Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Schildklieroperatie

Schildklieroperatie

Binnenkort komt u naar het Deventer Ziekenhuis voor een operatie aan uw schildklier. In deze folder leest u meer over welke operaties er mogelijk zijn en waarom ze nodig kunnen zijn. Ook leest u hoe uw opname in het ziekenhuis zal verlopen.

De schildklier
De schildklier ligt in de hals op de luchtpijp.

De schildklier produceert hormonen die belangrijk zijn voor het regelen van de stofwisseling. Voor de productie van die hormonen is de schildklier voornamelijk afhankelijk van voldoende jodium in het lichaam. In de directe omgeving van de schildklier liggen de stembandzenuwen, links en rechts. Tevens liggen direct tegen de schildklier, aan de achterzijde, vier bijschildkliertjes. Twee aan de linkerkant en twee aan de rechterkant. De beide stembandzenuwen zorgen ervoor dat de stembanden kunnen bewegen. Soms wil de specialist een controle van de stembanden voor de operatie door de KNO arts.

Waarom een schildklieroperatie?
Er zijn verschillende redenen waarom een operatie aan uw schildklier nodig kan zijn.

  • Uw schildklier werkt te hard en medicijnen kunnen de werking niet verminderen.
  • U hebt één of meerdere knobbels in uw schildklier.
    De knobbel kan kwaadaardig zijn.
  • Door de knobbels kunt u last hebben met ademhalen en slikken.
  • De knobbels kunnen uiterlijk storend zijn.

Afhankelijk van de reden van uw operatie, kan het nodig zijn dat de schildklier geheel of gedeeltelijk verwijderd wordt.

Voorgestelde behandeling
Er zijn 3 soorten operaties mogelijk. Uw behandelend specialist bespreekt met u welke operatie bij u wordt voorgesteld.

1. Totale thyreoïdectomie
Bij deze operatie wordt de schildklier geheel verwijderd, bijvoorbeeld bij sommige vormen van schildklierkanker.

2. Hemithyreoïdectomie
Hierbij wordt 1 helft van de schildklier verwijderd. Dit gebeurt bijvoorbeeld als er een knobbel gevonden is in 1 helft van de schildklier, waarbij het niet duidelijk is of de knobbel goedaardig of kwaadaardig is.

3. Subtotale thyreoïdectomie
Hierbij worden beide helften van de schildklier verwijderd, bijvoorbeeld bij een te hard werkende of een te grote schildklier. Er blijft nog een stukje schildklierweefsel achter.

Risico’s
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Bij een schildklieroperatie is er kans op complicaties zoals trombose, longontsteking, nabloeding of een wondinfectie.

Er is een geringe kans (< 0,1%) dat de stembandzenuw tijdens de operatie wordt beschadigd. Dit is vaak van voorbijgaande aard. Als een stemband niet goed werkt, kan met de hulp van een logopedist(e) het praten weer goed worden geleerd. Hard praten of roepen is dan niet meer mogelijk. Een ander probleem is dat stemveranderingen kunnen ontstaan. Dit is het gevolg van beschadiging van de halsspieren of van zenuwtakjes.

Ook kan een tekort aan bijschildklierhormonen ontstaan. Aan de achterkant van de schildklier liggen bijschildkliertjes, 2 aan de linkerkant en 2 aan de rechterkant. Deze zijn van belang voor voldoende calcium in het bloed, voor opbouw van bot en tanden en voor de spieren. Deze kunnen tijdens de operatie een beschadiging oplopen of zijn verwijderd. U voelt dan tintelingen in de vingertoppen of spierkrampen. Dit kan goed worden behandeld met kalktabletten en vitamine D- preparaten. Als er teveel schildklierweefsel is weggehaald, maakt de schildklier te weinig hormonen aan. Hierdoor kunt u zich snel moe, traag en koud voelen.

Verstopping kan optreden of krijgt u een droge huid, droog haar, uitval van het hoofdhaar, opgezwollen oogleden of een dikke tong. Er zijn goede medicijnen die deze problemen kunnen verhelpen.

Als er te weinig schildklierweefsel bij een te hard werkende schildklier is weggehaald, dan blijft de schildklier te hard werken. Omdat wel het grootste deel van de schildklier is verwijderd, kan met medicijnen dit probleem worden gecorrigeerd.

