Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Kijkoperatie schouder om beklemde pezen meer ruimte te geven

Kijkoperatie schouder om beklemde pezen meer ruimte te geven

In overleg met de orthopedisch chirurg hebt u besloten uw schouder te laten opereren via een kijkoperatie. Hiervoor verblijft u ± 2 dagen in het ziekenhuis. Voor het herstel moet u meerdere weken uittrekken. Ook vergt het doorzettingsvermogen van u, en de mensen om u heen. Met een goede voorbereiding kunt u zelf bijdragen aan een vlot herstel.

Hier leest u meer over de oorzaak van uw schouderklachten, de operatie, evenals de zorg vóór en na de operatie.

Inhoud

  1.Het schoudergewricht
  2.Klachten
  3.Polikliniekbezoek Orthopedie
  4.Preoperatieve screening
  5.Bezoek afdeling fysiotherapie
  6.Opname
  7.Voorbereiding thuis
  8.Dag van de operatie
  9.De operatie 
10.Na de operatie
11.Draagband
12.Hoe kan ik slapen?
13.Complicaties
14.Nabehandeling
15.Oefeningen
16.Na ontslag
17.Wanneer kan ik mijn schouder weer gebruiken?
18.Wanneer kan ik weer gaan werken?
19.Wanneer moeten de hechtingen worden verwijderd?
20.Contactpersoon
21.Vragen? 
 
1. Het schoudergewricht
Uw schouder is het meest beweeglijke gewricht in uw lichaam. Spieren en banden zijn nodig om de schouder te bewegen en om het gewricht stabiel te houden. De belangrijkste spieren in de schouder zijn de “rotator cuff” spieren. Die zitten vast aan het schouderblad. De pezen van deze spieren vormen een bedekking van de schouderkop.

Deze pezen kunnen op beschadigd raken door een ongeval of door slijtage.
Er kan in de loop van de jaren een botuitsteeksel ontstaan in uw schouder. Als u de arm in bepaalde posities houdt, zoals bij het optillen van de arm of bij het op de rug brengen van de arm, dan kan dit botuitsteeksel op de pees drukken. De pees raakt hierdoor ontstoken, wat tot pijnklachten leidt. De niet-operatieve behandeling van deze aandoening kan bestaan uit medicijnen, injecties en fysiotherapie. Dat is meestal succesvol. Als de klachten hiermee niet overgaan, kan worden besloten tot een operatie.

2. Klachten
Pijn is het belangrijkste signaal. Pijn uit het schoudergewricht kunt u voelen rondom het schoudergewricht maar vaak ook in de bovenarm. De pijn treedt op bij het optillen van de arm en bij het op de rug brengen van de arm. Ook ‘s nachts kunt u
pijn voelen, vooral als u op de aangedane schouder gaat liggen.

3. Polikliniekbezoek Orthopedie
Uw huisarts heeft u verwezen naar de polikliniek Orthopedie. Daar wordt uw schouder onderzocht en röntgenfoto’s gemaakt om de oorzaak van uw klachten te achterhalen. Als de pezen in uw schouder klem zitten bij het optillen van de arm, kan de orthopedisch chirurg met u een operatie bespreken. Met een kijkoperatie kan er meer ruimte worden gemaakt voor de pezen. Als is besloten tot een kijkoperatie, vult de polikliniekassistent met u verschillende formulieren invullen voor de opname. Vóór de operatie wordt u onderzocht door de anesthesioloog. Dit heet de “pre-operatieve” screening.

4. Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie ( narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties, waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

5. Bezoek afdeling fysiotherapie
Voor de operatie wordt u gezien op de afdeling fysiotherapie door de “schouderfysiotherapeut” . Hij informeert u over:

  • de operatie
  • de nabehandeling
  • een aantal oefeningen, en neemt deze met u door
  • het oefenen van de schouder

Deze informatie is belangrijk om een zo goed mogelijke uitgangspositie te hebben voor de operatie. Een aantal van deze oefeningen staan in deze brochure.

