Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Galblaasoperatie

Galblaasoperatie

Het verwijderen van de galblaas kan op 2 manieren plaatsvinden. Hier leest u meer over deze behandelmethoden, de opname en het herstel.

Voorgestelde behandeling
Als uw klachten duidelijk te wijten zijn aan galstenen of een galblaasontsteking, moet uw galblaas verwijderd worden. Dat kan op 2 manieren: met een kijkoperatie (laparoscopie) of met een “klassieke” operatie (snee in de buik). Uw specialist bespreekt met u welke methode in uw geval het beste is. De voorkeur gaat vaak uit naar de kijkoperatie, omdat die voor u het minst belastend is. Maar er kunnen omstandigheden zijn (bijvoorbeeld als er sprake is van een ernstig ontstoken galblaas) waarin een klassieke operatie beter is. Houd er altijd rekening mee dat een bedoelde kijkoperatie toch kan eindigen in een klassieke operatie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de galblaas veel ernstiger ontstoken blijkt dan aanvankelijk werd gedacht.

Risico's
Na iedere operatie kunnen complicaties optreden, zoals: trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfectie. Deze complicaties komen zelden voor en kunen vrijwel altijd goed behandeld worden. U blijft hooguit wat langer in het ziekenhuis. Een ernstige complicatie van de galblaasoperatie is een beschadiging van de galwegen. De gevolgen hiervan zijn afhankelijk van de aard en het tijdstip waarop het ontdekt wordt. Een hersteloperatie kan noodzakelijk zijn. Gelukkig komt deze complicatie zelden voor.

Hoe kunt u zich voorbereiden?

Preoperatieve screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

U hoeft uw buik thuis niet te scheren. Mocht uw specialist dat nodig vinden, dan gebeurt het op de operatieafdeling.

Meenemen
Wilt u de volgende spullen meenemen naar het ziekenhuis?

  • Uw patiëntenpas.
  • Een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt. U kunt dit krijgen bij uw eigen apotheek. Houd het overzicht bij u; er kan in het ziekenhuis meerdere keren om gevraagd worden.
  • Toiletartikelen, ochtendjas, pantoffels en pyjama.
    Waardevolle spullen en sieraden kunt u beter thuis laten.

Melden
De dag voor de operatie belt de verpleegkundige u ’s middags over het tijdstip dat u zich moet melden. Ontvangt u de boodschap op uw voicemail, luister dan het hele bericht af. Kom op de afgesproken dag en tijdstip naar de afdeling waar u verwacht wordt. De verpleegkundige ontvangt u en geeft u informatie over de gang van zaken.

Hoe verloopt de operatie?
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De anesthesioloog dient uw verdoving toe, zoals afgesproken tijdens de preoperatieve screening.

Kijkoperatie
De specialist maakt eerst een sneetje vlakbij de navel en brengt via dit sneetje een laparoscoop in uw buik. Dat is een lange rechte pijp met een kleine camera en een lampje erop. Uw buik wordt opgevuld met gas (kooldioxide), da t zorgt voor goed zicht. De specialist kan via een monitor binnenin uw buik kijken. Vervolgens worden er nog een paar sneetjes in uw buik gemaakt. Door deze sneetjes brengt de specialist een instrument in waarmee de galblaas verwijderd wordt.

Klassieke operatie
De specialist begint met de operatie en maakt een opening van ongeveer 10 tot 20 cm in uw buik. Het is een rechte snee van boven naar beneden in uw bovenbuik of een schuine snee aan de rechterkant van uw buik onder de ribben. Daarna verwijdert de specialist de galblaas. Eventueel worden galstenen uit de galwegen verwijderd. Soms wordt een drain aangelegd voor het afvoeren van gal en/of wondvocht.

Tijdsduur
De kijkoperatie duurt ongeveer 90 minuten; de klassieke operatie ongeveer 2 uur.

