Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Darmstoma aanleggen

Darmstoma aanleggen

Wat is een stoma?
Een stoma is een kunstmatige uitgang om urine of ontlasting op te vangen. Deze folder geeft informatie over een stoma voor de ontlasting. Een stoma is nodig als de ontlasting niet meer via de normale weg het lichaam kan verlaten. De specialist maakt een uitgang in uw buik en via deze uitgang komt de ontlasting naar buiten. Bij een stoma voelt u de ontlasting niet aan komen. Ook kunt u de ontlasting niet ophouden omdat een kringspier (zoals bij de anus) ontbreekt.

Waarom wordt een darmstoma aangelegd?
Er zijn verschillende redenen waarom een tijdelijk of blijvend stoma wordt aangelegd. De belangrijkste redenen zijn:

  • gezwel in de endeldarm waarbij de endeldarm en de anus worden verwijderd;
  • ernstige ontsteking van de darm;
  • darmoperaties waarbij het geopereerde darmdeel rust moet krijgen voor een goede genezing;
  • aangeboren afwijkingen;
  • zelden bij zeer ernstige onbehandelbare obstipatie;
  • complicatie van een darmoperatie zoals lekkage van een darmnaad.

Voorgestelde behandeling
De specialist heeft voorgesteld een tijdelijk of blijvend stoma aan te leggen. Een tijdelijk stoma bestaat soms uit 1 maar vaak uit 2 openingen direct naast elkaar. Uit de ene opening komt de ontlasting en uit de andere alleen het slijm van de darm. Een blijvend stoma heeft 1 uitgang.
Een stoma kan aangelegd worden op de dunne darm of op de dikke darm. Een stoma op de dunne darm heet een ileostoma. Het zit meestal rechts op de buik. Een stoma op de dikke darm heet een colostoma en zit links op de buik. Zowel een dunne darm als dikke darmstoma kunnen tijdelijk of blijvend zijn. Welk stoma  bij u van toepassing is zal de specialist met u bespreken. De ingreep kan zowel via een kijkoperatie (laparoscopisch) als via een snee in de buikwand worden verricht. Ook de keuze voor deze operatietechnieken is met u vooraf besproken.

Risico's
Bij het aanleggen van een stoma kunnen complicaties optreden zoals: trombose, longontsteking, nabloeding en een wondinfectie. Specifieke problemen die na deze operatie kunnen ontstaan zijn:

  • Een verstoorde bloedvoorziening in het stoma. Soms is het nodig dan een nieuw stoma aan te leggen.
  • Een breuk rondom het stoma. Deze treedt pas na een langere termijn op. Er ontstaat dan een zwelling naast het stoma. Als er veel klachten zijn dan wordt de breuk operatief hersteld.
  • Een vernauwing van het stoma, stenose Het kan helpen om het stoma op te rekken, maar soms is een nieuwe operatie noodzakelijk.
  • Het uitzakken van slijmvlies uit het stoma, een prolaps. Als er veel klachten zijn dan kan dit met een nieuwe operatie worden verholpen.

Voorbereiding

Gesprek stomaverpleegkundige
De stomaverpleegkundige bespreekt met u onder meer de operatie, opname en herstel, stoma en stomazorg, de operatiedatum, uw conditie, voeding en gewicht, zorg in uw thuissituatie. De stomaverpleegkundige tekent de stomaplaats af op uw buik.
Hierbij wordt rekening gehouden met de vorm en plooien van uw buik, de wijze waarop u uw kleding draagt en dat het stoma zo geplaatst wordt dat u het makkelijk kunt verzorgen. De stomaverpleegkundigen van het Deventer Ziekenhuis zijn: Marjan Raats, Sandra Oosterlaar, Annelique Savelkoel en Ans Mensink.

Preoperatieve screening
Vóór de operatie wordt u onderzocht door de anesthesioloog. Dat is een specialist die verantwoordelijk is voor de verdoving tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. Hij en zijn anesthesiemedewerker spreken de verdoving (narcose) met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Deze is verkrijgbaar bij uw apotheek. Als u bloedverdunners gebruikt, zal de anesthesioloog dit met u bespreken.

Thuis
U hoeft zich vooraf niet te scheren. Als het nodig is, wordt dit op de operatiekamer gedaan. Als u een roker bent wordt aangeraden te stoppen voor de operatie

Meenemen

  • afsprakenkaart;
  • patiëntenpas;
  • als u thuis medicijnen gebruikt, neem ze dan mee in originele verpakking;
  • nachtkleding, ondergoed, pantoffels en een ochtendjas;
  • toiletartikelen (kam, tandenborstel, tandpasta, shampoo en dergelijke);
  • kleding die u het meeste draagt, om met de broekboord hoogte de stomaplaats te kunnen bepalen;
  • draag geen sieraden en laat waardevolle spullen thuis.