6. Opname
De dag vóór de opname belt de secretaresse van de verpleegafdeling u na 14.00 uur om door te geven op welke afdeling en hoe laat u wordt verwacht.

7. Voorbereiding thuis

  • Om na de operatie misselijkheid te voorkomen, moet u op de dag van de operatie nuchter blijven. Dit betekent dat u na 24.00 uur ’s nachts niet meer mag eten, drinken en roken.
  • Gebruikt u make-up en/of nagellak, dan dient u die op de dag vóór de operatie te verwijderen.
  • Op de ochtend van de operatie kunt u zich gewoon douchen. Gebruik geen bodylotion of iets dergelijks.
  • Probeer uitgerust te zijn als u naar het ziekenhuis gaat.
  • Laat waardevolle spullen en/of sieraden thuis als u voor opname komt.
  • Doe de oefeningen die de fysiotherapeut uit het ziekenhuis u heeft voorgedaan en die ook in deze brochure staan.
  • Het ziekenhuis heeft een bezoekregeling en verzoekt u, uw bezoekers daarvan op de hoogte te stellen. De bezoekregeling kunt u ook vinden op de website www.dz.nl onder het kopje “bezoeker”, “bezoektijden”.
  • Ontdekt u een wondje aan de te opereren schouder of arm, neem dan tijdig contact op met de polikliniek Orthopedie. De arts overlegt dan met u hoe u hier het beste mee om kunt gaan.

8. Dag van de operatie
U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de afdeling. Wilt u begeleiding, vraag dan gerust een gastvrouw om met u mee te gaan. De gastvrouwen bevinden zich bij de hoofdingang.
Op de afdeling krijgt u een korte rondleiding en worden uw gegevens gecontroleerd. U krijgt vlak voor de operatie een operatiejasje aan. Dit is dan het enige dat u aan mag hebben.

9. De operatie
Een verpleegkundige begeleidt u naar de operatieafdeling. U mag, als u kunt, zelf overschuiven op een operatiebed. Daarna komt de anesthesioloog bij u voor de verdoving. De operatie vindt meestal plaats onder algehele narcose en een regionale verdoving met een prikje in de zijkant van de hals of in de nek. De regionale verdoving verdooft de schouder tijdens de operatie en na de operatie werkt deze verdoving nog 12 tot 24 uur door zodat uw schouder niet pijnlijk zal zijn na de operatie.

De orthopedisch chirurg voert bij u een kijkoperatie van de schouder uit. U krijgt 3 kleine littekens van ongeveer 1 cm rond de schouder. Met de kijkbuis wordt het schoudergewricht van binnen geïnspecteerd. Daarna wordt ± 7 mm van de onderkant van het schouderblad verwijderd om de pezen in de schouder, die door een tunnel lopen, meer ruimte te geven. Tijdens de operatie wordt de slijmbeurs in de schouder ook verwijderd. Als er ontstoken weefsel of littekenweefsel in uw schouder zit, wordt dat ook weggehaald.

De operatie duurt ongeveer 30 minuten. Direct na de operatie verblijft u enige tijd in de nabehandelingkamer (uitslaapkamer). Als de controles - zoals bloeddruk en hartslag - goed zijn, gaat u terug naar de afdeling.

10. Na de operatie
Terug op de afdeling belt de verpleegkundige de contactpersoon. Verder komt de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, de hartslag en wond controleren. Geef tijdig bij de verpleegkundige aan als u medicijnen wilt tegen de pijn en eventuele misselijkheid. De pijnstilling na de operatie wordt geregeld door de anesthesioloog. Dit is met u doorgesproken tijdens de pre-operatieve screening. Vanaf de 1e dag komt de fysiotherapeut bij u langs om u oefeningen te laten doen.

