Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

AFDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Afdelingen > Verloskunde > Kraamtijd > Borstvoeding

Borstvoeding

Deze informatie wordt u aangeboden door het Deventer Ziekenhuis. Het Deventer Ziekenhuis heeft het borstvoedingscertificaat en mag zich baby friendly hospital noemen. De kraam- én kinderafdeling voldoen beide aan de hoge internationale kwaliteitseisen voor borstvoeding die de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) en Unicef stellen. Hier vindt u informatie en nuttige tips over het geven van borstvoeding en helpt u bij de voorbereiding op het geven van borstvoeding.
 

INHOUD

  1. Waarom moedermelk?
  2. Borstvoeding geven
  3. Praktische problemen bij moeder en kind
  4. Afkolven en bewaren van moedermelk
  5. Bijvoeden
  6. Algemene adviezen voor de moeder
  7. Borstvoeding in bijzondere omstandigheden
  8. Tien vuistregels en meer informatie

     

1. BORSTVOEDING


Waarom moedermelk?
Borstvoeding geven betekent intimiteit en bescherming voor de baby op de meest natuurlijke manier en met de beste samenstelling. Het is eigenlijk logisch dat uw eigen moedermelk het beste is voor uw baby. Het wordt tenslotte door uw lichaam zelf aangemaakt met als doel uw baby van voeding te kunnen voorzien. Moedermelk heeft altijd de juiste samenstelling en de goede temperatuur. Dit zijn natuurlijk grote voordelen ten opzichte van flesvoeding.
 
Uit onderzoek blijkt steeds weer dat moedermelk stoffen bevat die uw baby beschermen tegen allerlei infecties. Vooral in de eerste melk, het zogenaamde ‘colostrum’, zitten heel veel van deze belangrijke antistoffen. Deze antistoffen zijn nodig omdat uw baby vlak na de geboorte nog zo klein is en daarom sneller vatbaar voor infecties. In uw buik zat uw baby lekker beschermd en kreeg via uw bloed ook antistoffen. Als de baby ongeveer een week oud is, komt u in de fase van de ‘overgangsmelk’. Hierin zit geleidelijk minder eiwit terwijl de hoeveelheid vet en melksuiker (en daarmee de calorische waarde) toeneemt. Ongeveer 2 weken na de geboorte produceren de borsten rijpe moedermelk. Hoewel de concentratie van antistoffen nu lager is dan in het colostrum, is ook na de eerste weken de beschermende waarde van moedermelk van groot belang voor de gezondheid van uw baby. Het geven van borstvoeding is dus een perfecte manier om uw baby na de bevalling op een natuurlijke manier te beschermen.
 
Uit onderzoeken tussen borst- en niet borst gevoede kinderen blijkt dat borst gevoede kinderen minder kans hebben op  luchtweginfecties, oorontstekingen, ontstekingen van de hersenvliezen en maagdarminfecties. Moedermelk heeft daarnaast een beschermende werking bij kinderen die een erfelijke aanleg hebben voor allergische aandoeningen. Als deze klachten zich al voordoen, dan komen ze vaak later en in een mildere vorm.
 
Ook voor de moeder is het geven van borstvoeding goed. Door het geven van borstvoeding herstelt de baarmoeder zich sneller en u komt makkelijker terug op uw oude gewicht. Op de langere termijn heeft het geven van borstvoeding nog meer voordelen. U loopt minder risico op bepaalde vormen van kanker als u een tijdlang borstvoeding hebt gegeven en uw botten zijn op latere leeftijd steviger.
 
Flesvoeding is net zo goed... of toch niet?
Flesvoeding blijft altijd een imitatie. Natuurlijk kunnen er redenen zijn, waarom ouders kiezen voor het geven van flesvoeding aan hun baby. Als er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, is flesvoeding een aanvaardbaar alternatief. Deze voorwaarden zijn hygiëne (bijvoorbeeld ten aanzien van het bewaren van de voeding, het uitkoken van flessen en spenen en handen wassen) en financiën (flesvoeding kost geld). Redenen waarom vrouwen voor flesvoeding kiezen kunnen zijn: onzekerheid of het kind wel voldoende voeding binnen krijgt, minder gebonden zijn, makkelijker iemand anders de voeding laten geven, problemen ervaren met de combinatie borstvoeding en een baan of om medische redenen.
 
Begeleiding nodig?
Je kind de borst geven gaat niet altijd probleemloos. Hoe minder u door eigen opvoeding en ervaringen met dit natuurlijke proces vertrouwd bent geraakt, des te meer hulp kunt u erbij gebruiken. Goede raad komt van alle kanten. Het is een hele kunst om de weg te vinden in een wirwar van goedbedoelde, maar vaak tegenstrijdige adviezen. Met wat kennis van zaken wordt dit een stuk eenvoudiger. Het gaat erom dat uw zelfvertrouwen tegen een stootje kan en dat u uw eigen verantwoordelijkheid kunt nemen. 
 
Met deze informatie en de begeleiding van onze kraamverzorgenden, kraam - en kinderverpleegkundigen van het Deventer Ziekenhuis, proberen wij u een steuntje in de rug te zijn voor vrouwen die borstvoeding (willen) geven. Wij bieden u daarnaast specifieke begeleiding aan door onze lactatiekundige. Zij bezoekt u zo mogelijk tijdens uw verblijf in het ziekenhuis. Achterin vindt u haar gegevens. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een voorlichtingsavond te bezoeken. Die hebben als doel vrouwen en hun partner die ervoor kiezen om hun kind borstvoeding te geven goed voor te lichten. Op deze manier kunnen vrouwen informatie krijgen die voor hen van belang kan zijn om met plezier en succes borstvoeding te kunnen geven.


2. BORSTVOEDING GEVEN

Hoe bereid je je voor op borstvoeding?
Wil borstvoeding een kans van slagen hebben, dan is de motivatie van beide aanstaande ouders erg belangrijk. De vrouw is diegene die de borstvoeding geeft, maar de steun van de partner speelt daarbij een belangrijke rol. Als aanstaande ouders maakt u een keuze die regelrecht verband houdt met de gezondheid van de baby als die eenmaal geboren is.

Borstvoeding geven is heel natuurlijk. Je lichaam is er tenslotte op gebouwd. Twijfelt u misschien of u wel borstvoeding kunt geven omdat u bijvoorbeeld platte of ingetrokken en gevoelige tepels hebt? Overleg dit dan met uw verloskundige, gynaecoloog, verpleegkundige, lactatiekundige of op het verpleegkundig spreekuur van het Deventer ziekenhuis.
 
Aanleggen in het eerste uur
Het grote moment is daar! Uw baby is net geboren en ligt uit te rusten op uw buik. Ook voor hem of haar is de bevalling een hele klus. Dit is het beste moment om uw baby voor het eerst aan te leggen, mogelijk nog voordat de baby wordt nagekeken en aangekleed. De zuigreflex is namelijk het eerste uur na de geboorte heel erg sterk. Als een soort ‘oerdrang’ zal uw baby gemakkelijk uw tepel vinden en gaan zuigen. De verpleegkundige of de kraamverzorgende helpt u uw kind zo snel mogelijk na de bevalling aan te leggen, het liefst binnen 1 á 2 uur. Als de situatie het toelaat, krijgt u uw kind zo snel mogelijk bij u. Dit eerste lichamelijke contact is belangrijk voor de emotionele binding tussen u en uw kind. Meestal likt het kind eerst wat voordat het de tepel pakt. De verpleegkundige of kraamverzorgende, die u begeleidt bij het geven van borstvoeding, leert u hoe u kunt aanleggen of helpt uw partner met buidelen.
 