Melden
U hebt een opnamebrief gekregen met daarin de datum en het tijdstip waarop u zich kunt melden bij de balie van afdeling C2.

De opname
Meldt u zich op het afgesproken tijdstip op afdeling C2. Als u bent opgenomen, zal de verpleegkundige u 2 pakjes drinken geven, deze drinkt u meteen op. Daarna mag u niets meer eten of drinken. De verpleegkundige geeft u eventueel 1 of meerdere klysma’s om uw darmen schoon te maken voor de operatie. U krijgt een operatiejasje om aan te trekken en u krijgt medicijnen (volgens voorschrift) die u met een slokje water kunt innemen.

De operatie
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De operatie vindt plaats onder gehele narcose. Een stoma kan via een kijkoperatie worden aangelegd of via een snee in de buik. Bij de klassieke operatie maakt de specialist een snede in de buik, zodat hij of zij met de instrumenten bij het operatiegebied kan komen en de operatie uit kan voeren. Bij de laparoscopische operatie bedient de specialist de instrumenten via de monitor. Er wordt een kleine snede in de buik gemaakt, waardoor CO2-gas in de buik wordt geblazen. Dit onschadelijke gas scheidt de buikwand van de interne organen, zodat er voor de specialist voldoende ruimte in de buik is ontstaan om de operatie uit te voeren. Daarna wordt er nog een aantal kleine snedes in de buik gemaakt. Via één daarvan wordt een laparoscoop in de buik gebracht. Dit is een dunne, telescoopachtige buis, die de darm op een monitor zichtbaar maakt. Via de andere sneden worden de specialistische instrumenten ingebracht, die de specialist via de monitor bedient. De specialist brengt een deel van uw dunne of dikke darm door een opening in de buik naar buiten. Dit wordt vastgehecht aan de huid. Na de operatie plaatst de specialist een opvangzakje over het stoma zodat de ontlasting opgevangen kan worden.

Na de operatie
Na de operatie moet u eerst herstellen. In het begin komt er alleen bloederig vocht en/of slijm uit het stoma, dit is normaal. Na een of enkele dagen gaat het stoma dunne ontlasting produceren, die na verloop van tijd vaster zal worden. Bij een stoma van de dunne darm blijft de ontlasting vrij dun. Dit is omdat het indikkingproces dat in de dikke darm plaatsvindt, nu gemist wordt. Bij een stoma van de dikke darm is de ontlasting vaak van gewone dikte en de hoeveelheid ontlasting blijft normaal.
Na een operatie kunt u pijn hebben. De anesthesioloog regelt met u de pijnstilling na uw operatie, zoals met u is afgesproken tijdens de preoperatieve screening. Dagelijks komt de zaalarts bij u langs om te bespreken hoe het met u gaat. De zaalarts werkt nauw samen met de behandelend specialist. Als u en/of uw familie/naaste behoefte heeft aan een gesprek met de zaalarts kunt u dit gerust aangeven. De stomaconsulent komt u opzoeken op de verpleegafdeling waar u bent opgenomen. Ze adviseert en begeleidt u in het verzorgen van uw stoma. De diëtist adviseert u over voeding en drinken, het gebruik van zout voor zover dit voor u van belang is. Het kan voorkomen dat u een gevoel van aandrang via de anus krijgt. Het resterende darmdeel blijft namelijk slijm vormen en kan dit gevoel veroorzaken. Gaat u dan op het toilet zitten om u van dit slijm te ontlasten.

Uitslag
De zaalarts bespreekt met u hoe de operatie is verlopen.

Stoma
De stomaverpleegkundige bespreekt met u apart de stomazorg. In dit gesprek krijgt u informatiemateriaal mee. Hier de belangrijkste informatie nog even kort samengevat:

Dagelijkse verzorging

  • Na de operatie richt de aandacht zich op het herstellen en het verzorgen van het stoma. De verpleegkundige leert u hoe u zelf uw stoma kunt verzorgen. Zij oefent met u en eventueel met uw partner of naaste. Het streven is dat u bij ontslag zelf het zakje kunt vervangen. De stomazorg zal in het begin nog veel aandacht vragen. Toch zult u merken dat het steeds makkelijker gaat en u uw ‘gewone’leven weer kunt leiden.
  • U kunt douchen of in bad met of zonder stomamateriaal. Het stoma kan wel produceren. Vaak is het stoma ’s ochtends vroeg voor het ontbijt het minst productief.
  • De huid rondom het stoma heeft goede zorg nodig. Bij roodheid, jeuk of wondjes zijn er hulpmiddelen om de huid te herstellen of kunt u kiezen voor ander stomamateriaal. Haren rondom het stoma worden weggeknipt of geschoren.

