Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Gebroken heup of heupfractuur - operatie

Gebroken heup of heupfractuur - operatie

U bent opgenomen in het Deventer ziekenhuis met een gebroken heup, meestal ten gevolge van een val of ongeval. Hier leest u meer over een heupfractuur, de verschillende soorten breuken, de verschillende soorten operatietechnieken en de nazorg.

Gebroken heup of heupfractuur
Een gebroken heup is een probleem dat regelmatig voorkomt bij vooral ouderen door een val of een ongeval. De weg naar herstel is vaak moeilijk. De chirurg zal, in overleg met verschillende artsen, bepalen welke behandeling voor u het beste is.

Soorten breuken

Dijbeenhalsbreuk (collumfractuur)
 Dit is een breuk in het bovenste deel van uw dijbeen. De bloedvoorziening naar de afgebroken heupkop kan in gevaar komen. Daardoor kan uw heupkop (deels) afsterven. U kunt last krijgen van veel pijn. 

Breuk in de verdikking van het heupgewricht
(pertrochantere fracturen)

Deze breuk bestaat meestal uit meerdere delen. Dat maakt de breuk extra onstabiel en onstevig. 
Breuk direct onder de verdikkingen
(subtrochantere fracturen)

Deze breuk komt niet zo vaak voor en is meestal het gevolg van een ziekte die het bot aantast (bijvoorbeeld osteoporose). 
Klachten bij een gebroken heup en mogelijke operaties
Na de val of ongeval is er sprake van veel pijn. Het is meestal niet meer mogelijk om te lopen of te staan op het aangedane been. Bij binnenkomst in het ziekenhuis worden röntgenfoto’s gemaakt van uw heup. Wanneer blijkt dat uw heup gebroken is, wordt in overleg een besluit genomen over een operatie.

Afhankelijk van de breuk zijn verschillende operaties mogelijk:
Gannet plaatfixatie
Vrij nieuw implantaat, met speciale schroef en plaat. Ontworpen voor collumfracturen. De heupkop wordt behouden en wordt gerepareerd.
Gannet plaatfixatie.jpg


Kop-/halsprothese:
Uw specialist vervangt uw heupkop door een prothese.
  

Bron: Franciscus ziekenhuis Roosendaal.

​Totale heupprothese (THP)
De heupkop en de heupkom worden vervangen door protheses.
Welk  prothese wordt gebruikt, hangt af van uw situatie.
Totale heupprothese.jpg

Intramedullaire pen (PFNA)
De heupkop wordt behouden en wordt gerepareerd met behulp van een pen die gefixeerd wordt met schroeven en pinnen. Deze techniek wordt gebruikt bij trochantere fracturen.
Intramedullaire pen PFNA.jpg

​Dynamische heupschroef (DHS)
De heupkop blijft behouden en wordt gerepareerd met behulp van een schroef en een plaat.
Dynamische heupschroef.jpg

Er wordt gestreefd naar een direct belastbare oplossing. Dit betekent dat u een dag na de operatie alweer op het geopereerde been kan proberen te staan. Het streven is dat u na binnenkomst op de Spoedeisende Hulp binnen 24 uur geopereerd bent.
 
Contactpersoon
Voor u, uw familie/relaties en de medewerkers van de afdeling is het belangrijk om een contactpersoon aan te wijzen. Van een contactpersoon wordt verwacht dat hij/zij de familie/relaties informeert over uw gezondheidstoestand. Zorg dat uw familie/relaties hiervan op de hoogte zijn. Het is belangrijk dat het een persoon is die u goed kent en die ook goed bereikbaar is. De verpleegkundige verstrekt uitsluitend informatie met uw toestemming. Het is de bedoeling dat uw contactpersoon zoveel mogelijk ook voor uw bezoekers de contactpersoon is.
 
