Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Buikwandkatheter - plaatsen en verzorging

Buikwandkatheter - plaatsen en verzorging

Wanneer een buikwandkatheter?
Als u te veel urine vasthoudt in de blaas, of last hebt van ongewild urineverlies (incontinentie) is het nodig om een een buikkatheter in te brengen, om de urine te laten aflopen. U krijgt een afspraak mee voor het wisselen van de katheter. Dit gebeurt op de polikliniek Urologie. De hechtingen lossen in principe vanzelf op. Zo niet, dan mag de assistent van de huisarts deze verwijderen.vHier leest u meer informatie over de ingreep en verzorging.
 
Wat is een buikwandkatheter?
Een buikwandkatheter is een slangetje van kunststof dat via de buikwand wordt ingebracht. De arts brengt onder plaatselijke verdoving de katheter in, vlak boven het schaambeen. Het uiteinde van de katheter zit in uw blaas en heeft daar enkele openingen waardoor de urine kan aflopen.

Voorbereiding

Preoperatieve screening Anesthesiologie
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties, waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Bloedverdunnende medicijnen
Als u bloedverdunnende middelen gebruikt, dan wordt deze medicatie - in overleg met uw behandelend arts - enkele dagen vóór de operatie gestopt. Heeft de arts dit niet met u besproken, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de polikliniek Urologie.

Meenemen

  • Neem uw afsprakenkaart met patiëntenpas mee.
  • Als u thuis medicijnen gebruikt, neem die dan (in de originele verpakking) mee naar het ziekenhuis.
  • Het kan zijn dat u een nacht moet blijven, neem voor de zekerheid uw nachtkleding en toiletartikelen mee.
  • Tijdens de ingreep mag u geen sieraden/horloge om. Het is verstandig deze thuis te laten en geen waardevolle spullen mee te nemen.

Melden 
Het ziekenhuis belt u de middag vóór opname. U hoort dan hoe laat u zich op de verpleegafdeling kunt melden.

Voor de ingreep
Na aankomst op de afdeling vertelt de verpleegkundige u hoe de opname verloopt. Vaak schrijft de arts een antibioticakuur voor die u via een infuus krijgt, dit om eventueel blaasontstekingen te voorkomen.

Ingreep
De ingreep vindt plaats op de operatiekamer of op de polikliniek Urologie. Als de operatie op de operatiekamer plaatsvindt dient de anesthesioloog uw verdoving toe, zoals afgesproken tijdens de preoperatieve screening. Als de ingreep op de polikliniek Urologie plaatsvindt gebeurt dit onder plaatselijk verdoving. De blaas wordt via een gewone katheter gevuld. Dan wordt de blaas via de onderbuik aangepikt en de katheter geplaatst en met een hechting vastgezet. Vaak laat men de gewone katheter nog even zitten, om het wondje in de blaas te spoelen.

Na de ingreep
Zodra u terug bent op de afdeling mag u weer eten en drinken. Na iedere operatie bestaat de kans, dat u pijn hebt. De pijnstilling na de operatie wordt geregeld door de anesthesioloog. Dit is met doorgesproken tijdens de preoperatieve screening. De katheter wordt er op de afdeling door de verpleegkundige weer uitgehaald als de urine helder van kleur is en de verdoving is uitgewerkt. Als de urine nog te rood is, moet er nog langer worden gespoeld. Dat kan inhouden dat u een nacht moet blijven.

Opvangen van de urine
Aan het uiteinde van de katheter, buiten uw lichaam, is een brede opening waarop een katheterzak wordt aangesloten. Deze zak vangt de urine op en moet altijd lager hangen dan uw blaas, anders loopt de urine terug. Overdag kunt u de katheterzak bijvoorbeeld aan uw been bevestigen en ’s nachts aan uw bed. U krijgt daarvoor bevestigingsmiddelen mee. In plaats van een zak is het ook mogelijk een stopje te gebruiken. Dit is afhankelijk van uw situatie en kan alleen in overleg met uw arts. Het stopje moet er minstens elke 4 uur worden afgehaald om de urine te laten aflopen

Naar huis: waar op letten?