Aandachtspunten daarbij zijn:

  • Uw kind ligt goed gesteund, dicht tegen u aan.
  • Uw kind ligt met lichaam en hoofd in één lijn: buikje richting moeder.
  • De neus van uw kind bevindt zich tegenover de tepel.
  • U ondersteunt de borst met vier vingers aan de onderkant, ver van de tepelhof.
  • U kietelt met de tepel de bovenlip van uw kind totdat de mond wijd opengaat.
  • U brengt uw kind naar de borst en niet de borst naar uw kind.
  • Uw kind moet voldoende van de onderkant van de borst in de mond kunnen nemen
    (daarom heet het niet 'tepelvoeding', maar 'borstvoeding').
  • De onderlip en bovenlip zijn naar buiten gekruld, de tong komt onder de tepelhof.
  • Bij de bovenlip blijft meer zichtbaar van de tepelhof dan bij de onderlip. Dit is vooral door omstanders te zien, en niet zozeer door uzelf.
  • U drukt de kin van uw kind tegen de borst, waardoor de neusgaten vrij zijn.

Let op: Het vrijhouden van de neus van uw kind door met een vinger de borst in te drukken is af te raden vanwege het risico dat enkele melkgangen worden afgesloten. Door de bips van uw kind na u toe te halen komt het neusje vrij te liggen.

Als uw kind goed aanligt, zal het de borst vasthouden zonder dat deze in en uit het mondje beweegt. Uw kind heeft de borst omgevormd tot een speen; de hele mond is gevuld met tepel, tepelhof en borstweefsel. Voor uzelf moet dit goed ‘aanvoelen’. Als het allemaal goed verloopt (en er melk toeschiet) neemt uw kind na een aantal korte zuigbewegingen flinke teugen en hoort u hem of haar slikken.
 
Rooming-in
Tijdens de kraamdagen en ook daarna is het voor de borstvoeding van belang dat moeder en kind zoveel mogelijk in één ruimte verblijven. Dit heet rooming-in. Rooming-in geeft u als moeder de beste mogelijkheid om goed in te spelen op het gedrag van de baby. Dit is van belang voor het op gang brengen van de borstvoeding en het stimuleren van voeden op verzoek. Zolang u en uw baby het als plezierig ervaren, kan het verblijven op één kamer voortduren.
 
Verschillende houdingen om uw kind te voeden
 
Zittend voeden
Zittend voeden is handig om het aanleggen te leren omdat u dan twee handen kunt gebruiken en goed overzicht heeft. Kies een houding waarin u prettig en ontspannen zit. Voorkom dat u onderuit of opzij zakt tijdens het voeden. Gebruik eventueel een voetenbankje of een kussen onder uw ellebogen. Ook een kussen op uw schoot, zodat u daarop uw kind kunt leggen, is vaak prettig. Dit voorkomt dat u voorover gaat buigen en dat het kind gaat hangen aan de tepel. Dat kan leiden tot een pijnlijke rug, nek en schouders of geïrriteerde tepels. Uw kind ligt met het nekje in de holte van uw elleboog en u houdt met uw hand de billetjes, bovenbeentjes vast.
zittendvoeden.jpg

  • Het armpje van uw baby wordt onder uw arm gelegd, zodat het kind met het buikje naar u toegekeerd ligt.
  • Het hoofdje en nekje van uw kind liggen in een rechte lijn.
  • De tepel bevindt zich tegenover het neusje van uw kind.

Liggend voeden
Vlak na de bevalling is het prettig uw kind liggend te voeden.
liggendvoeden.jpg

  • Zorg dat u en uw kind beiden goed op de zij naar elkaar toe gedraaid liggen. Voorkom dat uw kind op de rug draait door een opgerolde handdoek in zijn/haar rug te leggen.
  • Uw baby ligt met hoofdje, buik en beentjes naar u toegedraaid. Trek daarbij de billen en beentjes goed tegen u aan.
  • Uw hoofd ligt op het hoofdkussen, de arm waarop u steunt omhoog, waarbij uw schouder niet op, maar onder het kussen ligt.
  • Het neusje van uw kind bevindt zich tegenover uw tepel.

Kind ligt met beentjes onder uw arm door (rugby-houding/bakerhouding)
Dit is een goede houding wanneer u grotere borsten heeft en de tepel naar beneden wijst. In het begin zult u bij deze houding wat hulp nodig hebben.

Bakerhouding.jpg
 

  • Uw kind ligt op een kussen waarbij het gezichtje naar u is toegekeerd en de beentjes onder uw arm door liggen. De baby ligt op uw onderarm, u heeft met dezelfde arm het hoofdje vast.
  • Rug en nekje vormen een rechte lijn.
  • Uw kind kan de tepel zo pakken.
  • Zorg voor voldoende steun voor uw voeten zodat u niet voorover gaat leunen.
  • Met uw vrije hand kunt u de borst sturen.

Niet goed aangelegd
In de volgende gevallen is uw kind niet goed aangelegd en kunt u beter uw kind van
de borst halen en opnieuw aanleggen.

  • Hoofd en lijfje van de baby liggen niet in een lijn, de baby ‘hangt’ aan de borst. Hierdoor kunnen problemen met ademhalen ontstaan.
  • De baby drinkt met een tuitmondje, zijn onderlipje raakt de basis van de tepel. Hij heeft niet voldoende borstweefsel in de mond, waardoor efficiënt legen van de borst moeilijk wordt.
  • Het hoofdje van de baby is naar beneden gebogen, hij houdt de kin op de borst en ligt met zijn lijfje niet dicht tegen de moeder aan. Daardoor heeft hij te weinig houvast en komt zijn neusje in de borst.
  • Het mondje glijdt op en neer over de tepelhof.
  • De baby blijft oppervlakkig zuigen, de wangetjes worden naar binnen gezogen en/of er is een klikkend smakgeluid hoorbaar.
  • Voeden is pijnlijk. De pijn blijft gedurende de hele voeding.
  • Na de voeding blijken de tepels beschadigd: een blaar, roodheid of witte huid door slechte doorbloeding.

Bij een goede aanleghouding is het neusje van uw kind vrij en is het voeden niet pijnlijk. Het eerste aanzuigen van uw kind kan wel gevoelig zijn, maar als uw kind de borst en tepel goed in de mond neemt, mag het na het eerste aanzuigen geen pijn meer doen.

Vooral in het begin gaat het aanleggen nog niet zo makkelijk, maar na een paar keer zult u zien dat u hier al meer vertrouwd mee raakt.
 
Het voeden
 
Toeschietreflex
Binnen in uw lichaam hebt u als het ware een kleine fabriek die op gang komt zodra uw baby geboren is. Bij de melkproductie speelt de ‘toeschietreflex’ een belangrijke rol. Deze toeschietreflex wordt gestimuleerd door speciale hormonen waaronder oxytocine, die ervoor zorgen dat de melk door de melkkanaaltjes naar de tepels stroomt. Bij elke voeding komt de toeschietreflex op gang als uw baby een paar keer aan uw tepels heeft gezogen, meestal na 1 à 4 minuten voeden. Direct als er melk uit uw borsten gedronken wordt, begint uw lichaam nieuwe melk aan te maken. Iedere vrouw ervaart de toeschietreflex anders. Voor sommige vrouwen is het een stekende pijn of tinteling en andere vrouwen voelen helemaal niets. Deze ervaringen zijn normaal te noemen. Na het voeden voelt de moeder zich vaak loom en moe. Dit is de tijdelijke werking van de oxytocine, die een soort natuurlijke rust veroorzaakt.
 
Het op gang brengen van de borstvoeding.
Borstvoeding wordt gestimuleerd door goed en vaak aan te leggen. Om de melkproductie op gang te brengen liefst 8 tot 12 keer per etmaal (24 uur). Je spreekt nog niet van borstvoedingstijden maar van momenten. Elke keer wanneer de baby aangelegd wordt is dit een goede stimulatie om de borstvoeding op gang te brengen. Soms zal je baby alleen even likken en misschien een paar minuten drinken en soms zal het langer zijn. Laat je baby aan de borst drinken zo lang de baby dit wil en goed drinkt, of dit nu 3 of 20 minuten is. Wil de baby daarna de andere borst dan is dit goed. Het resultaat is dat je voeding snel op gang komt en de baby eerder zijn eerste ontlasting loost waardoor hij minder kans heeft op geel worden.
 
