Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Darmstoma opheffen

Darmstoma opheffen

De specialist heeft in overleg met u besloten het darmstoma op te heffen. HIer kunt u de informatie die de specialist u heeft gegeven nog eens nalezen. Ook komt de voorbereiding, opname en het herstel van de operatie aan de orde. Het kan zijn dat uw situatie afwijkt van hetgeen hier beschreven wordt.

Voorgestelde behandeling
Na deze operatie waarbij het stoma wordt opgeheven is de kunstmatige uitgang gesloten en komt de ontlasting weer via de anus. U  kunt weer gewoon naar het toilet.

Bij een stoma met 2 uitgangen worden beide uitgangen dichtgemaakt en de darm wordt weer via “de stomaopening” in de buik teruggelegd. U heeft geen buikwond.

Bij een stoma met 1 uitgang wordt uw buikwond weer opengemaakt. De specialist zet het uiteinde van het stoma weer aan de uiteinde van de darm die afgesloten in de buik lag.

Risico’s
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is er ook bij een operatie aan de darm kans op complicaties zoals trombose, longontsteking, nabloeding of een wondinfectie.

Bij een operatie aan de darm kan zich ook een specifieke complicatie voordoen, een naadlekkage. Naadlekkage is een lek in de aansluiting van de 2 darmdelen. In dit geval volgt er meestal opnieuw een operatie en wordt er weer een stoma aangelegd.

Een andere complicatie specifiek voor een buikoperatie is een ileus, waarbij de darmen stilliggen. Dit uit zich door een opgezette buik, braken en het uitblijven van windjes en ontlasting. In dit geval wordt er meestal een neus-maagslang ingebracht om maagsap af te voeren en verder onderzoek gedaan.

Voorbereiding

Preoperatieve anesthesiologische screening
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving ) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. Hij en zijn anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Thuis
U hoeft zich vooraf niet te scheren. Als het nodig is, wordt dit op de operatiekamer gedaan. Als u een roker bent wordt aangeraden te stoppen voor de operatie. Verder adviseren we u enkele dagen voor de operatie geen alcohol meer te drinken. Belangrijk is ook om gezond te eten en actief te blijven tot uw opname. Neem contact met ons op als u vooraf buikpijn heeft, of problemen met uw stoelgang.

Meenemen

  • afsprakenkaart;
  • patiëntenpas;
  • als u thuis medicijnen gebruikt, neem ze dan mee in originele verpakking;
  • nachtkleding, ondergoed, pantoffels en een ochtendjas;
  • toiletartikelen (kam, tandenborstel, tandpasta, shampoo en dergelijke);
  • draag geen sieraden en laat waardevolle spullen thuis.

Dag voor opname
Thuis mag u op de dag voor u opgenomen wordt nog gewoon de avondmaaltijd gebruiken. Daarna mag u alleen nog heldere dranken gebruiken zoals, zwarte koffie, bouillon, thee, appelsap. Soms schrijft de specialist extra (heldere) dranken voor die u deze avond en de volgende ochtend moet drinken.

Melden
U hebt een opnamebrief gekregen met daarin de datum en het tijdstip waarop u zich kunt melden bij de balie van afdeling C2. U wordt de dag van de operatie opgenomen.

Dag van opname en operatie
Meldt u zich op het afgesproken tijdstip op afdeling C2. U hoeft voor de operatie niet gelaxeerd te worden. De verpleegkundige zal u zo nodig nog medicijnen geven die u met een slokje water mag innemen.

Operatie
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De anesthesioloog brengt een infuus in en plaatst via een ruggenprik een heel dun slangetje tussen de ruggenwervels om pijnstillende medicijnen te kunnen toedienen tijdens en na de operatie. Via het infuus wordt de narcose toegediend.

Stoma met 2 uitgangen
Uw stoma wordt losgemaakt van uw huid. Het stukje darm wordt iets naar buiten gehaald
en de twee uiteinden van de darm worden weer aan elkaar gehecht. De darm wordt daarna teruggelegd in uw buik. In de oude stomaopening kan tijdelijk een gaasje achtergelaten worden. De wond blijft open.

Stoma met 1 uitgang
Via een snede in de buik wordt uw buik weer geopend. Uw stoma wordt losgemaakt van de huid en in de buikholte worden de twee uiteinden van de dikke darm aan elkaar gehecht.

Duur
De operatie duurt ongeveer 1,5 tot 3 uur.

Na de operatie
Na de operatie belt de specialist met uw naasten/contactpersoon om te vertellen hoe het verlopen is. Als u weer op de afdeling bent, zal de verpleegkundige dat nog een keer doen. U kunt een slangetje in de neus hebben voor extra zuurstof. Via het infuus krijgt u de eerste dag of dagen extra vocht toegediend totdat u zelf voldoende drinkt. U heeft mogelijk na de operatie een slangetje in de rug voor de pijnbestrijding en een slangetje in de blaas (urinekatheter). De anesthesioloog regelt met u de pijnstilling na uw operatie, zoals met u is afgesproken tijdens de preoperatieve screening.

Het gaasje wordt 1-2 dagen na de operatie uit de wond  gehaald. De wond wordt dan uitgespoeld of uitgedoucht. Deze wond groeit vanzelf weer dicht.

Na 3 tot 4 dagen wordt de urinekatheter verwijderd, nadat het slangetje in de rug is verwijderd. Na de operatie ligt u de eerste dagen op onze unit ’Complexe zorg‘ om u zo goed mogelijk te verzorgen. Na enkele dagen verhuist u naar een andere kamer. Dagelijks komt de zaalarts bij u langs om te bespreken hoe het met u gaat. De zaalarts werkt nauw samen met de behandelend specialist. Als u en/of uw familie/naaste behoefte heeft aan een gesprek met de zaalarts dat kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige. Dan wordt een afspraak gemaakt.

