Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Leveroperatie goedaardig

Leveroperatie goedaardig

Na onderzoek is vastgesteld dat er een goedaardige tumor in uw lever zit. Uw behandelend specialist stelt een leveroperatie voor. In deze folder kunt u de belangrijkste informatie rond deze ingreep nog eens nalezen. Ook wordt kort ingegaan op de voorbereiding, opname en het herstel van de operatie. U wordt vooraf uitgenodigd voor een gesprek met de casemanager GE (gastro enterologie). Dan is er gelegenheid nader op deze ingreep in te gaan. Daarom vragen we u deze folder vooraf goed door te nemen, zodat u weet wat u met de verpleegkundige wilt bespreken.

Goedaardige tumoren in de lever
De lever is een groot orgaan rechts bovenin de buik, grotendeels gelegen achter de ribben. Al het bloed vanuit de darmen passeert de lever. De lever is opgebouwd uit 8 segmenten, de bloedvaten en galwegen volgen deze opbouw. Bij de operatie is deze opbouw belangrijk zodat de lever daarna weer kan aangroeien. De meest voorkomende goedaardige tumoren die in de lever kunnen ontstaan zijn:

Hemangioom
Een hemangioom is een goedaardig gezwel van bloedvaten in de lever. Het gezwel bestaat uit meerdere holten die gevuld zijn met bloed. De grootte van een hemangioom varieert van enkele millimeters tot meer dan 10 cm. doorsnee.

Leveradenoom
Een leveradenoom is een zeldzame aandoening, die voornamelijk voorkomt bij vrouwen. Een leveradenoom is een ophoping van levercellen, ze zijn meestal duidelijk begrensd en afgekapseld van de rest van de lever. De grootte van een leveradenoom kan erg variëren tussen 1 en meer dan 20 cm.

Focale Nodulaire Hyperplasie
Focale nodulaire hyperplasie (FNH) is een goedaardige levertumor. De tumor ontstaat uit levercellen en cellen van de galwegen. De grootte van de tumor kan variëren.

Klachten
Goedaardige tumoren in de lever geven meestal weinig klachten. Vaak worden deze dan ook bij toeval vastgesteld, bijvoorbeeld bij een röntgenonderzoek voor een andere aandoening. Soms is er sprake van vage buikpijn in de rechterbovenbuik. Als de tumoren groot zijn kan de buikpijn heviger worden, men kan een drukkend gevoel hebben in de buik.

Voorgestelde behandeling
Er wordt een operatie voorgesteld als de tumor veel klachten geeft, er een risico is op bijvoorbeeld een bloeding is of als de tumor groter is dan een bepaalde grootte. Voorwaarde is dat u goed gezond bent. Het betreffende deel van de lever kan weggesneden (resectie) of weggebrand (RFA = radio frequente ablatie) worden. Soms stelt de specialist een behandeling voor met als doel de bloedtoevoer naar het deel van de lever waarin de goedaardige tumor zit af te sluiten (embolisatie). Dit wordt op de röntgenafdeling verricht. Uw behandelend specialist zal bespreken welke behandeling bij u wordt toegepast.

Risico's
Bij een leveroperatie bestaat de kans op complicaties, zoals een nabloeding, infectie of gallekkage. Dit is rond de 30 %. Dit is afhankelijk van de grootte van de operatie. De kans op complicaties is mede afhankelijk van de conditie en de leeftijd van de patiënt.

Voorbereiding

Gesprek casemanager GE
Vóór de operatie heeft u eerst een afspraak bij de casemanager GE (gastro enterologie). Zij is uw vaste aanspreekpunt tijdens uw behandeling en is gespecialiseerd in de zorg, begeleiding en voorlichting van mensen die een leveroperatie ondergaan. In dit gesprek komt uw periode van opname op de verpleegafdeling en uw herstel aan de orde.  De casemanagers GE van het Deventer Ziekenhuis zijn: Marjan Raats, Sandra Oosterlaar, Ans Mensink en Bertien Smeenk.

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Thuis
U hoeft vooraf thuis het operatiegebied niet te scheren. Als het nodig is wordt dit op de operatiekamer gedaan. A ls u een roker bent wordt aangeraden te stoppen voor de operatie. Verder adviseren we u enkele dagen voor de operatie geen alcohol meer te drinken. Belangrijk is ook om gezond te eten en actief te blijven tot uw opname.