Direct na de operatie kunt u een aantal dagen meer pijn ervaren. Dit komt omdat er bot is verwijderd van het schouderblad. Verwacht dus niet dat uw schouder direct na operatie pijnvrij is. De pezen in de schouder hebben meerdere weken nodig om weer te herstellen van de beklemming. Het herstel duurt minstens 6 weken tot 3 maanden. Pas als de pezen hersteld zijn, verdwijnt  de pijn . Na een overnachting in het ziekenhuis kunt u de volgende dag naar huis.

11. Draagband
U krijgt na de operatie een draagband. De meeste patiënten vinden een draagband prettig omdat deze ondersteuning aan de arm geeft. Na een kijkoperatie is het niet noodzakelijk om de draagband te dragen, maar als u dat prettig vindt mag u deze ter ondersteuning van de arm gebruiken gedurende 2 weken. Het is wel aan te raden om de draagband zo snel mogelijk weg te laten. De fysiotherapeut geeft u instructies en neemt de oefeningen uit deze brochure met u door. Ook thuis wordt u door een fysiotherapeut begeleid.

12. Hoe kan ik slapen?
Slapen mag op de rug en op de niet-geopereerde schouder. Gewone kussens kunt u gebruiken om het u makkelijker te maken (veren kussens werken het best). Eén kussen, een klein beetje opgevouwen onder de nek geeft genoeg steun. Een 2e opgevouwen kussen kunt u onder de arm van de geopereerde schouder leggen. Een 3e kussen achter de rug, voorkomt dat u op de geopereerde schouder gaat liggen

Slapen op de rug:


Slapen op de zijde:


13. Complicaties
Bij iedere operatie is er kans op complicaties zoals bloeduitstortingen, bloedingen en infecties. Bij een kijkoperatie van de schouder is die kans kleiner dan 0,1%.  Ongeveer 70% van de patiënten geneest volledig, een klein percentage houdt restverschijnselen. Dit kan het gevolg zijn van beschadigde of gescheurde pezen.

14. Nabehandeling
Voor het beste resultaat na de operatie is het belangrijk dat u de schouder traint. Samen met de fysiotherapeut gaat u direct na operatie in het ziekenhuis oefeningen doen. Als u naar huis mag wordt, er met u overlegd welke fysiotherapeut u na ontslag verder gaat begeleiden.

U kunt uw schouder trainen door middel van de oefeningen hieronder. Ze zijn geschikt om de schouder voor te bereiden vóór de operatie, en u gebruikt ze na de operatie. Forceer niet, en doe de oefeningen alleen als het niet te pijnlijk is.

15. Oefeningen
Doe deze oefeningen alleen na overleg met de fysiotherapeut. Als de fysiotherapeut toestemming geeft, kunt u veilig met deze oefeningen starten. Het is raadzaam om de oefeningen in de aangegeven volgorde te doen. Probeer elke oefening 5 x te doen, minstens 2 x per dag. De oefeningen kunnen door uw fysiotherapeut worden aangepast.

 

Oefening 1
Leun voorover vanuit de heup, maak cirkels met uw arm vanuit de schouder. ​
Oefening 2
Trek uw schouders omhoog en daarna achterwaarts, waarbij u een ronddraaiende beweging maakt. ​
Oefening 3
Ga rechtop staan en pak een stok (± 1m. lang) achter uw rug met beide handen vast. Draai uw schouders achterwaarts en omlaag. Gebruik de stok om uw arm aan de geopereerde zijde omhoog en buitenwaarts te bewegen. ​
Oefening 4
Pak met u hand aan de niet-geopereerde zijde, de andere hand achter uw rug vast en probeer deze hand omhoog, richting uw nek te bewegen. ​


Oefening 5
Ga op uw rug liggen met de ellebogen daarbij ondersteund m.b.v. dubbelgevouwen kussens zodat de ellebogen hoger liggen dan uw schouders. Buig uw ellebogen 90° en pak een stok met beide handen vast. Beweeg de geopereerde schouder buitenwaarts, door de arm aan de niet-geopereerde zijde binnenwaarts te bewegen. ​




