Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog

Hoe kunnen wij u helpen?

BEHANDELING

A - Z AZ lijst gebruiken om een pagina te vinden
Home > Behandelingen > Botuline-toxine injecties bij een overactieve blaas

Botuline-toxine injecties bij een overactieve blaas

Wat is botuline-toxine injecties bij een overactieve blaas?
Als bij u een ‘overactieve blaas’ is vastgesteld moet u vaak plassen, en gaat het plassen meestal vooraf door hevige aandrang. Soms kunt u zelfs de urine niet ophouden. Botuline-toxine is een spierverslappenende stof die ervoor zorgt dat de blaas niet zo sterk aanspant. Hier leest u meer over de behandeling. 

Voorbereiding

Preoperatieve screening Anesthesiologie
Vóór de operatie onderzoekt de anesthesioloog u. Dat is een medisch specialist, die verantwoordelijk is voor de anesthesie (narcose en/of verdoving) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. De anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker spreken de anesthesie met u door en verrichten zo nodig aanvullend onderzoek. Als u medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Het is belangrijk dat u tijdens dit gesprek een actuele medicijnlijst bij zich hebt. Voor alle operaties, waarbij anesthesie gegeven wordt, moet u nuchter zijn. Dat houdt in dat u een bepaalde periode voor de operatie niet meer eet en drinkt. De anesthesioloog vertelt u vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
 

Meenemen

  • Neem uw afsprakenkaart en patiëntenpas mee.
  • Als u thuis medicijnen gebruikt, neem deze dan (in de originele verpakking) mee naar het ziekenhuis.
  • Het kan zijn dat u een nacht moet blijven. Neem daarom voor de zekerheid uw nachtkleding en toiletartikelen mee.

Melden
Het ziekenhuis belt u de middag vóór opname. U hoort dan hoe laat u zich op de verpleegafdeling kunt melden.

Voor de behandeling
Na aankomst op de afdeling vertelt de verpleegkundige u hoe de opname verloopt. U krijgt een operatiejasje om aan te trekken.

Behandeling
De ingreep vindt plaats op de operatiekamer. De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. De anesthesioloog dient uw verdoving toe, zoals afgesproken tijdens de preoperatieve screening. De behandeling wordt via de plasbuis uitgevoerd. De botuline-toxine wordt in de blaasspier gespoten. Na de ingreep laat de uroloog een verblijfskatheter achter in de blaas. Dat is een kunststof slangetje dat in uw blaas wordt gebracht via de plasbuis. Aan de punt bevindt zich een ballonnetje. Dat wordt gevuld met steriel water zodat de katheter niet uit de blaas glijdt. Via openingen in de punt van de katheter kan de urine aflopen. Op het uiteinde van de katheter wordt een katheterzak aangesloten waarin de urine wordt opgevangen. Indien nodig krijgt u een infuus voor extra vocht en eventueel medicijnen tegen een ontsteking.

Na de behandeling
Voordat u naar de afdeling gaat, verblijft u korte tijd op de uitslaapkamer. Na iedere operatie bestaat de kans, dat u pijn heeft van de operatie. De pijnstilling na de operatie wordt geregeld door de anesthesioloog. Dit is met begesproken tijdens de preoperatieve screening. Zodra u terug bent op de afdeling mag u weer eten en drinken. De verpleegkundige verwijdert de katheter volgens voorschrift van de arts. U mag de verpleegkundige waarschuwen wanneer u hebt geplast, dan wordt er met een echo-apparaat gekeken hoeveel urine er achterblijft in de blaas.

Wanneer naar huis?
De behandeling vindt meestal plaats in dagopname, maar het kan ook voorkomen dat u een nacht moet blijven. Als u naar huis mag, geeft de verpleegkundige u uw ontslagpapieren en verwijdert het infuus. Omdat wordt afgeraden zelf auto te rijden na de ingreep, adviseren wij u vervoer naar huis te regelen.

Leefregels

  • Na 3 dagen mag u weer werken, sporten en seksuele gemeenschap hebben.
  • Drink voldoende. Controleer of u voldoende drinkt; de kleur van de urine moet waterig en helder zijn. Drink daarom minstens 1,5 liter per dag. Dit is buiten het drinken van koffie, thee etcetera. Drink 4 glazen water per dag extra.

Mogelijke complicaties/risico’s
De risico’s van deze behandelling is dat u niet goed uitplast en er dus urine achterblijft in de blaas, dit is vaak van tijdelijke aard. De uroloog kan u hier eventueel medicatie voor geven.

Controle
De controle is na 4 - 6 weken op de poli Urologie. U krijgt hiervoor een afspraak mee.

Wanneer contact opnemen?
Als u weer thuis bent, kunnen zich onverhoopt klachten voordoen. Als u een van de volgende klachten hebt, neem dan contact op met polikliniek Urologie, tel.: (0570) 53 51 50.  Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met verpleegafdeling G2, telefoonnummer: (0570) 53 53 85.
 

  • Koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.
  • Klachten bij het plassen.
  • Veel pijn.
  • Als u de situatie niet vertrouwt.

Vragen?
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u ze stellen aan de verpleegkundige op de afdeling of tijdens uw eerstvolgende polikliniekbezoek.

Context menu