Na de geboorte heeft uw baby voldoende vet- en vochtreserves om de eerste uren zonder voeding of water te kunnen overbruggen. Uw baby heeft geen honger maar wil wel regelmatig drinken. Bovendien is het belangrijk om uw baby snel na de geboorte aan te leggen om de zuigreflex en uw melkproductie te oefenen voordat het colostrum (de eerste melk) overgaat in rijpe melk. Deze overgang kan gepaard gaan met stuwing, vaak rond de derde dag. Uw borsten zijn ineens veel zwaarder, soms zelfs erg gespannen. Vaak aanleggen in de eerste dagen na de geboorte kan kraambedstuwing voorkomen of de ernst van de stuwing verminderen. Daarnaast garandeert vaak aanleggen ook een voldoende opname van colostrum met de daarin voorkomende onontbeerlijke stoffen voor groei, ontwikkeling en immuunsysteem. Tenslotte zorgt veelvuldig aanleggen voor een dusdanige conditionering van de melkvormende processen, dat voor maanden tot jaren een probleemloze melkproductie wordt gegarandeerd.
 
Voeden op verzoek. Hoe doe je dat?
Voeden op verzoek betekent dat u uw baby gaat voeden op het moment dat hij een teken van voedingsbehoefte geeft. Tekenen kunnen zijn: onrustig slapen, lichte slaap, ontwaken, zoekgedrag met mond en/of handen, smakken. Huilen is een laat signaal.
 
Deze tekenen moeten niet verward worden met vermoeidheidsignalen: onrustig/druk worden, jengelen, huilen, je niet meer aankijken, afwenden, wit worden, rode wangetjes of oortjes, gapen, in ogen wrijven.
 
Als uw kind heeft gedronken, meestal zo’n 10-20 minuten, daarna een boertje heeft gelaten, even lekker bij u heeft gelegen en dan de vermoeidheidsignalen laat zien, dan moet u uw kind in bed leggen om in slaap te kunnen vallen. Daarbij hoort voor sommige kinderen dat als ze wat ouder zijn ze moeten huilen, jengelen, 5-15 minuten, om in slaap te vallen. Dat huilen, jengelen is dus geen hongersignaal maar dat huilen, jengelen heeft uw kind nodig om in slaap te vallen. Als uw kind 1-2 uur heeft geslapen en hongersignalen laat zien dan is het tijd om te voeden.
 
Hierbij een tijdsaanduiding van de ‘wakkere tijd’ van een baby. Deze ‘wakkere tijd’ is inclusief de voedingstijd:


Leeftijd:
Wakkere tijd per keer:
0-2 weken 30-45 minuten
2-6 weken 45-60 minuten
7-12 weken 60-75 minuten
3-5 maanden 1 uur


Het is normaal als uw kind soms een paar keer vlak achter elkaar wil drinken en dan  een langere tijd slaapt.
 
Duur van een voeding
De duur van een voeding wordt door de baby bepaald. Deze is afhankelijk van de frequentie van het voeden en ligt over het algemeen tussen de 10 en 20 minuten. In principe laat een kind de borst vanzelf los als het voldoende gedronken heeft. Zo niet, dan kunt u uw pink in de mondhoek van uw kind brengen, zodat het vacuüm wordt opgeheven en uw kind de tepel loslaat. Signalen dat een kind genoeg heeft gehad zijn: in slaap vallen, loslaten van de borst, sabbelen of onregelmatig slikken.
 
Hoeveel voedingen geef je per dag?
 

De eerste 10 dagen
Voed de eerste 10 dagen om de 2 à 3 uur (’s nachts een keer om de 4 à 5 uur).

  • Een zuigeling tot 2 à 3 dagen oud wordt 8 tot 12 keer per 24 uur aangelegd
  • Een zuigeling van 3 tot 10 dagen oud wordt 8 à 10 keer aangelegd.

Na 10 dagen
Op verzoek blijven voeden zonder speciale rust- of drinktijden te hanteren.
 
Na 4 tot 8 weken
Uw baby heeft nu meestal een eigen ritme gevonden. Let op de reactie van uw baby; wil hij zuigen, heeft hij honger? Veel baby’s willen ’s avonds een keer vaker aan de borst (clustervoeden) en ’s nachts ook nog gevoed worden. Dit is normaal, omdat borstvoeding licht verteerbaar is.
 
Voldoende voeding? Waar moet je op letten?
Om te weten of uw baby voldoende voeding binnen krijgt, kunt u letten op de volgende aanwijzingen:

  • Is uw baby tevreden en alert na het wakker worden?
  • Een tevreden baby maakt een ontspannen indruk.
  • Plast uw baby voldoende?
  • Hoe is de ontlasting van uw baby?
  • Groeit de baby voldoende?

Het ontlastingspatroon en natte luiers
Als u borstvoeding geeft, ruikt de ontlasting van uw kind neutraal, in tegenstelling tot de ontlasting van een kind dat flesvoeding (kunst voeding) krijgt. Uw kind krijgt de eerste zes weken meerdere keren per dag ontlasting. De kleur is afhankelijk van wat u eet en drinkt. De ontlasting kan korrelig, zacht of heel dun zijn. Na 4-6 weken hebben borstgevoede kinderen geleidelijk minder vaak ontlasting en kan dat zelfs afnemen tot eens per 10 dagen.

Wanneer de voeding op gang is gekomen, meestal vanaf de vierde dag, moet uw kind bij elke verschoning een natte luier hebben. Dat komt neer op ongeveer 6-8 natte luiers per dag. Dit geldt niet voor de eerste dagen, in deze periode is 1 natte luier in 24 uur voldoende.
 
Wegen
Naast bovenstaande aanwijzingen is het gewicht ook een aanwijzing om te kunnen zien of uw kind voldoende voeding binnen krijgt. Tijdens de kraamtijd wordt uw kind regelmatig gewogen. Daarna gebeurt dit door de wijkverpleegkundige thuis of op het consultatiebureau.
 
Groei
Het geboortegewicht van de baby geeft geen aanwijzing voor de te verwachten groei. Hoe zwaar de baby is bij zijn geboorte wordt voornamelijk bepaald door het functioneren van de placenta. Geleidelijk komt de baby op zijn eigen ‘groeilijn’ terecht. Aanleg en lichaamsbouw van de ouders spelen daarbij natuurlijk mee.
 
Uitgangspunten:

  • Afvallen gedurende de eerste dagen is een normaal verschijnsel. Het gewichtsverlies kan oplopen tot 10% van het geboortegewicht.
  • De meeste baby’s zijn na 14 dagen weer op hun geboortegewicht.
  • Met name bij een zware baby duurt het soms tot een week of drie voor hij het geboortegewicht weer heeft bereikt; van belang is dat een kind na ongeveer een week begint aan te komen.
  • Nadat de baby terug is op het geboortegewicht, zal hij ongeveer 110-200 gram per week aankomen.
  • Het is moeilijk de groei per week goed te beoordelen. Een langere periode van een maand geeft een betere indruk.
  • De standaardgroeicurven (die gebaseerd zijn op baby’s die kunstvoeding krijgen) kunnen onjuiste verwachtingen wekken voor uitsluitend borst gevoede zuigelingen. De ervaring leert dat deze kinderen de eerste twee tot drie maanden vaak sneller groeien dan de curve aangeeft. Rond de leeftijd van vier maanden gaat het echter minder hard. De afvlakking van de groeicurve moet als een normaal patroon worden beschouwd. Het is dus geen teken van een teruglopende melkproductie. Het is goed om je de groei van je kindje te volgen in groeicurven van de WHO (Wereld Gezondheids Organisatie) die gebaseerd zijn op baby’s die alleen maar borstvoeding krijgen.
  • Zie www.borstvoeding.com/groeicurve/

Vitamine K
Het is in Nederland gebruikelijk dat borst gevoede kinderen extra vitamine K krijgen, omdat we denken dat dat bloedingen voorkomt. Direct na de geboorte wordt bij alle pasgeborenen 1 mg. toegediend via druppels in de mond. Borst gevoede kinderen krijgen in de leeftijd van 1 week tot 3 maanden eenmaal daags 150 µg. vitamine K toegediend, via druppels in de mond.
 
