Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Borstreconstructie

Borstreconstructie

Na een borstamputatie, die meestal door de algemeen chirurg is verricht, ontbreekt de borstcontour en is er vaak een asymmetrie. Om een (nieuwe) borst te reconstrueren die zoveel mogelijk overeenkomt met uw andere borst, zijn vaak meerdere operaties mogelijk en noodzakelijk. Van belang is het echter dat een reconstructie uw persoonlijke keuze blijft. Hier leest u meer over de schillende mogelijkheden, het verloop van de operatie, de risico's en de nazorg.

Wanneer een borstreconstructie?
Een borstreconstructie kan op 2 momenten worden uitgevoerd, te weten:

Primaire reconstructie
De reconstructie wordt verricht direct aansluitend op een amputatie. Over het algemeen wordt u door de algemeen chirurg opgenomen.

Secundaire reconstructie
De reconstructie wordt op een later tijdstip, ruim 1 jaar na amputatie èn afronding van de nabehandeling (chemotherapie of radiotherapie).

Mogelijke reconstructies
De verschillende opties worden poliklinisch met u besproken zodat u samen met uw behandelend plastisch chirurg een wel overwogen keuze kunt maken. Er zijn verschillende mogelijkheden om de borstcontour te creëren.

Tissue-expander
Indien er voldoende huid en onderhuids weefsel aanwezig is, kan een inwendige definitieve prothese direct worden geplaatst. Indien dit niet het geval is, moet de huid eerst worden opgerekt door een ballon die met een zoutwateroplossing geleidelijk wordt gevuld, ook wel tissue-expander genaamd. Deze ballon wordt later door een definitieve prothese vervangen. De ballon wordt doorgaans tijdens de operatie deels gevuld. De opnameduur bij de eerste ingreep bedraagt meestal 2 tot 3 dagen. Vanaf 2 tot 3 weken na de operatie wordt de ballon poliklinisch om de week bijgevuld via een onderhuids gelegen vulventiel, dat door de huid heen wordt aangeprikt met een fijn naaldje. Dit hoeft niet te worden verdoofd. De hoeveelheid vocht die wordt bijgevuld, is afhankelijk van pijn of spanning op de huid en de toestand van de huid. Na 6 tot 8 weken is de ballon voldoende gevuld. Vervolgens wordt de ballon na circa 6 tot 12 maanden vervangen door een definitieve prothese. Vaak kan dan uw andere borst, desgewenst, ten behoeve van de symmetrie worden gecorrigeerd. Na circa 3 tot 6 maanden na de tweede ingreep kunnen poliklinisch tepel (door plaatselijk huid te verplaatsen) en tepelhof (door tatoeage) worden gereconstrueerd. Soms is het mogelijk om een “one-stage biodimensional” prothese te plaatsen die uit een definitieve siliconen gel prothese met daarin een vulbare kamer bestaat. Deze prothese kan via een vulventiel worden gevuld om een definitieve vorm te bereiken, en hoeft niet te worden vervangen. Vaak kan het vulventiel in dagbehandeling, indien u er last van hebt met het liggen op desbetreffende zij, onder de prothese worden geplaatst.

Gebruik van een spier met of zonder huid van de rug
Verplaatsing van een huidspierlap vanuit de rug (Latissimus Dorsi of LD spier genoemd) wordt uitgevoerd als u slank of mager van postuur bent en een strakke, soms vastzittende huidgebied bij en rondom het amputatie litteken heeft. Dit kan veroorzaakt worden door lange termijn effecten van de radiotherapie. De rugspier, die bij deze ingreep wordt gebruikt, hebt u bij uw dagelijkse lichamelijke activiteiten niet nodig. De spier wordt van aanhechtingen op de rug losgemaakt en wordt met de daarboven gelegen huid bij de oksel “getunneld” en onderhuids naar voren geplaatst. Meestal is een prothese of tissue-expander onder de rugspier nodig voor de symmetrie van de borsten. De wond op uw rug wordt onderhuids gesloten. U houdt een litteken over op uw rug. De opnameduur bij deze ingreep is doorgaans 4 tot 5 dagen. Soms hoeft alleen de rugspier te worden verplaatst omdat er wel voldoende huid aanwezig is bij het litteken. In dat geval krijgt u geen litteken op uw rug, maar hebt u wel inwendig een wond. De spier kan soms een trekkend gevoel veroorzaken. Dit kan meestal bij een volgende operatie worden verholpen door de spierverbinding bij de oksel los te maken.

