Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Middenrifbreuk operatie

Middenrifbreuk operatie

​U komt binnenkort naar het Deventer Ziekenhuis voor een middenrifbreuk operatie. Deze folder geeft u meer informatie over deze ingreep en het herstel. Het is goed u te realiseren dat dit algemene informatie is en het verloop bij u anders kan zijn.

Wat is een middenrifbreuk?
Het middenrif is een spierplaat, die de borstholte scheidt van de buikholte. In het middenrif zit een opening, waar de slokdarm doorheen gaat. Als de opening tussen borst- en buikholte wat wijder is dan normaal wordt dat een middenrifbreuk genoemd. Een middenrifbreuk zelf geeft geen klachten. Klachten ontstaan pas als de maag of een gedeelte van de maag door de wijdere opening in het middenrif omhoog komt. Het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag sluit dan soms niet goed. Hierdoor kan de maaginhoud gemakkelijk omhoog de slokdarm in stromen. De slokdarm is niet tegen het maagzuur bestand en kan geïrriteerd raken en ontsteken.

Behandeling
De operatie vindt meestal via een kijkoperatie (laparoscopie) plaats. Het kan ook via een gewone operatie (klassieke operatie) worden uitgevoerd, via een snede in de buik. Het voordeel van een kijkoperatie is dat de opnameduur en de herstelperiode vaak korter is, omdat de wond veel kleiner is. De specialist zal de keuze voor een van deze operatietechnieken met u vooraf bespreken en toelichten. Dit hangt namelijk af van uw persoonlijke situatie af. Bijvoorbeeld of u al eerder in dit gebied geopereerd bent.

Risico’s
Bij iedere operatie is er een risico op trombose, longontsteking, nabloeding of een wondinfectie. Na deze operatie kunnen zich de volgende zeldzame complicaties voordoen:

  • Nabloeding uit de milt of lever; het gevolg kan zijn dat de milt verwijderd moet worden (1-2%).
  • Maag- of slokdarmperforatie (een gaatje in de maag of slokdarmwand),waardoor maagsappen de buikholte in kunnen komen (1%).
  • Gevoel dat het eten niet goed zakt (5%).
  • Beschadiging van de zenuwentakken die langs de slokdarm en maagovergang lopen. Hierdoor kunnen (tijdelijk) problemen ontstaan bij de maagdarmpassage zoals diarree (2%).
  • Terugkerende of opnieuw optredende klachten of breuk (10%).

Voorbereiding

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Thuis

  • Zorg ervoor dat u paracetamol in huis hebt voor na de operatie.
  • U hoeft thuis voor de opname het operatiegebied niet te scheren, zonodig wordt dit op de operatiekamer gedaan.

Meenemen

  • patiëntenpas;
  • eventuele medicijnen en een actueel overzicht van de medicijnen. Verkrijgbaar bij uw eigen apotheek;
  • toiletartikelen (kam, tandenborstel, tandpasta, shampoo en dergelijke);
  • laat waardevolle spullen en sierraden thuis.

Melden
U hebt een opnamebrief gekregen met daarin de datum en het tijdstip waarop u zich moet melden.

Voor de operatie
U meldt zich op de afgesproken dag en tijdstip op de afdeling. U wordt door de verpleegkundige ontvangen. Zij zal u op de operatie voorbereiden. U krijgt operatiekleding om aan te trekken.

De operatie
De verpleegkundige brengt u naar de operatieafdeling. Op de operatiekamer wordt u onder narcose gebracht zoals de anesthesist met u heeft besproken tijdens de pre-operatieve screening.

Bij een klassieke operatie maakt de specialist een snee in de buik. Bij een kijkoperatie maakt de specialist 5 kleine gaatjes in de buikwand en wordt er CO2-gas ingeblazen. Dit gas is onschadelijk en wordt door uw lichaam weer uitgescheiden. Het zorgt ervoor dat uw buikwand van de organen wordt gescheiden. Zo heeft de specialist voldoende ruimte en zicht om de operatie uit te voeren. Door de gaatjes brengt de specialist verschillende instrumenten naar binnen en een camera om de operatie uit te voeren. Op een beeldscherm kan de specialist zijn eigen handelingen volgen.

Tijdens de operatie wordt het deel van de maag dat in de borstholte ligt teruggetrokken in de buikholte. Het zakje waarin de maag in de borstholte zit (breukzak) wordt verwijderd. De overgang van de maag naar de slokdarm wordt vrijgemaakt. De specialist verkleint het gat in het middenrif met een aantal niet oplosbare hechtingen. Heel soms is een matje nodig. Tijdens de operatie wordt de bovenkant van de maag als een zogenaamd manchet om de slokdarmwand heen gelegd en vast gehecht. Hierdoor blijft de maag in de buikholte liggen en kan het sluitspiertje weer goed sluiten.

Tijdsduur
De operatie duurt 3 tot 4 uur.

Na de operatie
Na de operatie verblijft u soms 1 nachtje op de Intensive Care. Het is erg belangrijk om braken te voorkomen. Bij toename van druk in de buikholte komt er te veel druk op de operatiewond komt. Hiervoor krijgt u tijdens de opname medicijnen. U heeft gedurende 3 tot 6 weken een vloeibaar dieet. De diëtist komt bij u langs om de voeding te bespreken. Na iedere operatie bestaat de kans dat u pijn heeft van de operatie. De pijnstilling na de operatie wordt geregeld door de anesthesioloog. Dit is met u doorgesproken tijdens de preoperatieve screening.

Uitslag
De zaalarts zal met u bespreken hoe de operatie is verlopen. De zaalarts werkt nauw samen met de behandelend specialist. Als u en/of uw familie/naaste behoefte heeft aan een gesprek met de zaalarts dat kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige. Dan wordt een afspraak gemaakt.

Naar huis
Meestal mag u na zo’n 4 dagen naar huis. Afhankelijk van de soort operatie en uw persoonlijke situatie ondervindt u na ontslag nog enige tijd hinder van de operatie. Als u thuis bent kunt u paracetamol tabletten innemen tegen de pijn. U mag maximaal 4 maal per dag 2 tabletten paracetamol van 500 mg. gebruiken.

Leefregels
In principe kunt u enkele dagen na de operatie uw dagelijkse activiteiten hervatten. U hebt geen beperkingen maar het lichaam zal aangeven wanneer u teveel doet. De operatiewondjes zijn zodanig gesloten dat er geen hechtingen verwijderd hoeven te worden. U kunt na 2 dagen de pleister verwijderen en weer onder de douche. Baden en zwemmen mag pas na 2 weken. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee voor controle.

Nacontrole
Als er hechtingen moeten worden verwijderd komt u hiervoor ongeveer 2 weken na de operatie op de wondverpleegkundige op de polikliniek Heelkunde. 3 tot 4 weken na de operatie komt u voor controle bij de behandelend arts.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuisbent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.

  • Aanhoudende koorts heeft van meer dan 38ºC.
  • Aanhoudend misselijk bent of moet overgeven.
  • Blijvende verergering van pijn heeft.
  • Litteken wordt rood wordt, opzwelt of lekt.
  • Als u om andere reden uw situatie niet vertrouwt.

Vragen / verhinderd?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u die gerust stellen aan uw behandelend specialist of verpleegkundige. U kunt bellen op werkdagen met polikliniek Heelkunde van 8.00 tot 17.00 uur op tel.: (0570) 53 50 60. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door. 

Context menu