Vitamine D
Na 1 week krijgen alle kinderen die borstvoeding krijgen 5 microgram vitamine D per dag. Deze vitamine D druppels zijn verkrijgbaar bij drogist en apotheek. Bij voorkeur vitamine D druppels op waterbasis. De druppels op oliebasis worden nog niet goed opgenomen.
 
Borstvoeding en een baan buitenshuis
Het is in de wet bepaald dat een moeder die borstvoeding geeft bijzondere rechten heeft:

  • Een werkneemster die haar baby borstvoeding geeft heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende ten hoogste 9 maanden na de geboorte van het kind, recht de arbeid te onderbreken, om in de nodige rust en afzondering het kind te zogen of om te kolven.
  • Als de werkneemster tenminste 3 uur per dag arbeid verricht, heeft zij er recht op om voor het voeden in ieder geval een vierde van de totale arbeidstijd per dag te gebruiken. Dat is bij een werkdag van 4 uur, één uur kolven of voeden.
  • Voor het kolven geldt bovendien dat de onderbreking in ieder geval per keer tenminste een half uur mag bedragen.
  • De onderbrekingen worden beschouwd als werktijd.

De mogelijkheden

  • Afkolven op het werk, het kind krijgt thuis afgekolfde moedermelk.
  • Het kind gaat mee naar het werk.
  • Het kind wordt bij de moeder gebracht voor de voedingen.
  • Afkolven op het werk om de productie in stand te houden, terwijl het kind onder werktijd kunstvoeding krijgt. Op vrije dagen wordt dan volledig borstvoeding gegeven.
  • Geleidelijk minder borstvoeding geven voor de moeder weer gaat werken.
  • Alleen nog voeden als de moeder thuis is.

Bij de keuze tussen bovenstaande oplossingen spelen een aantal zaken een rol zoals: de aard van het werk, de faciliteiten op het werk, de afstand tussen het werk en het kind en het vervoer.
 
Wanneer laat u uw baby wennen aan het drinken uit een fles?
Een baby die borstvoeding gewend is moet leren hoe hij uit een fles moet drinken. Het is verstandig te wachten met oefenen tot de borstvoeding voor moeder en kind makkelijk gaat. Rond vier weken na de geboorte is een goede tijd om te gaan oefenen.

Biedt u de fles te vroeg aan en/of vele voedingen achter elkaar, dan bestaat de kans dat het kind vergeet hoe hij de borst moet pakken. Begint u na een maand of drie dan weigeren sommige kinderen absoluut de fles doordat de natuurlijke reflexen zijn verdwenen.

U kunt vanaf 4 weken na de geboorte ’s morgens 1 borst geven, terwijl u de andere tegelijkertijd afkolft. De in de koelkast bewaarde melk kan uw partner, of uzelf, op een ander moment op de dag in een flesje geven. Of bijvoorbeeld twee keer per week één flesje met afgekolfde moedermelk. Zo kunt u mogelijk het weigeren van een fles voorkomen.
 
Het afbouwen van borstvoeding
Tot ongeveer 5-6 maanden heeft uw baby voldoende aan alleen borstvoeding. Het consultatiebureau geeft advies over het geven van bijvoeding. Hiermee gaat u geleidelijk de borstvoeding vervangen en de melkproductie zal dan ook geleidelijk afnemen. Wilt u eerder stoppen met borstvoeding, dan zult u over moeten gaan op kunstvoeding.

UNICEF en de WHO bevelen aan de borstvoeding voort te zetten tot het tweede levensjaar. Het immuunsysteem van kinderen is pas rond het vijfde jaar op volle sterkte. Het is daarom zinvol de borstvoeding zolang te continueren als moeder en baby dat willen. Voor het kind is dit een gezondheidsbonus.
 
Het afbouwen gaat als volgt:

  • Van de voedingen overdag laat u eerst de voeding vervallen die het minst fijn verloopt. Deze vervangt u door kunstvoeding. Meestal is dat de late middag voeding.
  • Vervolgens bouwt u de borstvoeding zo gelijkmatig mogelijk over het etmaal af.
  • Stop als een na laatste met de voeding voor de nacht.
  • Als allerlaatste stopt u met de ochtendvoeding.

Aanbevelingen:

  • Neem vooral de tijd voor het afbouwen. Stoppen gaat niet van de ene op de andere dag.
  • Je kunt borstvoeding afbouwen door 1 voeding per 5 à 7 dagen te laten vervallen. Het kan eventueel sneller maar dit is afhankelijk van hoe uw borsten reageren op het afbouwen. Wacht bij een gespannen gevoel of harde plekken in de borsten met het afbouwen van nog een voeding.
  • In kunstvoeding zitten vitamine D en K. Overleg met de wijkverpleegkundige, hoe om te gaan met deze vitamines tijdens het afbouwen van de borstvoeding.
  • Vragen over het afbouwen van borstvoeding kunt u altijd stellen aan de wijkverpleegkundige of aan één van de borstvoedingsdeskundigen die achter in deze brochure staan vermeld.

Moet u door omstandigheden toch ineens stoppen, dan zult u moeten afkolven. Om de borstvoeding sneller te laten afnemen, is het goed om overdag en 's nachts een stevige beha te dragen. Kolf regelmatig en in afnemende mate een klein beetje voeding af. Hiermee vermindert u de spanning op uw borsten en voorkomt u een eventuele borstontsteking. Voor het acuut stoppen van borstvoeding is zonodig ook medicatie te gebruiken. Overleg hierover met uw verloskundige, huisarts of de lactatiekundige.

3. PRAKTISCHE PROBLEMEN BIJ MOEDER EN KIND

Uw kind ligt op een andere afdeling dan u
Het kan voorkomen dat uw kind op de neonatologieafdeling of kinderafdeling ligt. Het is dan niet altijd mogelijk om zelf borstvoeding te geven. Het is wel mogelijk om afgekolfde melk via fingerfeeding of via een sonde aan uw kind te geven. De verpleegkundige zal dit dan met u bespreken. Gun uzelf de tijd en de rust om het kolven te leren.

Pijnlijke tepels en tepelkloven
De eerste dagen heeft bijna elke moeder aan het begin van de voeding wel eens last van gevoelige of pijnlijke tepels. Als de baby goed is aangelegd verdwijnt deze pijn na een paar teugen.
  

Oorzaken van pijnlijke tepels en/of kloofjes kunnen zijn:

  • Niet goed aanleggen van uw kind.
  • Huidirritatie door overgevoeligheidsreactie op crèmes, zoogkompressen, zeep of wasmiddelen.
  • Spruw (schimmelinfectie) in de mond van uw kind en op uw tepel.
  • Verkeerd gebruik van een borstkolf, te klein of te groot borstschild
  • Een gevoelige of droge huid.

