Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Subcutane immunotherapie bij kinderen

Subcutane immunotherapie bij kinderen

Veel kinderen hebben klachten van allergische ziekten. Dit kan veroorzaakt worden door inademing van stuifmeel (bijvoorbeeld pollen van grassen of bomen), stof (uitwerpselen van huisstofmijt) of huidschilfers van huisdieren. Deze stoffen kunnen klachten geven die lijken op verkoudheidsklachten zoals een loopneus of een verstopte neus, niezen, jeuk en/of tranende ogen en benauwdheid. Immunotherapie is een behandeling waarbij door het inspuiten van datgene waar uw kind allergisch voor is, uw kind minder heftig reageert op een allergische stof. Om dit te bereiken wordt de behandeling enige jaren gegeven.
 
Behandeling
De behandeling van een allergie bestaat uit 3 stappen:

  1. Het zoveel mogelijk vermijden van de stof, die allergische klachten veroorzaakt (bijvoorbeeld saneren/ gezond maken van de slaapkamer).
       
  2. Het onderdrukken van de allergische klachten met medicijnen.
      
  3. Het volgen van een injectiekuur met de stof die de allergische klachten veroorzaakt. Dit wordt subcutane immunotherapie (SCIT) genoemd.

Hoe gaat het in zijn werk?

De injectiekuur wordt altijd gestart in een relatief klachtenvrije periode, bijvoorbeeld voor hooikoorts patiënten ruim voor het pollenseizoen, dus in september of oktober. De injectiekuur bestaat uit 2 fasen:
 
Instelfase
In de instelfase worden er elke week 1 of meerdere onderhuidse injecties gegeven (in bovenarm of bovenbeen), afhankelijk van het aantal te behandelen allergieën. De arts bespreekt met u en uw kind welke instelfase het beste bij uw kind past. De hoeveelheid wordt in de instelfase wekelijks opgehoogd totdat na een aantal maanden de hoogste dosering is bereikt. Daarna gaat de behandeling over in de onderhoudsfase.
 
Onderhoudsfase
In de onderhoudsfase wordt gedurende 3 - 5 jaar iedere maand een injectie gegeven. Als de huisarts bekend is met SCIT dan kunnen de vervolginjecties na overleg vaak ook daar gegeven worden. Bij ieder bezoek worden van te voren de reactie op de vorige injectie en de algemene conditie besproken. De injectie kan niet worden gegeven als uw kind ziek of grieperig is. Ook is het belangrijk om veranderingen in medicijnen en recente of geplande vaccinaties door te geven. De week voor en na een vaccinatie mag geen injectie voor SCIT worden gegeven. Net als tijdens de instelfase moet na de injectie altijd minimaal 30 minuten gewacht worden in de nabijheid van de arts om te zien of er een allergische reactie optreedt (zie ook bijwerkingen). De eerste uren na de injectie mag er geen zware lichamelijke inspanning worden verricht.
 
Effect
Vaak is er in het eerste seizoen na het starten van de SCIT al een vermindering van klachten merkbaar. In het 2e en 3e jaar wordt vaak nog een verdere verbetering gezien. Er is vooraf geen zekerheid te geven over het uiteindelijke effect. Dat kan variëren van minder klachten bij dezelfde hoeveelheid medicijnen tot helemaal geen klachten zonder medicijnen. Helaas zijn er ook mensen bij wie SCIT helemaal niet helpt.
 
Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen zijn zwelling, jeuk of roodheid op de plaats van de injectie. Dit is vaak goed te verhelpen met een zalf of anti-allergietablet (antihistaminicum). In zeldzame gevallen treedt een ernstige reactie op met benauwdheid en/of bloeddrukdaling. Dit komt gelukkig zelden voor, maar is wel de reden waarom een kind na de injectie altijd minimaal een half uur moet blijven. Deze reactie treedt namelijk bijna altijd binnen 30 minuten op. Zodra uw kind zich niet lekker gaat voelen of klachten krijgt van huid, neus, ogen of longen moet men dat direct laten weten aan de arts of assistent. Er worden dan snel medicijnen gegeven om de allergische reactie tegen te gaan. Het komt zelden voor dat er een paar uur na de injectie klachten ontstaan. Er wordt geadviseerd dan meteen contact op te nemen met de behandelend arts.

De tabletten kuur voor gras allergie
Er is een immunotherapie in de vorm van tabletten voor de behandeling van graspollenallergie. De behandeling is bedoeld om de allergische klachten tegen graspollen te verminderen, door steeds een kleine hoeveelheid grasallergeen in te nemen raakt het immuun systeem hopelijk meer gewend aan de graspollen. Het is geschikt voor kinderen vanaf vijf jaar. De behandeling is niet geschikt wanneer uw kind onder andere ernstig en/of instabiel astma heeft of andere ziekten die het immuunsysteem betreffen. Bespreek met de arts of de grastabletten immunotherapie een geschikte behandeling voor uw kind is.  Voor de andere allergenen zoals boompollen of huisstofmijt is tot op heden nog geen tablet beschikbaar.

Hoe werkt het?
De tabletten kuur wordt bij voorkeur ongeveer 8 weken voor het graspollen seizoen gestart. De eerste tablet wordt onder toezicht van een arts ingenomen. Voor het eten neemt uw kind de tablet onder de tong, tegen de tandenrij aan waarna de tablet uit elkaar valt (smelt). Na het innemen van de tablet mag uw kind 1 minuut niet slikken en 5 minuten niet eten en drinken. De behandeling duurt 3 jaar.

Effect
Vaak is er in het eerste seizoen na het starten van de immunotherapie al een vermindering van klachten merkbaar. In het 2e en 3e jaar wordt vaak nog een verdere verbetering gezien. Er is vooraf geen zekerheid te geven over het uiteindelijke effect. Dat kan variëren van minder klachten bij dezelfde hoeveelheid medicijnen tot helemaal geen klachten zonder medicijnen. Helaas zijn er ook mensen bij wie immunotherapie helemaal niet helpt.

Bijwerkingen
Het merendeel van de bijwerkingen zijn lokaal en mild tot matig van ernst en van voorbijgaande aard. De meest voorkomende bijwerking van tabletten is jeuk in de mond. Dit is een tijdelijke bijwerking die direct verband houdt met de inname van een tablet. Dit gevoel kan enkele minuten tot enkele uren aanhouden. Andere bijwerkingen die gemeld zijn, zijn jeuk in het oor, niezen, keelirritatie en zwelling in de mond.
Niet iedereen krijgt last van bijwerkingen. Wanneer dit wel zo is dan treden deze bijwerkingen voornamelijk op in de eerste behandelweek en zijn te omschrijven als milde tot matige hooikoortsklachten.

Vragen?
Als er nog vragen zijn kunt u die stellen aan uw kinderarts of de verpleegkundig specialist kinderallergie. U kunt uw vraag ook mailen naar: allergologie@dz.nl

Meer informatie?

Context menu