De uitslag
De zaalarts zal met u bespreken hoe de operatie verlopen is.

Ontlasting
Omdat uw sluitspier langere tijd niet heeft gewerkt, kan het zijn dat u de eerste tijd de ontlasting niet voelt aankomen. Over het algemeen zult u vaker naar het toilet gaan. Uw ontlasting is in het begin dun. Na enige tijd wordt de ontlasting vaster. Deze klachten kunnen 6 weken tot 3 maanden aanhouden en verdwijnen na verloop van tijd meestal spontaan. U kunt zelf uw bekkenbodemspieren trainen om de controle over de ontlasting te verbeteren. De verpleegkundige kan u hierover uitleg geven.

Snel herstellen
Na uw darmoperatie volgt u het ‘Snel Herstel’ programma. Inzet is dat we u helpen om zo snel mogelijk na de operatie te herstellen. Dat kan door:

  • Spoedig starten met werken aan uw mobiliteit. Op de dag van de operatie zit u al even met de benen buiten bed. De dagen na de operatie mobiliseert u aan de hand van een schema.. Dit is onder meer van groot belang om geen spierkracht te verliezen. Bovendien worden ademhaling, bloedsomloop en darmwerking gestimuleerd. Na enkele dagen verzorgt u zichzelf weer en bent u een groot deel van de dag uit bed.
  • Aandacht voor goede pijnbestrijding die geen effect heeft op de werking van de darmen. Behalve pijnstilling via het slangetje in de rug, wordt paracetamol voorgeschreven. Belangrijk is dat u zelf aangeeft als u pijn heeft, zodat de medicatie kan worden aangepast.
  • U krijgt medicijnen voor een goede stoelgang en tegen de misselijkheid. Ook krijgt u kauwgom om de maag-darmwerking te bevorderen.
  • Zo kort mogelijk nuchter te zijn. ’s Avonds na de operatie mag u al weer drinken en als dat goed gaat ook eten. De volgende dag mag u alles weer eten en drinken, maar eet niet tegen uw zin.
  • Het gebruik van extra dranken voor en na de operatie. Inzet is dat u zo min mogelijk afvalt en in een zo goed mogelijke voedingstoestand blijft.
  • Goed doorademen om een longontsteking te voorkomen.
  • Goede voorlichting en begeleiding zodat u weet wat belangrijk is voor een snel herstel.

Persoonlijke begeleiding
De verpleegkundigen op de afdeling zullen u begeleiden bij het lichamelijk en geestelijk herstel van de operatie. Als u last heeft van angst, of u bent onzeker, verdrietig of u maakt zich zorgen, bespreek dit dan met uw verpleegkundige.

Nazorg
Al voor de opname is besproken of er hulp geregeld moet worden zodra u weer naar huis mag. Als het nodig is, komt tijdens uw opname een medewerker van het Transmuraal Logistiek Bureau langs om de zorg thuis te regelen. Voor wondverzorging wordt zo nodig de wijkverpleegkundige ingeschakeld. Dit wordt tijdig geregeld met de thuiszorgorganisatie.

Naar huis
Als het herstel voorspoedig verloopt, kunt u na ongeveer 2-4 dagen naar huis. Dat kan als u ontlasting heeft gehad, weer normaal eten kunt verdragen en weinig pijn heeft. De wond is na ontslag vaak nog gevoelig, zeker als u meer gaat bewegen. U mag hiervoor 3 tot 4 keer per dag 1 of 2 tabletten paracetamol gebruiken. De wond moet u thuis dagelijks uitdouchen. Spoelen, met een zachte straal uit de douchekop. U mag verder gewoon douchen, maar nog niet in bad zolang er hechtingen zitten, of de wond nog niet dicht is. U kunt wellicht voor uzelf zorgen maar u zult nog snel vermoeid zijn. Het is dan prettig als er iemand is die kan helpen met eten koken, boodschappen doen en huishoudelijk werk. Als u ontslagen wordt uit het ziekenhuis, krijgt u een afspraken mee voor de poliklinische controle bij de specialist en bij de GE verpleegkundige.

Leefregels
Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal hersteld zult zijn van de operatie. Om de wond te ontzien, mag u de eerste 6 weken na de operatie niet tillen. Wat u verder wel en niet kunt doen kunt u het beste zelf aanvoelen. Hervatten van sport en werk overlegt u met de specialist en bedrijfsarts.

Controle op de polikliniek
Tijdens de afspraak met de GE verpleegkundige wordt de wond gecontroleerd en zo nodig de hechtingen verwijderd. Ook bespreekt u samen de stoelgang en het herstel. 6 weken na de operatie heeft u een afspraak met uw behandelend specialist.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten heeft neemt u contact op:

  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • bloed bij de ontlasting;
  • toename van pijn;
  • misselijkheid en braken;
  • gedurende 2 dagen geen ontlasting;
  • als u om andere reden uw situatie niet vertrouwt.

Met wie contact opnemen?

  • In de periode tot aan de eerste controle op de polikliniek, belt u dan naar de verpleegkundige van C2, tel.: (0570) 53 53 53 toestel 2237. 24 uur per dag bereikbaar.
  • Als de eerste controle op de polikliniek is geweest belt u bij vragen of problemen met polikliniek Heelkunde, tel.: (0570) 53 50 60. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.

Vragen?
Hebt u na het lezen nog vragen dan kunt u die stellen aan de casemanager GE op dinsdag of donderdag tussen 13.00 uur en 14.00 uur, tel.: 0570 53 53 72. Of u kunt bellen met de stomaverpleegkundige op dinsdag en donderdag tussen 13.00 en 14.00 uur, tel.: 0570 53 63 86.

Context menu