Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Schoudergewricht stabiliseren met een kijkoperatie

Schoudergewricht stabiliseren met een kijkoperatie

​In overleg met de orthopeed hebt u besloten uw schouder te laten stabiliseren met een kijkoperatie. Hiervoor verblijft u ± 2 dagen in het ziekenhuis. Voor het herstel moet u meerdere maanden uittrekken, en het vergt doorzettingsvermogen van u en de mensen om u heen. Met een goede voorbereiding kunt u zelf bijdragen aan een vlot herstel.


Inhoud

  1. Preoperatieve screening
  2. Polikliniekbezoek fysiotherapie
  3. Opname
  4. Voorbereiding thuis
  5. Dag van de operatie
  6. De operatie
  7. Na de operatie
  8. Draagband
  9. Complicaties
  10. Nabehandeling
  11. Na ontslag
  12. Wanneer kan ik mijn schouder weer gebruiken?
  13. Wanneer kan ik weer werken?
  14. Wanneer moeten de hechtingen eruit?
  15. Contactpersoon
  16. Vragen? 


1. Pre-operatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties, waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

2. Polikliniekbezoek fysiotherapie
Vóór de operatie wordt op de afdeling Fysiotherapie gezien door de schouderfysiotherapeut. Hij informeert u over:

  • de operatie
  • de nabehandeling
  • een aantal oefeningen en deze met u doornemen
  • het oefenen van de schouder

Deze informatie is belangrijk om een zo goed mogelijke uitgangspositie te hebben voor de operatie.

3. Opname
De dag vóór de opname belt de secretaresse van de verpleegafdeling u na 14 uur om door te geven waar en hoe laat u wordt verwacht.

4. Voorbereiding thuis

  • Om na de operatie misselijkheid te voorkomen, moet u op de dag van de operatie nuchter blijven. Dit betekent dat u na 24.00 uur ’s nachts niet meer mag eten, drinken en roken.
  • Op de ochtend van de operatie kunt u zich gewoon douchen. Gebruik geen bodylotion of iets dergelijks.
  • Gebruikt u make-up en/of nagellak, dan dient u die op de dag vóór de operatie te verwijderen.
  • Laat waardevolle spullen en/of sieraden thuis als u voor opname komt.
  • Probeer uitgerust te zijn als u naar het ziekenhuis gaat.
  • Doe de oefeningen die de fysiotherapeut uit het ziekenhuis u heeft voorgedaan.
  • Het ziekenhuis heeft een bezoekregeling en verzoekt u, uw bezoekers daarvan op de hoogte te stellen. De bezoekregeling kunt u ook vinden op de website www.dz.nl via het kopje ”bezoektijden”.
  • Ontdekt u een wondje aan de te opereren schouder of arm, neem dan tijdig contact op met de polikliniek Orthopedie. De arts overlegt dan met u hoe u hier het beste mee om kunt gaan.

5. Dag van de operatie
U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de afdeling. Wilt u begeleiding, vraag dan gerust een gastvrouw om met u mee te gaan. Op de afdeling krijgt u een korte rondleiding en worden uw gegevens gecontroleerd. U krijgt vlak voor de operatie een operatiejasje aan. Dit is dan het enige dat u aan mag hebben.

6. De operatie
Een verpleegkundige begeleidt u naar de operatieafdeling. U mag, als u kunt, zelf overschuiven op een operatiebed. Daarna komt de anesthesioloog bij u voor de verdoving. De operatie vindt meestal plaats onder algehele narcose en een regionale verdoving met een prikje in de zijkant van de hals of in de nek. De regionale verdoving verdooft de schouder tijdens de operatie en na de operatie werkt deze verdoving nog 12 tot 24 uur door zodat uw schouder niet pijnlijk zal zijn na de operatie.

De orthopedisch chirurg voert bij u een kijkoperatie van de schouder uit. U krijgt 3 kleine littekens van ongeveer 1 cm. rond de schouder. Met de kijkbuis wordt het schoudergewricht van binnen geïnspecteerd. Met name wordt gekeken of het kapsel en de banden losgescheurd zijn. Het kapsel wordt schoongemaakt evenals de voorrand van de kom waar het kapsel moet worden teruggehecht. In de kom worden 2 of 3 oplosbare schroefjes met hechtdraden geplaatst om het kapsel en de banden terug te hechten.

De operatie duurt ongeveer 1½ uur. Direct na de operatie verblijft u enige tijd in de nabehandelingkamer (uitslaapkamer). Als de controles, zoals bloeddruk en hartslag, goed zijn, gaat u terug naar de afdeling.

7. Na de operatie
Terug op de afdeling belt de verpleegkundige de contactpersoon. Verder komt de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, de hartslag en wond controleren. Geef tijdig bij de verpleegkundige aan als u medicijnen wilt tegen de pijn en eventuele misselijkheid. De pijnstilling na de operatie wordt geregeld door de anesthesioloog. Dit is met u doorgesproken tijdens de preoperatieve screening. Bij een kijkoperatieis de pijn, die u waarneemt in de schouder, meestal gering. Wel kunt u wat pijn ervaren tijdens het oefenen met de fysiotherapeut. Vanaf de 1e dag komt de fysiotherapeut bij u langs om u oefeningen te laten doen. Na een overnachting in het ziekenhuis kunt u de volgende dag naar huis.

