons op als u vooraf buikpijn heeft, of problemen met uw stoelgang.

Meenemen

  • afsprakenkaart;
  • patiëntenpas;
  • als u thuis medicijnen gebruikt, neem ze dan mee in originele verpakking;
  • nachtkleding, ondergoed, pantoffels en een ochtendjas;
  • toiletartikelen (kam, tandenborstel, tandpasta, shampoo en dergelijke;
  • kleding die u het meeste draagt, om met de broekboordhoogte de stomaplaats te kunnen bepalen;
  • draag geen sieraden en laat waardevolle spullen thuis.

Melden
U hebt een opnamebrief gekregen met daarin de datum en het tijdstip waarop u zich kunt melden bij de balie van afdeling C2.

Dag van opname
U wordt de middag voor de operatie opgenomen. De verpleegkundige geeft u een klysma om uw darmen schoon te maken voor te operatie. U mag deze dag tot en met de avondmaaltijd gewoon eten en drinken. Na de avondmaaltijd mag u alleen nog heldere dranken gebruiken zoals zwarte koffie, thee, bouillon, appelsap, ranja. 
 
Dag van operatie
Op de operatiedag krijgt u 2 koolhydraatrijke drankjes te drinken, waardoor u zich na de operatie wat beter voelt. Drink deze minimaal 2 uur voor de operatie op. Daarna mag u niets meer eten of drinken. De verpleegkundige zal u zo nodig nog medicijnen geven die u met een slokje water mag innemen. U krijgt operatiekleding om aan te trekken.

Operatie
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De anesthesioloog  past de verdoving toe zoals met u is besproken tijdens de preoperatieve screening. De operatie vindt plaats via een kijkoperatie (laparoscopisch) of via een snee in de buikwand. Bij de klassieke operatie maakt de chirurg een snede in de buik, zodat hij of zij met de instrumenten bij het operatiegebied kan komen en de operatie uit kan voeren. Bij de laparoscopische operatie bedient de chirurg de instrumenten via de monitor. Er wordt een kleine snede in de buik gemaakt, waardoor CO2-gas in de buik wordt geblazen. Dit onschadelijke gas scheidt de buikwand van de interne organen, zodat er voor de chirurg voldoende ruimte in de buik is ontstaan om de operatie uit te voeren. Daarna wordt er nog een aantal kleine snedes in de buik gemaakt. Via één daarvan wordt een laparoscoop in de buik gebracht. Dit is een dunne, telescoopachtige buis, die de darm op een monitor zichtbaar maakt. Via de andere snedes worden de chirurgische instrumenten ingebracht, die de chirurg via de monitor bedient.
Tijdens de operatie wordt het s-vormige gedeelte van de darm, het vetweefsel dat om de darm zit, met daarin lymfeklieren verwijderd. De specialist hecht daarna de 2 darmdelen weer aan elkaar en beoordeeld de specialist of het voor het herstel beter is om een tijdelijk of blijvend stoma aan te leggen. Het weefsel dat de specialist heeft verwijderd, wordt onderzocht door een patholoog.

Duur
De operatie duurt ongeveer 3 tot 4 uur.

Na de operatie
Na de operatie belt de specialist met uw naasten/contactpersoon om te vertellen hoe het verlopen is. Als u weer wakker bent geweest, zal de verpleegkundige dat nog een keer doen. Mogelijk blijft u een nachtje op de Intensive Care, maar het kan ook dat u teruggaat naar de afdeling. U kunt een slangetje in de neus hebben voor extra zuurstof. Via het infuus krijgt u de eerste dag of dagen extra vocht toegediend totdat u zelf voldoende drinkt. U heeft na de operatie een slangetje in de blaas (urinekatheter). Na 3 tot 4 dagen wordt het urinekatheter verwijderd. U ligt de eerste dagen op onze unit ’Complexe zorg‘ om u zo goed mogelijk te verzorgen. Na enkele dagen verhuist u naar een andere kamer. U kunt pijn hebben. De anesthesioloog regelt met u de pijnstilling na uw operatie, zoals is afgesproken tijdens de preoperatieve screening. Dagelijks komt de zaalarts langs om te bespreken hoe het met u gaat. De zaalarts werkt nauw samen met de behandelend specialist. Als u en/of uw familie/naaste behoefte heeft aan een gesprek met de zaalarts dat kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige. Dan wordt een afspraak gemaakt.

Snel herstellen
Na uw darmoperatie volgt u ons speciale programma ‘Snel Herstel’. Inzet is dat we u helpen om zo snel mogelijk na de operatie te herstellen. Dat kan door:

  • Spoedig starten met werken aan uw mobiliteit. Op de dag van de operatie zit u al even met de benen buiten bed. De dagen na de operatie mobiliseert u aan de hand van een schema. Dit is onder meer van groot belang om geen spierkracht te verliezen. Bovendien worden ademhaling, bloedsomloop en darmwerking gestimuleerd. Na enkele dagen verzorgt u zichzelf weer en bent u een groot deel van de dag uit bed;na een laparoscopische operatie herstelt u wellicht sneller omdat u geen grote buikwond heeft.
  • Aandacht voor goede pijnbestrijding die geen effect heeft op de werking van de darmen. Belangrijk is dat u zelf aangeeft als u pijn heeft, zodat de medicatie kan worden aangepast.
  • U krijgt medicijnen voor een goede stoelgang en tegen de misselijkheid. Ook krijgt u kauwgom om de maagdarmwerking te bevorderen.
  • Zo kort mogelijk nuchter te zijn. ’s Avonds na de operatie mag u al weer drinken en als dat goed gaat ook eten. De volgende dag mag u alles weer eten en drinken, maar eet niet tegen uw zin.
  • Het gebruik van aanvullende drinkvoeding voor en na de operatie. Inzet is dat u zo min mogelijk afvalt en in een zo goed mogelijke voedingstoestand blijft. Tijdens de opname komt de diëtist bij u langs. Ze geeft u voedingsadviezen voor goed herstel;
  • Goed doorademen om een longontsteking te voorkomen. Met een buikwond is dat moeilijker. Daarom krijgt u de folder “Instructies ter voorbereiding geplande buikoperatie” mee met tips om goed te ademen.
  • Goede voorlichting en begeleiding zodat u weet wat belangrijk is voor een snel herstel.