Advies:

  • Voed niet dapper door als het pijn doet. Leg uw kind opnieuw zorgvuldig aan.
  • Begin met de minst pijnlijke kant te voeden. Het kind zuigt krachtiger in het begin van de voeding.
  • Ga vaker en korter voeden, het kind is dan minder hongerig en zal rustiger drinken.
  • Voed uw kind in wisselende houdingen, uw tepels worden dan anders belast.
  • Doe na de voeding wat moedermelk op de tepels en laat de tepels onbedekt drogen. Doe dit niet bij aanwezigheid van spruw.
  • Smeer eventueel wat neutrale vette zalf bij voorkeur 100% zuivere lanoline (wolvet) op de tepel. Draag het liefst een katoenen beha en zoogkompressen. Gebruik bij wondjes die blijven vastplakken aan de bh hydrogel pads. B.v. Mother Mates of Rite Aid. Dit zorgt voor een natte wondgenezing.
  • Gebruik tijdelijk een tepelhoedje in de goede maat. (S16 mm –M 20 mm –L 24 mm).
  • Vraag advies aan een lactatiekundige als de pijn met voorgaande maatregelen na 24 uur niet minder wordt.

Te weinig borstvoeding
Iedere moeder heeft wel eens het gevoel dat zij onvoldoende borstvoeding heeft.

Oorzaken hiervan kunnen zijn:

  • Uw kind drinkt niet vaak en niet lang genoeg of niet effectief genoeg.
  • Uw kind is niet goed aangelegd.
  • De toeschietreflex werkt niet goed bijvoorbeeld door stress of pijn.
  • Uw kind krijgt bijvoeding.
  • U gebruikt tepelhoedjes.
  • Regeldagen.

Signalen:

  • Uw kind heeft te weinig natte luiers (6 tot 8 per 24 uur is normaal) of minder dan 2 à 3 ontlasting luiers per 24 uur.
  • Uw kind is niet tevreden; kan veel huilen, maar ook slaperig en lusteloos zijn.
  • Uw kind groeit nauwelijks of valt af.
  • Uw kind heeft weinig donkergekleurde en soms harde ontlasting.

Advies:

  • Bied beide borsten aan. Geef de tweede borst pas als uw kind goed aan de eerste borst heeft gedronken en vanzelf loslaat of nauwelijks meer slikt.
  • Leg uw kind goed en vaak aan. Er geldt geen maximum aantal voedingen!
  • Neem zelf voldoende rust.
  • Maak uw kind zonodig wakker voor een voeding.
  • Wissel uw borsten af zodat uw kind weer wat actiever gaat drinken en geef borstcompressie tijdens het zuigen.
  • Zorg voor een goede voeding en drink voldoende.
  • Geef uw kind geen bijvoeding tenzij dit door een deskundige wordt geadviseerd.
  • Geef uw kind geen fopspeen.

Te veel voeding
Na stuwing kan te veel voeding voorkomen. De hoeveelheid voeding past zich vanzelf in de loop van enkele weken weer aan.
  
Signalen:

  • Uw kind geeft een gedeelte van de voeding terug.
  • Uw kind kan buikkrampjes krijgen en daardoor veel huilen.
  • Uw kind heeft veel natte luiers en dunne groene ontlasting.
  • Uw borsten zijn gespannen, ook na de voeding.

Advies:

  • Voed op verzoek, maar niet extra tussendoor als troost.
  • Geef één borst per keer, laat deze borst wel goed leegdrinken.
  • Draag een goed passende, niet knellende beha.
  • Leg na de voeding koude doeken op uw borsten; dit heeft een remmend effect op de productie van moedermelk.
  • Ga tijdens het voeden op uw rug liggen en leg uw kind aan met zijn buik op uw buik.
  • Laat de eerste melk wegstromen.
  • Verschoon regelmatig de zoogkompressen in uw beha.

Dreigende borstontsteking
 
Mogelijke oorzaken van een dreigende borstontsteking kunnen zijn:

  • Een verstopt melkkanaaltje.
  • Te volle borsten, bijvoorbeeld door het overslaan van een voeding.
  • Te strakke beha of beugelbeha.
  • Spruw in het mondje van uw kind.
  • Oververmoeidheid of stress.

Signalen:

  • U hebt een pijnlijke harde rode plek op uw borst die niet verdwijnt na de voeding.
  • U krijgt later een grieperig gevoel en lichte verhoging. Dit kan overgaan in koorts, hoofd- en spierpijn.
  • De pijnlijke plek in de borst kan zich uitbreiden en zeer pijnlijk worden.

Advies:

  • Stop vooral niet met borstvoeding geven.
  • Neem rust!
  • Ga vaker voeden en begin dan met de pijnlijke kant.
  • Masseer tijdens de voeding met uw hele hand de pijnlijke plek zachtjes mee in de richting van de tepel. Dit mag geen pijn doen. Onder de douche kan deze massage ook goed.
  • Houd uw borsten goed warm met bijvoorbeeld warme kompressen, dit verwijdt de melkkanalen. Dit is met name van belang voordat u borstvoeding geeft.
  • Als de klachten binnen 24 uur niet verminderen, overleg dan met de lactatiekundige, (huis)arts of de verloskundige.

Regeldagen
Uw baby kan zogenaamde 'regeldagen' hebben, waarop het totale voedingsschema omgegooid wordt. Dit gebeurt meestal rond de 10 tot 14 dagen, 6 weken en rond 3 maanden. Gemiddeld genomen zijn dit 2 à 3 dagen. Uw baby kan onrustig zijn en veel huilen. Het kan ook gebeuren dat uw baby plotseling 's nachts weer wakker wordt en gaat huilen om voeding. Deze regeldagen worden door de baby ingesteld om hem of haar in de grotere behoefte aan moedermelk te voorzien en de aanmaak in uw borsten te stimuleren. Het aantal voedingen tijdens deze regeldagen zal dan ook hoger zijn dan normaal. Het beste kunt u gewoon doorgaan met voeden op verzoek. Blijf er vooral kalm onder, het gaat weer over en voordat u het weet heeft uw baby alweer een nieuw ritme gevonden.
 
Schimmelinfectie op de tepel of spruw in het mondje
Deze schimmelinfectie wordt veroorzaakt door de candida albicans die gedijt op melk. Na gebruik van antibiotica of bij tepelkloven is er een verhoogde kans op deze infectie. Eventuele verschijnselen bij de moeder:

  • Een jeukende, schilferige, rode plek op de tepel of de tepelhof.
  • Een stekende pijn in de borst tijdens of na het voeden of tussen de voedingen door.
  • Vaginale afscheiding, jeuk of branderig gevoel.
  • Tepelkloven.
  • Soms zie je niets.

Eventuele verschijnselen bij uw kind:

  • Uw kind krijgt witte plekjes op het gehemelte, in de wangen, of een witte tong.
  • Omdat drinken pijn doet, wordt uw kind onrustig. Tijdens het drinken is vaak een klakkend geluid te horen en laat het kind regelmatig los.
  • Soms heeft uw kind ook luieruitslag.
  • Niet altijd is er iets te zien bij het kind.

Advies:

  • Aangezien schimmelinfectie bij borstvoeding zeer vervelende problemen kan geven is een behandeling op zijn plaats. Bij de behandeling is het belangrijk dat zowel moeder als kind worden behandeld. Voor de baby wordt vaak Nystatine voorgeschreven. De gel dient in kleine hoeveelheden (1 ml) met de vinger of een wattenstaafje op het slijmvlies aangebracht te worden en niet op de tepels. Voor de moeder kan Miconidazol crème worden voorgeschreven.
  • Houdt u zorgvuldig aan de gebruiksaanwijzing van de medicijnen die u krijgt. Lees de bijsluiter.
  • Bewaar geen afgekolfde melk in deze periode. Vries de afgekolfde melk ook niet in.
  • Zorg voor een goede hygiëne; zoogkompressen elke keer vervangen, (fop)spenen dagelijks uitkoken en na 1 week vervangen.
  • Vraag advies aan de lactatiekundige.

