Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Darmstoma en chemotherapie

Darmstoma en chemotherapie

Als bij u een tumor uit de darm is verwijderd hebt u tijdens de operatie een tijdelijk of blijvend stoma gekregen. Aanvullend op de operatie krijgt u nog een behandeling met chemotherapie. Deze behandeling kan voor uw stoma problemen opleveren. Er kunnen bijwerkingen optreden, zoals verminderde eetlust, misselijkheid, diarree, verstopping, vermoeidheid en tintelingen in vingers en voeten. Ook kan het voorkomen dat uw stomamateriaal niet meer goed blijft zitten omdat uw huid onder de stomaplek rood en/of kapot is gegaan. In deze folder worden adviezen gegeven hoe u hier het beste mee om kunt gaan.

Voeding

  • Het is belangrijk dat u voldoende drinkt. Probeer per dag minimaal 2 liter vocht te drinken. Vocht zit niet alleen in dranken, maar ook bijvoorbeeld in yoghurt, vla of soep. Voldoende vocht is belangrijk om zoveel mogelijk afvalstoffen uit het lichaam te verwijderen.
  • Eet voldoende vezels zoals bruin- en volkorenbrood, graanproducten, (volkoren)pasta, (zilvervlies)rijst, peulvruchten, aardappelen, (rauwe) groente en fruit. Vezels stimuleren de bewegingen van uw darm en binden vocht. Hierdoor word de ontlasting wat vaster.
  • Eet regelmatig en rustig, kauw goed.
  • Verdeel de voeding goed over de dag, bij een verminderde eetlust. Gebruik naast 3 hoofdmaaltijden, minimaal 3 keer (eventueel vaker) een tussendoortje. Het kan gebeuren dat uw smaak verandert, waardoor u niets of bijna niets meer proeft. Probeer vooral producten te eten die u op dat moment lekker vindt. Ook is raadzaam uzelf gedurende deze periode in te stellen op 'eten omdat het moet'.
  • Vraag bij gewichtsverlies, voedingsproblemen en/ of vragen om verwijzing naar de diëtist.

Diarree

  • Bij diarree verliest u veel vocht. Drink dagelijks minimaal 2 liter vocht.
  • Ook verliest u zout. Drink bouillon om tekort aan te vullen. U kunt ook ORS (oral rehydration salts) gebruiken, verkrijgbaar bij een drogist en apotheek.
  • Schrap thee, koffie, vruchtensappen en koolzuurhoudende producten, die prikkelen de darmen. Neem bij voorkeur zure melkproducten, zoals karnemelk of isotone sportdrank. Dit nemen de darmen gemakkelijk op .Zoete melkproducten kunt u ook gebruiken, maar dan in beperkte hoeveelheid (3-4 bekers en/of porties per dag). Laat de melkproducten niet weg uit uw voeding.
  • Vermijd gasvormende producten zoals prei, kool, ui en scherpe kruiden. Zo voorkomt u extra prikkeling van uw darmen.
  • Ook bij diarree is eten van vezels belangrijk maar eet geen voedingsmiddelen met grove vezels zoals donker roggebrood, brood met zaden en pitten, muesli, rauwkost en vezelig fruit (citrusfruit, ananas, pruimen). Ze verergeren diarree. Neem wel bruinbrood, fijn volkorenbrood of aardappelen. Vezels binden vocht in de ontlasting.
  • Eet vast voedsel bij het drinken, om de ontlasting in te dikken.
  • Neem geen grote vetrijke maaltijden.
  • Voedingsmiddelen als rijst, banaan, wit brood, beschuit en geraspte appel werken niet merkbaar stoppend.

Verstopping

  • Een moeilijke stoelgang kan komen door het gebruik van bepaalde medicijnen of door te weinig eten, drinken, voedingsvezels en/of lichaamsbeweging. Probeer de oorzaak te achterhalen.
  • Probeer dagelijks meer dan 2 liter vocht te drinken zodat de ontlasting soepel blijft.
  • Eet vooral vezelrijke voeding zoals boven beschreven. Lukt dit niet? Zoek dan een aanvulling in zemelen en tarwekiemen.
  • Gebruik pruimensiroop, zoals Roosvicee Laxo of Karvan Laxo. Deze werken laxerend.

