Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Standscorrectie onderbeen bij slijtage van de knie

Standscorrectie onderbeen bij slijtage van de knie

​In overleg met de orthopedisch chirurg hebt u besloten uw been te laten opereren. Hier leest u meer over de oorzaak van uw knieklachten, de operatie evenals de zorg voor en na de operatie. Neem de tijd en de rust om deze informatie te lezen.

Voor deze operatie verblijft u gemiddeld 2 dagen in het ziekenhuis. Voor het herstel moet u meerdere maanden uittrekken en dat vergt doorzettingsvermogen van u en de mensen om u heen. Met een goede voorbereiding kunt u zelf bijdragen aan een vlot herstel. 

Inhoud

  1.Het kniegewricht
  2.Klachten
  3.Polikliniekbezoek Orthopedie
  4.Preoperatieve screening
  5.Transmuraal Logistiek Bureau (TLB)
  6.Opname
  7.Voorbereiding thuis
  8.Dag van de operatie
  9.De operatie
10.Na de operatie
11.Complicaties
12.Nabehandeling
13.Oefeningen
14.Na ontslag
15.Wanneer kan ik weer gaan werken?
16.Wanneer moeten de hechtingen worden verwijderd?
17.Contactpersoon
18.Vragen?
 
1.  Het kniegewricht
Het kniegewricht is een scharniergewricht. Het bestaat uit 2 botdelen: het bovenbeen en onderbeen. De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. Deze kraakbeenlaag is elastisch en kan schokken en stoten opvangen.
 
normaal kniegewricht kniegewricht met slijtage aan de binnenzijde ​

 
2.  Klachten
Bij een beschadigde of versleten knie treedt pijn op bij (trap)lopen en lang staan. Ook startpijn komt voor. Fietsen levert doorgaans de minste klachten op. Ook ‘s nachts kunt u pijn voelen, vooral als u de dag ervoor veel inspanning hebt geleverd.

Oorzaken
Artrose is een aandoening van het gewricht, waarbij de kraakbeenlaag in het gewricht aangetast en dunner wordt. De kraakbeenlaag kan op den duur geheel verdwijnen. In de knie bestaat de aandoening vaak aan één kant (de binnen- of buitenkant) van het kniegewricht. Als dat optreedt ontstaat een X-knie of een O-knie. De niet-operatieve behandeling van deze aandoening kan bestaan uit medicijnen en/of fysiotherapie en/of verminderde belastting. Dat is meestal succesvol. Als de klachten hiermee niet overgaan, kan worden besloten tot een operatie. Bij een operatie wordt het bot bij de knie doorgezaagd om de belastingsas van het gewricht te veranderen. Hiermee wordt de druk op het versleten compartiment van de knie verminderd. Het andere compartiment moet de nieuwe druk wel aankunnen.

3.  Polikliniekbezoek Orthopedie
Uw huisarts heeft u verwezen naar de polikliniek Orthopedie. Daar wordt uw knie onderzocht en röntgenfoto’s gemaakt om de oorzaak van uw klachten te achterhalen. Als er sprake is van knieslijtage aan 1 zijde, kan de orthopedisch chirurg met u een operatie bespreken. Met een standscorrigerende operatie van het onderbeen ontstaat er vaak een pijnvrije situatie die u vele jaren vooruit helpt. Als dat niet lukt, zal de pijn toch fors verminderen. Als de beslissing is genomen een standscorrigerende operatie uit te voeren, vult de polikliniekassistent met u verschillende formulieren in voor de opname.

4. Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn/haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij u hebt. Voor alle operaties, waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

5. Transmuraal Logistiek Bureau (TLB)
Als om medische of sociale redenen ook zorg na de ziekenhuisopname nodig is, regelt een medewerker van het TLB dat bij de preoperatieve screening voor u. Samen met u inventariseert en bespreekt hij/zij de zorgmogelijkheden. Het TLB draagt vervolgens zorg voor de indicatiestelling door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en regelt de zorginzet voor u.

6.  Opname
De dag vóór de opname belt de secretaresse van de verpleegafdeling u na 14.00 uur om door te geven waar en hoe laat u wordt verwacht.

7.  Voorbereiding thuis

  • U hebt op de preoperatieve screening gehoord wat u nog mag gebruiken.
  • Gebruikt u make-up en/of nagellak, dan dient u die op de dag vóór de operatie te verwijderen.
  • Op de ochtend van de operatie kunt u zich gewoon douchen. Gebruik geen bodylotion of iets dergelijks.
  • Probeer uitgerust te zijn als u naar het ziekenhuis gaat.
  • Laat waardevolle spullen en/of sieraden thuis als u voor opname komt.
  • Het ziekenhuis heeft een bezoekregeling en verzoekt u uw bezoekers daarvan op de hoogte te stellen. De bezoekregeling staat ook op www.dz.nl - “bezoektijden”.
  • Ontdekt u een wondje of iets dergelijks, neem dan tijdig contact op met de polikliniek Orthopedie. De arts overlegt dan met u hoe u hier het beste mee om kunt gaan. Wondjes en puisten kunnen een ontsteking veroorzaken tijdens de operatie.

