Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Knieschijf (patellofemorale) artrose

Knieschijf (patellofemorale) artrose

Het merendeel van de patiënten met geïsoleerde patellofemorale artrose kan vanwege het vaak milde karakter van de klachten vaak ook zonder operatie goed behandeld worden. Naast het aanpassen van activiteiten, gewichtsvermindering en het gebruik van ontstekingsremmende medicijnen kan fysiotherapie, injectie of tapebehandeling geadviseerd worden. Deze behandelingen hebben bewezen gunstige resultaten. Bij aanhoudend invaliderende pijnklachten kan operatieve behandeling worden overwogen. Operatieve behandelingen waarbij het gewricht niet vervangen wordt zoals kijkoperatie van de knie of verplaatsen van de aanhechting van de patellapees) kunnen resulteren in onvoldoende, onvoorspelbare of slechts kortdurende klachtenvermindering.

Bij een gewrichtsvervangende ingreep wordt het aangedane patellofemorale gewricht vervangen. Dit kan middels plaatsen van een totale knieprothese waarbij de gehele knie vervangen wordt. Voor een degeneratieve aandoening van één compartiment is plaatsen van een totale knieprothese mogelijk een te uitgebreide benadering. Bij patellofemorale gewrichtsvervanging wordt uitsluitend het aangedane gewricht vervangen; het gewricht tussen boven- en onderbeen blijft ongemoeid. Daarmee wordt mogelijk de normale beweeglijkheid van het kniegewricht behouden.

 
Schematische weergave van patellofemorale gewrichtsvervanging.

Geschiedenis van de patellofemorale gewrichtsvervanging
In 1948 werd door McKeever in de Verenigde Staten de eerste patellofemorale prothese ontwikkeld. Hierbij werd alleen het gewrichtsoppervlak van de knieschijf zelf vervangen, de glijgoot in het bovenbeen bleef ongemoeid. Eigenlijk was dit dus een 'halve' knieschijfprothese. Begin jaren 70 werden min of meer tegelijkertijd 3 verschillende patellofemorale protheses ontwikkeld. Deze 'hele' patellofemorale protheses vervingen niet alleen het gewrichtsoppervlak van de knieschijf maar ook het gewrichtsoppervlak van de glijgoot in het bovenbeen. Eén van deze protheses, de Richards prothese, werd vanaf eind 1976 tot 2009 in het Deventer Ziekenhuis gebruikt. De resultaten van deze prothese zijn goed. Wel werden soms sporingsproblemen van de knieschijf gezien.


De Richards type II patellofemorale prothese (trochleacomponent).
Nieuwe inzichten hebben geleid tot de ontwikkeling van de zogenaamde derde generatie patellofemorale protheses waarbij problemen met sporing van de patella in de glijgoot tot het verleden behoren. Daarnaast resulteert gebruik van inbreng instrumentarium tot een betrouwbare juiste plaatsing van de prothese. In het Deventer ziekenhuis wordt gebruiik gemaakt van deze nieuwe patellofemorale protheses: de Journey PFJ en de Zimmer patellofemorale prothese. Omdat deze protheses nog niet zolang gebruikt worden, is nauwkeurige nacontrole van groot belang. Verder zal in het kader van kwaliteitsbewaking van u gevraagd worden regelmatig een vragenlijst in te vullen.

 



Links de Journey PFJ, en rechts de Zimmer patellofemorale prothese.

Patellofemorale gewrichtsvervanging
De knie wordt aan de voorzijde geopend waarna de knieschijf wordt omgeklapt en het patellofemorale gewricht kan worden geinspecteerd. Met speciaal richtinstrumentarium en de zaag wordt vervolgens een (klein) deel van de glijgoot in het bovenbeen verwijderd. Vervolgens wordt de juiste maat pasprothese geplaatst. Ook de knieschijf wordt met speciaal instrumentarium en de zaag voorbereid zodat een pasprothese kan worden geplaatst. Na terugklappen van de knieschijf kan de sporing worden beoordeeld: een goede sporing van de knieschijf is van het grootste belang! De definitieve prothese wordt vastgezet met botcement. Na uitharden van het cement (10 minuten) wordt de knie gespoeld waarna de wond kan worden gesloten en wordt een drukverband aangelegd.

Direct postoperatieve röntgenfoto van rechter knie met Richards patellofemorale prothese.

De volgende dag wordt een röntgenfoto van de knie gemaakt. De nabehandeling is vrijwel gelijk aan die van een totale knieprothese (ondanks de kleinere prothese!). Een dag na de operatie start met de fysiotherapeut met oefeningen en wordt geoefend met lopen. De meeste patiënten gaan op de vierde dag na de operatie naar huis. Daar zal het verdere herstel begeleid worden door de eigen fysiotherapeut. De eerste 6 weken adviseren wij gebruik van 2 elleboogskrukken. Nadat de elleboogskrukken zijn afgebouwd en de kracht en coördinatie van het been zijn verbeterd, mag u weer autorijden. Het volledige herstel vergt enkele maanden tot een jaar.
 
Risico's van patellofemorale gewrichtsvervanging
Plaatsen van een patellofemorale prothese is een grote ingreep.
Specifieke risico's zijn:

  • Infectie;
  • Wondgenezingsstoornissen;
  • Nabloeding;
  • Sporingsproblemen van de knieschijf;
  • Diepe veneuze trombose (alle patiënten wordt daarom geadviseerd gedurende 4 weken 'bloedverdunnende medicijnen' te gebruiken).

Lange termijn resultaten van patellofemorale gewrichtsvervanging
De lange termijn resultaten van patellofemorale protheses zijn goed. Omdat alleen het patellofemorale gewricht vervangen wordt en het gewricht tussen boven- en onderbeen ongemoeid blijft, is er uiteraard een kans dat in de toekomst plaatsing van een totale knieprothese noodzakelijk is. Recent verricht wetenschappelijk onderzoek in Deventer laat zien dat de kans hierop ongeveer 13% bedraagt na 12 jaar.
 
Landelijke Registratie Orthopaedische Implantaten (LROI)
Uw operatie gegevens zullen worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopaedische Implantaten. Indien u hier bezwaar tegen hebt, kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend specialist.

Context menu