Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > CVA-behandeling

CVA-behandeling

Wat is een CVA?
Een andere aanduiding voor herseninfarct of hersenbloeding is Cerebro Vasculair Accident (CVA). Tijdens zo'n CVA is een gedeelte van de bloedsomloop in de hersenen verstoord. Een verstopping door bijvoorbeeld aderverkalking, een trombose of een embolie, wordt een herseninfarct genoemd. Als de verstoring het gevolg is van een opengebarsten bloedvat in de hersenen, is er sprake van een hersenbloeding. In beide gevallen treedt hersenbeschadiging op. De plaats en mate van deze beschadiging zijn bepalend voor de verschijnselen.

Verschijnselen
De verschijnselen die kunnen optreden na een CVA zijn te delen in 2 groepen:

  • de algemene verschijnselen. Deze bestaan meestal uit een halfzijdige verlamming van het gezicht, de romp, de arm en/of het been;
  • de bijzondere verschijnselen. Dat zijn psychische veranderingen of problemen met slikken en spraak, gezichtsveldstoornissen en incontinentie.

De verschijnselen variëren per patiënt. Dat betekent dat de behandeling wordt afgestemd op de individuele situatie. De behandeling en revalidatie beginnen meteen na de opname. Om de continuïteit, kwaliteit en duidelijkheid in de zorg aan u te waarborgen, is op afdeling B2 gekozen voor een specifieke behandelmethode: neurorevalidatie.

Wat is neurorevalidatie?
De motoriek is het uitgangspunt, dat houdt in dat iedere handeling bij en met de patient bijdraagt aan de revalidatie van de patient. Bijvoorbeeld praten, eten, verplaatsen, lichamelijke verzorging etc. Actief leren staat hierbij centraal. Dat wil zeggen de patient stimuleren dingen zelf te doen.
 
De praktische gevolgen
Met name het streven naar zelfstandigheid heeft een aantal praktische gevolgen voor uw verblijf op afdeling B2, zoals:

  • hulpverleners zullen u zoveel mogelijk aan uw aangedane zijde benaderen en proberen deze helft ook zoveel mogelijk bij de activiteiten te betrekken;
  • u hebt een bepaalde plaats in de kamer omdat uw nachtkastje aan de kant van de aangedane zijde moet staan;
  • u hebt geen 'papegaai' boven uw bed. Daarmee voorkomt u een verkeerde houding en overbelasting van de gezonde zijde;
  • een andere maatregel is het afdoen van ringen en sieraden van de aangedane hand. Daarmee voorkomt u beknelling door eventuele vochtophoping.

De voeding
Het is belangrijk dat u onderstaande voedingsvoorschriften opvolgt om de kans op verslikken en eventuele nare complicaties, bijvoorbeeld een longontsteking door voedsel of vocht in de longen, te voorkomen.

  • Soms is aanpassing van voeding nodig. Mogelijke aanpassingen zijn verdikt of gemalen voedsel, of in uitzonderlijke gevallen sondevoeding.
  • Het kan zijn dat de verpleegkundige u vraagt niet zelfstandig te eten en te drinken.
  • Vraag de verpleegkundige altijd of u de door het bezoek meegebrachte etenswaren of dranken mag gebruiken. Een kleine aanpassing kan soms nodig zijn.[page-break]
  • Rechtop zitten in bed of in de stoel, met uw hoofd rechtop. is een goede houding tijdens het eten en drinken. De kans op verslikken is dan kleiner.
  • Uw zelfstandig functioneren staat tijdens de behandeling centraal. Daarom kan het zijn dat u tijdens het eten en drinken moet oefenen met hulpmiddelen. Van u wordt verwacht dat u daaraan meewerkt. Handelingen laten overnemen, hoe goed bedoelt ook werken namelijk niet mee aan uw zelfstandig functioneren.

De revalidatie
Uw revalidatie start in het ziekenhuis en deze krijgt wellicht een vervolg in een revalidatiecentrum, een verpleeghuis, of bij uw thuis. Oefening en geduld zijn cruciaal voor een werkzame revalidatie. Vooral de eerste dagen en weken zijn erg belangrijk, want: aanleren is gemakkelijker dan afleren. De revalidatie verloopt in kleine stapjes en is toegespitst op uw mogelijkheden.

Hulpverleners die bij uw revalidatie betrokken kunnen zijn

  • De neuroloog is eindverantwoordelijk voor de behandeling. Hij/zij schrijft u eventuele medicijnen voor en kan andere hulpverleners bij de zorg betrekken;
  • De verpleegkundige is degene die u verzorgt, begeleidt en observeert. Hij/zij is het aanspreekpunt voor u, uw familie en andere hulpverleners. Uw verpleegkundige op B2 coördineert tevens al uw zorg.
  • De fysiotherapeut kan u helpen met het uit bed komen. Al dan niet met hulpmiddelen. De aangedane zijde zal daarbij zoveel mogelijk worden betrokken. De fysiotherapeut zal zich ook richten op uw (zit)houding in de (rol)stoel. De mogelijk verlamde lichaamshelft verdient bijvoorbeeld een goede ondersteuning.
  • De ergotherapeut kan u helpen bij het zo zelfstandig mogelijk functioneren. Hij/zij kan u advies of hulpmiddelen aanreiken voor het wassen, aankleden, uit bed komen, eten en drinken[page-break]
  • De logopedist komt in geval van begrips-, spraak en/of slikstoornissen. Zij bepaalt in welke mate de stoornissen bij u aanwezig zijn en stelt een behandeling voor.
  • De maatschappelijk werker kan u en uw familie begeleiden en kan ook samen met u kijken naar revalidatiemogelijkheden na het ziekenhuis.

De verpleegkundige kan een afspraak met een hulpverlener voor u maken. Het meegaan van een familielid naar bijvoorbeeld de logopedie, fysiotherapie of ergotherapie, is mogelijk. Informeer ernaar bij de verpleegkundige of betrokken hulpverlener.
 
Vragen?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, stel ze gerust aan uw arts of verpleegkundige. Voor meer informatie kunt u terecht bij:

  • De landelijke Vereniging voor CVA-gehandicapten en partners 'samen verder'
    p/a Stichting Hoofd, Hart en Vaten
  • Afasie Vereniging Nederland
    Informatielijn Nederlandse Hartstichting

Context menu