Opnamegesprek
Bij opname op de afdeling wordt een opnamegesprek gevoerd met u en meestal met uw contactpersoon erbij. Samen kunnen we dan goed in kaart brengen hoe uw situatie eruit zag voordat u opgenomen bent. Daar horen ook vragen bij over uw voedingstoestand, hoe uw thuissituatie eruit ziet en of u al hulp krijgt. Tevens wordt bij mensen boven de 70 jaar een uitgebreide vragenlijst ingevuld om extra risico’s in kaart te brengen en daar de zorg op aan te passen.
 
Benodigdheden
Als u acuut bent opgenomen, heeft u zich niet kunnen voorbereiden op de opname en operatie. Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis heeft u echter wel een aantal zaken nodig. Vraag uw contactperso(o)n(en) om onderstaande benodigdheden voor u mee te nemen:
  • ondergoed
  • nachtkleding
  • makkelijk zittende kleding
  • toiletartikelen
  • badjas
  • stevige, ingelopen schoenen
  • medicijnen / inhalatiemedicatie/zelfzorg
  • looprekje/ krukken (in overleg met fysiotherapeut)
  • eventueel wat persoonlijke eigendommen, zoals foto’s

Tevens adviseren wij om waardevolle spullen (zoals portemonnee en sieraden) aan uw contactperso(o)n(en) mee te geven. 
 
Informatie rondom de operatie

  • Voor de operatie moet u nuchter blijven. Dit betekent dat u niet mag eten, drinken en roken. Tot 2 uur voor de operatie mag u wel af en toe een slokje water drinken.
  • U krijgt een operatiejasje aan. Dit is het enige dat u dan aan mag hebben.
  • U heeft een catheter gekregen op de Spoed Eisende Hulp of u krijgt een catheter tijdens de operatie. Deze zal verwijderd worden indien u zich weer wat beter kunt bewegen.
  • Ook krijgt u een infuus waardoor vocht en medicijnen toegediend kunnen worden.
  • Als u naar de operatieafdeling mag, zal de verpleging dit doorgeven aan uw 1e contactpersoon.
  • De operatie vindt meestal plaats onder regionale verdoving door middel van een ruggenprik. Meestal zal u niet kunnen zitten en daarom wordt de ruggenprik gegeven als u een roesje heeft. Dit bespreekt de anesthesioloog met u. U kunt tijdens de operatie met een koptelefoon luisteren naar muziek. Als u tijdens de operatie wilt slapen, dan kunt u dit bespreken met de anesthesioloog.
  • De operatie duurt gemiddeld 1.5 uur.
  • De arts belt na de operatie de 1e contactpersoon.
  • Na de operatie verblijft u enige tijd op uitslaapkamer of op de intensive care (als de uitslaapkamer gesloten is). Als de controles zoals bloeddruk en hartslag goed zijn, dan gaat u weer terug naar de afdeling.
  • Als u weer terug bent op de afdeling belt de verpleging de 1e contactpersoon en kan hij/zij bij u langs komen.
  • Op de afdeling komt de verpleegkundige regelmatig controleren hoe het met u gaat. De verpleegkundige controleert of uw hartslag, bloeddruk, zuurstofgehalte en temperatuur goed zijn. Ook kijkt hij/zij naar de wond en vraagt of u pijn heeft of misselijk bent. Geef op tijd aan als u iets wilt krijgen tegen de pijn of de misselijkheid.
  • De dag van de operatie blijft u op bed om de wond rust te geven. De dag na de operatie proberen we u al weer op de rand van het bed of op de stoel te helpen met behulp van verpleging. Uit onderzoeken is gebleken dat dit uw herstel ten goede komt.
  • De fysiotherapie komt de 1e dag na de operatie langs om met u te oefenen op bed.  
Kans op verwardheid
Bij oudere patiënten kan er verwardheid optreden, of dat verwardheid die al in enige mate aanwezig was, verergert. Dit kan komen door allerlei oorzaken. Dit is heel vervelend, maar komt veel voor en is goed te behandelen. Tijdens de opname en vlak na de operatie is de kans op verwardheid groter. Mocht u aan uzelf (of uw familie aan u) merken dat u anders reageert dan zoals ze u kennen, dan horen wij dit graag. Om verwardheid proberen te voorkomen en/of te behandelen zullen de verpleegkundigen extra alert zijn op de eerste verschijnselen hiervan en zo nodig actie ondernemen.
  • Inschakelen van een geriater (specialist in ouderenzorg).
  • In overleg met de geriater zo nodig medicatie toedienen.
  • Wanneer het mogelijk is u op een 1- persoonskamer verplegen.
  • U zo snel mogelijk op de stoel helpen.
  • Uw familie of bekenden inschakelen.
  • Eigen foto’s en/of andere vertrouwde spullen voor u mee laten nemen.
  • De mogelijkheid bestaat dat u onrustig bent. In overleg met u en uw familie kunnen wij hiervoor hulpmiddelen inzetten voor uw veiligheid.
  • Over een acute verwardheid/delier is meer informatie te vinden in de folder ‘acute verwardheid’. Te verkrijgen bij de verpleging.