De slaperige baby
Wanneer uw kind zo slaperig is dat hij/zij zichzelf niet meldt voor een voeding, is het verstandig uw kind toch om de 2 á 3 uur wakker te maken. Manieren om uw kind voor de voeding te interesseren:

  • Kleed uw kind niet (te) warm, bij warmte neemt de zuigactiviteit af.
  • Leg uw kind met bloot huid op huid contact aan. (wel luier)
  • Verschoon de luier.
  • ‘Loop’ met uw vingers over de rug langs de ruggengraat van uw kind.
  • Beïnvloed het evenwicht van uw kind, door het kind op schoot te laten zitten en beweeg het hoofdje en de romp voorzichtig voor en achteruit.
  • Wissel regelmatig van borst, als uw kind de interesse in het zuigen verliest.
  • Druppel iets moedermelk op de lipjes.
  • Neem verschillende voedingshoudingen aan.

Darmkrampjes
Darmkrampjes komen zowel voor bij kinderen die borstvoeding als kunstvoeding krijgen. Dit komt met name door onrijpheid van maag en darmpjes. Er zijn verschillende oorzaken die tevens darmkrampjes bij uw kind teweeg kunnen brengen:

  • Uw kind krijgt te veel lucht binnen tijdens het drinken.
  • De darmspieren van uw kind trekken te krachtig samen.
  • Uw kind wordt prikkelbaar door invloeden van buitenaf.
  • U rookt.
  • U drinkt alcohol.
  • Uw eigen menu kan de oorzaak zijn bijvoorbeeld het gebruik van veel koffie/cola (dit blijft grotendeels een kwestie van zelf uitproberen!).
  • Uw kind is ergens allergisch voor.
  • Soms is er ook geen oorzaak te vinden.

Signalen:

  • Uw kind huilt veel en trekt de knietjes tegen de buik.
  • Uw kind gaat plotseling hard huilen.
  • Uw kind is niet te troosten.
  • De ontlasting is vaak dun schuimig en groen.
  • Uw kind drinkt erg onrustig.
  • Uw kind heeft een grote zuigbehoefte en last van winderigheid.

Advies:

  • Houd uw kind dicht tegen u aan zodat er een gevoel van geborgenheid is.
  • Leg een warme doek op de buik van uw kind, of geef het een warm badje.
  • Let extra op aanleggen.
  • Laat uw kind extra boeren.
  • Wieg uw kind zachtjes of draag uw kind in buikligging op uw arm.
  • Zorg voor rust in de omgeving en voor rust in het slaap-waak ritme van uw kind.
  • Babymassage kan helpen.
  • Als u een heftige toeschietreflex heeft waardoor uw baby zich verslikt in de voeding, laat dan eerst wat voeding weglopen of kolf wat af. Als de baby rustig kan drinken zal hij/zij veel minder lucht happen.



4. AFKOLVEN EN BEWAREN VAN MOEDERMELK

Er zijn verschillende situaties waarin de afgekolfde moedermelk moet worden bewaard. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Er is een scheiding van u en uw kind door opname op de neonatologie of kinderafdeling.
  • Uw kind is te vroeg geboren.
  • Uw kind kan (nog) niet (alle) voedingen zelf uit de borst drinken.
  • Uw kind is, om een bepaalde reden, te slaperig en niet actief.
  • U gebruikt tijdelijk medicijnen die schadelijk kunnen zijn voor uw kind. Er is extra stimulans van de moedermelkproductie nodig.
  • Het zwangerschapsverlof is om en u gaat weer werken.

Moedermelk kan op verschillende manieren worden afgekolfd. Elke methode heeft zijn voor- en nadelen. Als het noodzakelijk is om de melk af te kolven dan is het volgende belangrijk:

  • Afkolven is een vaardigheid die je moet leren.
  • Het is normaal dat er in het begin maar enkele druppels melk uit de borst komen.
  • De hoeveelheid afgekolfde melk kan wisselen, evenals de hoeveelheid per borst.
  • Net zoals het vaker voeden kan ook het vaker afkolven de melkproductie opvoeren.
  • Het streven is dat u na 10 -14 dagen een productie hebt van 600-700 ml per 24 uur

Hygiëneregels
Voor alle methoden van afkolven geldt het volgende:

  1. Was vóór het kolven uw handen met water en zeep, droog daarna goed.
  2. Het is niet nodig de tepels extra te wassen, eenmaal per dag onder de douche of afspoelen met water is voldoende. Te veel 'poetsen' verwijdert juist de beschermlaag van de huid.

Behandeling van het borstkolfsetje
Na gebruik spoelt u het borstkolfsetje uit met koud water, omdat bij gebruik van warm water de eiwitten uit de melk aan het oppervlak plakken. Daarna uitspoelen met heet water en goed afdrogen met een droge, schone doek. Bewaar de kolf in een schone doek. Kook thuis indien uw kind op de neonatologie/ kinderafdeling ligt het kolfsetje eenmaal per dag uit in een grote pan water, gedurende 3 minuten. Neem daarna ook een schone doek om de kolf in te wikkelen.
 
Voorbereiding op het afkolven
Afkolven gaat het beste als u zich kunt ontspannen en u op uw gemak voelt. Zoek daarom een rustige omgeving; in het ziekenhuis is het praktisch als u naast uw kind kunt afkolven met de bedgordijnen dicht. Psychische factoren hebben invloed op het kolven. Als u zich niet prettig voelt bij het afkolven, kan dit een sterke invloed hebben op de melkproductie. Daarom de volgende tips:

  • Probeer in de nabijheid van uw kind te kolven.
  • Denk aan uw kind, kijk eventueel naar een foto, video of internet verbinding met uw kindje op de neonatologie.
  • Pas borstmassage toe en leg eventueel warme doeken op uw borst, dit kan helpen om de melk makkelijk te laten stromen.

Frequentie van kolven
Voor een snelle maar ook voor voldoende melkproductie op de lange termijn, is minimaal 7x per dag stimuleren effectief. Als uw baby op de neonatologieafdeling of kinderafdeling ligt, kunt u met de kinderverpleegkundige of lactatiekundige overleggen over de benodigde hoeveelheid en hoe dit te bereiken.
 
Kolfmethoden

Methode voor de eerste dagen tot de melkproductie op gang komt en bij te weinig melkproductie, dit is tevens een manier om de toeschietreflex te bevorderen:

  • Masseer voor het kolven uw borsten.
  • Kolf daarna 15 minuten uw beide borsten tegelijkertijd.
  • We raden u aan om in het kraambed dubbelzijdig te kolven met een professionele elektrische kolf.

Methode als de melkproductie op gang is:

  • Afkolven totdat de melk niet meer druppelt of te kolven tot u genoeg moedermelk heeft opgevangen. Maximaal 10-15 minuten dubbel elektrisch. Wanneer u kolft met een enkele kolf dan kolft u elke borst 10-15 minuten per keer. Mocht u onvoldoende melk hebben dat heeft vaker kolven meer effect dan minder vaak en langer kolven. Bij een dubbele elektrische kolf kunt u een kolfbustier aanschaffen waarmee u handenvrij kunt kolven..

Het afkolven

  • Zorg voor een rustige omgeving.
  • Was uw handen.
  • Draai het kolfsetje op het steriele of schone flesje.
  • Masseer uw borsten.
  • Plaats het kolfsetje met de tepel goed in het midden van de kolf.
  • Zet het apparaat aan op de minimale stand en voer langzaam de zuigkracht op tot de borstschelp goed trekt. Kolven mag geen pijn doen!
  • Kolf volgens aangegeven tijd en zet het apparaat uit.
  • Bij enkel kolven wisselt u van borst en herhaalt u de procedure.
  • Kolf het flesje niet helemaal vol, maar pak een nieuw flesje.
  • Sluit het flesje en voorzie het van een etiket met de naam van uw kind, de datum en tijd van afkolven en zet het achter in de koelkast.
  • Spoel het kolfsetje uit met eerst koud en dan heet water; maak het kolfsetje goed droog.
    Houd de zuigslang goed droog, mits er geen melk in de slang is gekomen. Is er wel melk in de slang gekomen, spoel deze dan met koud en later heet water door en sla de slang droog.

