Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Slijtage grote teen (hallux rigidus)

Slijtage grote teen (hallux rigidus)

Aanvankelijk zal uw orthopedisch chirurg de aandoening proberen te behandelen zonder te opereren (conservatief). Hierbij krijgt u een zogenaamde afwikkelvoorziening met zoolverstijving onder de schoen, waarbij het afwikkelmoment van de voet dichter bij de hiel komt te liggen. Zo wordt het versleten gewrichtje ontlast.
 
Als ondanks bovengenoemde maatregelen het gewricht pijnlijk blijft, kan besloten worden om te opereren.
 
Operatie
De operatie vindt plaats op de operatiekamer, u wordt hiervoor 1 nacht (2 dagen) opgenomen. Er zijn twee soorten operaties, de arthrodese en de resectie-arthroplastiek.
 
Arthrodese
Tijdens de operatie wordt het gewricht tussen het eerste middenvoetsbeentje en de grote teen vastgezet. Dit gebeurd met enkele schroeven of een klein metalen plaatje. Voor de operatie bespreekt uw behandelend chirurg met u in welke stand dit zal gebeuren. Hierbij wordt voornamelijk rekening gehouden met het feit of u na de operatie vaak op schoenen met een hak wenst te lopen.
 
Resectie-arthroplastiek

Op oudere leeftijd kan gekozen worden voor een operatie waarbij een deel van het gewricht weggehaald wordt (resectie). Het gewricht is aanvankelijk slap, maat door vorming van littekenweefsel wordt het gewricht in ongeveer 6 weken vanzelf weer steviger. Het voordeel van deze techniek is dat de teen mobiel blijft en dat de revalidatie wat sneller is dan bij de arthrodese. Aangepast schoeisel is na de operatie niet nodig. Het nadeel van deze operatie is een verminderde afzetkracht, vandaar dat deze ingreep niet bij jonge mensen verricht wordt. De teen wordt altijd wat korter door de ingreep.
 
Nabehandeling
 
Arthrodese
Na de operatie krijgt u drukverband om de voet. Na de operatie mag u met een specia al klittenbandschoentje belasten. Na zes weken mag u de voet weer in een schoen belasten. Uw schoen moet vanaf de operatie voorzien zijn van een afwikkelvoorziening, zoals eerder uitgelegd is.
 
Resectie-arthroplastiek

Na de operatie krijgt u 6 weken gips; 2 weken onbelast en 4 weken loopgips. Na de operatie, als het gewricht goed is vastgegroeid, kan men in de meerderheid van de gevallen goed lopen op normale confectieschoen met een goede afwikkeling. Een aparte afwikkelvoorziening is meestal niet nodig.
 
Complicaties
 
Wondinfectie: in dit geval zult u enkele keren extra gecontroleerd worden en mogelijk gedurende een aantal dagen behandeld worden met antibiotica in tablet of capsulevorm
 
Pseudarth rose:
soms groeit het bot tussen het middenvoetsbeentje en de grote teen niet binnen de v erwachte tijd van 6 weken aan elkaar. Uw behandelend chirurg kan dan besluiten, u langer met gips te behandelen. Soms moet in zo’n geval nog een tweede keer geopereerd worden.
 
Thrombosebeen:
hiervoor wordt u geadviseerd na de operatie zo snel mogelijk uw kuitspier te gaan oefenen. Dit doet u door uw voet telkens op en neer te bewegen ("richting de neus trekken en naar de grond te bewegen.") Als u onderbeensgips heeft dat deze bewegingen niet toelaat, wordt u voor die tijd beschermd met een bloedverdunnend medicijn Fraxiparine.