Verder worden alle 70+ patiënten eens per week besproken tijdens een multidisciplinair overleg, waarbij de chirurg, de physician assistant (PA), de geriater en een verpleegkundige aanwezig zijn. Samen kijken ze naar uw situatie en wat er gedaan kan worden om u de best mogelijke zorg te geven.
 
Mogelijke complicaties

Complicaties bij een heupoperatie kunnen zijn:
  • Infectie.
    Om dit te voorkomen krijgt u onder andere preventief antibiotica tijdens de operatie.
  • Nabloeding.
  • Luxatie van de heup.
    Dit geldt alleen bij een totale heupprothese of een kop/halsprothese. Dit wil zeggen dat de heupkop uit de kom kan schieten. Dit risico bestaat tot 3 maanden na de operatie en neemt langzaam af. Adviezen om een luxatie te voorkomen zijn:
    • draai alleen op uw zij met een kussentje tussen de benen en in het bijzijn van een verpleegkundige
    • draai het geopereerde been niet naar buiten of naar binnen
    • ga niet met uw benen (knieën) over elkaar zitten
    • houd de knieën en heup in een rechte lijn
    • blijf gedurende 6 weken op uw rug slapen (tot aan controle bij de specialist)
  • Tijdens de operatie is er een zeer kleine kans op zenuwletsel.
  • Trombose.
    Ten gevolge van de operatie, is de kans op trombose vergroot. Om de kans hierop te verkleinen krijgt u gedurende enkele weken een antistollingsmiddel (‘bloedverdunner’).
  • Ten gevolge van langdurige bedrust:
    • Doorliggen/ decubitus
      Ter preventie hiervan ligt u al op een anti-decubitusmatras en krijgt u soms blauwe sloffen aan uw voeten. U kunt zelf het volgende doen:
      • regelmatig uw billen optillen van het laken
      • niet met de hielen over het onderlaken schuren
      • pijnklachten tijdig en duidelijk aangeven, zoals: pijn aan de stuit, billen of hielen.
    • Verstijving, veroorzaakt door het samentrekken van spieren in een bepaalde houding. U kunt zelf het volgende doen:
      • oefeningen te doen van de fysiotherapie
      • gebruik geen kussentje in de knieholte
    • Longontsteking. U kunt zelf het volgende doen:
      • elk uur een paar maal diep in en uit te ademen
      • proberen 3 x per dag op de stoel te gaan en te oefenen met fysiotherapie
      • goed rechtop zitten met eten/drinken zodat u zich niet verslikt
    • Verstopping, doordat u minder beweegt in combinatie met medicatie die u soms gebruikt. U kunt zelf het volgende doen:
      • veel drinken
      • veel fruit en vezels eten
      • regelmatig bewegen

Medicatie
Na de operatie krijgt u naast uw eigen medicijnen enkele medicijnen die u thuis niet gebruikte.