8. Draagband
U krijgt na de operatie een draagband. De meeste patiënten vinden dat prettig omdat een draagband de arm ondersteunt. Na een kijkoperatie draagt u de band 3 weken dag en nacht. Op een stoel mag de draagband wel even af - in deze periode - en u mag de arm op een kussen leggen. Het is belangrijk om de arm de eerste 6 weken niet naar buiten te draaien. Wel mag u de arm uit de draagband halen en naar beneden laten hangen, bijvoorbeeld bij aankleden of douchen. Na 3 weken bouwt u in overleg met de fysiotherapeut het gebruik van de draagband af.

9. Complicaties
Bij iedere operatie is er kans op complicaties zoals bloeduitstortingen, bloedingen en infecties. Bij een kijkoperatie van de schouder is die kans kleiner dan 1%.
Ongeveer 90% van de patiënten heeft na de herstelperiode een stabiele schouder met een normale beweeglijkheid. De kans dat de schouder opnieuw uit de kom gaat, is ongeveer 10%. Soms neemt de beweeglijkheid, met name het naar buiten draaien van de schouder, na de operatie licht af. Af en toe treedt er na de operatie een ‘’frozen shoulder’’ op. Dat is een ontsteking van het schouderkapsel dat gepaard gaat met stijfheid en pijn. In 95% verdwijnen die vanzelf.

10. Nabehandeling
Voor het beste resultaat na de operatie moet u de schouder samen met de fysiotherapeut trainen. U doet direct na operatie oefeningen met de fysiotherapeut in het ziekenhuis, en thuis oefent u samen met een fysiotherapeut verder.

11. Na ontslag
Thuis wordt u begeleid door een fysiotherapeut. Zes weken na operatie wordt u voor controle op de polikliniek in het ziekenhuis gezien door de “schouderfysiotherapeut”. Gelijktijdig met de orthopedisch chirurg heeft de schouderfysiotherapeut spreekuur. Zij kunnen zonodig overleggen als er problemen zijn. Drie maanden na de operatie komt u op de polikliniek van de orthopedisch chirurg. Maakt u zich zorgen over uw schouder, belt u dan de polikliniek Orthopedie of uw huisarts.

12. Wanneer kan ik mijn schouder weer gebruiken?
De eerste 3 weken houdt u de arm in een draagband. Daarna wordt het gebruik van de draagdoek afgebouwd en mag u de arm weer gewoon gebruiken. Alleen tillen is niet toegestaan. De eerste 6 weken mag de arm niet naar buiten worden gedraaid. Na 3 maanden is zwaar tillen weer toegestaan en na 4 maanden mag u weer sporten. U mag weer beginnen met een contactsport 6 maanden na de operatie.
Autorijden kan worden hervat als de schouder niet te pijnlijk meer is en u voldoende controle over uw schouder hebt om een auto te besturen (minimaal 6 weken na de operatie). Overleg dit met de orthopedisch chirurg of fysiotherapeut.

13. Wanneer kan ik weer werken?

  • Licht werk (niet tillen) - 6 weken
  • Matig zwaar werk (licht tillen, onder schouderhoogte) - vanaf 6 weken
  • Zwaar werk (boven schouderhoogte) - 3 tot 6 maanden

Als uw werk, sport of vrije tijdbesteding in de zware categorie vallen, bespreek dit dan met de fysiotherapeut. Die kan u gericht begeleiden.

14. Wanneer moeten de hechtingen eruit?
Twee weken na de operatie mogen de hechtingen worden verwijderd door de huisarts. Maak hiervoor zelf een afspraak met uw huisarts.

15. Contactpersoon
Voor u, uw familie/relaties én het ziekenhuis is het prettig een contactpersoon aan te wijzen. Hij/zij kan informatie geven over uw gezondheidstoestand en aanspreekpunt zijn voor het bezoek. Kies een contactpersoon die u goed kent, en goed bereikbaar is. Het ziekenhuis verstrekt overigens alleen informatie met uw toestemming.

16. Vragen?
Hebt u vragen over de medische zorg, stel deze dan gerust aan uw arts tijdens het polikliniekbezoek of tijdens uw verblijf op de afdeling. U kunt ook bellen naar de verpleegkundig consulenten orthopedie Ingrid Wippert of Hannie Elskamp-Meijerman. Zij houden telefonisch spreekuur op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag van 11.00 tot 12.00 uur en op vrijdag van 10.00 tot 11.00 uur, tel. (0570) 53 53 53 en vraag naar toestel 2765.
 
Voor vragen over de opname belt u naar de Opname (0570) 53 51 30. Ook kunt u met vragen de afdeling Fysiotherapie bellen, tel. (0570) 53 50 35.