Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Leveroperatie kwaadaardig

Leveroperatie kwaadaardig

​Na onderzoek is vastgesteld dat er een kwaadaardige tumor in uw lever zit. Uw behandelend specialist stelt een leveroperatie voor. In deze folder kunt u de belangrijkste informatie rond deze ingreep nog eens nalezen. Ook wordt kort ingegaan op de voorbereiding, opname en het herstel van de operatie. U wordt vooraf uitgenodigd voor een gesprek met de casemanager GE (gastro enterologie). Dan is er gelegenheid nader op deze ingreep in te gaan. Daarom vragen we u deze folder vooraf goed door te nemen, zodat u weet wat u met de verpleegkundige wilt bespreken.

Een kwaadaardige tumor in de lever
De lever is een groot orgaan rechts bovenin de buik, grotendeels gelegen achter de ribben. Bijna al het bloed vanuit de darmen passeert de lever. De lever is opgebouwd uit 8 segmenten, de bloedvaten en galwegen volgen deze opbouw. Bij de operatie is deze opbouw belangrijk zodat de lever daarna weer kan aangroeien.

De meest voorkomende kwaadaardige tumor in de lever zijn uitzaaiingen van de dikke darm. De lever is vaak de eerste plaats waar de uitzaaiingen van dikke darmkanker voorkomen. Dit kan al bij de diagnose dikke darmkanker worden vastgesteld, of pas later bij de controles. Soms ontstaat de kwaadaardige tumor in de lever zelf, als gevolg van een chronische leverziekte. Uit het röntgenonderzoek (zoals een echografie, CT-scan of MRI-scan) blijkt waar de tumor of tumoren zitten.

Klachten
Een kwaadaardige tumor in de lever zorgt in eerste instantie voor weinig klachten. De lever functioneert meestal nog voldoende. Problemen die kunnen voorkomen zijn jeuk en geelzucht. Ook kunnen misselijkheid, buikpijn en een verminderde eetlust ontstaan. U kunt afvallen of zich zwakker gaan voelen.

Voorbehandeling
Voordat tot een operatie wordt overgegaan kan de arts besluiten u eerst te behandelen met chemotherapie, bestraling of beide. Hierdoor kan het aantal en de grootte van de tumor afnemen. Ook kan de specialist voorstellen, het gezonde deel van de lever eerst te vergroten. Op de röntgenafdeling wordt dan een leverader die naar het zieke deel van de lever loopt afgesloten (embolisatie). Bij uitzaaiingen op verschillende plekken in de lever kan voorgesteld worden na de eerste operatie te wachten op herstel van het levervolume en daarna een tweede operatie te verrichten.

Risico's
U ondergaat een grote operatie, waarbij de kans op complicaties aanwezig is. Mogelijke problemen die kunnen ontstaan zijn nabloedingen, een infectie of een gallekkage. Dit gebeurt bij 30% van de operaties en is mede afhankelijk van uw conditie en leeftijd. In het ergste geval kunt u overlijden. Deze kans is echter niet groot (tussen de 1 en 4%).

Voorbereiding
 

Gesprek casemanager GE
Vóór de operatie heeft u eerst een afspraak bij de casemanager GE. Zij is gespecialiseerd in de zorg, begeleiding en voorlichting van mensen die een leveroperatie ondergaan. In dit gesprek komt uw periode van opname op de verpleegafdeling en uw herstel aan de orde. De casemanagers GE zijn Sandra Oosterlaar, Marjan Raats, Ans Mensink en Bertien Smeenk.

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Thuis
Als u een roker bent wordt aangeraden te stoppen voor de operatie. Verder adviseren we u enkele dagen voor de operatie geen alcohol meer te drinken. Belangrijk is ook om gezond te eten en actief te blijven tot uw opname.

Meenemen

  • afsprakenkaart;
  • patiëntenpas;
  • als u thuis medicijnen gebruikt, neem ze dan mee in originele verpakking;
  • nachtkleding, ondergoed, pantoffels en een ochtendjas;
  • toiletartikelen (kam, tandenborstel, tandpasta, zeep, e.d.;
  • draag geen sieraden en laat waardevolle spullen thuis.

Melden
U hebt een opnamebrief gekregen met daarin de datum en het tijdstip waarop u zich kunt melden bij de balie van afdeling C2.