Bewaren van afgekolfde melk
U kunt uw afgekolfde moedermelk in een kunststof bakje, zakje of glazen flesje bewaren. Wilt u de moedermelk invriezen, dan is het belangrijk dat de afgekoelde melk binnen 24 uur in de vriezer wordt geplaatst. Om de moedermelk te bewaren voor een kind die in het ziekenhuis ligt krijgt u van de verpleegkundige steriele flesjes. In de thuissituatie kunt u flesjes gewoon afwassen of moedermelk bewaarzakjes van kunststof gebruiken.
 
De maximale bewaartijd van moedermelk:

  • Verse moedermelk op kamertemperatuur: 4 uur
  • In de koelkast in het ziekenhuis: 48 uur
  • In koelkast thuis: maximaal 5 dagen
  • In vriesvak in een koelkast: 2 weken
  • In klein vrieskastje dat vaak open en dicht gaat: 3-4 maand
  • In vrieskist tot –18 C° 6 maand

Let op: zet de moedermelk in het midden achterin de koelkast; niet in de deur.
 
Ontdooien en opwarmen van moedermelk:

  • Laat de melk in de koelkast ontdooien, dus niet op kamertemperatuur.
  • U kunt eventueel de melk onder een stromende kraan ontdooien die u steeds warmer zet. Doe dat nooit onder een hete kraan: hierdoor verliezen de antistoffen hun werking.
  • Ontdooien is mogelijk in de magnetron met ontdooimogelijkheden.
  • Ontdooide, maar nog niet opgewarmde moedermelk blijft 24 uur goed, mits u die in de koelkast bewaart.
  • Warm de moedermelk bij voorkeur op in een flessenwarmer (‘au-bain marie’).
  • Opwarmen moedermelk in de magnetron: Een fles van 100 ml duurt het 30 seconden bij een vermogen van 600 Watt. Halverwege het opwarmen even zwenken dat de warmte goed wordt verdeeld. Probeer het zo nodig uit met gewone melk. Het zwenken is belangrijk om ervoor te zorgen dat de melk niet ongelijkmatig verwarmd wordt.
  • De melk mag niet warmer worden dan 30- 35ºC. Controleer dit met een druppeltje melk op de binnenkant van de pols.
  • Opgewarmde melk niet opnieuw opwarmen en na één uur weggooien.
     

5. BIJVOEDEN

 

Alles, dus ook water, wat aan een kind wordt aangeboden naast de borstvoeding is bijvoeding. Een baby krijgt alleen bijvoeding als daar een medische reden voor is. Deze reden wordt dus bepaald door een verloskundige, kinderarts, huisarts of lactatiekundige.  Bijvoeden bij een gezond voldragen kind is niet nodig. Voor de eerste twee dagen heeft hij/zij nog reserves genoeg meegekregen uit de zwangerschap. Het afvallen van uw kind tijdens de eerste dagen komt doordat het vocht uit plast, ontlasting loost en energie verbruikt. De verpleegkundige of de kraamverzorgende weegt uw kind regelmatig naakt, voor het baden. Als uw baby goed groeit, is het de eerste vijf, zes maanden niet nodig om bijvoeding te geven (zoals fruithapjes e.d.) Mocht u twijfelen, vraag dan advies aan uw wijkverpleegkundige op het consultatiebureau.
 
Vormen van bijvoeden
Er bestaan omstandigheden waarbij het kind niet (alles) zelf uit de borst kan drinken. Dit kan gevolgen hebben voor de moedermelkproductie van de borsten. Wellicht is extra stimulatie nodig met behulp van afkolven om de moedermelkproductie op peil te brengen of te houden. Te vroeg geboren kinderen kunnen soms niet alles uit de borst drinken en moeten worden bijgevoed met afgekolfde moedermelk. Vroeger werden deze kinderen meestal bijgevoed met een fles en speen. Tegenwoordig wordt de voorkeur gegeven aan andere methoden van bijvoeden omdat gebleken is dat bijvoeden met de speen een aantal nadelen heeft. Eén hiervan is zuigverwarring. Bij flesvoeding hoeft het kind het mondje niet wijd open te doen zoals bij borstvoeding en ook de tong wordt op een andere manier gebruikt. Hierdoor zou zuigverwarring kunnen ontstaan waardoor de zuigtechniek aan de borst verslechtert bij jonge kinderen.
 
De volgende alternatieven kunnen gebruikt worden:

  • Voor een flessenspeen: voeden met behulp van een lepeltje, een klein kopje of plastic cupje, een borstvoedingshulpset of door middel van vingervoeden.
  • Voor een fopspeen: aanleggen, veel huidcontact en aandacht, of de schone vinger van moeder of partner.
  • Voor een tepelhoedje: goed aanleggen, houding en techniek aanpassen (borst goed voorvormen met de vingers parallel aan de lipjes van uw kind).

De alternatieve methoden van bijvoeden hebben tot doel dat deze zuigverwarring wordt voorkomen en dat het kind toch de moedermelk binnen krijgt. De kraamverzorgende of (wijk)verpleegkundige zal u de verschillende methoden uitleggen. Vervolgens kiest u samen voor één van de methoden. Regelmatig wordt besproken of de gekozen methode goed werkt, of dat een andere methode zal worden gekozen.



6. ALGEMENE ADVIEZEN VOOR DE MOEDER

 

Rust
Het is vooral in de eerste weken na de bevalling belangrijk dat u voldoende rust krijgt. Borstvoeding geven kost energie en men voelt zich na een bevalling meestal niet direct de oude. Probeer tijdens het voeden te gaan liggen of rustig te gaan zitten. Gebruik ook regelmatig andere momenten van de dag om uit te rusten. Ook het hormoon oxytocine (dat bij borstvoeding vrijkomt) heeft een rustgevend effect.
 
Verzorging van de borsten
Enkele punten die van belang kunnen zijn bij de verzorging van de borsten in de periode dat er borstvoeding wordt gegeven zijn:

  • Neem altijd de hygiëne in acht (handen wassen, schone kleding enzovoort).
  • Was de tepels alleen met water, niet met zeep.
  • Draag overdag een goede, stevige en schone beha ter ondersteuning van de borsten, bij stuwing, ook ’s nachts. Zorg ervoor dat de beha nergens knelt. Een andere mogelijkheid is om ’s nachts de beha uit te laten en een warme handdoek over de borsten te leggen. Hierdoor kan de melk spontaan aflopen. Dit is minder pijnlijk en maakt het aanleggen makkelijker.
  • Als er sprake is van lekken, kunt u stoffen of wegwerp zoogkompressen gebruiken. Verschoon de natte zoogkompressen regelmatig. Er zijn ook Lily Padz te koop. Deze voorkomen het lekken van moedermelk door zachte druk.
  • Om tepelkloven te voorkomen wrijft u een druppel moedermelk over de tepelhof en laat deze even aan de lucht drogen. Dit niet doen bij aanwezigheid van spruw.
  • Controleer één keer per dag de borsten op harde, pijnlijke rode plekken.

De eet- en drinkgewoontes van de moeder
Borstvoeding geven kost extra energie. Daarom is het belangrijk dat u goed en gevarieerd eet. Ga niet op dieet tijdens de borstvoedingsperiode. Dan kunt u een tekort aan energie krijgen en gaat u zich slap en lusteloos voelen. Bovendien kan sterk gewichtsverlies tijdens het geven van borstvoeding ook zorgen voor meer schadelijke stoffen in de moedermelk.
  
