Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Ganglion

Ganglion

Wat is een ganglion?
Een ganglion is een goedaardige holte die gevuld is met geleiachtig vocht. Hij ontstaat vanuit een gewrichtskapsel of peesschede. Een ganglion komt meestal voor aan de pols, maar kan zich ook op andere plaatsen voordoen, bijvoorbeeld aan de voet of enkel. Er is bijna nooit een duidelijke oorzaak voor. Een ganglion ziet eruit als een bobbel. U kunt last hebben van pijn en verminderde kracht in uw pols (of voet of enkel). De diagnose wordt meestal gesteld op basis van uw verhaal en het onderzoek door de specialist. Soms wordt extra onderzoek in de vorm van een echo gedaan.

Voorgestelde behandeling
Uw specialist heeft voorgesteld om vanwege uw klachten de ganglion te behandelen. Dat kan op 2 manieren: met een operatie of een punctie. Bij de punctie zuigt de specialist de ganglion met een naald leeg. Bij de operatie verwijdert hij de ganglion in zijn geheel. Hierbij wordt soms een deel van het gewrichtskapsel of peesschede waar de ganglion vanuit gaat, meegenomen. Uw specialist geeft aan voor welke behandeling u in aanmerking komt.

Er is een kans dat de behandeling niet slaagt of dat de ganglion terugkomt. Die kans is het grootst na een punctie. Uw specialist kan dan besluiten de ganglion nogmaals leeg te zuigen of operatief te verwijderen.

Risico’s

Punctie
Het leegzuigen van een ganglion kent geen risico’s.

Operatie
Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo bestaat ook bij de operatie van een ganglion een kleine kans op complicaties, zoals een nabloeding of infectie van de wond. Ook kan er een klein zenuwtakje van de huid beschadigd raken, waardoor u minder gevoel heeft in de buurt van het geopereerde gebied.

Hoe kunt u zich voorbereiden?
Tijdens uw polikliniekbezoek bespreekt uw specialist de behandeling met u. Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen (ook aspirine) of bent u overgevoelig voor jodium en/of pleisters? Geef dit in het gesprek aan.

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Meenemen
Wilt u de volgende spullen meenemen naar het ziekenhuis?

  • Uw patiëntenpas.
  • Een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt. U kunt dit krijgen bij uw apotheek.

Melden
U komt op de dag en tijdstip die met u zijn afgesproken naar het ziekenhuis. De verpleegkundige belt u de dag voor de behandeling. Hij of zij vertelt u op welke afdeling u verwacht wordt. Ontvangt u de boodschap op uw voicemail, luister die dan helemaal af.

Voor de behandeling
Een verpleegkundige ontvangt u en maakt u wegwijs op de afdeling.

Hoe verloopt de behandeling?


Punctie

De punctie gebeurt tijdens uw bezoek aan de polikliniek. Uw specialist prikt met een naald de ganglion aan en zuigt de holte leeg. Als de specialist het nodig acht, spuit hij voor of na het leegzuigen een vloeistof (corticosteroïdenpreparaat) in. Die moet het terugkeren van de zwelling voorkomen. Dan legt de verpleegkundige een drukverband of een pleister aan op de plaats waar u geprikt bent.

Operatie
De ingreep vindt poliklinisch of in dagbehandeling plaats op de operatiekamer. U krijgt verdoving toegediend, zoals afgesproken met de anesthesioloog. De specialist maakt een snee in uw huid. Hij verwijdert de ganglion en – als dat nodig is – een deel van het gewrichtskapsel of de peesschede. Hij sluit de wond met oplosbare hechtingen. De operatieassistent legt een drukverband en eventueel een mitella aan.

Tijdsduur
Een punctie duurt ongeveer 10 minuten; de operatie ongeveer 0,5 uur.

Na de behandeling

Punctie
Na de punctie kunt u meteen naar huis.

Operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Als alle controles goed zijn, kunt u weer naar de afdeling. Als de verdoving is uitgewerkt, kan de wond pijn doen. U kunt paracetamol gebruiken: maximaal 4 keer 2 tabletten van 500 mg per dag. De operatiewond heeft ongeveer 2 weken nodig om te genezen. In het begin kunnen er een lichte zwelling en een bloeduitstorting rondom de wond aanwezig zijn, dit gaat vanzelf over.

Naar huis: waar moet u op letten?

Punctie
Hebt u drukverband gekregen? Dan mag u dat 1 dag na de behandeling verwijderen.

Operatie
U mag dezelfde dag of de dag na de operatie naar huis.

Leefregels

Punctie

Er zijn geen beperkingen; u kunt uw dagelijkse activiteiten weer oppakken.

Operatie
De wond heeft rust nodig om te genezen, maak daarom geen bewegingen die druk op de wond uitoefenen. Oefen en beweeg uw hand en vingers zonder kracht te gebruiken. Houd uw hand en pols omhoog (boven uw hart) om zwelling en pijn (veroorzaakt door stuwing) te voorkomen. Draag uw arm de eerste dagen overdag in een mitella. Intensief buigen en strekken is de eerste weken niet goed. Ook kunt u die periode beter geen zware dingen tillen met uw geopereerde hand. De meeste patiënten kunnen vrij snel na de operatie weer hun dagelijkse activiteiten oppakken.

Controle op de polikliniek

Punctie
U hoeft niet voor nacontrole naar het ziekenhuis te komen, tenzij uw specialist anders met u afspreekt.

Operatie
Na 1 tot 2 weken komt u bij de wondverpleegkundige voor een nacontrole. U krijgt hiervoor na de behandeling een afspraak mee. U kunt zich melden bij de polikliniek Heelkunde, route 77.

Met wie kunt u contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt in de periode voor uw eerste controle op de polikliniek, neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde, tel. (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.
  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • infectie van de wond;
  • nabloeding;
  • toename van pijn;
  • als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen / verhinderd?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw specialist. U kunt bellen op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur naar de polikliniek Heelkunde, tel. (0570) 53 50 60. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door.

Context menu