Dag van de opname
U wordt de middag voor de operatie opgenomen. Meldt u zich op het afgesproken tijdstip op afdeling C2. ’s Middags wordt een echo van de lever gemaakt U mag deze dag tot en met de avondmaaltijd gewoon eten en drinken. Na de avondmaaltijd mag u alleen nog heldere dranken gebruiken zoals zwarte koffie, thee, bouillon, appelsap, ranja.

Dag van operatie
Op de operatiedag krijgt u 2 pakjes heldere energierijke drank van de verpleegkundige. Drink deze minimaal 2 uur voor de operatie op. Daarna mag u niets meer eten of drinken. De verpleegkundige zal u zo nodig nog medicijnen geven die u met een slokje water mag innemen. U trekt het operatiejasje aan. De verpleegkundige zorgt ervoor dat er een voetpomp mee gaat naar de operatieafdeling. Deze voetpomp bevordert de bloeddoorstroming in de benen en verkleint het risico op trombose. Voor  de operatie wordt deze voetpomp aangesloten.

Operatie
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De anesthesioloog brengt een infuus in en plaatst via een ruggenprik een heel dun slangetje tussen de ruggenwervels om pijnstillende medicijnen te kunnen toedienen tijdens en na de operatie. Via het infuus wordt de narcose toegediend. De voetpomp wordt aangesloten. Bij de operatie wordt er een grote snee gemaakt rechts boven in de buik. Soms is er een uitbreiding van de snee naar het midden en links boven in de buik nodig. Als er tijdens de operatie uitzaaiingen op uw buikvlies worden ontdekt, kan de operatie niet doorgaan. Tijdens de operatie wordt de tumor weggesneden ,weggebrand of bestraald. Om te zien of alle afwijkingen in de lever zijn behandeld wordt er opnieuw een echo van de lever gemaakt

Duur
De operatie duurt een paar uur tot soms zelfs 6 - 8 uur. Dit hangt af van de hoeveelheid lever die weggehaald of weggebrand moet worden, of hoeveel tumoren er zitten.

Na de operatie
Na de operatie belt de chirurg met uw naaste/contactpersoon om te vertellen hoe het is verlopen. Als u weer wakker bent geweest, zal de verpleegkundige dat nog een keer doen. U wordt de eerste dag en nacht bewaakt op de Intensive Care afdeling. Als de controles goed zijn mag u weer terug naar de verpleegafdeling. U kunt een slangetje in de neus hebben voor extra zuurstof. Via het infuus krijgt u de eerste dag of dagen extra vocht toegediend totdat u zelf voldoende drinkt. U heeft na de operatie een slangetje in de blaas (urinekatheter). Na een operatie kunt u pijn hebben. De anesthesioloog regelt met u de pijnstilling na uw operatie, zoals is afgesproken tijdens de preoperatieve screening. De 2e dag na de operatie wordt de voetpomp verwijderd. Na 3 tot 4 dagen wordt het urinekatheter verwijderd. U ligt de eerste dagen op onze unit ’Complexe zorg‘ om u zo goed mogelijk te verzorgen. Na enkele dagen verhuist u naar een andere kamer. Dagelijks komt de zaalarts bij u langs om te bespreken hoe het met u gaat. De zaalarts werkt nauw samen met de behandelend specialist. Als u en/of uw familie/naaste behoefte heeft aan een gesprek met de zaalarts dat kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige. Dan wordt een afspraak gemaakt.

Snel herstellen
Na uw leveroperatie volgt u ons speciale programma ‘Snel Herstel’. Inzet is dat we u helpen om zo snel mogelijk na de operatie te herstellen. Dat kan door:

  • Spoedig starten met werken aan uw mobiliteit Op de dag van de operatie zit u al even met de benen buiten bed. De dagen na de operatie mobiliseert u aan de hand van een schema. Dit is onder meer van groot belang om geen spierkracht te verliezen. Bovendien worden ademhaling, bloedsomloop en darmwerking gestimuleerd. Na enkele dagen verzorgt u zichzelf weer en bent u een groot deel van de dag uit bed;
  • Aandacht voor goede pijnbestrijding. Behalve pijnstilling via het slangetje in de rug, wordt paracetamol voorgeschreven. Belangrijk is dat u zelf aangeeft als u pijn heeft, zodat de medicatie kan worden aangepast;
  • Zo kort mogelijk nuchter te zijn. ’s Avonds na de operatie mag u al weer drinken en als dat goed gaat ook eten. De volgende dag mag u alles weer eten en drinken, maar eet niet tegen uw zin;
  • Het gebruik van extra dranken voor en na de operatie. Inzet is dat u zo min mogelijk afvalt en in een zo goed mogelijke voedingstoestand blijft. Tijdens de opname komt de diëtist bij u langs. Ze geeft u voedingsadviezen voor goed herstel;
  • Goed doorademen om een longontsteking te voorkomen. Met een buikwond is dat moeilijker. Daarom krijgt u de folder “Instructies ter voorbereiding geplande buikoperatie” mee met tips om goed te ademen.
  • Goede voorlichting en begeleiding zodat u weet wat belangrijk is voor een snel herstel.