Voedingsmiddelen die u zeker nodig hebt:

  • 6-7 sneetjes (volkoren)brood
  • 4-5 aardappelen
  • 4 groentelepels groente (150-200 gram)
  • 2 stuks fruit (200) gram
  • 3 glazen melkproducten (450 ml)
  • 1-2 plakken kaas (20-40 gram)
  • 125 gram kip/vlees/ei/vis/vleeswaren
  • 50 gram halvarine of margarine
  • 2 liter vocht
  • als extra vitamine: 5 microgram vitamine D (net als uw kind)

Roken en alcohol
Als u rookt, heeft dit nadelige effecten op de borstvoeding. Nicotine vermindert het toeschieten van melk en er wordt minder melk geproduceerd. Van sigarettenrook is bekend dat het overgaat in de moedermelk en dat het schadelijk is voor de luchtwegen van uw kind. Het is beter om niet te roken, met name vlak voor of tijdens de voeding. Maar als u rookt heeft borstvoeding toch de voorkeur boven kunstvoeding. Hetzelfde geldt voor het drinken van alcohol.
 
Borstvoeding en anticonceptie
Houd er rekening mee dat u na de bevalling in principe vruchtbaar bent. Wanneer u borstvoeding geeft kan de menstruatie langer uitblijven. Dat wil echter niet zeggen dat u minder vruchtbaar bent. Over borstvoeding als betrouwbare vorm van anticonceptie kan de lactatiekundige u voorlichten. Het gebruik van de pil kan de productie van moedermelk remmen. Wij raden u aan om een andere vorm van anticonceptie te gebruiken tijdens de periode dat u borstvoeding geeft. Mocht dat problemen geven dan is de anticonceptiepil met alleen progesteron de beste keus. Het gebruik van een spiraal (IUD), condoom of pessarium is niet van invloed op de borstvoeding.

 

 

7. BORSTVOEDING IN BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN

 

Borstvoeding na een keizersnede
De melkproductie komt ook na een keizersnede gewoon op gang, zij het vaak wel een dag later. Van belang is een goede houding en steun in verband met wondpijn.
 
Borstvoeding bij een tweeling
Het geven van borstvoeding aan een tweeling is heel goed mogelijk. Het systeem van vraag en aanbod zorgt in principe voor voldoende melkproductie. Wel is het aan te bevelen om in het begin met één baby te oefenen. Gaat dit goed, dan kunt u er voor kiezen om beide kinderen te gelijk aan te leggen (tandem-voeden). Natuurlijk mag u wat extra steun en hulp verlangen van mensen in uw omgeving. Er zijn speciale bijeenkomsten voor (aanstaande) ouders met meerlingen en borstvoeding in samenwerking met de Nederlandse Vereniging Ouders van Meerlingen.
 
Een couveusebaby en borstvoeding
Zeker voor een baby die in de couveuse moet blijven, is en blijft borstvoeding de beste voeding. De moedermelk van moeders waarvan het kind te vroeg geboren is, is aangepast aan de behoefte van het kind. Ze bevat meer calorieën en antistoffen. Bij baby’s die veel te vroeg geboren zijn worden moedermelkverrijkers aan de moedermelk toegevoegd. U krijgt in het ziekenhuis begeleiding in het omgaan met borstvoeding en uw te vroeg geboren kind.
 
Borstvoeding bij een baby met een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet
Wanneer een baby geboren wordt met een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet is rechtstreeks borstvoeding geven soms niet mogelijk. Afkolven is dan een goede optie, uw baby krijgt dan toch de voor hem belangrijke borstvoeding. Voor specifieke informatie hierover verwijzen wij naar de lactatiekundige. De kinderarts brengt u in contact met het Schisisteam. Daarnaast kunt u contact opnemen met de Schisisvereniging.
 
Borstvoeding na een borstoperatie
Borstvoeding na een borstoperatie, borstverkleining en borstvergroting, is vaak mogelijk. Er zijn wel een aantal factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Het is belangrijk de arts die de operatie heeft verricht, te vragen naar details. Hoe meer bekend is over de ingreep, des te beter de gevolgen ervan voor de borstvoeding zijn in te schatten. Met de details van de ingreep kunt u contact opnemen met een lactatiekundige (of een borstvoedingsorganisatie) die u verder kan informeren.
 
Borstvoeding en diabetes
Zeker als u suikerziekte heeft is borstvoeding de beste voeding voor uw kind. Monitoring van uw bloedsuikers is, net als in de zwangerschap, van groot belang. Tijdens de periode dat u borstvoeding geeft, heeft u een geringere insulinebehoefte. Dit kan wel 1/3 minder zijn. Het is van belang dat u regelmatig contact met uw diabetesverpleegkundige heeft over uw bloedsuikercurve. U heeft meer kans op het krijgen van spruw of een borstontsteking. Let dus extra op de verschijnselen daarvan bj u en uw baby.
 
Extra steun en hulp
We benoemen hier niet alle bijzondere omstandigheden, maar als uw situatie erom vraagt krijgt u extra steun en aandacht, zowel op de kraam- als de Neonatologie of Kinderafdeling. Op de kraamafdeling is een verrijdbare kar met dvd’s en boeken over borstvoeding. Vraag erom aan de verpleegkundige of lactatiekundige. 
 
Als u voor een vroeggeboorte bent opgenomen is het mogelijk om alvast een rondleiding op de neonatologie te krijgen, zodat u enigszins bent voorbereid op wat u tegenkomt als uw kind daar komt te liggen. Op maandag- woensdag- en vrijdagochtend komt de lactatiekundige langs bij alle (a.s.) moeders. Vraag thuis extra steun van uw partner, uw (schoon)ouders, vrienden en de wijkverpleegkundige. Of vraag advies bij de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk of de borstvoedingsorganisatie La Leche League. Daarnaast kunt u ook gerust contact opnemen met een lactatiekundige van de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen. Wacht niet te lang met het vragen om advies of ondersteuning! Wij hopen dat ook deze brochure u tot steun zal zijn.


8. VUISTREGELS EN MEER INFORMATIE

10 vuistregels
Het borstvoedingsbeleid van het Deventer Ziekenhuis is gebaseerd op de tien vuistregels van WHO/Unicef. Alle instellingen voor moeder- en kindzorg dienen ervoor zorg te dragen dat:

  1. zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaard bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers;
  2. alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid;
  3. alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven;
  4. moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind worden geholpen met borstvoeding geven;
  5. aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden;
  6. pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen, noch extra vocht, tenzij op medische indicatie;
  7. moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven;
  8. borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd;
  9. aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen geen speen of fopspeen wordt gegeven;
  10. zij contacten onderhouden met andere instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding en dat zij de ouders verwijzen naar borstvoedingorganisaties.

Meer informatie?

Lactatiekundige Erna Klein Hofmeijer: (0570) 53 53 15:

Deventer Ziekenhuis
Lactatiekundige Erna Klein Hofmeijer
T: (0570) 53 53 15
I: www.dz.nl/verloskunde
 
Nederlands vereniging van Lactatiekundigen
T: 0900-5228284
I:www.nvlborstvoeding.nl
 
Borstvoedingsorganisatie Vereniging Borstvoeding Natuurlijk
T: 0343-576626
I: www.borstvoedingnatuurlijk.nl
 
Borstvoedingsorganisatie La Leche League Nederland
T: 0111-413189
I: www.lalecheleague.nl
 
Lactatiekundige Schalkhaar
T: 06-30447217
I: www.praktijkvoorborstvoeding.nl
 
Stichting Down’s syndroom
T: 0522-281337
I: www.downsyndroom.nl
 
Vereniging Keizersnede Ouders
T: 076-5037117
 
Stichting Kind en Ziekenhuis
T: 030-291 67 36
I: www.kindenziekenhuis.nl

Vereniging Ouders van Couveusekinderen
T: 070-3862535
I: www.couveuseouders.nl
 
Nederlandse Vereniging van Ouders van Meerlingen
T: 036- 5318054
I: www.nvom.nl
 
Schisis vereniging BOSK
T: 030-2459090
I: www.schisis.nl

I: www.borstvoeding.nl

I: www.borstvoeding.com