Gebruik van spier en huid van de buik
Verplaatsing van een huidspierlap vanuit de buik (TRAM lap genoemd) wordt uitgevoerd als u over voldoende huid en onderhuids weefsel beschikt bij de onderbuik en een stug amputatie litteken en huidregio rondom het litteken hebt. Tevens is het geschikt indien uw andere borst volumineus is (cup C of D). De buikspier van de andere of dezelfde zijde wordt onder bij de lies losgemaakt met meenemen van een huidovaal rondom de navel. De spier blijft bij de ribbenboog vastzitten en onderhuids verplaatst naar de te reconstrueren borstgebied. Met deze operatie is het mogelijk om één of beide borsten te reconstrueren. De spierschede van de buikspier wordt weer gesloten en de huid wordt onderhuids gehecht. U houdt een litteken over op uw buik. De opnameduur bij deze ingreep is meestal 7 tot 10 dagen.  Een nadeel van de TRAM lap is dat de buikwand door de ingreep minder stevig kan worden. Tevens kan de buik lange tijd pijnlijk blijven. In Academische Ziekenhuizen wordt een aantal nieuwe operatietechnieken toegepast als verbetering op de TRAM lap, met minder klachten van de buikwand na de ingreep. Desgewenst zal uw plastisch chirurg u naar een van deze centra verwijzen.

Tepelreconstructie
Een reconstructie van de tepel en tepelhof is 6 tot 12 maanden na een borstreconstructie mogelijk. Voor de tepelhof wordt soms huid vanuit de lies, schaamstreek, oksel of bovenbeen gebruikt als huidtransplantaat. Ook kan de tepelhof worden getatoeëerd. De tepel zelf wordt doorgaans gemaakt van de andere tepel of plaatselijk aanwezige huid. Vaak worden deze ingrepen poliklinisch verricht.

Voor de operatie
Vóór de operatie consulteert u minstens tweemaal uw plastisch chirurg alsmede de mammacareverpleegkundige. Hierbij worden de operatiemogelijkheden, de risico’s en de nazorg met u besproken. Het is daarbij van belang om een reëel verwachtingspatroon te hebben over een borstreconstructie. Een gereconstrueerde borst zal altijd in vorm en grootte verschillen van een natuurlijke borst. Het zal ook anders aanvoelen. Meestal zijn verschillende operaties noodzakelijk. Over het algemeen zijn vrouwen die een borstreconstructie hebben ondergaan erg tevreden met het uiteindelijke resultaat. U krijgt ook adviezen ten aanzien van een juiste steunende BH, elastische korset en tips voor de periode thuis na de ingreep.

Voorbereiding

  • De chirurg bespreekt met u de operatie tijdens uw polikliniekbezoek.
  • Voor de operatie wordt u onderzocht door de anesthesioloog. Dit heet de “pre-operatieve” screening. Tijdens het pre-operatieve spreekuur zal de anesthesiemedewerker en de anesthesioloog de verdoving met u doorspreken en zonodig aanvullend onderzoek verrichten.
  • Uw chirurg vraagt een machtiging aan uw zorgverzekeraar voor de vergoeding.
  • Meld het gebruik van bloedverdunnende medicijnen; ook als het aspirine betreft. Minimaal 1 week vóór de operatie moet u hiermee stoppen. Overleg dit met uw chirurg, ook wanneer u weer mag starten ná de operatie.
  • Meld eventuele overgevoeligheden zoals voor jodium en of pleisters.
  • De fysiotherapeut geeft u uitleg en instructies betreffende houding en beweging na de ingreep.
  • Het secretariaat zal u ruim (minimaal 2 weken) van tevoren op de hoogte brengen van de geplande operatiedatum.
  • U wordt op de dag van de operatie opgenomen. U moet dan nuchter zijn. Dit betekent dat u na 24.00 uur (’s nachts) niets meer mag eten, drinken en roken.

Meenemen

  • Uw patiëntenpas.
  • Een actueel overzicht van uw medicijnen. Verkrijgbaar bij uw apotheek.
  • Neem op de dag van opname een sport-bh of elastische kleding mee die u hebt aangeschaft in overleg met uw behandelend chirurg.

Laat waardevolle spullen thuis.
 