Meenemen
  • afsprakenkaart;
  • patiëntenpas;
  • als u thuis medicijnen gebruikt, neem ze dan mee in originele verpakking;
  • nachtkleding, ondergoed, pantoffels en een ochtendjas;
  • toiletartikelen (kam, tandenborstel, tandpasta, zeep, e.d.;
  • draag geen sieraden en laat waardevolle spullen thuis.
Melden
U hebt een opnamebrief gekregen met daarin de datum en het tijdstip waarop u zich kunt melden bij de balie van afdeling C2.

Dag van opname
U wordt de middag voor de operatie opgenomen. Meldt u zich op het afgesproken tijdstip op afdeling C2.Wellicht wordt er ’s middags nog een echo van de lever gemaakt. U mag deze dag tot en met de avondmaaltijd gewoon eten en drinken. Daarna mag u alleen nog heldere dranken gebruiken zoals zwarte koffie, thee, bouillon, appelsap, ranja.

Dag van operatie
Op de operatiedag krijgt u 2 pakjes heldere energierijke drank van de verpleegkundige. Drink deze minimaal 2 uur van tevoren op. Daarna mag u niets meer eten of drinken. De verpleegkundige zal u zo nodig nog medicijnen geven die u met een slokje water mag innemen. U trekt het operatiejasje aan. De verpleegkundige zorgt ervoor dat er een voetpomp mee gaat naar de operatieafdeling. Deze voetpomp bevordert de bloeddoorstroming in de benen en verkleint het risico op trombose. Voor  de operatie wordt deze voetpomp aangesloten.

De operatie
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De anesthesioloog brengt een infuus in. Ook plaatst hij via een ruggenprik een heel dun slangetje tussen de ruggenwervels om pijnstillende medicijnen toe te dienen tijdens en na de operatie. Via het infuus wordt de narcose toegediend. De ingreep vindt plaats op de operatiekamer, onder algehele anesthesie. Dit heeft de anesthesioloog met u besproken tijdens de preoperatieve screening. Tijdens de operatie wordt er een grote snede gemaakt rechts boven in de buik. Soms is er een uitbreiding van de snede naar het midden en links boven in de buik noodzakelijk. Tijdens de operatie wordt een echo van de lever gemaakt om te beoordelen of de goedaardige tumor in de lever goed is weggehaald of weggebrand. Na de operatie kan de specialist besluiten om een slangetje (drain) in het wondgebied te leggen.

Duur van de operatie
De operatie duurt een paar uur tot soms zelfs 6 - 8 uur. Dit hangt af van de hoeveelheid lever die is weggehaald of weggebrand.

Na de operatie
Na de operatie neemt de specialist contact op met uw naaste/ contactpersoon om te vertellen hoe de operatie verlopen is. Enkele uren later, als u wakker bent geweest, zal de verpleegkundige opnieuw bellen. Mogelijk blijft u een nachtje op de Intensive Care. U kunt een slangetje in de neus hebben voor extra zuurstof en een slangetje in de blaas (urinekatheter). U kunt pijn hebben. De anesthesioloog regelt met u de pijnstilling na uw operatie, zoals is besproken tijdens de preoperatieve screening. U ligt de eerste dagen op onze unit “Complexe Zorg”. Na enkele dagen verhuist u naar een andere kamer. Via het infuus krijgt u de eerste dag of dagen extra vocht toegediend totdat u zelf voldoende drinkt. De 2e dag na de operatie wordt de voetpomp verwijderd. Na 3 tot 4 dagen wordt het slangetje in de rug verwijderd, de dag erna ook de urinekatheter. Dagelijks komt de zaalarts bij u langs om te bespreken hoe het met u gaat. De zaalarts werkt nauw samen met de behandelend specialist. Als u en/of uw familie/naaste behoefte heeft aan een gesprek met de zaalarts dat kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige. Dan wordt een afspraak gemaakt.