Een stoma
Een tijdelijk of blijvend stoma is een grote verandering en roept vragen en onzekerheid op. Als een stoma is aangelegd, zal de verpleegkundige op de afdeling u leren het stoma te verzorgen. Hij of zij oefent met u en eventueel met uw partner/naaste. De stomaverpleegkundige zal u tijdens de opname en na ontslag uit het ziekenhuis bij de poliklinische controle begeleiden.

Persoonlijke begeleiding
De verpleegkundige op de afdeling en eventueel de stomaverpleegkundige zullen u begeleiden bij het lichamelijk en geestelijk herstel van de operatie. Als u last heeft van angst, of u bent onzeker, verdrietig of u maakt zich zorgen, bespreek dit dan met uw verpleegkundige.

De uitslag
De uitslag van het weefselonderzoek is ongeveer 5 dagen na de operatie bekend. Als u dan nog opgenomen bent krijgt u de uitslag in het ziekenhuis. Er wordt een afspraak voor gemaakt zodat uw familie ook aanwezig kan zijn. Afhankelijk van de uitslag wordt er al dan niet een aanvullende behandeling voorgesteld. Als een aanvullende behandeling niet nodig is blijft u wel onder controle.

Nazorg
Al voor de opname is besproken of er hulp geregeld moet worden zodra u weer naar huis mag. Als het nodig is, komt tijdens uw opname een medewerker van het Transmuraal Logistiek Bureau langs om de zorg thuis te regelen. Voor wondverzorging en stomazorg wordt de wijkverpleegkundige ingeschakeld. Dit wordt tijdig geregeld met de thuiszorgorganisatie.

Naar huis
Als het herstel voorspoedig verloopt, kunt u na ongeveer 5 tot 7 dagen naar huis. Dat kan als u zich weer in staat voelt om naar huis te gaan; als u ontlasting heeft gehad, als eventueel het stoma goed verzorgbaar is, als u weer normaal eten kunt verdragen en u als u weinig pijn heeft. De wond is na ontslag vaak nog gevoelig, zeker als u meer gaat bewegen. U mag hiervoor 3 tot 4 keer per dag 1 of 2 tabletten paracetamol gebruiken. U mag gewoon douchen, maar nog niet in bad zolang er hechtingen zitten, of de wond nog niet dicht is. U kunt wellicht voor uzelf zorgen maar u zult nog snel vermoeid zijn. Het is dan prettig als er iemand is die kan helpen met eten koken, boodschappen doen en huishoudelijk werk.

Leefregels
Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal hersteld zult zijn van de operatie. Om de wond te ontzien, mag u de eerste 6 weken na de operatie niet tillen. Wat u verder wel en niet kunt doen kunt u het beste zelf aanvoelen. Hervatten van sport en werk overlegt u met de specialist en bedrijfsarts.

Controle op de polikliniek
Ongeveer 2 weken na de operatie komt u voor controle op polikliniek. De casemanager GE of stomaverpleegkundige controleert de wond, zo nodig worden de hechtingen verwijderd. Hebt u een tijdelijk of blijvend stoma, dan wordt de stomazorg met u besproken. Ook bespreekt u samen het verdere herstel en een eventuele aanvullende behandeling. 6 weken na de operatie volgt een afspraak bij de behandelend specialist.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten heeft neemt u contact op:

  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • bloed bij de ontlasting;
  • toename van pijn;
  • misselijkheid en braken;
  • gedurende 2 dagen geen ontlasting;
  • als u om andere reden uw situatie niet vertrouwt.

Met wie contact opnemen:

  • In de periode tot aan de eerste controle op de polikliniek, belt u dan naar de verpleegkundige van C2, tel.: (0570) 53 53 53 toestel 2237. 24 uur per dag bereikbaar.
  • Als de eerste controle op de polikliniek is geweest belt u bij vragen of problemen met polikliniek Heelkunde, tel.: (0570) 53 50 60. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.

Vragen?
Hebt u na het lezen nog vragen dan kunt u die stellen aan de casemanager GE. Bij het uitreiken van deze folder wordt meestal een afspraak gemaakt voor een informatiegesprek. Wilt u hier alvast aangeven welke onderwerpen u graag wilt bespreken? Ook kunt u op dinsdag en donderdag tussen 13.00 en 14.00 uur bellen met de stomaverpleegkundige/casemanager GE, tel.: (0570) 53 63 86. ________________________________________________________________________

Ik wil graag de volgende onderwerpen met de casemanager GE bespreken:

□ de onderzoeken
□ de operatie
□ de opname in het ziekenhuis
□ de uitslag
□ de nabehandeling
□ thuiszorg
□ het herstel
□ voeding
□ een stoma
□ seksualiteit
□ wat mag ik wel en niet
□ erfelijkheid
□ de controles
□ iets anders, namelijk…………….

Context menu