8.  Dag van de operatie
U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de afdeling. Wilt u begeleiding, vraag dan gerust een gastvrouw om met u mee te gaan. De gastvrouwen bevinden zich bij de hoofdingang. Op de afdeling krijgt u een korte rondleiding en worden uw gegevens gecontroleerd. U krijgt vlak voor de operatie een operatiejasje aan. Dit is het enige dat u aan mag hebben.

9.  De operatie
Een verpleegkundige begeleidt u naar de operatieafdeling. U mag, als u kunt, zelf overschuiven op een operatiebed. Daarna komt de anesthesioloog bij u voor de verdoving. De operatie vindt meestal plaats onder regionale verdoving met een ruggeprik. Dit kan worden gecombineerd met een slaapmiddel, waardoor u weinig of niets van de operatie merkt.


Figuur 3 Open wig aan de binnenzijde van het onderbeen ter correctie van de stand.

De orthopedisch chirurg voert bij u een standscorrigerende operatie van het onderbeen uit. Met name bij een O-been stand van het been vindt de correctie plaats net onder de knie in het scheenbeen. U krijgt een litteken net onder de knie, aan de voorzijde van het scheenbeen. Daar wordt aan de binnenkant van het bot een wig gecreëerd, de stand gecorrigeerd en het bot vastgezet met een plaat met schroeven.

De operatie duurt ongeveer 60 minuten. Direct na de operatie verblijft u enige tijd in de nabehandelingkamer (uitslaapkamer). Als de controles, zoals bloeddruk en hartslag, goed zijn gaat u terug naar de afdeling.

10. Na de operatie
Terug op de afdeling belt de verpleegkundige de contactpersoon. Verder komt de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, de hartslag en  wond controleren. Geef tijdig bij de verpleegkundige aan als u medicijnen wilt tegen de pijn en eventuele misselijkheid. Vanaf de 1e dag komt de fysiotherapeut bij u langs om u oefeningen te laten doen. Na de operatie ervaart u een aantal weken meer pijn. Verwacht dus niet dat uw knie direct na operatie pijnvrij is. Het herstel duurt minstens 12 weken. Tijdens en na de operatie krijgt u bloedverdunners om trombose te voorkomen. Dit in de vorm van fraxiparine spuitjes. Het spuiten in de buik wordt u aangeleerd op de afdeling. Deze krijgt u een aantal weken.

11. Complicaties
Ondanks alle zorg die besteed wordt aan de operatie, kunnen er soms toch nog complicaties optreden zoals:

  • Infectie; hierbij bestaat de kans dat de genezing langer duurt;
  • Zenuwuitval; bij uitval van een zenuw kan een klapvoet ontstaan. Door deze zenuwuitval is een aanpassing van de schoen noodzakelijk. De zenuwuitval kan tijdelijk of blijvend zijn;
  • De botstukken groeien niet aan elkaar, waardoor een 2e operatie nodig is;
  • Ondanks bloedverdunners bestaat er altijd een kleine kans op een trombosebeen.
    Het doel van deze operatie is om weer een lange tijd te kunnen lopen met veel minder pijn en hopelijk zonder pijn. Deze operatie is vooral geschikt voor patiënten jonger dan 65 jaar en patiënten die zware arbeid verrichten. Deze patiënten zijn nog niet toe aan een totale knieprothese. Na de standscorrectie valt te verwachten dat 70% van alle patienten nog 10-15 jaar met hun eigen knie toekunnen.

12.  Nabehandeling
Na de operatie loopt u de eerste 6 weken belast met 2 krukken. Dit betekent dat u op uw been mag staan. De techniek leert u van de fysiotherapeut. Wanneer de plaat en schroeven niet voldoende houvast hebben, krijgt u ook voor een periode gips. Voor het beste resultaat na de operatie is het belangrijk dat u de knie traint. Samen met de fysiotherapeut gaat u direct na operatie in het ziekenhuis oefeningen doen. Als u naar huis mag, wordt er met u overlegd welke fysiotherapeut u na ontslag verder begeleidt.

13.  Oefeningen

 



Oefenen aanspannen spieren die de knie strekken
In rugligging of zit op bed, de tenen en voet optrekken en de knie daarbij recht drukken. Herhaal deze oefening ± 10 x gedurende 2 minuten, rust dan 1 minuut en herhaal de oefening. Ga hiermee door tot uw bovenbeen vermoeid aanvoelt. ​


Oefenen van volledige strekking van de knie
Plaats een opgerolde handdoek net boven de hiel onder uw enkel, zodat de hiel vrij boven het bed is. Span de spieren van uw bovenbeen en probeer de achterkant van uw knie op het bed te drukken. Houd deze stand 5 tot 10 seconden vast. Herhaal dit tot de spieren vermoeid raken. ​


Oefenen om het been gestrekt te heffen
In rugligging of zit op bed, de tenen en voet optrekken en daarbij strekt u uw knie volledig. Terwijl u uw knie volledig recht houdt, probeert u uw been ± 10 cm te heffen en 5 tot 10 seconden geheven te houden. Herhaal deze oefening 10x of zolang tot uw bovenbeen vermoeid aanvoelt. ​


