Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Late infectie bij een prothese

Late infectie bij een prothese

U bent nu opgenomen op de verpleegafdeling D2 omdat er mogelijk sprake is van een late infectie bij uw prothese. In deze folder vindt u informatie over een infectie en de behandeling hiervan.

Wat is een late infectie?
Als een ontsteking van een (operatie) wond wordt veroorzaakt door bacteriën, hebben we het over een infectie. Een infectie bij een prothese kan leiden tot loslating van de prothese. Bij u is sprake van een late infectie. Een late infectie komt soms pas na maanden of jaren voor het eerst aan het licht. Kenmerk hiervan is voornamelijk pijn in het gebied van de prothese bij het in beweging komen en het lopen.

Oorzaak
Om te voorkomen dat er bij het inbrengen van een prothese een besmetting met bacteriën optreedt, worden op de operatiekamer verschillende maatregelen getroffen, zoals de operatiewond en prothese desinfecteren en steriel werken. In het geval van een prothese wordt tijdens en vlak na de operatie antibiotica toegediend. Toch kan een infectie nooit helemaal worden uitgesloten. Ook kan een infectie ergens anders in het lichaam via de bloedbaan overslaan naar de prothese waardoor het gewricht ontstoken raakt. Dit kan bijvoorbeeld een ingegroeide teennagel, een ontstoken kies of een huidinfectie (bijvoorbeeld een steenpuist) zijn.

Onderzoek
Naast de klachten die u eventueel heeft als gevolg van de infectie (pijn, roodheid, koorts), kan een infectie met meer zekerheid worden vastgesteld door:

  • bloedonderzoek
  • wondkweek
  • botscan
  • punctie

Uw arts bespreekt met u welke onderzoeken voor u nodig zijn.

Behandeling
De behandeling van een infectie gebeurt in eerste instantie met antibiotica en in het ergste geval moet de prothese worden verwijderd.

Antibiotica
Antibiotica kan via een tablet, capsule, drankje, injectie of infuus worden toegediend. In het ziekenhuis gebeurt dit meestal via een infuus, een capsule of in tabletvorm, afhankelijk van de soort antibiotica. Soms wordt de antibiotica operatief in het geïnfecteerde gebied ingebracht. Tevens wordt de prothese dan gespoeld. Voor deze methode wordt gekozen als antibiotica via het infuus niet in dit gebied kunnen komen. Voordeel van deze methode is dat in het geïnfecteerde gebied hoge concentraties antibioticum worden afgegeven. Meestal wordt deze methode na 2 weken herhaald, dit is afhankelijk van de labuitslagen en kweekuitslag. Daarnaast krijgt u vaak ook nog aanvullende antibiotica via een infuus.

Soorten antibiotica
Bij de behandeling met antibiotica start men in eerste instantie met zogeheten “breedspectrum” antibiotica. De werking hiervan is heel breed; ze werken op een groot aantal verschillende bacteriën. Door het afnemen van wondvocht, eventueel door een punctie, kan de microbioloog vaststellen welke specifieke bacterie de infectie in uw geval veroorzaakt. Wanneer dit bekend is, wordt overgegaan op “smalspectrum” antibiotica. Deze werken specifiek op de betreffende bacterie. Tijdens de behandeling kan dus worden overgegaan op andere antibiotica. Dit kan ook gebeuren wanneer de bacterie niet reageert op de voorgeschreven antibiotica.

Verwijderen prothese
Wanneer wordt besloten om de prothese te verwijderen, krijgt u soms een tijdelijke prothese (spacer). Met deze tijdelijke prothese kunt u waarschijnlijk niet alles doen wat u gewend was met uw gewone prothese. De tijdelijke prothese bevat vaak antibiotica die geleidelijk en gedurende langere tijd in het geïnfecteerde gebied worden afgegeven. In een knie kan meestal een tijdelijke prothese worden geplaatst, in een heup gebeurt dit minder vaak. Wanneer de heupkop wordt verwijderd maar niet wordt vervangen door een (tijdelijke) prothese, spreekt men van een ‘girdlestone’. Om ervoor te zorgen dat het been zijn lengte behoudt, wordt een zweefrektractie aangelegd. Meestal is dit voor een periode van 6 weken. Na deze periode leert u lopen op aangepast schoeisel (met een hakverhoging).

Controle
Om de werking van de antibiotica te controleren wordt minimaal 2 keer per week uw bloed gecontroleerd. Hierbij kijkt men of de tekenen van de infectie verminderen. Daarnaast laat de arts ook de functie van de nieren en de lever in het bloed controleren, omdat deze door de antibiotica soms minder goed gaan werken.

De microbioloog bekijkt samen met uw behandelend arts welke antibiotica u het beste kunt gebruiken en hoe deze toegediend moeten worden. Verder wordt dagelijks uw temperatuur gecontroleerd.

Antibiotica en bijwerkingen
Antibiotica zijn over het algemeen veilige medicijnen. Bij sommige mensen zorgen ze echter voor bijwerkingen. Een meestal onschuldige bijwerking is diarree. Dit gebeurt omdat soms ook nuttige bacteriën in de darmen door de antibiotica worden gedood. Er zijn mensen die overgevoelig zijn voor sommige antibiotica. Ze krijgen er allergische reacties van, zoals huiduitslag en benauwd-heid die tot ernstiger situaties kunnen leiden. Het is dan ook erg belangrijk dat u, wanneer deze klachten bij u optreden, dit meldt aan de verpleegkundige of arts. Andere bijwerkingen zijn onder andere misselijkheid, verminderde eetlust, jeuk, tandverkleuringen, schimmelinfecties en zonlichtovergevoeligheid. Sommige soorten antibiotica maken de anticonceptiepil minder betrouwbaar. U kunt aan de arts vragen of dit ook geldt voor de antibiotica die u krijgt.

Tips bij antibioticagebruik

Diarree
Wanneer u last heeft van diarree is het belangrijk om goed te drinken, minimaal 1,5 liter per dag. Het is verstandig om deze hoeveelheid verspreid over de dag te drinken, in kleine hoeveelheden, zodat het lichaam de kans krijgt om het vocht op te nemen.

Weinig eetlust
Als u weinig eetlust heeft door bijvoorbeeld misselijkheid, is het belangrijk om toch goed te blijven eten. U kunt bij de roomservicemedewerker informeren of u vaker per dag kleinere porties eten kunt krijgen in plaats van een paar grote maaltijden per dag. Zo krijgt uw lichaam toch voldoende voedingsstoffen binnen.

Ontslag
De behandeling met antibiotica hoeft niet geheel in het ziekenhuis te gebeuren. Eventueel kunt u met antibiotica naar huis. Meestal mag u naar huis als de wond gesloten is en u zich goed voelt. Als u antibiotica via het infuus heeft, wordt bekeken of dit omgezet kan worden naar tabletvorm.

Vervolg
De antibiotica moet u gemiddeld 3 tot 6 maanden gebruiken totdat de infectie helemaal verdwenen is. Dit wordt gecontroleerd op de polikliniek Orthopedie. Daarna wordt bekeken of er een operatie kan plaatsvinden voor een eventuele nieuwe prothese. Wanneer u in de thuissituatie last krijgt van bijwerkingen van de antibiotica, dient u contact op te nemen met uw huisarts.

Vragen?
Heeft u naar aanleiding van de folder nog vragen, stel deze dan gerust aan de behandelend arts of verpleegkundige van de verpleegafdeling.

Context menu