Voorbereiding

Pre-operatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een specialist die verantwoordelijk is voor de verdoving tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. Hij en zijn anesthesiemedewerker spreken de verdoving (narcose) met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Als u bloedverdunners gebruikt, zal de anesthesioloog dit met u bespreken. Ook bespreekt hij hoelang u voor de operatie nog mag eten en drinken

Voorbereiding thuis
De dag vóór de operatie wordt u thuis gebeld over hoe laat en op welke verpleegafdeling u zich moet melden. Luister de boodschap helemaal af als het op de voicemail is ingesproken. U hoeft vooraf thuis het operatiegebied niet te scheren, als dit nodig is doet de specialist dat op de operatiekamer.

Meenemen
Wilt u het volgende meenemen naar het ziekenhuis?

  • Uw patiëntenpas
  • Een actueel overzicht van de medicijnen. Verkrijgbaar bij uw eigen apotheek.
    Houd dit bij u omdat hier in het ziekenhuis meerdere keren om gevraagd wordt.
  • Toiletartikelen, ochtendjas, pantoffels en pyjama.

Laat waardevolle spullen en sieraden thuis.

Melden
U komt op de dag en tijdstip dat met u is afgesproken naar de Verpleegafdeling. U kunt zich daar melden aan de balie.

Voor de operatie
De afdelingsverpleegkundige ontvangt u. U krijgt een operatiejasje om aan te trekken.

De operatie
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. Een schildklieroperatie vindt plaats onder narcose (verdoving). De anesthesioloog heeft dit met u besproken tijdens de preoperatieve screening. Tijdens de operatie ligt u met het hoofd zover mogelijk achterover. Er wordt een horizontale snee, laag in uw hals gemaakt. De specialist kan nu de schildklier makkelijk bereiken en kan het in z’n geheel of gedeeltelijk verwijderen. Soms besluit de specialist een drain (slangetje) in het operatiegebied achter te laten om bloed en wondvocht, dat zich daar nog verzamelt, af te voeren. De wond wordt gehecht met oplosbare hechtingen. Het weefsel dat de specialist heeft verwijderd, wordt onderzocht door een patholoog.

Duur
De operatie duurt ongeveer 1,5 à 2 uur.

Na de operatie
Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Als alle controles, zoals bloeddruk, pols en bewustzijn, goed zijn, mag u weer terug naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige belt dan uw contactpersoon. De pijn na de operatie is te vergelijken met een keelontsteking. Geef bij de verpleegkundige aan als u pijn heeft. De pijnstilling na de operatie wordt geregeld door de anesthesioloog. Dit is met u besproken tijdens de pre-operatieve screening. U kunt een stijve nek hebben door de houding van het hoofd tijdens de operatie. De drain wordt verwijderd als er weinig vochtproductie meer is. Er kan een kleine vochtophoping ontstaan onder het litteken, dit verdwijnt vanzelf. De wond is afgedekt met plakkertjes, laat u deze rustig zitten. De wond geneest snel met een litteken in de huidlijnen, waardoor het bijna niet opvalt.

Uitslag
De zaalarts bespreekt met u hoe de operatie is verlopen. Het duurt 5 werkdagen voor de uitslag van het weefselonderzoek bekend is.

Naar huis
Na ongeveer 3 dagen mag u weer naar huis. U krijgt een afspraak mee voor controle en uitslag op de polikliniek.

Leefregels
U kunt het beste de wond tot 2 dagen na de operatie droog laten. Hierna mag u douchen maar nog niet in bad zolang er hechtingen zitten, of de wond nog niet dicht is. Spoel de wond goed af zodat er geen zeepresten achterblijven. Hierna kunt u de wond droogdeppen en eventueel bedekken met een verbandgaas. Het litteken is gevoelig voor zon, zal snel verbranden, beschermt u het daarom nog de eerste maanden en gebruik eventueel zonnebrandcrème met een hoge UV factor. U kunt uw normale werkzaamheden en het sporten op geleide van de klachten weer hervatten.

Controle op de polikliniek
Ongeveer 1 week na de operatie komt u op de polikliniek heelkunde bij de specialist. Bij dit bezoek worden uw eventuele hechtingen verwijderd. U krijgt dan ook de uitslag van het weefselonderzoek. Als het weefsel kwaadaardig is wordt uw verdere behandeling met u afgestemd. Er kan besloten worden om uw stembandfunctie door de KNO-arts te laten controleren.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde, tel.: (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.

  • Koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.
  • Bij roodheid en/of zwelling van het operatiegebied.
  • Nabloeding.
  • Als u om andere reden uw situatie niet vertrouwt.

Vragen?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, stel ze dan gerust aan uw behandelend specialist of verpleegkundige. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 uur tot 17.00 uur naar de polikliniek Heelkunde, tel.:(0570) 53 50 60.

Context menu