Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > De zorg voor uw shunt

De zorg voor uw shunt

Wat is een shunt?
Voor een hemodialysebehandeling is toegang tot de bloedbaan nodig. Hiervoor wordt een shunt aangelegd. Een shunt is een verbinding tussen een slagader en een ader in uw arm. Er zijn 2 soorten shunts: een shunt gemaakt van een eigen bloedvat of gemaakt van een kunststof bloedvat.

Het aanleggen van de shunt
Enige tijd voordat u begint met dialyseren, wordt de shunt aangelegd. Het duurt 2 tot 12 weken voordat de shunt kan worden gebruikt. De chirurg legt de shunt aan in de arm die u het minst gebruikt. Bent u (bijvoorbeeld) rechtshandig, dan komt de shunt bij voorkeur in uw linkerarm. U moet er zelf voor zorgen dat er in deze arm geen bloed wordt geprikt en geen infuus wordt ingebracht.

Het aanleggen van een shunt gebeurt via een ingreep onder plaatselijke of algehele verdoving. Bij een plaatselijke verdoving wordt het gevoel in uw arm uitgeschakeld. Na de ingreep - die 1 uur duurt - is de arm nog een paar uur gevoelloos. U blijft 1 nacht in het ziekenhuis. De volgende ochtend mag u naar huis, tenzij de arts anders met u heeft afgesproken. De verpleegkundige controleert de shunt regelmatig met de stethoscoop. Soms zit de shunt meteen na de ingreep dicht. Dan is een 2e ingreep nodig.

Hebt u een kunststof shunt gekregen, dan kan uw arm de eerste dagen na het aanleggen dik of blauw (bloeduitstorting) worden. Dit verdwijnt meestal na 1 tot 4 weken. U kunt uw arm het beste ondersteunen door hem hoog te leggen op een kussen. Na ongeveer 10 dagen komt u voor controle op de polikliniek en worden de hechtingen verwijderd.

Shuntcontrole
U moet de doorstroming van de shunt dagelijks controleren. De afdelingsverpleegkundige legt u uit hoe u dit moet doen. Lukt het u zelf niet, dan kan iemand uit uw naaste omgeving dit doen. Het controleren is noodzakelijk om op tijd te merken of de shunt nog functioneert.

Hoe controleert u de shunt?

  1. Houd de shunt tegen uw oor. U hoort het ruisen van de shunt.
  2. Leg de vingers van uw andere hand op de shunt. U kunt dan de trilling van de shunt voelen.

De kunststof shunt kunt u controleren op doorstroming door er meerdere vingers van uw andere hand op te houden.

Neem contact op met de Dialyseafdeling in de volgende situaties:

  1. Het shuntgeruis is duidelijk minder geworden.
  2. De trilling is niet goed voelbaar.
  3. De trilling is veranderd in kloppen; u voelt dan alleen de hartslag.
  4. De shunt is pijnlijk en/of rood.
  5. Bloeding van de shunt. Wees hier alert op, want het is een verbinding met een slagader en kan daardoor erg bloeden. Ga niet lang zoeken naar verbandmateriaal, maar pak een schone theedoek. Goed afdrukken en snel hulp zoeken. Als de shunt niet dicht te drukken is, 112 (laten) bellen.

Verwijderen van pleisters of verband als uw shunt aangeprikt wordt
Als uw shunt aangeprikt is en u heeft er pleisters op gekregen, dan kunt u die er 4 uur na dialyse weer afhalen. Als ze langer blijven zitten kunnen ze irritatie en drukplekken geven.  Gazen en verband kan langer blijven zitten. Als u ’s ochtends dialyseert, kan het er ’s avonds af en als u ’s avonds dialyseert, kan het er de volgende ochtend af. Als u het gevoel heeft dat het verband te strak zit, moet u het iets losser verbinden.
 
Bij twijfel altijd contact opnemen!

U kunt contact opnemen met de Dialyseafdeling, van maandag tot en met zaterdag van 7.30 tot 16.00 uur, telefoon: (0570) 53 53 10. Bent u in het weekend ongerust, dan kunt u het algemeen ziekenhuisnummer bellen, (0570) 53 53 53. De telefoniste roept dan de dienstdoende dialyseverpleegkundige voor u op. In de pre-dialysefase neemt u contact op met de pre-dialyse-verpleegkundige.

Adviezen voor het beschermen van de shunt

  • Til alleen lichte dingen aan de shuntarm; dus geen zware boodschappentas.
  • Draag een tas aan de hand of gebruik een tas op wielen. Draag een tas niet in de elleboogplooi van de shuntarm.
  • Voorkom beschadiging van de shunt door uw armen tot een flink stuk over de shunt te beschermen bij bepaalde handelingen. Draag bijvoorbeeld handschoenen en lange mouwen als u met planten of struiken werkt. Ga niet stoeien met huisdieren (nagels van een kat zijn bijvoorbeeld altijd scherp).
  • Krab niet aan plekjes op de shuntarm.
  • Draag ruimzittende kleding. Voorkom knelling van kleding, armbanden, of horloges aan de shuntarm.
  • Zorg dat uw shuntarm altijd vrij ligt, ga er niet op liggen.
  • Bescherm uw shuntarm als u langdurig in de zon gaat.
  • Laat uw bloeddruk meten aan de andere arm; dus niet aan de shuntarm. Dit geldt ook voor bloedprikken en/of vaccineren.

Tot slot: wees altijd zuinig op uw shunt.

Vragen?
Hebt u nog vragen, bel dan gerust met de dialyseverpleegkundige, telefoon: (0570) 53 53 10.

Context menu