De ingreep vindt meestal plaats in dagopname, u komt 's ochtends en kan 's middags weer naar huis. Omdat wordt afgeraden zelf auto te rijden na de ingreep, adviseren wij u vervoer naar huis te regelen. Voor het verzorgen van het gaatje in de buik is het van belang dat u bedenkt wie dat thuis kan doen. Mocht u iemand in uw directe omgeving hebben die daar bij helpen wil dan kunt u dit aangeven bij de polikliniek Urologie. Als u thuis toch hulp nodig hebt met de verzorging van de katheter kunt u dit aangeven bij het Transmuraal Logistiek Bureau (TLB). Zij hebben in de centrale hal een Zorgloket, route 93. Mocht u later van gedachten veranderen, kunt u altijd tijdens kantooruren contact opnemen met het TLB. Bereikbaar tijdens kantooruren op tel.: (0570) 53 65 40.

Wat te doen bij mogelijke problemen?

Lekkage
Lekkage langs de katheter is mogelijk als deze is verstopt, of als de slang is geknikt. Controleer de katheterslang daarom regelmatig op knikken. Soms ontstaat lekkage door een blaaskramp. Hiertegen kunt u medicijnen krijgen.

Bloedverlies
Bloedverlies (in de vorm van stolseltjes of vlokjes) door of langs de katheter bij het buikwondje is meestal van tijdelijke aard en minder ernstig dan het lijkt. De katheter kan het kwetsbare slijmvlies van de blaas licht beschadigen. Dit veroorzaakt het bloedverlies. U hoeft hierover dus niet ongerust te zijn. Door veel te drinken (geen alcohol) en enige uren rust gaat het meestal vanzelf weer over. Indien het bloedverlies meerdere dagen aanhoudt, kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie.

Blaasontsteking
Doordat er door de katheter een open verbinding is ontstaan, kunnen bacteriën door of langs de katheter in de plasbuis en de blaas komen. Dit kan een ontsteking veroorzaken. Dit kunt u meestal voorkomen door veel te drinken en te spoelen. Bij aanhoudende klachten contact opnemen met de polikliniek Urologie.

Kramp van de blaas of sterke aandrang om te plassen
De eerste periode kan de katheter wat irritatie geven in de vorm van aandrang om te plassen en een gevoelige onderbuik. Als deze klachten hinderlijk zijn en niet geleidelijk aan afnemen, kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie.

Verstopte katheter
Als de katheter is verstopt, of er per ongeluk uitvalt, moet u direct contact opnemen om een nieuwe katheter te laten inbrengen. Het gaatje in de buikwand gaat namelijk binnen enkele uren vanzelf weer dicht. Neem hiervoor op werkdagen tijdens kantooruren contact op met de polikliniek Urologie, tel.: (0570) 53 51 50. Daarbuiten kunt u bellen met de Spoed Eisende Hulp, tel.: (0570) 53 53 00.

Leefregels

  • Het is belangrijk voldoende te drinken, zodat u ruime en heldere urine produceert. Drink daarom minstens 1,5 liter per dag. Naast het drinken van koffie, thee etcetera. Drink zeker 4 glazen water per dag extra.
  • Het insteekgaatje in de buik moet dagelijks worden verzorgd met gaasjes. Jodium mag hierbij gebruikt worden, maar hoeft niet.
  • Bij spoelen van de blaas kan men de spoelvloeistof erin en eruit laten lopen, dit hoeft niet in te werken.
  • Met een stopje op de buikwandkatheter kunt u gewoon douchen.
  • Met een buikwandkatheter zijn alle normale dagelijkse dingen mogelijk en toegestaan. Lopen, douchen, zwemmen, fietsen en sporten geven meestal geen problemen.

Controle
De controle-afspraak is over 6 weken op de poli Urologie. U krijgt hiervoor een afspraak mee. De buikkatheter wordt dan gewisseld. 
 
Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met polikliniek Urologie, tel.: (0570) 53 51 50. Bij dringende problemen buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp, tel.:(0570) 53 53 00.

  • Koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.
  • Aanhoudend veel bloed bij de urine.
  • Veel pijn.
  • Als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen?
Hebt u na het lezen van deze tekst nog vragen, dan kunt u ze stellen aan de verpleegkundige of tijdens u eerstvolgende polikliniekbezoek. 

Context menu