Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Aambeienbehandeling klinisch (barron-ligatie)

Aambeienbehandeling klinisch (barron-ligatie)

De arts heeft een behandeling van aambeien via barron-ligatie voorgesteld. Voor deze ingreep (ook wel de “elastiekjesbehandeling” genoemd) wordt u een paar dagen opgenomen, omdat de behandeling vrij pijnlijk is. In het ziekenhuis kunt u goede pijnstilling krijgen.

Risico’s
Omdat de anus zeer veel bloedvaten bevat, kan er soms een nabloeding optreden. Na een barron-ligatie kunt u tijdelijk wat minder controle hebben over de sluitspier (incontinentie voor ontlasting). Verder bestaat het risico op trombose of infectie.

Hoe kunt u zich voorbereiden?

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Thuis
Om ervoor te zorgen dat uw endeldarm tijdens de behandeling schoon is, gebruikt u een klysma. Dat is een laxerende vloeistof die via de anus in uw darm wordt gebracht. Deze vloeistof heeft een prikkelende werking op de ontlasting die nog in uw darmen zit en maakt uw darmen schoon. U hebt van de specialist een recept voor het klysma gekregen. Breng het klysma 1,5 uur voordat u naar het ziekenhuis gaat, in. Volg onderstaande instructies:
  • verwarm het flesje voor in een bakje handwarm water (max. 30 °C);
  • haal de dop van het flesje;
  • ga op uw linkerzij liggen en breng het klysma via uw anus in. Aan de top van het flesje zit een beetje vaseline, zodat dit soepel gaat;
  • knijp het flesje leeg;
  • probeer de vloeistof 10 minuten binnen te houden. Daarna mag u naar het toilet.
Meenemen
Wilt u het de volgende meenemen naar het ziekenhuis?
  • Patiëntenpas.
  • Een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt. Dit kunt u krijgen bij uw eigen apotheek. Het is handig om het overzicht bij u te houden, omdat er in het ziekenhuis meerdere keren om gevraagd wordt.
  • Toiletartikelen, ochtendjas, pantoffels en pyjama.
Laat waardevolle spullen en sieraden thuis.

Melden
U komt op de dag en het tijdstip die met u afgesproken zijn naar de balie van de afgesproken afdeling in het Deventer Ziekenhuis. De verpleegkundige belt u op de dag voor de opname 's middags. Ontvangt u de boodschap op uw voicemail, luister die dan helemaal af.
 
Voor de behandeling
De verpleegkundige vertelt u tijdens de opname wat u allemaal te wachten staat. U hoort ook van hem of haar hoe laat u op de operatieafdeling wordt verwacht. U krijgt een operatiejasje om aan te trekken. Ook informeert de verpleegkundige u over de pijnstilling en zorg na de ingreep. U krijgt ook een injectie tegen trombose.

Hoe verloopt de behandeling?
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De anesthesioloog past de verdoving toe zoals met u is besproken tijdens de preoperatieve screening. U krijgt een infuus in uw arm en een katheter in uw blaas. Voor de behandeling gebruikt de specialist een proctoscoop: een soort kijkbuisje dat via uw anus in het achterste deel van uw darm komt. Met een speciaal “zuigapparaatje” zuigt de specialist de aambei of het slijmvlies aan. Daarna plaatst hij er een elastiekje omheen. Afhankelijk van uw klachten kan het nodig zijn om meerdere elastiekjes te plaatsen.

Tijdsduur
De behandeling duur ongeveer 30 minuten.

Na de behandeling
Na de behandeling gaat u weer terug naar de afdeling. De verpleegkundigen controleren regelmatig uw pols, bloeddruk en de wond. U kunt, zoals na iedere operatie, pijn hebben. U krijgt pijnstilling toegediend. De anesthesioloog heeft dit met u besproken tijdens de preoperatieve screening. U krijgt pijnbestrijding totdat u voor het eerst na de ingreep ontlasting hebt gehad.
In uw arm zit een naaldje. Als het nodig is, kan de verpleegkundige hier een infuus op aansluiten. Ook hebt u een katheter in uw blaas. Uw urine wordt zo vanzelf afgevoerd. Dit is nodig omdat u door de pijnbestrijding geen volledige controle over uw blaas heeft (u kunt uw plas niet ophouden). Het naaldje in uw arm en de blaaskatheter blijven zitten zolang u pijnbestrijding krijgt.

Uitslag
De zaalarts komt dagelijks bij u langs om te bespreken hoe het met u gaat. De zaalarts zal met u bespreken hoe de operatie is verlopen. De zaalarts werkt nauw samen met de behandelend specialist.

Naar huis
Als het plassen goed gaat, kunt u met ontslag. Dit is vaak na 3 tot 5 dagen. De verpleegkundige verwijdert de blaaskatheter en het infuusnaaldje voor u met ontslag gaat.
Uw anus kan nog flink pijn doen door de zwelling van de operatie. De pijn kan een paar weken aanhouden. Soms lijkt het alsof u meer klachten heeft dan voor de behandeling. Pas na 5 tot 6 weken is het resultaat van de ingreep goed te beoordelen. De pijn kunt u intussen tegengaan met paracetamol: 3 tot 4 maal per dag 2 tabletten van 500 mg. Meestal is dit voldoende. Hebt u nog steeds pijn? Een warm bad en douche kunnen helpen.
 
U kunt wat bloed verliezen. Er laat dan een elastiekje los. Dit is normaal. De eerste paar weken na de behandeling kunt u last hebben van loze aandrang: u heeft het gevoel dat u naar het toilet moet, maar er komt geen ontlasting. Persen tijdens de ontlasting is slecht voor de genezing. U kunt het beste pas naar het toilet gaan als u echt aandrang heeft en niet als u eigenlijk nog niet moet. Om uw ontlasting soepel te houden, gebruikt u een laxeermiddel. U krijgt hiervoor een recept mee als u het ziekenhuis verlaat.

Leefregels
Naast het laxeermiddel kan bepaald eten en drinken er ook voor zorgen dat uw ontlasting soepel blijft. Drink dagelijks 2 liter per dag. Eet ook vezelrijke voeding zoals: bruin- en volkorenbrood, groente, fruit en peulvruchten. Daarnaast is voldoende bewegen belangrijk. Zie voor meer informatie de folder “Adviezen voor een goede stoelgang”.

Controle op de polikliniek
6 weken na de ingreep komt u voor controle bij de specialist of physician assistent. Tijdens deze afspraak controleert de wondverpleegkundige of de wond goed geneest.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde, tel. (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.
  • Abnormaal bloedverlies.
  • Aanhoudende hevige pijn.
  • Als u de situatie niet vertrouwt.
Vragen / verhinderd?
Hebt u na het lezen van deze tekst nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw behandelend arts of verpleegkundige. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur naar de polikliniek Heelkunde, tel. (0570) 53 50 60. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door.​

Context menu