Tintelingen in handen en voeten

  • Bij sommige soorten chemotherapie bestaat de kans op beschadiging van de kleine vertakkingen van de zenuwen. U kunt last krijgen van tintelingen of een doof gevoel in uw handen en voeten. Neem contact op met de casemanager tel.(0570) 535233 om deze klacht te bespreken.  Door het dove of tintelende gevoel in de vingers, kunt u problemen ervaren met het verwisselen en verschonen van het stomamateriaal. U kunt ander stomamateriaal kiezen waarbij u minder uw vingerfuncties hoeft te gebruiken. Voor meer informatie kunt u bij de stomaverpleegkundige terecht.
  • Laat de stomaplakken op maat uitknippen.
  • Vermijd grote temperatuurverschillen. Vermijd ijs en het drinken van koude dranken. Draag dikke sokken en bijvoorbeeld handschoenen.

Vermoeidheid

  • Houd in uw dagelijks leven rekening met uw herstel van de operatie en de chemotherapie; neem voldoende tijd om te rusten.
  • Zorg dat er iemand in huis is, die u kan helpen bij het verzorgen van uw stoma.
  • Verschoon uw stomamateriaal ’s avonds als u daar ’s morgens te moe voor bent.
  • Knip uw stomaplakken al van tevoren (of laat dit doen).
  • Verdeel de activiteiten die u wilt doen over de dag.

Verzorging stoma

  • Chemotherapie kan vanaf de start tot en met een week na afloop van iedere kuur aanwezig zijn in de urine, ontlasting en speeksel. Ga daarom zorgvuldig met uw stoma om.
  • Leeg of verschoon de huidplak en het stomazakje vóór de start van de volgende chemokuur. Let erop dat uw handen (of die van uw verzorger) schoon zijn bij het verwisselen van een volle stomazak.
    Laat iemand, wanneer de stoma door een ander wordt verzorgd, handschoenen aantrekken.
  • Werp het vuile stomamateriaal weg in een goed gesloten zak. Was na afloop goed de handen.
  • Door de chemokuren kunnen de bloedplaatjes in uw bloed verminderen. De kans op bloedinkjes rondom het stoma is hierdoor groter. Wees daarom voorzichtig met het verwijderen van de stomaplak. Wanneer er toch bloedinkjes optreden kunt u het stoma het beste afspoelen met koud water of een koud washandje op het stoma leggen. De bloedinkjes zullen hierdoor snel stoppen.
  • De ontlasting kan bij een stoma van de dunne darm, door de chemotherapie, in hoeveelheid toenemen. Zorg voor een goede en sluitende huidplak, zodat de huid zo min mogelijk in contact komt met de ontlasting.
  • Knip alvast een aantal huidplakken op maat, zodat u ze gemakkelijk kunt verwisselen.
  • Zorg dat u voor 2 weken stomamateriaal in huis hebt.
  • Neem altijd reservemateriaal mee als u ergens heen gaat, voor het geval het toch mis gaat.
  • Neem de bestelnummers, de productomschrijvingen en uw patiëntenpaspoort (indien u die in uw bezit heeft) mee naar het ziekenhuis zodat bekend is welk materiaal u gebruikt.
  • Bij sterke gewichtsschommelingen kan uw stoma van vorm veranderen. Hierdoor kan het voorkomen dat het materiaal niet goed meer past en bestaat er een kans op lekken.
  • Zie ook de voedingsadviezen bij een ileo(dunne)- en colo (dikke) darmstoma, die u na de operatie heeft gekregen.

Wanneer contact opnemen?
Als u een van de volgende klachten hebt neem dan contact op met de polikliniek Heelkunde, tel: 0570 53 50 60: voor een afspraak met de stomaverpleegkundige of behandelend specialist. Bij spoed kunt u buiten kantoortijden contact opnemen met de Spoedeisende hulp, tel.: 0570 53 53 00.

  • Uw huid onder de stomaplak is rood en/of kapot gegaan.
  • Het stomamateriaal blijft niet goed meer zitten of lekt.
  • Uw stoma bloedt.
  • U heeft langer dan 2-4 dagen geen ontlasting gehad.
  • De ontlasting is hard en pijnlijk.
  • U heeft langer dan 48 uur diarree, als u daarbij braakt neemt u al na 24 uur contact op.

Vragen?
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neem dan contact op met de stomaverpleegkundige. Bereikbaar op dinsdag en donderdag van 13.00 tot 14.00 uur, tel.: (0570) 53 63 86.

Context menu