Waar moet u zijn?
U komt op afgesproken dag en tijd naar de afdeling die u telefonisch hebt doorgekregen.

Operatie
Doorgaans wordt u op de dag van de operatie opgenomen. Vóór de operatie zal uw behandelend plastisch chirurg de planning van de operatie op uw lichaam zittend of staand aftekenen. Bij een huid-spierlap vanuit de buik dient u een elastisch korset (voor de onderbuik) mee te nemen bij de opname. De operatie geschiedt onder algehele narcose. De gereconstrueerde borst is meestal na de operatie bedekt met steunend tapeverband en gazen. Doorgaans zijn 2 drains onderhuids achter gelaten. Bij een operatie van de rug worden ook daar 1 of 2 drains achtergelaten en wordt het litteken met een pleister bedekt. Bij een operatie van de buik worden 2 drains geplaatst en is de huid bedekt met absorberend verband en het elastische korset. De wonden zijn over het algemeen onderhuids gehecht en ondersteund met steunpleisters. U heeft gedurende 48 uur een infuus. Via dit infuus krijgt u ook antibiotica om het infectierisico te verlagen. U mag de borstspier de eerste 3 weken niet met kracht aanspannen. De fysiotherapeut zal u hierbij helpen en uitleg geven. U mag doorgaans 2 dagen na de operatie douchen. Uw opname duurt 2 tot 10 dagen afhankelijk van de type operatie. Twee weken na de ingreep wordt u poliklinisch gezien door de plastisch en zo nodig door de algemeen chirurg.

Leefregels na de operatie
Voor een optimale genezing van de littekens doet u er goed aan de volgende adviezen op te volgen:

  • u mag 2 dagen na de operatie weer douchen. Spoel uw borsten goed na zodat er geen zeepresten achter blijven.
  • geef uw borsten rust in de eerste 6 weken.
  • de steunende BH of elastische kleding dient u tot 6 weken na de ingreep dag en nacht te dragen.
  • u dient rekening te houden dat u gedurende deze 6 weken hulp in de huishouding nodig hebt.
  • vermijd zwaar tillen (meer dan 5 kg) en boven uw macht werken.
  • ga de eerste 3 tot 6 weken niet werken.
  • na 3 weken kunt u geleidelijk aan uw gewone bezigheden weer hervatten; belast uw borsten niet.
  • sporten, baden en of zwemmen zijn taboe de eerste 6 weken.
  • bescherm de littekens het eerste jaar tegen de zon of zonnebank door gebruik te maken van een zonnebrandcrème met factor 20 of hoger.

Risico’s

  1. Na een amputatie kan zich onderhuids, meestal in de okselregio, wondvocht ophopen. Dit kan met name het gevolg zijn indien de lymfeklieren in de oksel zijn verwijderd. Indien door dit vocht spanning en druk op de huid ontstaat met pijn, wordt dit met een injectiespuit verwijderd. Meestal vermindert de productie van wondvocht vanzelf.
  2. Bij elke operatie kan een bloeding ontstaan. Bij een persisterende nabloeding is doorgaans opnieuw een operatie nodig om de bloeding te stoppen.
  3. Bij een infectie dient meestal, indien gebruikt, een prothese of tissue-expander te worden verwijderd.
  4. Bij een lekkage van de ballon, over het algemeen veroorzaakt bij aanprikken van wondvocht, dient deze operatief te worden vervangen.
  5. Bij huidspierverplaatsingen kan door stoornissen in wondgenezing of doorbloeding een deel van de huid afsterven. Dit beoogt vaak hersteloperaties.
  6. Littekenvorming kan soms leiden tot een overmatig litteken, of intrekking van het litteken. Een correctie is dan vaak aangewezen.
  7. Bij borstprothesen kan een kapselschrompeling plaatsvinden waarvoor ingeval van pijn of stugheid een operatie aangewezen is. Hiervoor verwijzen wij u naar de desbetreffende folder.
  8. Bij een buikhuid en spierverplaatsing is er een gerede kans op een zwakkere buikwand of een afwijkende contour.

Vragen?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan tijdens het volgende polikliniekbezoek of bel naar de polikliniek Plastische chirurgie. De polikliniek is maandag tot en met vrijdag telefonisch bereikbaar van 08.00 tot 17.00 uur, tel.: (0570) 53 51 25.

Meer informatie?
Kijk voor meer informatie op www.dz.nl/plastische-chirurgie.

Context menu