Snel herstellen
Na de darmoperatie volgt u het ‘Snel Herstel’ programma. Inzet is dat we u helpen om zo snel mogelijk na de operatie te herstellen. Dat kan door:
  • Spoedig na de operatie starten met mobiliseren (uit bed komen en rondlopen). De dagen na de operatie mobiliseert u aan de hand van een schema. Bij snel mobiliseren is er minder verlies van spierkracht, bovendien worden ademhaling, bloedsomloop en darmwerking gestimuleerd. Na enkele dagen verzorgt u zichzelf weer en bent u een groot deel van de dag uit bed.
  • Aandacht voor goede pijnbestrijding Behalve pijnstilling via het slangetje in de rug wordt paracetamol voorgeschreven.
  • Medicijnen tegen de misselijkheid en voor een goede stoelgang. Ook krijgt u kauwgom om de maagdarmwerking te bevorderen.
  • Zo kort mogelijk nuchter te zijn. ’s Avonds na de operatie mag u al weer drinken en als dat goed gaat ook eten. De volgende dag mag u alles weer eten en drinken, maar eet niet tegen uw zin.
  • Het gebruik van extra dranken voor en na de operatie. Inzet is dat u zo min mogelijk afvalt en in een zo goed mogelijke voedingstoestand blijft. Tijdens de opname komt de diëtist bij u langs. Ze geeft u voedingsadviezen voor goed herstel.
  • Goed doorademen om een longontsteking te voorkomen. Met een buikwond is dat moeilijker. Daarom krijgt u de folder “Instructies ter voorbereiding geplande buikoperatie” mee met tips om goed te ademen.
  • Goede voorlichting en begeleiding zodat u weet wat belangrijk is voor een snel herstel.
Persoonlijke begeleiding
De verpleegkundigen op de afdeling zullen u begeleiden bij het lichamelijk en geestelijk herstel van de operatie. Als u last heeft van angst, of u bent onzeker, verdrietig of u maakt zich zorgen, bespreek dit dan met uw verpleegkundige.

Uitslag
De specialist bespreekt met u hoe de operatie is verlopen en wat de uitslag is van het weefselonderzoek. Er wordt een afspraak voor gemaakt zodat uw familie ook aanwezig kan zijn. 1 week na de operatie wordt een CT-scan gemaakt.

Nazorg
Al voor de opname is besproken of er hulp geregeld moet worden zodra u weer naar huis mag. Als het nodig is komt tijdens uw opname een medewerker van het Transmuraal Logistiek Bureau langs om de zorg thuis te regelen. Zo nodig voor de wondzorg wordt de wijkverpleegkundige ingeschakeld. Dit wordt tijdig geregeld met de thuiszorgorganisatie.

Naar huis
Als het herstel voorspoedig verloopt, kunt u na ongeveer 5 tot 10 dagen naar huis. Dat kan als u weer normaal eten kunt verdragen en weinig pijn heeft. U kunt wellicht voor uzelf zorgen maar u zult nog snel vermoeid zijn. Het is dan prettig als er iemand is die kan helpen met eten koken, boodschappen doen en huishoudelijk werk.
Als u ontslagen wordt uit het ziekenhuis krijgt u afspraken mee voor de poliklinische controle bij de specialist.
De wond is na ontslag vaak nog gevoelig, zeker als u meer gaat bewegen. U mag hiervoor 3 tot 4 maal per dag 1 of 2 tabletten paracetamol gebruiken. U mag gewoon douchen maar nog niet in bad zolang er hechtingen zitten of de wond niet dicht is.

Controle op de polikliniek
Tijdens de afspraak met de specialist wordt de wond gecontroleerd, zo nodig hechtingen verwijderd, de CT-scan en het verdere herstel wordt besproken. Eventueel wordt een afspraak met de casemanager GE gemaakt.

Leefregels
Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal hersteld zult zijn van uw operatie. Om de wond te ontzien, mag u de eerste 6 weken na de operatie niet tillen. Wat u verder wel en niet kunt doen kunt u het beste zelf aanvoelen. Hervatten van sport en werk overlegt u met de specialist en de bedrijfsarts.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuisbent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde, tel.: (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.
  • Koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.
  • Wondproblemen.
  • Heftige pijn.
  • Misselijkheid en braken.
  • Als u om een of andere reden de situatie niet vertrouwt.
Vragen?
Hebt u vragen na het lezen van deze folder, stel deze dan gerust aan uw behandelend specialist of verpleegkundige tijdens het eerstvolgende polikliniekbezoek. Ook kunt u bellen met de casemanager GE op dinsdag en donderdag bereikbaar tussen 13.00 en 14.00 uur op tel.: (0570) 53 53 72.

Context menu