Oefening 6
Ga op uw rug liggen met de ellebogen ondersteund als bij de vorige oefening. Met de hand aan de niet-geopereerde zijde, pakt u de hand van de geopereerde arm vast en beweegt deze tot boven op uw hoofd. Probeer met de hand de bovenzijde van uw hoofd aan te raken. Als de handen op uw hoofd liggen, probeer dan de ellebogen omlaag te bewegen; ga hierna terug naar de uitgangspositie. ​


Oefening 7
Ga tegenover een keukenkastje of het aanrecht staan. Leun voorover en steun met beide ellebogen tegen de kast of op het aanrecht. Houd beide handen gevouwen en loop dan langzaam achterwaarts, waarbij u op uw ellebogen steunt. Ga zover, tot de schouder volledig gerekt is en loop daarna weer voorwaarts. ​

16. Na ontslag
Thuis wordt u begeleid door een fysiotherapeut. Zes weken na operatie wordt u voor controle op de polikliniek Orthopedie in het ziekenhuis gezien door de schouderfysiotherapeut. Die heeft samen met de orthopedisch chirurg spreekuur en kan zonodig overleggen als er problemen zijn. Drie maanden na de operatie komt u op de polikliniek van de orthopedisch chirurg. Maakt u zich zorgen over uw schouder, belt u dan de poli Orthopedie of uw huisarts.

17. Wanneer kan ik mijn schouder weer gebruiken?
U kunt uw schouder en arm direct na de operatie gebruiken voor de dagelijkse activiteiten. De eerste 6 weken na de operatie moet u het wel rustig(er) aan doen met de schouder en geen zware dingen tillen. De meeste patiënten kunnen 6 weken na de operatie hun schouder weer normaal gebruiken. Autorijden kan, als de schouder niet te pijnlijk meer is en u voldoende controle over uw schouder hebt om een auto te besturen. Overlegt u dit met de orthopedisch chirurg of fysiotherapeut.

18. Wanneer kan ik weer werken?

  • Licht werk (niet tillen) na 10 dagen - 6 weken
  • Middelmatig werk (licht tillen tot schouderhoogte) vanaf 6 weken
  • Zwaar werk (boven schouderhoogte) na 3 tot 6 maanden

Als uw werk of vrije tijdbesteding in de zware categorie vallen, bespreek dit dan met de fysiotherapeut. Deze kan u dan gericht begeleiden.

19. Wanneer moeten de hechtingen eruit?
Twee weken na de operatie mogen de hechtingen worden verwijderd. U maakt daarvoor een afspraak bij uw huisarts.

20. Contactpersoon
Voor u, uw familie/relaties én het ziekenhuis is het prettig een contactpersoon aan te wijzen. Hij/zij kan informatie geven over uw gezondheidstoestand en aanspreekpunt zijn voor het bezoek. Kies een contactpersoon die u goed kent, en goed bereikbaar is. Het ziekenhuis verstrekt overigens alleen informatie met uw toestemming.

21. Vragen?
Hebt u vragen over de medische zorg, stel deze dan gerust aan uw arts tijdens het polikliniekbezoek of tijdens uw verblijf op de afdeling. U kunt ook bellen naar de verpleegkundig consulenten Orthopedie Ingrid Wippert of Hannie Elskamp-Meijerman. Zij houden telefonisch spreekuur op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag van 11.00 tot 12.00 uur en op vrijdag van 10.00 tot 11.00 uur, tel. (0570) 53 53 53 en vraag naar toestel 2765.

Voor vragen over de opname belt u naar de Opname, tel. (0570) 53 51 30. Ook kunt u met vragen de afdeling fysiotherapie bellen, tel. (0570) 53 50 35.