Na de operatie
U wordt na de operatie wakker op de uitslaapkamer. Als u voldoende wakker bent, gaat u terug naar uw verpleegafdeling. Direct na de operatie kunt u misselijk zijn en dorst hebben. Tegen de misselijkheid kunt u medicijnen krijgen; vraag daar gerust naar. De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk, uw polsslag en het verband. Als u niet misselijk bent na de operatie, mag u snel wat drinken. Als u dit goed verdraagt, mag u snel weer uw normale dieet hervatten.

De eerste dagen na de operatie is de wond nog gevoelig. Daardoor kunnen alle bewegingen
pijnlijk zijn, net als diep ademhalen en hoesten. Dit is erger na de klassieke operatie, omdat daarbij een grotere wond wordt gemaakt. U kunt de verpleegkundige om een pijnstiller vragen.

Kijkoperatie
Het gas (kooldioxide) in uw buik kan uw middenrif een beetje prikkelen. Daardoor kunt u na de operatie 24 tot 48 uur last hebben van een gevoelige schouder. Dit gaat vanzelf over.

Klassieke operatie
Sommige patiënten krijgen een wonddrain. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht bepaalt uw specialist wanneer de drain verwijderd mag worden. Het kan nodig zijn om u tijdens de narcose een blaaskatheter te geven. Dat is een dun, plastic slangetje waardoor de urine wordt afgevoerd. Deze katheter wordt tijdens de narcose weer verwijderd, maar u kunt na de operatie een beetje branderige pijn voelen tijdens het plassen. Dit verdwijnt vanzelf. U kunt ook een maagsonde krijgen. Dat is een slangetje dat via de neus naar de maag loopt. Hierdoor blijft uw maag na de operatie leeg en dat voorkomt dat u moet overgeven. Uw specialist bekijkt wanneer de maagsonde verwijderd mag worden.

Uitslag
De zaalarts zal u vertellen hoe de operatie verlopen is. Als er galstenen in de galblaas zaten krijgt u die in een potje mee. Van het weefselonderzoek krijgt u de uitslag als u voor controle op de polikliniek komt.

Naar huis: waar moet u op letten?
Na de kijkoperatie mag u vaak de volgende dag naar huis, in overleg met de specialist of zaalarts. Ontslag na de klassieke operatie is, afhankelijk van het herstel, na enkele tot meerdere dagen. De wond heeft geen speciale verzorging nodig. Zo nodig krijgt u verbandmateriaal of een recept daarvoor mee.

Leefregels
U kunt 2 dagen na de ingreep weer douchen. Wacht met in bad gaan en zwemmen tot na de poliklinische controle. Wees de eerste periode voorzichtig met het eten van vet. Een vetarm dieet volgen is niet nodig; u merkt vanzelf welke producten u wel en niet verdraagt. U zult snel weer kunnen eten wat u gewend was. Doe het thuis de eerste tijd rustig aan met alle bewegingen en activiteiten die pijnlijk zijn. Zodra de wond genezen is, mag u alle normale activiteiten weer hervatten.

Klassieke operatie
De meeste mensen kunnen 3 weken na ontslag uit het ziekenhuis weer werken. Als u zwaar lichamelijk werk doet, mag u pas na 6 weken weer aan de slag.

Kijkoperatie
Hebt u een laparoscopische galblaasoperatie ondergaan, dan kunt u waarschijnlijk al eerder weer aan het werk.

Controle op de polikliniek
Na 10 tot 12 dagen komt u naar de polikliniek Heelkunde voor een controle. U krijgt hiervoor een afspraak mee. De wondverpleegkundige bespreekt met u uw herstel, controleert de wond en verwijdert zo nodig de hechtingen. Ook krijgt u de uitslag van het weefselonderzoek.

Wanneer contact opnemen?
Als u thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met polikliniek Heelkunde, tel. (0570) 53 50 60. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp: (0570) 53 53 00.

  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • hevig roodheid en/of zwelling van het operatiegebied;
  • nabloeding;
  • toename van pijn;
  • als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen / verhinderd?
Hebt u nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw behandelend specialist of verpleegkundige. U kunt bellen met de polikliniek Heelkunde op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur naar (0570) 53 50 60. Bent u onverwacht verhinderd? Geef dit dan tijdig door.