Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Hamerteen en klauwteen

Hamerteen en klauwteen

Allereerst zal uw behandelend arts geproberen uw klachten te verhelpen zonder hiervoor een operatie uit te voeren (conservatief). Dit kan door u een schoenadvies te geven, of steunzolen voor te schrijven. Als ondanks bovenstaande maatregelen de pijnklachten aanhouden, kan een operatieve behandeling voorgesteld worden. Opereren vanwege uitsluitend het cosmetische aspect van de standsafwijking van de grote teen is géén indicatie voor een operatie.
 
Operatie
De operatie kan plaatsvinden onder plaatselijke (lokale) verdoving, via een ruggenprik of algehele narcose. Dit is afhankelijk van de ernst van de klauwteen en voorkeur van de chirurg. Bij een hamerteencorrectie wordt het gewricht t ussen het eerste en tweede kootje van de teen verwijderd, inclusief een deel van het eerste kootje. Bij het vastzetten (artrodese) wordt weinig bot weggehaald en groeien de kootjes aan elkaar vast, ook kan besloten worden meer bot weg te halen en de kootjes niet te laten vastgroeien. In het begin is de teen slap, door vorming van stug littekenweefsel krijgt de teen uiteindelijk weer stevigheid. Door deze ingrepen wordt de teen korter en zal de teen geen drukproblemen meer kunnen veroorzaken. Soms is het nodig om het kapsel van het gewricht tussen het middenvoetsbeentje en de hamerteen los te maken, of om de strekpees te verlengen. De teen kan tijdelijk met een metalen pennetje in de gewenste stand gefixeerd worden.
 
Nabehandeling
Na de operatieve correctie van een hamerteen mag u diezelfde dag naar huis. Er zit op dat moment een groot verband om de teen en u mag niet zelf autorijden. Na enkele dagen rust mag u weer voorzichtig op de voet gaan lopen met een van te voren aangemeten klittenbandschoentje.
 
Als er een metalen pennetje in de teen geplaatst is, mag u wel op de hiel of de platte voet lopen, maar niet op de tenen, omdat het pennetje zou kunnen breken. Na 3 tot 4 weken wordt het metalen pennetje op de gipskamer verwijderd.
 
De geopereerde teen kan nog maanden na de operatie dik worden. Ook past u in de eerste weken na de operatie soms nog niet in uw eigen schoenen.
 
Complicaties

 
Wondinfectie:

In dit geval zult u enkele keren extra gecontroleerd worden en mogelijk gedurende een aantal dagen behandeld worden met antibiotica in tabletvorm.
 
Trombosebeen:

Hoewel het hier een kleine ingreep betreft is er altijd een klein risico op het krijgen van trombose. Daarom wordt geadviseerd na de operatie zo snel mogelijk uw kuitspier te gaan oefenen. Dit doet u door uw voet telkens op en neer te bewegen ("richting de neus trekken en naar de grond te bewegen.")
 
Recidief:

Soms groeien de teen, jaren na de eerste operatie, terug in de oude stand. De operatie kan dan nog een keer herhaald worden.