Persoonlijke begeleiding
De verpleegkundige op de afdeling zal u begeleiden bij het lichamelijk en geestelijk herstel van de operatie. Als u last heeft van angst, of u bent onzeker, verdrietig of u maakt zich zorgen, bespreek dit dan met uw verpleegkundige.

Uitslag
De uitslag van het weefselonderzoek is ongeveer 5 werkdagen na de operatie bekend. Als u dan nog opgenomen bent, krijgt u de uitslag in het ziekenhuis. Er wordt een afspraak voor gemaakt zodat uw familie ook aanwezig kan zijn. Afhankelijk van de uitslag wordt eventueel een aanvullende behandeling voorgesteld, meestal chemotherapie. Er zijn steeds meer aanwijzingen, dat de combinatie behandeling (operatie en chemotherapie) de beste kansen biedt op een zo lang mogelijke overleving met een goede kwaliteit van leven. Ook kunt u na de operatie aanvullend bestraald worden. 1 week na de operatie wordt er een CT-scan gemaakt.

Nazorg
Al voor de opname is besproken of er hulp geregeld moet worden zodra u weer naar huis mag. Als het nodig is, komt tijdens uw opname een medewerker van het Transmuraal Logistiek Bureau langs om de zorg thuis te regelen. Voor wondverzorging wordt zonodig de wijkverpleegkundige ingeschakeld. Dit wordt tijdig geregeld met de thuiszorgorganisatie.

Naar huis
Vaak mag u tussen de 5 en 10 dagen na de operatie naar huis. Dat kan als u ontlasting heeft gehad, weer normaal eten kunt verdragen en weinig pijn heeft. De wond is na ontslag vaak nog gevoelig, zeker als u meer gaat bewegen. U mag hiervoor 3 tot 4 maal per dag 1 of 2 tabletten paracetamol gebruiken. U mag gewoon douchen, maar nog niet in bad zolang er hechtingen zitten, of de wond nog niet dicht is. U kunt wellicht voor uzelf zorgen maar u zult nog snel vermoeid zijn. Het is dan prettig als er iemand is die kan helpen met eten koken, boodschappen doen en huishoudelijk werk. Als u ontslagen wordt uit het ziekenhuis, krijgt u een afspraak mee voor een poliklinische controle bij de specialist.

Leefregels
U zult merken dat u nog niet alles kunt doen. Doe het rustig aan. U mag eten wat u wilt, er is geen speciaal dieet. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal hersteld zult zijn van de operatie. Om de wond te ontzien, mag u de eerste 6 weken na de operatie niet tillen. Wat u verder wel en niet kunt doen kunt u het beste zelf aanvoelen. Hervatten van sport en werk overlegt u met de chirurg en bedrijfsarts.

Nacontrole
Tijdens de eerste controle bij de specialist wordt de wond gecontroleerd en worden de hechtingen verwijderd. Na uw operatie vinden er verschillende controles plaats: 2 weken na de operatie, 3, 6, 12, 18, 24, 36, 48 en 60 maanden na de operatie. Bij iedere controle wordt bloed afgenomen en een CT-scan van de lever gemaakt. 1 keer per jaar wordt er een longfoto gemaakt.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuisbent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde: (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.

  • Koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.
  • Toename van pijn.
  • Een wondinfectie.
  • Misselijkheid en braken.
  • Als u om een of andere reden de situatie niet vertrouwt.

Vragen?
Hebt u vragen na het lezen van deze folder, stel deze dan gerust aan uw behandelend arts of verpleegkundige tijdens het eerstvolgende polikliniekbezoek. Ook kunt u bellen met de casemanager GE op dinsdag en donderdag bereikbaar tussen 13.00 en 14.00 uur op tel.: (0570) 53 53 72.

Context menu