  • Pijnstillers: U krijgt standaard verschillende soorten pijnstillers. Het is belangrijk dat u bij de verpleging aangeeft wanneer u toch veel pijn heeft. Dan kunt u mogelijk wat extra pijnstilling krijgen in overleg met de arts.
  • Bloedverdunner: Zoals hierboven bij complicaties al beschreven is de kans op trombose ten gevolge van de operatie vergroot. Om dit te voorkomen, begint u op de dag van de operatie met een antistollingsmiddel. Dit is meestal een fraxiparine spuit. Deze spuitjes worden 1x per dag in uw buik gespoten.

Bij ontslag krijgt u een recept hiervoor mee. Tevens krijgt u een beschrijving mee waarop staat hoe u de pijnstillers af kunt bouwen.
 
Start revalidatie gedurende verblijf in ziekenhuis
Het revalidatieprogramma kan direct beginnen en ziet er als volgt uit:

  • Vanaf de 1e dag na de operatie en daarna, gaat u op de stoel onder begeleiding van een verpleegkundige en krijgt u oefeningen van de fysiotherapeut. U krijgt duidelijke uitleg over wat u wel en niet mag doen.
  • Vanaf de 2e dag begint u met loopoefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut totdat u zelfstandig kunt lopen met een looprekje of krukken. U mag uw been daarbij belasten, tenzij de chirurg daarvoor geen toestemming geeft. De fysiotherapeut geeft u instructies hoe en hoe lang u na de operatie met looprekje/krukken moet lopen.
  • Wanneer de revalidatie voorspoedig verloopt, is het streven dat u enkele dagen (gemiddeld 5 dagen), na de operatie thuis of in een vervolgvoorziening verder zult gaan revalideren.
  • In overleg met u, uw contactpersoon en het TLB (transmuraal logistiek bureau), zal beoordeeld worden, welke nazorg u nodig heeft. Heel soms is dat naar huis gaan met thuiszorg en fysiotherapie, maar meestal wordt geadviseerd om te gaan revalideren in een  instelling.

Ontslag
​Als u naar huis gaat is het belangrijk dat u enkele aanpassingen in huis heeft. U wordt geadviseerd om het volgende te regelen:

  • Een verhoogd toilet, zodat u in rechte hoek van 90 graden zit. Leen zo nodig een toiletverhoger.
  • Hoge stoel in de woonkamer, zodat u gemakkelijk op kunt staan.
  • Een verhoogd bed. Leen zo nodig klossen.
  • Een stoel met leuningen in de douche.
  • Handgrepen in de douche en het toilet.
  • Regel tijdens uw opname al een eigen looprek en/of krukken.

Als u naar een vervolgvoorziening gaat, zal de revalidatieplek voor hulpmiddelen zorgen. Er is een folder met meer informatie over het PW Janssen in Deventer. Hier hebben ze veel ervaring met revalidatie na een gebroken heup.

Bij ontslag zorgen we dat het volgende geregeld is:

  • Recept voor uw eigen apotheek of de apotheek van de zorginstelling.
  • Overdracht voor verzorging/verpleging.
  • Vervoer (vaak wordt een rolstoeltaxi geadviseerd, die u zelf moet betalen).
  • Overdracht voor fysiotherapie.
  • Vervolgafspraken. 6 weken en 3 maanden na de operatie is er nog een controleafspraak op de polikliniek. Voor de afspraak wordt meestal eerst een röntgenfoto van de heup gemaakt.
  • Brief voor (huis)arts wordt meestal digitaal verzonden.
  • Informatie met leefregels.
  • Informatie met tips voor afbouwen pijnmedicatie.met tips voor afbouwen pijnmedicatie.

Wanneer contact opnemen?
Als u ontslagen bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt in de periode voor uw eerste controle op de polikliniek, neem dan contact op met de Traumachirurgie poli, tel. (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.

  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • roodheid en/of zwelling van het operatiegebied;
  • nabloeding;
  • (toename van) pijn;
  • als u de situatie niet vertrouwt.
Vragen / verhinderd?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze gerust aan uw behandelend specialist. physician assistant, de verpleegkundige of fysiotherapeut. Het nummer van afdeling D2 is, tel.: (0570) 53 53 75.