Stomamateriaal

  • Er is een grote keus aan stomamateriaal. De stomaverpleegkundige zal u hierover voorlichten. Op basis van uw voorkeur en ervaring met de verzorging kunt u het materiaal kiezen of aanpassen.
  • Tijdens de opname wordt materiaal besteld voor thuis. De leverancier komt meestal in het ziekenhuis uitleg geven over het bestellen. Zorg dat u voor minimaal een week materiaal in huis heeft.
  • Het is verstandig altijd stomamateriaal bij u te hebben als u ergens naar toe gaat, ook als u voor controle naar het ziekenhuis gaat. Breng dan ook het stomaboekje mee.
  • Vervang bij lekken van het materiaal de plak en het zakje. Probeer niet te herstellen of bij te plakken, de huid kan gaan irriteren of er kunnen wondjes ontstaan.
  • Het stomamateriaal wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Wijzigen van materiaal gaat via de stomaverpleegkundige;

Verder herstel

  • De stomaverpleegkundige zal u begeleiden en spreekt regelmatig met u af op de polikliniek. We proberen dit te plannen in combinatie met de afspraak bij de arts.
  • Het is belangrijk 6 weken niet zwaar te tillen. Bij hervatten van zwaar lichamelijk werk is een stomaband te overwegen.
  • Een stoma zal een grote rol spelen bij intimiteit en seksualiteit. Naarmate u meer zelfvertrouwen opbouwt, u en uw partner met het stoma kunnen omgaan, kan zin in seksualiteit terugkomen. Als sprake is van zenuwschade door de bestraling en de operatie zal dat het beleven van seksualiteit beïnvloeden. De stomaverpleegkundige kan u verder verwijzen naar professionele zorgverleners.
  • Reizen en sporten kunt u weer gaan doen. Tijdens controle bij de stomaverpleegkundige op de polikliniek kan ze er meer informatie over geven.
  • De Nederlandse Stomavereniging heeft veel informatiemateriaal en organiseert lotgenotencontact. Meer informatie vindt u op: www.stomavereniging.nl  of www.stomaatje.nl.

Nazorg
Als het nodig is, komt tijdens uw opname een medewerker van het Transmuraal Logistiek Bureau langs om de zorg thuis te regelen. Voor wondverzorging en stomazorg wordt de wijkverpleegkundige ingeschakeld. Dit wordt tijdig geregeld met de thuiszorgorganisatie.

Naar huis
Als alles naar wens verloopt, mag u na 5 tot10 dagen weer naar huis. Dat kan als u het stoma goed verzorgbaar is, weer normaal eten kunt verdragen en weinig pijn heeft. Thuis krijgt u ondersteuning in de stomazorg van uw thuiszorgorganisatie. U krijgt afspraken mee voor de poliklinische controle bij de specialist en de stomaverpleegkundige.
De wond is na ontslag vaak nog gevoelig, zeker als u meer gaat bewegen. U mag hiervoor 3 tot 4 maal per dag 1 of 2 tabletten paracetamol gebruiken. U mag gewoon douchen, maar nog niet in bad zolang er hechtingen zitten, of de wond nog niet dicht is.

Leefregels
Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal hersteld zult zijn van uw operatie. Om de wond en het stoma te ontzien, mag u de eerste 6 weken na de operatie niet tillen. Wat u verder wel en niet kunt doen, kunt u het beste zelf aanvoelen.

Controle op de polikliniek
Tijdens de nacontrole afspraak bespreekt de stomaverpleegkundige de stomazorg met u en wordt de wond gecontroleerd. Zo nodig worden de hechtingen verwijderd. Ook bespreekt u samen het verdere herstel. 6 weken na de operatie heeft u een afspraak met uw behandelend specialist.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten heeft neemt u contact op:

  • koorts hoger dan 38,5 graden Celsius;
  • bloed bij de ontlasting;
  • toename van pijn;
  • misselijkheid en braken;
  • gedurende 2 dagen geen ontlasting;
  • als u om andere reden uw situatie niet vertrouwt.

Met wie contact opnemen?

  • Bel bij klachten met de polikliniek Heelkunde, tel.: (0570) 53 50 60. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.
  • Ook kunt u tijdens de telefonische spreekuren bellen met de stomaverpleegkundige op (0570) 536386, op dinsdag en donderdag tussen 13.00 uur en 14.00 uur.

Vragen?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, leg die dan gerust voor aan uw behandelend specialist. Of neem contact op met de stomaverpleegkundige.

Context menu