Oefenen van de spieren die de knie buigen
In zit op bed, de hak over het bed naar u toe schuiven. Probeer de bereikte stand 5 tot 10 seconden vast te houden en strek dan langzaam de knie weer volledig. Herhaal deze oefening tot uw bovenbeen vermoeid aanvoelt of totdat uw knie een 90° stand heeft bereikt. ​


In zit oefenen van de spieren die de knie buigen en strekken
In zit in een stoel, de hak over de grond naar u toe schuiven tot uw knie een 90° stand heeft bereikt; vervolgens strekt u uw knie volledig. Probeer de bereikte stand 5 tot 10 seconden vast te houden. Herhaal tot u vermoeid raakt.​


In stand oefenen van de spieren die de heup strekken
Staande achter een stoel steunt u op de bovenzijde van de rugleuning en gaat u op uw niet-geopereerde been staan. Houd uw bovenlichaam rechtop en breng uw been met de geopereerde knie volledig gestrekt, achterwaarts.Houd de eindstand 5 tot 10 seconden vast en breng uw been dan weer langzaam terug naast uw andere been.Herhaal deze oefening tot u vermoeid raakt. ​


Traplopen met gebruik van één kruk en trapleuning
Bij het trap op gaan plaatst u eerst uw niet-geopereerde been op een trede en plaatst u het geopereerde been met de kruk bij (zie linker afbeelding), hierbij steunt u op het geopereerde been. Bij het trap af gaan plaatst u eerst uw geopereerde been met de kruk een trede lager, waarbij u niet op het been steunt en u zet uw niet-geopereerde been bij (zie rechter afbeelding). Houd hierbij uw bovenlichaam rechtop. ​
Uit: Knee Exercise Guide AAOS, mei 2006 R.A. Muller, Afdeling Fysiotherapie Deventer Ziekenhuis

           
Doe deze oefeningen alleen na overleg met de fysiotherapeut. Als de fysiotherapeut toestemming geeft kunt u veilig met deze oefeningen starten.

14.  Na ontslag
Thuis wordt u, als dat nodig is, begeleid door een fysiotherapeut. Acht weken na operatie wordt u voor controle op de polikliniek Orthopedie in het ziekenhuis gezien. Maakt u zich zorgen over uw knie, belt u dan de polikliniek Orthopedie of uw huisarts. In de volgende gevallen dient u met de behandelend arts contact op te nemen:

  • als de wond gaat lekken.
  • als de wond dik en rood wordt en/of meer pijn gaat doen.
  • als u koorts krijgt die niet voortkomt uit een andere bron dan de wond.

Tijdens de controlebezoeken op de polikliniek Orthopedie wordt er een röntgenfoto van uw knie gemaakt, om te beoordelen of het onderbeen aan elkaar groeit. De orthopeed beslist ook of u het lopen met de krukken mag afbouwen. Soms duurt het vastgroeien van het onderbeen langer dan 3 maanden.

15. Wanneer kan ik weer gaan werken?
Als uw werk of vrije tijdbesteding in de zware categorie vallen, bespreek dit dan met de fysiotherapeut. Deze kan u gericht begeleiden.

16.  Wanneer moeten de hechtingen eruit?
Twee weken na de operatie mogen de hechtingen worden verwijderd door de huisarts. Maak hiervoor zelf een afspraak met uw huisarts.

17.  Contactpersoon
Voor u, uw familie/relaties én het ziekenhuis is het prettig een contactpersoon aan te wijzen. Hij/zij kan informatie geven over uw gezondheidstoestand en aanspreekpunt zijn voor het bezoek. Kies een contactpersoon die u goed kent, en goed bereikbaar is. Het ziekenhuis verstrekt overigens alleen informatie met uw toestemming.

18.  Vragen?
Hebt u vragen over de medische zorg, stel deze dan gerust aan uw arts tijdens het polikliniekbezoek of tijdens uw verblijf op de afdeling. Eventueel kunt u bellen naar de polikliniek Orthopedie, tel: (0570) 53 51 55 of naar de verpleegkundig consulent orthopedie. Zij heeft een telefonisch spreekuur van maandag t/m donderdag van 11.00 tot 12.00 uur en vrijdags van 10 tot 11 uur, tel. (0570) 53 53 53 en vraag naar toestel 2765.

Voor vragen over de opname belt u naar de Opname, tel. (0570) 53 51 30. Ook kunt u met vragen de afdeling fysiotherapie bellen, tel. (0570) 53 50 35.

Deze folder is na te lezen op de website van het Deventer Ziekenhuis, www.dz.nl.
Klik op “Patiënt”, “folders”, selecteer de afdeling “orthopedie” en klik op de folder “standscorrectie onderbeen bij slijtage van de knie”. Voor meer informatie kunt u ook terecht op www.dz.nl/afdelingen/orthopedie

Een aantal illustraties komt van: www.orthspec.com/osteotomy.htm